Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Paasgroet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Paasgroet

7 minuten leestijd

Vrede zij U lieden. Joh. 20:19b.

Zo mogen we Paasfeest 1958 beleven. De omstandigheden kunnen verschillend zijn. De Heere regeert in tegenstellingen en in Zijn wijsheid laat Hij die tegenstellingen staan. Misschien hebt ge pas uw trouwdag beleefd. Of hebt gij pas gestaan aan de groeve der vertering? O, dat felle verdriet, dat ge van het liefste op aarde moest scheiden en ge begrijpt Gods leidingen niet.... Misschien zijt ge deze week teruggekeerd uit het ziekenhuis, en er is blijdschap: met Pasen weer thuis. Of moet gij juist de Paasdagen in het ziekenhuis doorbrengen? Dit betekent een grote teleurstelling, en ge verlangt naar het bezoekuur.
Hoe de omstandigheden ook zijn, bedenk, dat wij dan waarlijk Paasfeest vieren, als we iets van die vrede mogen smaken, die Christus als de Opgestane Zijn discipelen toewenst.
De discipelen zijn na een veelbewogen dag bijeen. En dan staat Jezus Zelf plotseling in het midden. Dan klinkt Zijn groet: „Vrede zij ulieden". Deze groet is maar niet een wens alleen, deze groet betekent een zegen voor de discipelen, want als de Heere groet, gaat Hij geven, wat de groet inhoudt. Zijn spreken is schenken.
Zeker, deze woorden: „Vrede zij ulieden" waren geen onbekende woorden. Hier beluisteren wij de gewone Joodse groet van eeuwen her. Maar wie dacht bij het uitspreken van deze groet nog aan de rijke betekenis? Het is een versleten woord geworden. Maar Jezus, de Levensvorst, neemt dit versleten woord weer op en van Zijn lippen wordt het een wonder-heerlijk woord. Jezus gaat spreken overeenkomstig de behoeften van het hart. De discipelen hadden behoefte aan vrede. Gij ook? Groot is 't, als wij de bede kennen: „Vertroost mijn ziel in haar geween, en zeg haar: Ik ben uw heil alleen".
Als de Heere van vrede spreekt en vrede schenkt, is dit een wonder. Want deze vrede hebben wij niet verdiend. In het Paradijs was er vrede, harmonie. Maar wij hebben God de oorlog verklaard. Vandaar de onvrede in de wereld. Wij zijn vijanden geworden van God en van onze naaste. Nu hebben wij Gods eeuwige gramschap verdiend.
En wat heeft de Heere gedaan? Hij heeft niet alleen gevraagd: wat hebben die zondaren verdiend? Op die vraag is maar één antwoord: tijdelijke en eeuwige straf. De Heere heeft echter ook gevraagd: wat hebben deze zondaren nodig? O, wonder van genade. Toen heeft de Vader Zijn Zoon gezonden. En de Zoon is vrijwillig gegaan om de vrede te verwerven in de weg van Zijn onvrede. Hij is gehoorzaam geweest tot de dood des Kruises.
Nu kan Hij ook vrede schenken. De vrede, die Hij schenkt, mag werkelijk de naam vrede dragen. Wij leven bijna 13 jaar na de bevrijding. Is het ooit werkelijk vrede geweest? We mogen echter bedenken: vrede is niet afwezigheid van oorlog, maar aanwezigheid van God. Dan kan de Kerk zingen, zelfs temidden van moeilijke omstandigheden: „Wat vreê heeft elk, die Uwe wet bemint, zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten...." De Heere geeft innerlijke vrede. De wereld is alleen blij, als de uitwendige omstandigheden gunstig zijn. Gods kinderen mogen psalmen zingen, zelfs in de nacht. De Heere geeft die psalmen te zingen.
Hebt gij reeds iets van deze vrede mogen smaken? En waar ligt dan de grond voor die vrede? In de gestalte van 's Heeren discipelen? O neen. Duidelijk had de Heere gesproken over Zijn sterven èn Zijn opstanding. Maar de discipelen hadden geen acht geslagen op deze woorden van hun Meester. En nu zij op de eerste dag der week bijeen zijn, zijn de deuren gesloten om de vreze der Joden. De Joodse machthebbers mochten eens komen om aan hen ook hun woede te koelen. De vrees overheerst. En nu het wonder. De Heere weet wel binnen te komen, al zijn de deuren gesloten. En Zijn groet luidt: „Vrede zij ulieden". Let nu eens op het vervolg. „En dit gezegd hebbende, toonde Hij hun Zijne handen en Zijne zijde". De Heere zegt dus niet: ziet Mij in Mijn gelaat, in Mijn ogen, om tot de overtuiging te komen, dat het uw Meester is, Die voor u staat. Neen, de Heere toonde het beste herkenningsteken: Zijn doorboorde handen en Zijn doorstoken zijde. Hier wijst de Heere tevens op het heerlijke feit, dat de vrede zo gegrond is. Jes. 53 is vervuld: „De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijne striemen is ons genezing geworden".
Christus heeft het oordeel gedragen. Door Zijn dood heeft Hij de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer, namelijk de zonde weggenomen. Het Paasfeest houdt in, dat de Vader Zelf Zijn Goddelijk amen heeft uitgesproken op het volbrachte werk des Zoons.
Dat mag Zions vreugde zijn, dat God Zelf de grote schuld heeft uitgewist. Als de Heere daarvoor een oog geeft, gaat ge ervan zingen: „De schuld Uws volks hebt Gij uit Uw boek gedaan, ook ziet Gij geen van hunne zonden aan".
Ja, zingen! Dat kan en mag, als de Heere Zijn vrede schenkt aan Uw ziel. Immers, er is met die vrede ook blijdschap in uw hart gekomen. „De discipelen dan werden verblijd, als zij den Heere zagen". Zij hadden gedacht: de Heere is van ons weggenomen. Al onze verwachtingen zijn vergaan. Nu kunnen we nooit meer blij zijn.
En nu dat verrassende: de Heere leeft. Stel u eens ouders voor, die treurden over het feit, dat ze niets meer hoorden van hun kind in den vreemde. Zou hij gestorven zijn? Daar staat hij plotseling voor hen. Welk een blijdschap. Maar veel groter is de blijdschap van de discipelen. Jezus is voor hen de hoogst Geliefde. En Jezus was werkelijk gestorven. Welk een gemis. Maar nu blijkt, dat Hij is opgestaan. De blijdschap is niet uit te spreken.
De discipelen hebben ervaren, en wij moeten ons eraan toetsen: buiten Jezus geen vrede, geen blijdschap. Bij Hem en uit Hem een zalige vrede en een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.
„Vrede zij ulieden". Kent gij deze groet als de troost van uw hart? Als ge genoeg hebt aan uw uitwendige godsdienst en nog opgaat in de dingen van deze aarde, kunt ge van deze vrede niet spreken. Dan hebt ge een arme Paasdag, een arme levensdag, en, zo ge niet tot bekering komt, een arme sterfdag. Dan volgt er eeuwige onvrede, eeuwige wroeging. En dat alles eigen schuld. De goddelozen hebben geen vrede, zegt de God des vredes. Vraag dan nog heden om een plaats op de School der genade.
„Vrede zij ulieden". Dan zal het waarlijk Paasfeest zijn, als we dit woord mogen horen. Een oor om dit woord te horen en een oog om de dierbaarheid van dezen Christus te zien hebben we nodig. Ach, wij praten zo veel en wij luisteren zo slecht. Maar als gij heden dit woord moogt horen als een groet des Heeren, en als ge de schoonheid van dezen Vredevorst moogt zien, dan zult gij gezegende, onvergetelijke Paasdagen beleven.
Ook in het ziekenhuis. Het bezoekuur is gauw voorbij. Dan zijn de deuren weer gesloten voor uw familieleden. Maar gesloten deuren zijn voor Jezus geen bezwaar.
Als gij het rouwkleed draagt vanwege het sterven van uw dierbaren, weet dan: Jezus leeft. Eens sprak Hij tot Martha: „Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; en een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?"
„Vrede zij ulieden". Hebt gij wel eens opgemerkt, dat het Paasfeest een feest is voor bezwaarden van hart? Ga het maar na in Gods Woord. Bezwaarden van hart, Jezus is opgestaan. Hij leeft. Hij denkt aan Zijn Kerk. Hij leeft thans als de grote Hemel-Advocaat aan de Rechterhand des Vaders.
De blijdschap wordt op aarde telkens weer getemperd. O, het ongeloof kan zo groot zijn. En menigmaal zwerven wij van den Heere af. Telkens weer is de Heere de Eerste om Zijn discipelen op te zoeken.
Straks ontvangt gij, kinderen des Heeren, de volle vrede. Dan is het uit met uw afzwerven. Dan hebt ge geen last meer van uw oppervlakkig bestaan. Dan moogt ge eeuwig den Heere zien.

„Hun blijdschap zal dan, onbepaald,
Door 't licht, dat van Zijn Aanzicht straalt,
Ten hoogsten toppunt stijgen."

Noordeloos. B. Bijleveld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1958

De Wekker | 4 Pagina's

De Paasgroet

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1958

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken