Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waar het licht gedoofd is

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Waar het licht gedoofd is

6 minuten leestijd

Wie vandaag het nieuws, dat uit een gistende wereld tot ons komt, hoort, verneemt ook telkens de namen van Tunis en Algerie. Feller nog dan het stekende zonlicht branden daar de hartstochten, waarin een nietsontziend nationalisme zich lucht geeft.
In de guerilla's die er gevoerd worden vloeit het bloed van duizenden en worden schatten gelds verteerd. Frankrijk wankelt erdoor en in eigen land en daarbuiten dreigt het in deze affaire zijn gezicht te verliezen. Nu ik dit tik houdt de massa in Parijs zijn waarschuwingsstaking. Men wil niet de dupe worden van de geldverslindende Noord-Afrikaanse politiek.
Voor het gebied waar deze woelingen en botsingen zich afspelen, „de kop" van Afrika is dit niet iets vreemds. Tal van malen in de geschiedenis is hier bloed gevloeid omdat de ene macht de andere uit het zadel lichtte en telkens weer heeft het woestijnzand de sporen van deze worstelingen bedekt en doen vergeten.
De bevolking van deze streken, een mengeling van verschillend bloed, geeft met zijn licht ontvlammende aard telkens nieuwe impulsen aan deze strijd, waarin Oost op West stoot en ongetemde vrijheid zich verzet tegen leiding. Vanouds woedt hier de wraaklust onbeschroomd en zoekt haar eigen wegen.
Dat in dit gistend gebied en zijn bevolking eens het christendom zijn voornaamste centrum had, bedenkt schier niemand in deze dagen, nu Tunesië en Algerije geregeld in het nieuws zijn.
Hier is het land waar het licht gedoofd is.
De strijd van nu speelt zich af op de ruïnes en resten van wat eens de glorie van de kerk Gods in deze wereld was.
God de Heere, Wiens gangen altijd wonderlijk zijn, had hier in grootse stijl zijn kerk gebouwd. Helderder dan ooit ergens hebben hier de morgenglansen van Gods heil geblonken.
Er moge op wat de Fransen in Noord-Afrika deden, gegronde aanmerking te maken zijn, het is hun eer dat zij weer hebben doen leven door allerlei opgravingen en onderzoekingen de indruk van wat eens het christendom in deze gebieden betekende.
Het zijn juist de Franse officieren geweest, die bij tijden het zwaard verwisselden voor de schop van de gravende onderzoeker. Dit dilletantenwerk is tot een systematisch onderzoek van geleerden geworden en verdwenen kerken, kapellen en christelijke gemeenschapstehuizen zijn weer, zij het in brokstukken, voor ons zichtbaar geworden.
In Algerië en Tunesië heeft men op deze wijze de laatste halve eeuw niet minder dan ongeveer 500 oud-christelijke vergaderplaatsen blootgelegd.
Wie in foto en schets daarvan iets onder het oog krijgt — een mooi werk daarvoor is het proefschrift van Dr. A.G. Luiks, Cathedra en Mensa — komt diep onder de indruk van de heerschappij die het evangelie in deze gewesten geoefend heeft.
Hoe de kerkplanting in Afrika tot stand gekomen is blijft Gods geheim. Wij weten het niet. Maar deze Berbers hebben hun hoofd gebogen; zij hebben hun heidendom vaarwel gezegd en hun oor geneigd naar de woorden Gods, die in een voor hen nieuwe taal, hun gebracht werden.
Hier aan de Noordkust van Afrika zijn grote mannen door God toegerust tot een taak, waarvan de kerk in de wereld van heden nog geniet. Wat Tertullianus, Cyprianus; Lactantius geweest zijn en geschreven hebben is vandaag nog van betekenis.
En vooral niet te vergeten Augustinus, de bisschop van Hippo, de man die én door Rome én door de Reformatie als kerkvader erkend wordt, heeft hier zijn gezegende arbeid verricht, waartoe God door zijn bekering hem geroepen heeft.
Waar nu de machtsstrijd een laaiend vuur wordt dat veel dreigt te verteren, werd eens een geestelijke strijd geleid tegen dwalingen, die verwoestend waren voor evangelie en kerk. Dat deze strijd gestreden werd, is voor die kerken, die naar de Schriften willen leven, nu nog tot zegen en vreugde.
Of dit alles onder dit volk zonder strijd ging? Ook hierin openbaarde zich dezelfde felheid van karakter, die het volk van deze streken eigen is.
Wie zich eens verdiept in de manier waarop b.v. Augustinus dit volk geleid heeft schudt wel eens zijn „wijze" Westerse hoofd. Gemeten naar maatstaven van ons en nu ging het er soms wonderlijk naar toe. Maar Augustinus kende zijn volk — hij was er een kind van — en wist ze daarom in hun hart te treffen.
Op te zwepen wist hij ze tot een beeldenstorm tegen de heidense tempels en afgoden, waarbij die der Geuzen in ons land, maar kinderspel was. Een andere keer wist hij ze te striemen over hun nog heidens getinte leven of ze te laven uit de bronnen van Gods vertroostingen, die geopend zijn voor de grootste der zondaren.
Soms hanteerde hij het wapen van de spot. Ik geef een voorbeeld: Een van zijn voetstuk gestoten afgodsbeeld was door de, den heidenen gezinde overheid ergens in veiligheid gebracht en vandaar door de christenen gestolen. De overheid doodde hiervoor zestig christenen en eiste toen het beeld terug.
Augustinus antwoordde in de volgende sarcastische brief: „Uw monsterachtige wandaad is al overal berucht, uw onwaarschijnlijke wreedheid, schokt de aarde, en stoot door tot den hemel; bloed glinstert op uw pleinen, in uw tempels. Bij u zijn de wetten van Rome begraven en wie de meesten heeft doodgeslagen zit, met lof overladen, als voorzitter in uw raadhuis. Maar goed: nu het voornaamste Gij praat over uw Herculus (het beeld) die was van u. En ge krijgt hem terug: er is hier wel een groeve, aan steen geen gebrek, marmersoorten te kust en te keur, kunstenaars voor het uitzoeken. Voor de rest wordt uw god met alle zorg uitgehouwen, gerond en gepolitoerd. Wij doen er ook wat menie bij om hem felrood en uw plechtigheden nog wat schreeuwender te maken. Want als ge zegt die Hercules was van ons, dan leggen wij de penningen bijeen en kopen u bij uw eigen beeldhouwer uw god terug. Maar geeft gij ons dan die levens terug".
Hier gaat iets voor ons in lichten van de felheid waarmede eens in Noord- Afrika gestreden werd tegen een ondergaand heidendom.
De heidenen sterven in het doopvont of sterven uit zei Augustinus eens. En hij heeft het christendom zien triumferen.
En met zijn aangrijpende prediking heeft hij deze overwinning begeleid. Een overwinning, waarvan wij nog slechts de resten en de herinnering over hebben.
Het licht is gedoofd in dit woelige land. Vandalen en Muzelmannen hebben er hun voet gezet en enkele eeuwen nadat de bisschop van Hippo de ogen sloot was de bloeiende Noord-Afrikaanse kerk in een puinhoop verkeerd.
En nu? Weer wordt er gestreden maar het licht van het evangelie schijnt er niet en oefent geen kracht. Het ging verder op zijn gang naar het Westen: het kwam tot ons. Totdat het misschien ook hier gedoofd wordt?
Het licht des heils blijft altijd genadelicht.
Daarom verheugt u, terwijl gij het licht hebt.
De duisternis is daar waar het gedoofd werd dikker dan voordat het er kwam.
Tunesië en Algerië bewijzen het.

Kremer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1958

De Wekker | 4 Pagina's

Waar het licht gedoofd is

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1958

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken