Bekijk het origineel

De kinderdoop in geding (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De kinderdoop in geding (2)

Baptistische critiek

4 minuten leestijd

Met Dopersen hebben de Baptisten gemeen, dat zij de kinderdoop absoluut verwerpen.
Zij zijn ons overigens heel wat sympathieker dan de Anabaptisten, die aan de zaak van de Hervorming zoveel schade hebben berokkend. Zij staan ook veel dichter bij ons dan de huidige Doopsgezinden, die voor het grootste deel puur vrijzinnig zijn.
Het Baptisme is in het begin van de zeventiende eeuw in Engeland ontstaan. Het viel weer uiteen in twee richtingen: de Arminiaanse en de Calvinistische. Er waren dus Baptisten, die de algemene verzoening en de vrije wil op de voorgrond stelden, en er waren Baptisten, die handhaafden, dat de genade particulier is. Later hebben beide groepen zich verenigd.
Vanuit Engeland is het Baptisme naar Amerika overgeplant, waar het een goede voedingsbodem gevonden heeft. In de Verenigde Staten zijn thans millioenen Baptisten, verdeeld over verschillende denominaties.
In de negentiende eeuw ontstond er ook een Baptistische beweging op het vasteland van Europa. Piëtische en methodistische invloeden waren hier niet vreemd aan.
De vader van het Nederlandse Baptisme is dr. J.E. Feisser. Hij was als Ned. Herv. predikant in het Drentse dorpje Gasselternijveen eerst een aanhanger van de Groninger school. Maar toen God hem had doen verstaan, wat zonde en genade is, kwam hij in conflict met gemeenteleden en kerkbesturen.
Het verontrustte hem, dat alle leden der gemeente maar Avondmaal vierden, en hij kreeg bezwaar om zonder meer alle kinderen te dopen, omdat de ouders nu eenmaal Hervormd waren. Hij meende, dat de kerk door de kinderdoop in diep verval was geraakt.
Feisser werd afgezet. Daarna kwam hij in contact met Duitse Baptisten, en in 1845 liet hij zich met enkele anderen dopen in een kanaal.
In 1881 sloten de meeste Baptisten gemeenten zich aaneen tot een unie. De officiële naam is thans: Unie van Baptisten Gemeenten in Nederland. Er behoren ongeveer 7500 leden toe.
Het sjibboleth van de Baptisten is nog altijd de verwerping van de kinderdoop en de bediening van de doop door onderdompeling na belijdenis van het geloof.
Het Baptistisch beginsel werd in ons land verdedigd door ds. J. de Liefde, die eerst Doopsgezind predikant was, zich daarna bij de Baptisten voegde, en later weer met hen brak.
Hij schreef in 1844 een brochure om de kinderdoop te bestrijden. Volgens hem mocht de doop als teken van het geestelijke verbond alleen bediend worden aan hen, die blijk gaven van hun wedergeboorte. En alleen wedergeborenen konden daarover oordelen.
Het was ds. H.P. Scholte, die hierop antwoordde met „De Heilige Doop, of het teken in het vleesch, ook voor de kleine kinderen der gelovigen, ter verzegeling van het Eeuwig Verbond" (1845).
Uit deze titel blijkt al wel, hoe Scholte erover dacht. Hij ging uit van het verbond der genade, waartoe ook de kinderen der gelovigen behoren. Als de kinderdoop wordt bediend, wordt daarbij niet gebouwd op een „vermoedelijke wedergeboorte" in ons.
Het is bekend genoeg, dat er enig verschil was tussen De Cock en Scholte. De Cock dacht meer verbondsmatig. Hij moest niets hebben van een „half Mennistendom".
Maar wij zien, dat de bestrijding van de kinderdoop ook Scholte aanleiding heeft gegeven om zich duidelijk uit te spreken en het gereformeerde standpunt te verdedigen.
In de jaren tussen 1860 en 1870 zijn twee predikanten van de kerk der Afscheiding in conflict gekomen met het Baptisme. Het waren ds. K.J. Pieters te Franeker en ds. J.R. Kreulen te Hallum, die in 1861 een werkje uitgaven onder de titel: „De kinderdoop volgens de beginselen der Gereformeerde Kerk". Er wordt in dit waardevolle boekje een verklaring gegeven van het doopsformulier in het licht van de Schrift en in de lijn van de Reformatie.
Een zekere Willms, ouderling bij de Gemeente der gedoopte Christenen (Baptisten) te Ihren in Oost-Friesland, heeft hen fel bestreden in zijn boekje: „De kinderdoop der Gereformeerden". Hij achtte de kinderdoop in strijd met de leer van de onmacht van de mens, personele verkiezing, bijzondere verlossing, krachtdadige roeping en volharding!
Ds. Pieters, die met zorg de toenemende invloed van de Baptisten in de Noordelijke provincies gadesloeg, beschouwde het toen als zijn roeping om ernstig tegen het Baptisme te waarschuwen in een nieuw geschrift: „Het Baptisme" (1866). Daarin wees hij als grondfout van het Baptisme aan: de vereenzelviging van verkiezing en verbond der genade.
De doop is op dat standpunt een verzegeling, dat men uitverkoren en gelovig is. Maar volgens Gods Woord en de belijdenis wordt de belofte van het Evangelie door de doop aan ons betekend en verzegeld. Op die belofte is ons geloof gericht.
Mede door deze geschriften van Pieters en Kreulen heeft de echt gereformeerde visie op verbond en doop in de Chr. Ger. Kerk vóór 1892 al meer ingang gevonden. De strijd om ook in dit opzicht tot klaarheid te komen is niet tevergeefs geweest.

Van Genderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1958

De Wekker | 4 Pagina's

De kinderdoop in geding (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1958

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken