Bekijk het origineel

Alles Volbracht (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Alles Volbracht (1)

7 minuten leestijd

Joh. 19 : 30m. Het is volbracht.

Op de voormuur van een klein kerkgebouw der „Afgescheidenen" stond aan de linkerzijde van de ingang: De mens niets. Aan de rechterzijde: Christus alles.
Voor velen is zulk een ingang te eng. Christus willen zij wel erkennen als een, die enige, desnoods veel betekenis heeft; maar alles is toch teveel voor hen.
Zoeken wij een andere ingang, een andere poort der gerechtigheid, dan zullen wij in Gods weegschaal te licht bevonden worden.
Gods kinderen leren op al het hunne de dood schrijven. Door het werk van de Heilige Geest leren wij dan verstaan dat wij een Zaligmaker nodig hebben. Die alles volbracht heeft.
De lijdensweg predikt ons geen andere toegangspoort der zaligheid. Die lijdensweg is de kruisweg.
Thabor was praeludium van Golgotha,
Mozes en Elia spraken daar met Jezus over Zijn uitgang (exodus) te Jeruzalem. Golgotha laat ons die uitgang zien: een uitgang op het vloekhout. Nooit zou er voor een goddeloze zondaar een ingang mogelijk geweest zijn in het Vaderhuis, zonder Jezus' uitgang te Jeruzalem. Wie het geheim van zaligworden leert op de school der genade, zal dit beamen.
Op het kruis sprak Jezus de bekende kruiswoorden. Elk kruiswoord spreekt van Zijn borgwerk. Elk kruiswoord is een evangeliewoord, vol schatten voor het ontdekte zondaarshart.
Het zesde kruiswoord is ook zulk een schat. Iemand heeft eens gezegd: Er is nooit een woord gesproken dat zaliger is voor de mensen, lieflijker voor de engelen, ontzettender voor de duivelen, behaaglijker voor God". (Ds. Knap). Dan blijkt ook duidelijk welk een geweldige plaats ieder kruiswoord in het lijden van Christus inneemt. Ook is duidelijk dat het zesde kruiswoord naar de hemel en de aarde wijst, naar God, de mensen en de duivelen. Christus heeft betekenis voor het volle leven van de mens; eveneens voor het leven der engelen en der duivelen.
Mogen wij dit woord ook recht verstaan; zó, dat er geen woord lieflijker is voor ons hart dan dit woord, dit zesde kruiswoord: Het is volbracht!
Het is volbracht.
Dit woord is maar niet een zegekreet, een uitroep, welke wil zeggen: gelukkig is het lijden aan het eind en Ik heb toch overwonnen.
Jezus is de Borg, Die een opdracht van de Vader heeft vervuld (Joh. 17 :4, 5). Dat stond vast van eeuwigheid. Jezus is gekomen om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen (Matth. 20:28). Dat grote werk is nu volbracht. Hij nam de edik en sprak het zesde kruiswoord.
Het zesde kruiswoord is eigenlijk maar één woord.
Jezus sprak niet bepaald tot iemand; niet tot Zijn Vader of moeder; niet tot een boetvaardige zondaar of een worstelende zondares. Dit zesde kruiswoord klinkt op tot in de hemel; de klank van dit woord moet worden gehoord in de hel. Zo wijd als Gods uitspansel is, moet het worden beluisterd.
Allereerst moet Zijn Vader in de hemel het horen. Uw opdracht aan Mij, is volbracht. Vader! Voleind is, wat Gij Mij gegeven hebt te doen. Maar ook de engelen mogen en moeten het horen; zij waren begerig naar de betekenis van het verzoenend werk. Dit woord moet doorklinken in de hel. Satan moet beven en weten dat de Christus triumfeerde. Ja meer; hij weet nu dat zijn kop vermorzeld is. Ook al de helgeesten mogen sidderen. Niettegenstaande al het woeden der hel, is het volkomen offer volbracht, de poel van vuur en sulpher voor Gods kinderen gesloten. Beven, sidderen, moeten ook alle spotters op aarde, alle vijanden van het kruis. Maar wanneer wij ware discipelen van Jezus zijn, waarlijk in Hem geloven, onze smekingen tot Hem opheffen, gelijk de moordenaar aan het kruis deed, dan mogen wij ons verheugen in dit borgwerk en verstaan dat er geen woord is zaliger voor het hart, dan dit zesde kruiswoord. Dit woord is dan voor ons sieraad voor ons, vreugdeolie in plaats van treurigheid. Dit woord verklaart ons de mantel der gerechtigheid, de vrede voor het hart, de verzoening met God, het uitzicht op het Vaderhuis en het blij vooruitzicht voor de pelgrims. Dit woord verzekert ook de vastheid van het heil en de volkomenheid van het borgwerk van de Christus. Hier is vaste hoop voor alle gunstgenoten Gods. Zij, die alle poorten der verlossing gesloten zagen, toen zij het oog nog niet op de Christus mochten slaan, kunnen hier verzekerd zijn van de volkomen zaligheid. Hier is de troost voor hen, die ongetroost zijn, die het wenen der zondares verstaan en geen vreemdeling zijn van het tollenaarsgebed.
Dit zesde kruiswoord zegt niet iets onbepaalds, maar spreekt zeer positief. Daarom houdt dit kruiswoord zulk een zeker evangelie in, zulk een bepaalde boodschap, een boodschap, welke bepaald en troostvol luidt.
De boodschap van het zesde kruiswoord moet ook worden gebracht tot aan het einde der wereld. Maar ook tot onze naaste, vlak bij ons. Laten de predikers toch dit volle evangelie in heldere klanken doen horen. Wanneer de bazuinen van dit zesde kruiswoord geen heldere klanken doen horen, wordt slechts een verminkt evangelie gebracht. Een boodschap, welke dan de geruste in slaap wiegt, de blinde misleidt, de oppervlakkige niet opschrikt en de dwalenden laat gaan op het pad dat naar het verderf leidt.
Maar dit zesde kruiswoord kan ook worden misbruikt. Heel gemakkelijk kan worden gepreekt: Alles is volbracht; er behoeft dus niets meer te geschieden.
En ... alle mensen kunnen dus gerust zijn. Er is dus geen verdoemenis; voor niemand, want alles is volbracht. Je moet alleen maar geloven dat alles volbracht is. Er behoeft niets in de mens te geschieden. Wedergeboorte is niet nodig. Een Borg, Die door Woord en Geest de zaligheid in de Zijnen uitwerkt, behoeven wij niet. Hij heeft alles volbracht en wij hebben slechts te geloven. Men durft er nog niet bij te zeggen: tot dit geloven behoort niet het borgwerk van Christus. Geloven moet je zelf doen en kun je zelf doen. Laat men toch waken tegen zulk een misleidende leer.
Christus VOOR ONS moet helder worden gepreekt; maar niet minder duidelijk Christus IN ONS.
Nu moeten wij er ook goed acht op geven dat wij niet eerst heel wat moeten doen en heel wat moeten doormaken, eer wij werkzaam mogen worden met de Christus. Er is en wordt vaak gezegd: er moet eerst plaats gemaakt worden voor de Christus eer dat Christus aan de ziel mag worden gepreekt, maar dat houdt — hoe goed ook bedoeld vaak — dikwerf een verkeerde voorstelling in. Christus heeft alles volbracht en alle heil verworven. Dus ook de weldaad der levendmaking door de Heilige Geest. Dus ook de genade der ontdekking van de zondaar; ook de genade van de plaatsmaking voor Christus. Dat plaatsmaken voor Christus gaat niet buiten Christus om, maar is genade welke van Christus uitvloeit, door Zijn bediening. Hij werkt door Zijn Woord en Geest. Maar die genade ontdekt. Die genade leert de ontdekte zondaar God kennen. In de spiegel van Gods wet laat de Heer.e zien wie die zondaar voor Gods gericht is. Op Gods tijd wordt de Christus in de ziel wel geopenbaard en gaat het licht meer en meer op. Maar de ontdekking gaat ook door. Wij moeten immers leren: de mens niets; Christus alles. Dan leren wij bij het kruis zingen: Dit is, dit is de Poort des Heeren, daar zal 't rechtvaardig volk door treên....
Hebben wij dit al goed geleerd, lezers ?

v.d. M.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1959

De Wekker | 4 Pagina's

Alles Volbracht (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1959

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken