Bekijk het origineel

Het uitstel der liefde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het uitstel der liefde

6 minuten leestijd

„ . . . toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats waar Hij was". Joh. 11:6b.

Gods liefdewegen zijn vaak onbegrijpelijke wegen.
Zij leiden door donkere nachten van allerlei leed en kruis, door donkere nachten soms van de dood. Dan is aan 's mensen kant geen hoop, geen verwachting meer; maar juist in donkere wegen wil de Heere leren hoe groot Zijn liefde wel is. Dan onthoudt de Heere het mindere om het meerdere te geven.
Martha en Maria hebben dat ook ervaren.
Wij lezen in de Schrift: Lazarus werd ziek, ernstig ziek! En wat deden deze zusters? Zij zonden een boodschap tot Jezus zeggende: „Heere, zie, dien Gij lief hebt is krank".
Ja, zij kenden het adres waar zij komen mochten met hun zorgen, moeiten en verdriet. Zij wisten het: „Hij ging het land door, genezende alle ziekten en kwalen, die er waren onder het volk". Zou die grote Medicijnmeester dan niet naar dat huis van Martha, Maria en Lazarus willen komen? Zo nadrukkelijk zegt de Schrift ons: „Jezus nu had Martha en hare zuster en Lazarus lief".
Ik stel me voor, toen die boodschap verzonden was, hebben die zusters beurtelings uitgezien door het venster of die grote Geneesmeester niet kwam.
Maar telkens kwam de ontmoedigende boodschap: Nog niet gekomen!
Ja, in ons tekstwoord staat geschreven: „Als Hij dan gehoord had, dat Lazarus krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats waar Hij was".
Hoe onbegrijpelijk is hier dat uitstel der liefde.
Want in die twee dagen stierf Lazarus!
Lazarus werd begraven!
Lazarus lag in het graf en . . . Jezus was niet gekomen!
Kunt ge begrijpen hoe onverklaarbaar dit geweest zal zijn voor Martha en Maria? Hoe de vraagtekens zich vermenigvuldigd zullen hebben: Waarom?, waarom?
Tot anderen was die grote Medicijnmeester direct gegaan. Tot hen niet!
En nu lag Lazarus in het graf!
Nu was het te laat!
Misschien kent gij ook wel die onbegrijpelijke wegen van Gods liefde.
Daar was nood in uw huis, nood in uw ziel, en ge hebt de boodschappers uitgezonden: Ai haast U tot mijn hulp en red; Hoor naar de stem van mijn gebed; Daar ik U aanroep in mijn noden. En 't is donker gebleven in uw huis, donker in uw hart. Niet gekomen!, niet gekomen!, zo moet ge met Martha en Maria nu wel uitroepen Misschien hebt ge de moed wel opgegeven, want alles schijnt nu toch te laat!
Zo is het Paasfeest misschien wel een feest voor u geworden, dat in het donker is ondergegaan. Ge hebt naar het Paasfeest verlangd, ge hebt naar het licht van Pasen uitgezien, ge hebt met de psalmdichter gebeden: „Och Heere dat zich Uw heil aan mij mocht openbaren", maar 't Paasfeest is in het donker ondergegaan.
Ge hebt anderen horen zingen, en gij moet maar wenen.
Anderen werden in het volle licht van Pasen gesteld, en gij moet met Job getuigen: „Hij heeft mijn weg toegemuurd, dat ik niet doorgaan kan, en over mijn paden heeft Hij duisternis gesteld".
Hoe moeilijk kan het dan zijn, als heel ons leven, ook ons geestelijk leven, als overschaduwd wordt door de dood.
'k Zal tot God mijn steenrots spreken.
Waarom Heere vergeet Gij mij?
Ja, Gods liefdewegen zijn vaak onbegrijpelijk.
Toch maakt de Heere geen fouten.
De Heere weet wat Hij doet.
Dat uitstel was voor Martha en Maria toch enkel liefde!
Wij denken wel eens: „nu of nooit", maar ons uurwerk loopt altijd vóór of achter. Gods uurwerk echter regelt zich naar het vaste raadsplan van Zijn eeuwige liefde, en dan komt de Heere nooit te laat, maar altoos op de juiste tijd! En die juiste tijd is altoos als wij het niet meer weten, als wij het niet meer durven hopen of verwachten, opdat het zij gelijk geschreven is, die roemt roeme alleen in de Heere!
Zo kwam de Heere na twee dagen tot Martha en Maria.
Maria had de moed al helemaal opgegeven want ondanks dat komen van Jezus bleef Maria met haar verdriet in huis zitten. Martha echter ging Jezus tegemoet en dan stort zij haar hart voor Hem uit: „Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven", m.a.w. waarom, waarom nu toch die twee dagen uitstel, want nu is het te laat, nu is Lazarus gestorven, nu ligt Lazarus in het graf! „Zult Gij wonderen doen aan de doden?, of zullen de overledenen opstaan; zullen zij U loven?"
Zo was er voor Martha en Maria niet anders overgebleven dan de donkerheid van de dood, de donkerheid van het graf. Maar nu is het Pasen geweest! En Pasen zegt ons, dat er Eén is, Die staat boven de dood en boven het graf! Hij n.l. die tot Martha en Maria heeft getuigd: „Ik ben de Opstanding en het Leven, die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven".
Dat wonder van Pasen moest Maria leren, moest Martha leren, moesten de discipelen leren. Vandaar dat er in het 15 vs. staat: „En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt".
Zo zien wij dan het licht van Pasen vallen over dat uitstel der liefde. Dat licht van Pasen zien wij vallen ook over Lazarus' graf. Lazarus immers is niet in de dood gebleven, maar Lazarus is opgewekt uit het graf.
En dat wonder van Lazarus' opwekking uit het graf is tot op deze dag tot een teken gesteld van de wondermacht van Jezus liefde!
Zijn wondermacht bepaalt zich niet alleen tot een zieke Lazarus, maar juist tot een gestorven en begraven Lazarus!
Zo is er hoop, verwachting voor zondaren, die liggen in de geestelijke dood, in het geestelijke graf. Eigen herstellingsmiddelen baten hier niet. Eigengerechtigheden helpen hier niet. Neen, dan moet Lazarus sterven. Lazarus moet in het graf. Dan wordt het aan 's mensen kant een „afgesneden zaak"; aan alles komt een reuke des doods. Dan daalt in die wachtenstijd van twee dagen al onze hoop ten grave, maar Hij zal ons, zo zegt de Schrift, na twee dagen levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven". Hos. 6:2.
De beleving van dat leven moge dan de vrucht van ons Paasfeest zijn of worden. Dan zullen wij dat uitstel der liefde gaan verstaan, en zal ons hart gestemd worden om met de apostel uit te roepen: „Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen." 1 Tim. 1:17.

Dordt. (Dordrecht) Ds. M. Baan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1961

De Wekker | 8 Pagina's

Het uitstel der liefde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1961

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken