Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Er moeten doopregisters worden aangelegd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Er moeten doopregisters worden aangelegd

Kerkorde (247)

5 minuten leestijd

We zijn thans gekomen tot artikel 60 van de Kerkorde. Het luidt aldus: De namen der gedoopten, alsook der ouders en getuigen, en evenzo de tijd van de Doop zullen volledig in het Doopboek opgetekend worden.
Hier hebben we een van de oudste bepalingen der Kerkorde. Het bekende Convent van Wezel, 1568, sprak reeds uit: Het is buiten kijf, dat het ten hoogste dienstig is, zowel voor de kerk als voor het Gemenebest, dat de namen der kinderen, ouders en getuigen in de publieke registers worden opgetekend, Cap. VI,5. De Synode van Dordrecht, 1574, ging nog een stap verder en schreef het aanleggen van Doopboeken gebiedend voor. De Synode van Dordt, 1578, herhaalde dit, maar voegde er nog aan toe, dat men ook de tijd „op welcken den doop geschiet is" moest opschrijven, cap. Il,IX. Middelburg, 1581, 's-Gravenhage, 1586, en Dordrecht, 1618/19, gaven hetzelfde voorschrift, en zo is het tot op heden gebleven.
Nu kan men de vraag stellen: waarom hebben alle synoden zich met deze zaak bezig gehouden? Welke motieven hadden de kerken voor deze bepaling? Het antwoord op deze vraag is niet moeilijk te geven. Ik wijs dan allereerst maar op het feit, dat het Convent van Wezel, het aanleggen van Doopregisters „ten hoogste dienstig" oordeelde voor het Gemenebest; of anders gezegd, het was, naar het oordeel van het Convent, een zaak van Staatsbelang. Dit moge voor ons ietwat vreemd klinken, maar voor die tijd was het helemaal niet vreemd, omdat men toen nog geen Burgerlijke Stand kende. De Overheid hield, niet, zoals thans, officiële registers bij, waarin geboorte, huwelijk, echtscheiding en dood, werden aangetekend. Dit geschiedde door de Kerk. Voor de Reformatie was dit het geval, en dit bleef ook na de Reformatie zo. Het Convent van Wezel wees hier nog eens nadrukkelijk op. Maar verder waren er nog heel andere motieven voor het aanleggen van Doopboeken. De kerken toch moesten zich altijd zekerheid kunnen verschaffen omtrent iemands Doop. Ongedoopten mochten geen Avondmaal vieren en huwelijken van ongedoopten mochten niet kerkelijk worden ingezegend. Bovendien kon de kerk door het aanleggen van dergelijke registers beter toezicht houden op de gedoopten, en eveneens op de ouders of getuigen. Een en ander wordt prachtig omschreven in de acta van de part. synode van Rotterdam, 1581: de namen der gedoopten kynderen ende der ouders ende getuygen noch de dach haers doops en worden in veelen kercken nyet opgeschreven. Nochtans wort dat raedtsaem geacht om dieswille eenige hartneckige Papisten ende de Wederdooperen, oyck de verachters der sacramenten, heuren kynderen ongedoopt laten, opdat de gedoopte opgewaschen heures doops versekert syn mogen, dat men op deselve oyck te beter opsicht hebbe ende die versorge, dat men de getuygen moge heures ampts vermanen, opdat namaels geen ongedoopte ten avontmael toegelaten en worden, opdat deghene, die den doop nalaten, als verachters des verbonts Godes ter gelegentheyt vermaent mogen worden soot behoort ende, behalven tgene voorsz. is, opdat het ouderdom der kynderen, de namen heurer ouders ende heur borgerrecht, alles tot civilen saecken dienende, uut de opschryvinge der gedoopten kynderen bewesen moge werden. Is daeromme noodich hier ordre op gestelt te worden, R. en v. V. Acta enz., II, 194 v.
Uit bovenstaande moge duidelijk zijn, dat de kerken belang hadden bij het aanleggen van Doopregisters, en, zoals vanzelf spreekt, ieder particulier had er belang bij. Men had in burgerlijke en kerkelijke zaken heel dikwijls een bewijs nodig, dat men gedoopt was. Daartoe werd dan de doop-cédule, doopceel, gelicht.
Hoewel de synoden van meetaf voorschriften omtrent het aanleggen van een Doopboek gaven, hielden lang niet altijd de kerken zich hieraan, en daaruit kwamen dan weer allerlei moeilijkheden voort. Dikwijls moesten de kerkelijke vergaderingen nalatige predikanten (want aan hen was in het bijzonder de verzorging van de Doopboeken opgedragen!) aan hun plicht herinneren. Soms werden door kerkelijke vergaderingen maatregelen genomen om het wegraken van Doopboeken te voorkomen. In de tweede helft van de 18e eeuw moesten op last van de Overheid contra-doopboeken worden bijgehouden, d.w.z. er moest een dubbeldoopboek worden aangelegd. Later toen de band tussen Kerk en Staat was losgemaakt, en de Code Napoleon, 1804, voorschreef, dat er openbare registers van de Burgerlijke Stand moesten worden gehouden, verloren de Doopboeken hun betekenis voor het burgerlijke leven, voor het „Gemenebest". Op 21 aug. 1811 werd door het Franse bestuur aan de kerkeraden bevolen de geboorte- en doop-protocollen aan de Maires (burgemeesters) der burgerlijke gemeenten af te staan.
Voor de kerken bleven en blijven de Doopregisters hun grote betekenis behouden. Elke kerkeraad heeft toe te zien, dat zij nauwkeurig worden bijgehouden. Soms treft men op dit punt nog een grote slordigheid aan! De kerkvisitateren hebben hierop altijd wel te letten.
Vermeldenswaard is nog, dat het nauwkeurig bijhouden van de doopregisters verschillende personen van Joodse afkomst, maar overgegaan tot het Christendom, van een wisse dood heeft gered tijdens de Jodenvervolging onder het Hitlerregime.
Tenslotte wijzen we nog op het feit, dat de oudste Doopboeken wel de tijd van de Doop doch niet de tijd van de geboorte vermelden. Dit verwondert ons niet, als we bedenken, dat de Doop heel spoedig na de geboorte plaats vond, „zodat onder geboorte- en dooptijd vrijwel hetzelfde verstaan werd".

A. (Apeldoorn) H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1961

De Wekker | 8 Pagina's

Er moeten doopregisters worden aangelegd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1961

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken