Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Loon naar werken (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Loon naar werken (III)

7 minuten leestijd

Het loon, dat in de Heilige Schrift aan de gelovigen in het uitzicht wordt gesteld, mist dus elke betekenis van verdienste. Het is louter genadeloon.
Daarom wijzen wij het Roomse standpunt, waarbij van verdienstelijkheid der goede werken wordt gesproken, af. De Roomse kerk kan zich loon niet anders voorstellen dan als verdiend. Goede werken geven recht op loon.
Het is Gods genade, dat een mens goede werken voortbrengt. Die genade kan een mens niet verdienen. Zij is een vrije gave van God. Dat leert de Roomse kerk ook. Maar volgens Rome geven de goede werken, die door genade worden verricht, recht op loon en zijn dus verdienstelijk. Dat de Roomse kerk daarbij ook een ander genade-begrip hanteert, gaan we nu maar voorbij.
Wij Protestanten zeggen, dat alles genade is: de goede werken en ook het loon.
Toch blijft de vraag bestaan of er dan tussen goede werken en dat genadeloon geen enkele relatie bestaat. Ontvangt om zo te zeggen de moordenaar aan het kruis, die pas in het laatste uur van zijn leven in zijn geloof de goede werken van gebed en verootmoediging beoefende, hetzelfde loon als Maria, wier ganse leven door goede werken werd gesierd? Er is toch verschil in heiligmaking. Luther zei eens: ik ben net zo rechtvaardig als Maria, waarbij hij het oog had op de volkomen gerechtigheid van de Heere Jezus, die door het geloof de zijne was, maar niet zo heilig als zij, waarbij hij dacht aan de actieve heiligmaking in het leven der gelovigen.
De vraag is dus of God bij de uitdeling van het loon, dat genade is en genade blijft, nog rekening houdt met de mate der heiligmaking, die in het leven der gelovigen beoefend werd.
Er zijn theologen geweest, die deze vraag bevestigend meenden te moeten beantwoorden.
Kuyper maakt in E Voto bij de bespreking van Zondag 24 van de Catechismus onderscheid tussen het eeuwige leven, dat al de gelovigen ontvangen en een bijzondere eer of genieting in dit eeuwige leven. Christus heeft voor al Zijn verlosten het eeuwige leven verworven. Maar daar komt bij, dat enkele verlosten nog een genadeloon bovendien ontvangen. Dit genadeloon is voor ieder verschillend.
Ook Bavinck meent, dat er onderscheid in heerlijkheid is naar gelang van de werken, die door de gelovigen hier op aarde verricht zijn.
Er zijn Schriftwoorden, die in deze richting schijnen te wijzen. Kuyper wijst vooral op 2 Cor. 15 : 10, waar de apostel schrijft, dat wij allen moeten openbaar worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
De Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders met Zijn engelen en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden (Matth. 16:27). Ook God zal een ieder vergelden naar zijn werken (Rom. 2:6). Wat een mens zaait zal hij ook oogsten (Gal. 6:7). Zoals de glans van de zon anders is dan die van de maan en der sterren en de ene ster verschilt van de ander, zo zal het ook met de opstanding der doden zijn (1 Cor. 5:41). De zaligheid is wel voor alle gelovigen, maar er is verschil in glans en heerlijkheid.
Toch is het de vraag of Kuyper en Bavinck hier de zaak recht stellen. Geeft de Schrift inderdaad grond voor hun beschouwing?
Bijzonder leerzaam is in dit verband de bekende gelijkenis van Jezus over de arbeiders in de wijngaard (Matth. 20).
Jezus vertelt van een heer, die des morgens vroeg arbeiders voor zijn wijngaard ging huren. Hij kwam met hen overeen, dat ze voor een denarius per dag voor hem in de wijngaard zouden werken.
Om een uur of negen zag de heer andere arbeiders werkeloos op de markt staan. Hij sprak tot hen: Gaat ook werken in mijn wijngaard en wat billijk is, zal ik u geven.
Om 12 en 3 uur huurde hij nog weer opnieuw arbeiders, zelfs om 5 uur, dus vlak voor het einde van de dag. En toen het op betalen aankwam, gaf hij allen evenveel.
Farizeën en tollenaars ontvangen door de genade van God dezelfde zaligheid. De moordenaar evengoed als Maria. De zaligheid is niet afhankelijk van menselijke prestaties, maar slechts van de goedheid en de genade van God.
Van een gradatie of een variatie in het loon is hier geen sprake. En ook uit de andere genoemde teksten blijkt dit niet.
Paulus zegt, dat ieder vergolden wordt naar hetgeen hij gedaan heeft (2 Cor. 5:10). Ieder wordt vergolden naar zijn werk (Rom. 2 : 6, 1 Cor. 3:8; Gal. 6:8). Maar het gaat daar niet om de aard of het aantal van de goede werken, waarnaar iemand vergolden wordt, maar om goed of kwaad. Zij, die in het goeddoen volharden, ontvangen het eeuwige leven, maar zij, die de waarheid ongehoorzaam en de ongerechtigheid gehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap (Rom. 2:6). Wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven hebben (Gal. 6:8). Hier staan vlees en Geest, verderf en eeuwig leven tegenover elkaar. Dus kwaad en goed en niet een onderscheid in goede werken.
Dat betekent natuurlijk niet, dat er in het hiernamaals geen onderscheid in heerlijkheid zal zijn onder de gezaligden. Dat zegt de Schrift duidelijk. Maar nergens wordt gezegd, dat dit onderscheid samenhangt met verrichte goede werken. Dit onderscheid in heerlijkheid wordt niet in verband gebracht met de gedachte aan loon.
God is vrij ieder der verlosten heerlijkheid te geven naardat Hij wil. Waarom zou Hij niet de moordenaar aan het kruis dezelfde heerlijkheid kunnen geven als Maria? En toch heeft de moordenaar aan het kruis niet zoveel goede werken beoefend als Maria.
Wordt, wanneer verband gelegd wordt tussen de aard van de goede werken en de aard van het loon, toch weer niet de gedachte aan verdienstelijkheid in het geding gebracht?
Maar doet het er dan in het geheel niet toe, hoe men als gelovige leeft? Als men maar gelooft in de Heere Jezus en Hem als Borg en Zaligmaker heeft leren kennen, is het dan voldoende? Komt het dan op de vruchten minder aan?
Als dat zo was, zou de Schrift goddeloze en zorgeloze mensen maken. Terecht zegt de Catechismus, dat het onmogelijk is, dat die Christus door een waar geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid (Zondag 24).
Hij, die leeft uit het ware geloof, vraagt niet: met hoe weinig kan ik toe. Zulk een bewijst juist het ware geloof te missen. Het geloof komt juist in de vruchten openbaar.
Waar het ware geloof in het hart gewerkt wordt, zal er een ijveren in goede werken zijn.
Paulus zegt: Niet dat ik het reeds verkregen heb of reeds volmaakt ben, maar ik jaag er naar of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik ook gegrepen ben door Jezus Christus (Fil. 3 : 12).
Gods kinderen worden door Christus gegrepen tot volmaaktheid. En Hij zal hen eens volmaakt aan de Vader voorstellen. Dat is Zijn werk, maar tegelijk leert Hij ook door Zijn Geest de Zijnen naar die volkomenheid jagen.
Er is bij Gods volk een afsterven van de oude mens en een opstanding van de nieuwe mens. En dit laatste openbaart zich in een lust en liefde om naar de wil Gods in alle goede werken te leven (Zondag 33
v. d.Cat).
Waar deze goede werken worden gemist is het geloof dood. Daar heeft men geen deel aan Christus en zal men het loon van eeuwig leven ontgaan.
Maar door Jezus Christus zullen de goede werken, die opkomen uit het geloof, heerlijk worden beloond. Niet uit verdienste, doch uit genade.
Mag echter in het zich beijveren in goede werken dit loon ook als een aansporing en stimulans worden gebruikt? Dit is onze laatste vraag.
Daarover nog iets in een slotartikel..

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1962

De Wekker | 8 Pagina's

Loon naar werken (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1962

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken