Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rondom 1892 (Slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rondom 1892 (Slot)

5 minuten leestijd

We gaan met dit artikel het historisch overzicht rondom 1892 besluiten. Nog bij enkele feiten staan we stil.
Op 7—17 juni kwamen de Chr. Geref. Synode en de Dol. Synode beiden te Amsterdam bijeen. Op de Chr. Geref. Synode werd het bezwaarschrift van Van Lingen en Wisse, medeondertekend door 617 leden, behandeld. Het bezwaarschrift richtte zich tegen de voorwaarden, die de Synode van Leeuwarden had gesteld, en die de Dol. Synode had aanvaard. De bezwaarden gaven te kennen, dat de gemeenten niet genoeg in de zaak gekend waren; dat de beginselen der Afscheiding en Doleantie met elkaar in strijd waren; dat ze niet alle gemeenten in Doleantie ontstaan, erkennen konden voor zuivere kerken naar Belijdenis en Kerkenorde; dat de wederzijdse liefde ontbrak; dat de leer, die door voorgangers der Dolerende kerken de laatste tijd uitgesproken en geleerd werd omtrent wedergeboorte en de heilige doop, niet naar de Schrift was. De bezwaarden spraken zich niet uit tegen een vereniging. Dat zou onbijbels en onconfessioneel geweest zijn. Ze begeerden een ware vereniging. Daarom spraken ze: „Tegen die vereniging, op dit tijdstip, en volgens deze voorwaaiden richt zich juist onze bede. Broeders!, sluit thans nog niet definitief de door zovelen gevreesde vereniging. Geef althans vooraf alle gemeenten de gelegenheid zich openbaar uit te spreken", enz.
Het bezwaarschrift was een waardig stuk. Het bezwaarschrift was een bede, een hartekreet. Het waren geen malcontenten, geen ontevredenen, geen scheurmakers, zoals wel van hen gezegd is. Met deze woorden hen te betitelen, heeft men hen groot onrecht aangedaan. Prof. Kremer heeft eens kernachtig gezegd: „Het waren geen malcontenten maar profeten". Inderdaad. Ze hadden het filosofische kerkbegrip en de verbondsbeschouwing van de leider der Doleantie door.
Het bezwaarschrift is op de Synode behandeld. Op advies van de rapporterende commissie werd het afgewezen en de Synode besloot op de voorwaarden op de Synode te Leeuwarden gesteld, de vereniging tot stand te brengen. De Synode sprak uit over het laatste punt in het bezwaarschrift, dat, aangezien de vereniging geschiedt op grondslag van eenheid in Geref. Belijdenis en Kerkenorde, bezwaren tegen gevoelens betreffende het een en ander stuk der leer steeds op bevoegde kerkelijke vergaderingen kunnen worden gebracht en aldaar beoordeeld worden. Dit was een Synode onwaardig antwoord. Als de vereniging gesloten was, kon men zich toch niet meer bezig houden met zaken, die vóór de vereniging moesten worden onderzocht en behandeld? Trouwens toen de kerkeraad van Bedum (A) 1896 met bezwaren op de Synode kwam, werd gezegd, dat men vertrouwen had in de leer van Kuyper en dat de hoogleraren van Kampen verklaard hadden principieel aan de zijde van Kuyper te staan. Het werd de kerkeraad van Bedum bericht. Lindeboom verging het net zo, toen hij bezwaren inbracht tegen de onschriftuurlijke leer van dr Kuyper jr. De Friese Synode wees zijn bezwaren af.
Eer de vereniging in 1892 tot stand kwam, kwam nog de naam der Kerken aan de orde. De Chr. Geref. Synode nam met 22 tegen 16 stemmen het besluit de naam Chr. Geref. Kerken te handhaven. De Dolerende Synode berichtte toen ze het besluit vernam, dat toegeven onmogelijk was. Er werd gezegd: De Ned. Geref. zouden dan uit de lande verdwijnen en niets dan Chr. Geref. zouden overblijven. De éne groep zou in de andere zijn ingelijfd. Men zou zich onzerzijds laten annexeren. De naam Chr. Geref. zou ons alzo isoleren van het lichaam waartoe we behoren. De Chr. Geref. Synode moest op haar besluit terugkomen. Ze deed het. Iets dat nog aan de Afscheiding deed denken moest weg. Dat was de opzet der Dolerenden. Van Lingen heeft dat niet verzwegen in zijn geschriften. Van Raalte (vrijgem.) erkent, dat het Afscheidingsbeginsel werd opgeheven, inplaats van erkend.
De bezwaarden gingen niet met de vereniging mee. Het werd hen zwaar aangerekend. Ook vandaag nog wel. Waren het malcontenten, kerkjespelers, scheurmakers? Neen. Het verslag der vergadering van 20 juli 1892 bewijst het tegendeel. Toen daar 13 broeders van z.g. Vrije Gereformeerde Kerken kwamen, die verklaarden „met droefheid de vereniging van de Chr. Geref. Kerk met de Ned. Herv. Kerken te hebben vernomen", werd er toen een poging gedaan met deze mensen een kerk te stichten? Neen. Er werd gezegd op de vergadering te Utrecht op 20 juli: ,,Men moet vóór alle .dingen wel bedenken, dat wij hier als Chr. Geref. zijn vergaderd. Vóór alle dingen moet het beginsel zuiver gehouden worden, dat wij blijven, wat wij tot dusver altijd geweest zijn". Er werd voorts uitgesproken: „De vergadering verklare openlijk en duidelijk, dat de kerk, door haar vertegenwoordigd, niet is een nieuwe stichting, maar zuivere voortzetting der aloude Christelijke Gereformeerde Kerk, gelijk zij in de dagen der Scheiding is herleefd".
Ik eindig met een woord van ds H. Janssen in 1921 geschreven: „Het zal misschien nog jaren duren alvorens een andere beschouwing over 1892 baan breekt. Maar zij komt wel. Als wij maar verder zijn en de doorwerking van de verschillende beginselen in de Geref. Kerken duidelijker aan het licht treedt, zal er wel anders over de bezwaarden van 1892 worden geoordeeld dan thans". Ds Janssen heeft al enigszins gelijk gekregen. Bij verschillende Vrijgemaakten is er meer waardering gekomen voor de bezwaarden van 1892. De lectuur bewijst het. Zonder ons op de borst te slaan, hebben wij bij veel valse oecumeniciteit een pand ons toevertrouwd te bewaren. Het Afscheidingsbeginsel houdt in echte oecumeniciteit. Van Lingen en Wisse hebben dat goed gezien. Er kome bij ons in deze geen verflauwing van beginselvastheid.

M. (Midwolda) H. U. Westerterp

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1962

De Wekker | 8 Pagina's

Rondom 1892 (Slot)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1962

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken