Bekijk het origineel

Herberg, stal en kribbe

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Herberg, stal en kribbe

5 minuten leestijd

In Bethlehems stal, lag Christus de Heer...
Dat is één van de vele Kerstliederen die zingen over de stal. 't Lijkt zo simpel.
Toch is er nog steeds verschil van mening over het antwoord op de vraag: „Wat wordt met de stal bedoeld?"
Er zijn drie mogelijkheden:
a) 't Gaat om de „stal" van de herberg.
b) De stal is de „Stalruimte" van een fellah-woning.
c) De stal is een „grot" uit de omgeving.
Ad a). Een oosterse herberg is heel wat anders dan een westerse. Een karavanserai is een door een muur omgeven plein. Je zou kunnen zeggen: een binnenplaats. Langs de muur van de binnenplaats was ruimte voor de mensen met hun tenten; in het midden was dan de zgn. „stal", een ruimte voor de rijdieren en het vee! Men zegt, dat door gebrek aan ruimte in het reizigersgedeelte. Jozef en Maria een plaats gevonden hebben tussen de dieren.
Toch valt dit heel moeilijk te accepteren.
Ten eerste omdat de oosterse gastvrijheid groot is — men maakt gewillig ruimte, zodat het reizigersgedeelte rondom de muur al breder wordt. Maar dat is natuurlijk niet tot in het oneindige mogelijk. Op een gegeven ogenblik valt er niets meer te verbreden omdat je dan op de (over)- volle „stal" stuit. Dan is de ,,herberg" vol. Er is werkelijk geen plaats meer.
Ten tweede, omdat er niet te kamperen valt in de „stal". ledere keer komen nieuwe dieren binnen. Die dringen en wringen zich net zo lang tusssen de andere dieren in de „stal", totdat ze een plekje gevonden hebben, waar ze nog wel kunnen liggen.
Een reiziger schreef: „Waar zo'n vermoeide kameel eenmaal neerzakt, daar sleep je hem met geen tien paarden vandaan". Het is met zo'n stal als met een volle bus. Je denkt: Er kan niets meer bij.
Maar bij de volgende halte persen zich nog eens tien mensen naar binnen. 't Is : onmogelijk om Jozef erop aan te zien, dat hij Maria in deze omstandigheden in een dergelijke „stal" heeft laten overnachten.
Uit de schriftgegevens kunnen wij tevens concluderen dat het reizigersgedeelte vol was. Jozef en Maria zullen wel bij de ingang van de herberg zijn afgewezen: „Geen plaats!"
Ad b). Er wordt ook gedacht aan de ,,stal" van een eenvoudige (Fellah)woning. 't Is nl. zo, dat in een dergelijke woning mensen en dieren in één (kleine) ruimte leven.
De bodem bestaat uit vast gestampte aarde — het verblijf van de dieren ligt iets lager. Een paar ruwe treden in het midden geven toegang tot een verhoogd gedeelte, waar de mensen verblijf hielden.
Zo kan een lam dus eten van de bete van de bewoner (2 Sam. 12 : 3).
Langs de treden zijn een paar eenvoudige voederbakken (kribben) aangebracht, die aan de dieren voedsel en binding gaven.
Jesaja vertelt: ,,Een ezel kent de kribbe van zijn meester" (1 : 3). Men veronderstelt, dat Jozef en Maria in deze stal gastvrijheid hebben genoten en de Heere Je- zus in zo'n voederbak gelegd hebben.
Dr. A. v. Deursen merkt hierover op: ,,Dat is niet denkbaar. Want dan zouden Jozef en Maria met een andere familie in één vertrek gewoond hebben. Toen het uur van de geboorte daar was, zou naar 's lands zeden geheel de woning ontruimd moeten zijn".
Blijft dus over de mogelijkheid die Ad c) genoemd is. 't Is nl. zo, dat de herders uit de omgeving van Bethlehem, in de velden van Efratha, grotten gebruikten als stal. Vandaag aan de dag zijn dergelijke grotten nog te vinden. Typerend in de geboortegeschiedenis is, dat de engel als teken aan de herders meegeeft: Gij zult het kindeke vinden in .. . „kribbe".
Het lidwoord ontbreekt nl. Kribbe mèt het lidwoord, dat zou betekend hebben: de u bekende kribbe! Dus: de kribbe in uw eigen dal. Kribbe, zonder lidwoord, wil zeggen: 't gaat om de kwaliteit, om de waarde van het teken van de Zaligmaker.
Hij is in doeken gewonden (als een echt kind, door Jozef geaccepteerd) èn ligt in een kribbe (teken van „geen plaats", armoede). Maar al zegt de engel 'een' kribbe, de herders snellen weg om te kijken.
En de geschiedenis uit Luc. 2 geeft ons beslist geen indruk, dat zij aan het zoeken zijn geweest. Ze zijn gegaan naar hun kribbe in hun stal.
Dat versterkt temeer de gedachte, dat wij hebben te denken aan een grot, die als stal diende.
Bij kribbe moeten we dan denken aan een voederbak voor het vee, waarbij de éne helft in de rotswand van de grot is uitgehouwen en de andere helft (uit leem gemaakt) aan de rotswand hing. (Fr. Rienecker).
Deze mening gaat terug op de oudste traditie. Reeds Justinus Martyr (geb. in 105 te Sichem) wees erop dat de Heere Jezus in zo'n grot-stal geboren werd. Hij verwees zelfs naar Jes. 33 : 16.
En één van de beste Palestinakenners, G. Dalman, schreef: „De oeroude traditie kan wel het juiste getroffen hebben".
Wie vandaag aan de dag Bethlehem bezoekt, treft er de Geboortekerk, die volgens de traditie gebouwd is over de geboortegrot. Boven de grot is een nis in de kerk. Op de bodem van die nis een ster van zilver met als randschrift (vanuit het Latijn vertaald): „Hier is Jezus Christus uit de Maagd Maria geboren".
Soms legt men er een grote babypop neer. Soms worden er kleine babys neergelegd om hen te weiden.
Wat dat betreft zou 't wenselijker geweest zijn, als de traditie geen enkele plaats had aangewezen. Zoiets doet je verdriet.
Dit neemt echter niet weg, dat de traditie dus sterk aan een grot doet denken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1963

De Wekker | 12 Pagina's

Herberg, stal en kribbe

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1963

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken