Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Engelen in dienst van de Blijde Boodschap

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Engelen in dienst van de Blijde Boodschap

7 minuten leestijd

In de volheid des tijds komt de Zoon van God in het vlees. Dat is het alles beheersende feit van de kerstnacht.
Dit gebeuren krijgt vanuit de hemel een bijzondere omlijsting door de wondere zang der engelen. Nog nader komt de engelenwereld als de herders in het veld de boodschap van Christus' geboorte uit de mond van die stralende gestalte vernemen.
Bij de komst van de Zaligmaker komen deze hemelse boden duidelijk binnen de gezichtskring. Hun activiteit is toegenomen.
Wat God doet t.a.v. de aarde is voor hen eveneens stof tot het feestlied. Zij die staan voor God om te dienen, zien hun Heere gaan tot Zijn knechtelijke dienst, om dergenen wil die de zaligheid zullen beërven.
Dat de Heere der Heerscharen de zaligheid voor de gevallen mensen zocht, was de engelen bekend. Zij hebben zelf een functie in deze vervuld. Niet eerst in de kerstnacht dienen ze de blijde boodschap.
Een van de wijzen waarop de vaderen van heil is gesproken (Hebr. 1 : 1), is die door engelenmond.
Overzien we de heilsopenbaring dan blijkt dat steeds bij de hoogtepunten de engelen dienen. In het Oude Testament vinden we de cherubim die de toegang tot de hof van Eden afsluiten. Zij dwingen het mensenpaar de enige weg te gaan, die God geopend heeft tot het heil. Zonder Woorden is hun verschijning prediking van de heiligheid des Heeren en van het ingrijpen Gods om tot de zaligheid te leiden.
Een volgende taak vonden de engelen bij de wetgeving op de Sinai.
Deze wordt door Stephanus vermeld in zijn rede voor het Sanhedrin (Hand. 7 : 35 e.v.) en Paulus wijst in Gal. 3 : 19 ook daarop.
Bij deze gelegenheid wordt de dienst van de cherubim nog weer duidelijker dan bij de paradijs-poort. De weg naar het heil wordt hier aangegeven door de wet Gods. De wet die op de vervulling in Christus wacht.
In het Nieuwe Testament vinden we op de momenten van bijzondere voortgang der heilsopenbaring eveneens de engelen: In de kerstnacht, bij de opstanding, bij de hemelvaart van Christus, en hun werkzame aanwezigheid bij de wederkomst van de Heere wordt voorzegd.
Bij al die momenten kunnen we opmerken, dat de boodschap welke de engelen hebben te brengen afgestemd is op de stand van de openbaring. Zo is hun verkondiging deels bepaald door de situatie waarin ze komt, deels door het heil dat komen gaat.
Nemen we de boodschap van Gabriël aan Zacharias, dan blijkt dit duidelijk. Johannes zal geboren worden en hij zal voor Hem, de Heere, heengaan om een toegerust volk te bereiden.
En wat iets nieuws is in het engelen-bericht is, dat hier gesproken wordt over de Heilige Geest.
Met de voortgang van Gods heilsopenbaring wordt ook de verkondiging der engelen rijker. Eveneens kunnen we zien hoe Gabriël bij de belofte van Johannes' geboorte in de lijn blijft van de profetie van Maleachi.
Gabriël dient zo bij de vervulling van de O.T. profetieën. In hetgeen hij tot Maria zegt komen dezelfde facetten naar voren, en ook blijkt hij kennis te hebben van Israëls geschiedenis.
Hij spreekt Zacharias over Elia en Maria van David.
De engelen hebben hun eigen taak op het gebied tussen God en hen die de zaligheid zullen beërven.
Ze dienen de Heere, hun zender en ze mogen de mensen dienen. De orde van dienst en de opdracht tot die dienst hebben ze echter niet van zich zelf.
Het is omdat God een genadeverbond heeft opgericht, en de gedienstige geesten mogen hun krachten geven langs de weg die de Heere heeft uitgezet ter realisering van de verbondsgenade.
Vandaar dat in het veld van Efratha bij de blijmare: „ik verkondig u grote blijdschap ... dat u heden geboren is de Zaligmaker" een menigte engelen mee jubelt Ere zij God en vrede op aarde.
In de Zaligmaker ligt het geheim van de verbinding tussen de hoogste hemelen en de aarde van gevallen mensen. In Hem lig tevens het geheim van de engelen dienst.
Hun verschijning immers is de tijden door symbool geweest van de brede kloof tussen God en mensen, en ook van het feit dat toch God de mens opzoekt.
Hoe dikwijls hebben de engelen niet de vrees moeten weg nemen bij hun hoorders, alvorens ze konden spreken.
Ze zagen de vrees, en ze rekenden er mee. Ze hebben hun boodschap gebracht, een goddelijke boodschap, en toch de vrees van hen, tot wie ze kwamen, weggenomen. Ze zijn ook bezorgd over de goede ontvangst van wat ze meedelen.
Dit bewijst ook dat zij niet zonder meer communicatie-middelen zijn. Ze dienen bewust. Gabriël noemt zich zelf uitdrukkelijk: „Ik ben Gabriël".
Maar daarbij moet direct opgemerkt worden, dat Gabriël niet om zijn eigen persoon geloof eist, maar om zijn functie. Hij staat voor Gods aangezicht. Hij dient God, zoals een priester voor Gods aangezicht in zijn bediening heeft te staan. Gabriël brengt een woord van God. Dàt woord eist geloof.
Een boodschap van engelen kan niet straffeloos ter zijde gelegd.
In heel de Schrift merken we hoe de engelen zich niet voor Gods Woord willen stellen. Ze vragen voor zich zelf geen eer, geen aanbidding. Ze noemen zich mededienstknechten. Het is hun heilige ernst met het soli deo gloria. Hun wezen plaatsen ze niet voor hun functie.
In de N.V. lezen we dat Gabriël zegt: ,,want geen woord dat van God komt, zal krachteloos wezen". Engelen zijn volmaakte dienaren van Gods Woord.
Hun verschijning is in meer dan één opzicht prediking van Gods genade. Voorop gaat het Woord dat ze dienen, en dan valt bij de wijze waarop dit geschiedt, nog op te merken, dat ze dus de vrees willen wegnemen, geen engelen talen spreken, ook in zichtbare gestalte verschijnen, alhoewel de Hebr. schrijver hen geesten noemt.
We kunnen bij de dienst der engelen een Messiaans karakter ontdekken.
Met de komst van Christus bereikt hun dienst een hoogtepunt. Ze mogen in de kerstnacht de hemel verlaten voor de eredienst aan Hem, die de zaligheid gaat verwerven voor hun medeschepselen, de gevallen mensen.
De inhoud van de engelenboodschappen wordt zichtbaar, tastbaar in Jezus Christus.
Tijdens het leven van Christus komen ze niet met een hemelse boodschap tot mensen. Dan spreekt Christus als de hoogste Profeet.
Hij verkondigt de volle heilsraad des Heeren.
De komst van de Heilige Geest betekent eveneens een wending in de engelendienst.
De Geest Gods zal voortaan in alle waarheid leiden.
Daarom treedt de engelenwereld wat de verkondiging betreft op de achtergrond. In de Handelingen wordt een enkele maal een engelen-verschijning genoemd. Deze hebben niet ten doel het Evangelie aan te vullen met een nieuwe Godsopenbaring. Ze dienen slechts om de voortgang van het Evangelie te bewerken.
Een vraag die onwillekeurig bij ons opkomt is, hoe de engelen zelf ten aanzien van hun dienst aan Gods Woord staan.
Dienen ze de Heere met blijdschap? Daarvan kunnen hun lofzangen getuigen. In Jes. 6 maar vooral in Openb. 5 kunnen we lezen hoe levendig hun belangstelling in de heilsgeschiedenis is: het Lam dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en dankzegging.
Deze zang is nog weer rijker aan inhoud dan de zang in de kerstnacht. Die zang van engelen rond de troon in de hemel vernemen we zelf niet, zoals de herders dat konden bij Bethlehem.
Dank zij de Heilige Geest mogen we toch van de eredienst in de hemel weten. Engelen en ouderlingen en de vier dieren ze zingen het Lam ter eer. Hij, de inhoud van elke heilsopenbaring, en van de blijde boodschap wordt mede door de boden Gods geprezen.
Christus heeft ook hun woord waar gemaakt. Christus heeft, als we nog een ogenblik naar de hemelse engelenzang luisteren, de lofprijzing van David waargemaakt.
Psalm 103 roept op tot lof aan de Heere. Looft den Heere, zijn engelen, gij krachtige helden die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem zijns Woords, "looft den Heere alle Zijn heerscharen..., looft den Heere, al Zijn, werken, aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den Heere, mijn ziel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1963

De Wekker | 12 Pagina's

De Engelen in dienst van de Blijde Boodschap

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1963

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken