Bekijk het origineel

De Synopsis (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Synopsis (I)

5 minuten leestijd

De verschijning van het oude theologische leerboek, de „Synopsis purioris theologiae" in een Nederlandse vertaling (uitg. Boersma, Enschedé, deel I, 1964) geeft mij aanleiding om enkele opmerkingen te maken over de betekenis van dit werk.
Het is in de jaren na de Nationale Synode te Dordrecht samengesteld door de hoogleraren van de Leidse Academie: Polyander, Rivetus, Thysius en Walaeus, en het is zuiver gereformeerd, goed „Dordts".
Drie van deze hoogleraren waren uit Vlaanderen afkomstig en één van hen uit Frankrijk. Behalve Rivetus, die in 1620 uit Frankrijk naar Leiden gekomen was, hadden zij al een reeks van jaren de kerken in de noordelijke Nederlanden gediend.
Naar de gewoonte van die tijd werden er aan de Hogescholen disputaties gehouden. Het ging b.v. over de vrije wil. Dan gaf een hoogleraar een uiteenzetting van het onderwerp in de vorm van stellingen, en er werd een student aangewezen om ze te verdedigen, als er bezwaren tegen ingebracht werden.
Onder leiding van de vier Leidse hoogleraren werd de gehele dogmatiek in 52 disputaties behandeld. Deze bundel disputaties is in 1625 onder de titel „synopsis" (samenvattend overzicht) uitgegeven.
Er was iets voor om de dogmatiek in deze vorm te gieten: de stellingen moesten duidelijk zijn en de formuleringen weloverwogen. Maar er is ook iets tegen: de verbanden komen zo niet altijd tot hun recht.
Het Schriftbewijs neemt in de Synopsis een belangrijke plaats in. Wat niet staande gehouden kan worden met een beroep op Gods Woord, wordt afgewezen. De auteurs willen de wegen van de speculatie in geen geval op. Het opwerpen van de vraag, wat er gebeurd zou zijn, als de vrouw alleen, of de man alleen gevallen was, moet afgekeurd worden, zeggen zij. Men moet niet wijs zijn boven hetgeen behoorlijk is.
De schrijvers van de Synopsis hebben verschillende bronnen gebruikt en citeren dikwijls. De meeste citaten zijn van Augustinus. Maar ook andere kerkvaders komen aan het woord, terwijl de scholastieke theologen uit de middeleeuwen eveneens een bijdrage leveren. Het is merkwaardig, dat de reformatoren zo weinig genoemd worden.
Verschillende verhandelingen verraden de invloed van de scholastiek. De beschouwingen over de kennis van de engelen en over de kwestie, of het geloof zetelt in het verstand of in de wil, zijn er voorbeelden van. Bij dit laatste wordt de naam van de Spaanse Jezuïet Suarez genoemd, maar men had zich beter bij Calvijn kunnen aansluiten! Wie is er gebaat bij stellingen als deze: „Wij zeggen echter, dat het geloof weliswaar, voorzover het rechtvaardigend is, niet absoluut één vermogen, enkelvoudig in getal is, maar dat het één vermogen is door samenvoeging en op zekere wijze samengesteld uit twee, die alleen door coördinatie één zijn"? Wat er volgt, maakt het nog ingewikkelder.
Ook de opvatting, dat het bestaan van God uit natuur en rede te bewijzen is, en dat er bewijzen te leveren zijn voor de onsterfelijkheid van de ziel, is uit de scholastiek afkomstig. Deze rationele argumentatie in geloofszaken is een van de zwakke plekken van de oude gereformeerde theologie geweest. Later zou men er anders tegenover staan, en met de argumenten zou ook de leer zelf bekritiseerd worden!
Dikwijls wordt het schema gehanteerd van de diverse oorzaken: de bewerkende oorzaak, de instrumentele oorzaak, de stof, de vorm en het doel. Voor ons besef wordt de zaak er niet door verduidelijkt, maar men dacht vroeger nu eenmaal in deze wijsgerige categorieën. Terecht is echter opgemerkt, dat de invloed van de scholastiek zich voornamelijk op de vorm en minder op de inhoud van de leerstellingen heeft doen gelden.
Dit theologisch handboek draagt ook daarin het stempel van de tijd van zijn ontstaan, dat het een weerspiegeling geeft van de controversen, die toen actueel waren. Maar wij maken daar de Synopsis geen verwijt van, want de weerlegging van deze dwalingen was toen nodig. En wat aan het adres van Roomsen en Remonstranten wordt opgemerkt, behoudt zijn kracht. Er zijn frontverschuivingen, terwijl de strijd dezelfde blijft. Zo wordt het roomse perfectionisme bestreden. Nu deze leer zich in een andere gestalte aan ons voordoet, verdient juist deze bladzijde opnieuw de aandacht.
Tenslotte zou ik erop willen wijzen, dat de Synopsis het praktische element niet verwaarloost. De theologie heet een praktische wetenschap, die de wil en alle aandoeningen van het hart krachtig beweegt tot het vereren van God en het liefhebben van de naaste.
Zo wordt gesproken over het doel van de leer van de voorzienigheid, het nut van de leer van de uitverkiezing en de vruchten van de leer van de vernedering van Christus.
Sepp — zelf geen gereformeerd maar een doopsgezind theoloog — heeft ervan gezegd: „Werkelijk is deze synopsis een voortreffelijk boek; wie met haren inhoud kennis maakt, spreekt nooit meer over de dorre dogmatiek der Dordsche vaderen".
De tijd gaat voort. Op allerlei gebied breken zich nieuwe inzichten baan. Maar men behoeft een werk als de Synopsis niet verouderd te achten.
Omdat er telkens nieuwe vragen aan de orde komen, kunnen wij niet bij de oude gereformeerde theologie blijven staan. Wij zullen haar echter wel moeten blijven waarderen.
Wij maken onderscheid. Het peil van de Institutie van Calvijn bereikt de Leidse Synopsis beslist niet. Maar een standaardwerk is „het Gereformeerd leerboek der 17de eeuw", zoals dr. G.P. van Itterzon het aanduidde, toch wel.

Van Genderen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1965

De Wekker | 8 Pagina's

De Synopsis (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1965

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken