Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het beroepen van een predikant

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het beroepen van een predikant

4 minuten leestijd

Over dit altijd weer actuele onderwerp, inzonderheid voor vacante kerken, schrijft br. H.A. Rouw in het in het vacante Den Haag-West verschijnende maandblad „Op Weg" een artikel waarin hij wijst op art. 10 D.K.O. waarin o.a. staat „Een dienaar des Woords mag de gemeente, waaraan hij verbonden is, niet verlaten en zich aan een andere gemeente verbinden zonder de toestemming van de kerkeraad en de diakenen en bewilliging van de Classis". De schrijver vraagt: wat is er nu feitelijk aan de hand bij het beroepen van een predikant? Hij heeft een roeping van de gemeente, waaraan hij verbonden is en nu komt er een tweede roeping bij nl. van de beroepende kerk. De rest van het artikel nemen we hier over. Het is wel eens interessant te lezen hoe vanuit de gemeente over het beroepen van een predikant wordt gedacht. Verschillende opmerkingen verdienen zeker aandacht.
Wat moet hij doen? Ja, dat is moeilijk te beantwoorden. Persoonlijk ben ik steeds van mening dat er t.a.v. de beslissing nauw overleg moet zijn tussen kerkeraad en dominee. Het is toch de kerkeraad die hem destijds beriep en ook de kerkeraad zal dus ontheffing van die roeping moeten verlenen, indien blijkt dat de predikant de andere roeping meent te moeten opvolgen.
Aan de andere kant is het ook zo, dat een beroep op de predikant wordt uitgebracht en niet op de kerkeraad.
Artikel 10 heeft in het verleden heel wat moeilijkheden veroorzaakt. Er staat toch maar dat de predikant de roeping naar de andere gemeente niet mag opvolgen zonder toestemming van de kerkeraad en zelfs van de classis.
In de 16e en 17e eeuw was er een ontstellend tekort aan predikanten. Het zwaartepunt van het beroepingswerk lag toen zo goed als geheel bij de kerkelijke vergaderingen.
Meermalen werd de toestemming eenvoudig geweigerd. Als dan de predikant toch vertrok, ontstonden er heel wat moeilijkheden.
Als je de acta der synodes van vroeger leest, blijkt dat er heel wat appel-zaken betreffende het beroepingswerk ter tafel kwamen.
Bovendien bemoeide de plaatselijke overheid zich er soms ook mee en trok zich van een synodebesluit weinig aan.
Geleidelijk aan is men tot andere gedachten gekomen en overheerste de mening dat men het geweten der predikanten niet mocht bezwaren.
Toch is de toesteming van kerkeraad en classis gehandhaafd. M.i. dient dit een zaak van broederlijk overleg te zijn.
Dit neemt echter niet weg dat, indien een kerkeraad gegronde bezwaren heeft, een rechtgeaard predikant deze zeker serieus moet overwegen en zo mogelijk billijken.
Maar aan de andere kant zal een kerkeraad eveneens serieus moeten luisteren naar de argumenten van de predikant. Door overleg valt ook hier veel te bereiken.
Indien de kerkeraad van oordeel zou zijn dat een predikant een roeping naar een andere gemeente zou moeten opvolgen, behoort die kerkeraad dit eerlijk uit te spreken ter wille van de eigen gemeente of ter wille van de andere kerk. Er kan dus wel degelijk bezwaar gemaakt worden door de kerkeraad, hoewel ik niet zover wil gaan om te spreken van dwang.
Maar toch vraag ik mij dan in goede gemoede af; is de tekst van artikel 10 dan niet te sterk geformuleerd?
In de praktijk komt het er op neer dat een roepende kerkeraad van elders steeds berust in het bedanken. Men zal zeggen: ja, dat kan toch niet anders?
Ja, en toch dient deze kerkeraad door de betreffende predikant overtuigd te worden en er daarom in te bewilligen. De aangevoerde redenen dienen aan de ambtelijke opdracht te zijn ontleend. De roepende kerk dient er van te zijn overtuigd, dat er klemmende en dringende redenen zijn dat hij dient te blijven en voor de andere roeping moet bedanken.
We weten allemaal dat in de praktijk een en ander met voeten getreden wordt. Wordt deze ernstige zaak niet teveel in het materiële vlak getrokken?
Het bedanken zonder opgave van redenen is niet alleen onbeleefd, doch in wezen het niet hoog houden van de ambtelijke roeping en bovendien is het een verwaarlozing van de gedachte, dat men in feite alleen vrijkomt van de roeping als men ontheffing krijgt.
Dit zijn zo maar enkele gedachten. Gezien de praktijk wordt de zin van artikel 10 D.K.O. niet of althans niet voldoende nageleefd.
Als het getolereerd wordt dat de kerkeraad en de classis in feite niets te zeggen hebben, wijzig dan de tekst van art. 10.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1965

De Wekker | 8 Pagina's

Het beroepen van een predikant

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1965

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken