Bekijk het origineel

Kerkgezang (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerkgezang (1)

Kerkorde (296)

5 minuten leestijd

Artikel 69 van de Kerkorde gaat over het kerkgezang. Het luidt: In de eredienst zullen de 150 Psalmen gezongen worden, alsmede berijmde Schriftgedeelten, door de Generale Synode vast te stellen.
Over het kerkgezang is in de loop der eeuwen heel wat te doen geweest. We kunnen er niet aan denken zelfs maar een beknopt historisch overzicht te geven. Slechts het volgende willen we naar voren grengen.
Het mag als bekend worden verondersteld dat alle volken in de oudheid het godsdienstige gezang bij hun erediensten kenden. Uit de Heilige Schrift weten wij dat er ook bij Israël bij de eredienst werd gezongen — God woonde zelfs onder de lofzangen Israëls, of troonde daarop. Psalm 22:4. Er bestonden grote zangerskoren die, om de beurt dienst deden in het heiligdom, zie bijv. 1 Kron. 25. Of het volk soms aan dit zingen meedeed, is niet met zekerheid te zeggen.
De jonge Christelijke kerk heeft het zingen in de eredienst overgenomen. Het psalmgezang werd een vast bestanddeel van de eredienst. Maar het is niet met zekerheid uit te maken of er naast de psalmen uit het Oude Testament ook andere liederen werden gezongen. In dit verband is Ef. 5:19 een belangrijke tekst, want hier wordt gesproken van Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Maar de Schriftuitleggers zijn nog niet veel verder gekomen dan Calvijn, die in zijn commentaar op deze Schriftplaats opmerkt: Wat onderscheid daar is tussen lofzangen en psalmen, en wederom tussen psalmen en gezangen, kan men niet zeker aangeven. In elk geval weten we dat reeds vroeg de zgn. doxologieën, de lofverheffingen, naast de psalmen werden gezongen. Later werd het vrije lied algemeen ingevoerd en werd het psalmgezang verdrongen. Ook zong de gemeente niet meer, maar alleen het koor.
Met de Reformatie der 16e eeuw kwam er verandering. Het is bekend dat Luther veel voor het kerkgezang heeft gedaan. Hij gaf in 1524 een gezangboek uit waarin hij naast psalmen ook andere liederen opnam, deels van de oude kerk overgenomen, deels door hem zelf gedicht.
Zwingli daarentegen was tegen het zingen in de kerk hetzij met hetzij zonder muzikale begeleiding. Hierdooor nam Zürich een aparte plaats in onder de kerken der Reformatie. Op Pinksterzondag 1598 werd evenwel toch het kerkgezang ingevoerd, voornamelijk door de invloed van een zekere R. Eglis, zie Hannes Reimann, Die Einführung des Kirchengesanges in der Zürcher Kirche nach der Reformation, Zurich, 1959, S. 127.

Calvijn was evenwel weer een ijveraar voor het invoeren van het kerkgezang. Uit het pas verschenen werkje „Zicht op Calvijn", Amsterdam, 1965, neem ik gaarne over wat prof. dr. D. Nauta over Calvijns activiteiten in dezen in de vluchtelingengemeente te Straatsburg schrijft. Prof. Nauta zegt: „Als bijzonderheid vernamen wij, dat men in de Franse vluchtelingengemeenten niet alleen het Avondmaal vierde, maar ook de psalmen zong in eigen taal. Aan dat zingen heeft Calvijn van het begin aan volle aandacht geschonken. Van hem was dit trouwens niet anders te verwachten. Want ook reeds te Genève had hij duidelijk te verstaan gegeven, dat het zingen van de psalmen door de gemeente als een zeer voornaam bestanddeel van de kerkinrichting moest worden beschouwd. Hij beijverde zich daarom te Straatsburg terstond om zoveel mogelijk in de bedoelde behoefte te voorzien . . . De noodzaak dat men in de gemeente de psalmen moest gebruiken, had er Calvijn toegebracht zelf zijn krachten op het berijmen ervan te beproeven. Hij had zijn debuut gemaakt met de psalmen 46 en 25, en er daarna rog enige aan toegevoegd . . . Voorts deelde Calvijn mede, dat het besluit was genomen binnenkort tot publicatie over te gaan. Aan dit voornemen is in werkelijkheid ook uitvoering gegeven . . . Er staan slechts achttien psalmen in opgenomen en drie gezangen. De gezangen zijn de lofzang van Simeon, de tien geboden des Heeren en de apostolische geloofsbelijdenis . . . Door Calvijn zelf zijn op rijm gebracht de lofzang van Simeon, de tien geboden des Heeren en van de psalmen behalve psalm 25 en 46 ook 36, 91 en 138. De berijming van de overige psalmen was afkomstig van Clément Marot, die op dit gebied reeds enige bekendheid bezat en die in de volgende jaren zich nog verder verdienstelijkheid zou verwerven . . . Het was niet meer dan een bescheiden begin, dat op deze wijze ten dienste van het gezang der gemeente door Calvijn werd geleverd. In volgende jaren zou aan de in dat psalmboek opgenomen stof allengs de nodige uitbreiding worden gegeven, totdat alle 150 psalmen berijmd waren geworden en ook nog enige andere gezangen waren toegevoegd. Zelf zou Calvijn op dit gebied geen verdere prestaties leveren . . . Calvijn was ten diepste doordrongen van de bijzondere betekenis welke het zingen heeft voor de gemeente. Voor hem stond het zingen op één lijn met het bidden. Hij zag er een aloud gebruik in, dat van den aanvang aan in de kerk had bestaan. In de voorrede van een uitgave, welke te Genève naderhand het licht zou zien, maar die hij te Straatsburg al in voorbereiding had, merkte hij op: „In waarheid, wij weten uit ervaring dat het gezang een grote en krachtige werking oefent om het hart der mensen te bewegen en te doen gloeien dat zij God met een heviger en vuriger ijver aanroepen en prijzen". Naar het oordeel van Calvijn moest dit lied, in de volkstaal vertolkt, vooral eenvoudig en duidelijk luiden, a.w. blz. 120 v. Men zie voor Calvijn verder het werk van H. Hasper, Calvijns beginsel voor de zang in de eredienst, I. 1955.

A. (Apeldoorn) H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1965

De Wekker | 8 Pagina's

Kerkgezang (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1965

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken