Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Maria's Kerstverwachting

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Maria's Kerstverwachting

6 minuten leestijd

Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar Uw woord. Luk. 1:38

De engel Gabriël heeft het druk. God geeft hem veel werk te doen.
Eeuwenlang heeft het verkeer tussen God en mensen door de dienst der engelen stilgestaan. Maar nu gaan er grote dingen gebeuren. God werkt aan de verlossing van zondaren. De komst van Zijn Zoon in deze wereld wordt voorbereid. En dan worden de engelen weer ingeschakeld. Er is vooral werk voor Gabriël. Hij is de engel, die voor God staat. Die elk ogenblik klaar staat om de boodschappen van God naar de aarde over te brengen.
Eerst wordt hij gezonden naar de oude Zacharias, terwijl deze bezig is in het heilige van de tempel het wierookofferaltaar te ontsteken.
Zacharias krijgt een rijke boodschap. Op hun oude dag zullen hij en zijn vrouw Elisabeth nog een zoon krijgen. En die zoon zal de nieuwe tijd mogen inluiden, de messiaanse heilstijd. Hij zal als een heraut van de messias mogen voorafgaan. Het is een boodschap om er Zacharias intens blij mee te maken. Maar dan moet die boodschap onvoorwaardelijk worden geloofd.
Maar in plaats van geloof vraagt hij een teken. Dat kwam voort uit twijfel en ongeloof. En daarom verstond Zacharias ook niet de blijdschap van de boodschap. Want die kan alleen door het geloof worden verstaan en ervaren.
Hoe heel anders was dat bij Maria.
Want enige maanden later wordt de engel Gabriël opnieuw naar de aarde gezonden. Nu naar Nazareth, een onaanzienlijk plaatsje in het noorden van het land. Naar Maria, nog een meisje en ongetrouwd.
De engel noemt haar een begenadigde van God. Want God heeft dit eenvoudige meisje uitverkoren om de moeder van de Heiland te zijn. Er is niets bijzonders aan Maria. Het enige zou kunnen zijn, dat ze nog uit het geslacht van David is. Want de Heiland zou de zoon van David zijn. Maar dat ze een zondeloze maagd was, zoals de Roomse Kerk wil suggereren, daarvan weet de bijbel niets. Zij was een zondares als alle andere mensen. En zij had het Kind, waarvan zij de moeder worden zou, nodig tot verlossing, als iedereen.
Zij ontving een bijzondere genade, dat ze de moeder van de Heiland worden zou. Maar geen enkele genade van God is afhankelijk van iets dat in de mens is. De fout van de Roomse Kerk is, dat ze altijd een voorwaarde wil leggen in de mens. Daar komt eigenlijk heel de Roomse Marialogie uit voort. Zelfs bij de geboorte van de Heiland uit de maagd Maria wordt het door genade alleen door de Roomse Kerk geloochend.
Zonder enige verdienste harerzijds wordt Maria uitverkoren de moeder van de Christus te zijn.
De engel zegt tot haar van het Kind: Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Heere God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als Koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid en zijn koningschap zal geen einde nemen.
Het is geen wonder, dat Maria bij zulk een boodschap om opheldering vraagt. Het is alles zo vreemd. En daarom vraagt zij aan de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb?
Maria vraagt geen teken zoals Zacharias deed. Ze vraagt slechts inlichting over de weg, waarin het woord van de engel zal geschieden. Want immers ze heeft geen man. Hoe kan ze dan in een eerlijke weg een kind krijgen?
En dan spreekt de engel een van de rijkste openbaringen over de geboorte van het Kind. De engel spreekt: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het Heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden.
Hier wordt de drieëenheid Gods geopenbaard. Een drieënige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest werkt samen. De geboorte van het Kind is niet alleen het werk van de Zoon, maar ook van de Vader en de Geest. De Vader zendt. Van Hem is de ondoorgrondelijke liefde, dat Hij Zijn eigen Zoon geeft. De Geest werkt het mysterie der ontvangenis en het is de Zoon, die de menselijke natuur aanneemt uit de maagd Maria. Hij wordt straks geboren en gelegd in de kribbe van Bethlehem.
Maria zal er niet veel van begrepen hebben.
Maar daarin komt nu juist haar geloof openbaar. Het geloof vraagt niet naar het begrijpen. Het geloof is op begrijpen niet gegrond. Het is niet: Ik begrijp om te geloven. Maar: Ik geloof om te begrijpen.
Maria spreekt de woorden vol geloof en overgave: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.
Zij stelt zich volkomen beschikbaar in de dienst van haar God en tot de taak waartoe Hij roept. Ze onderwerpt zich aan Zijn Woord. Zij begrijpt er weinig of niets van. Maar dat is geen verhindering. Ze heeft aan het Woord genoeg.
Dat is echt geloof. Daarin verschilt zij van de oude Zacharias. Geloven is aan het Woord genoeg hebben.
Dan zijn niet alle vragen opgelost. Dan kunnen soms de omstandigheden tegen schijnen. Maar het geloof klemt zich vast aan Gods Woord en blijf daarop hopen.
Het zal voor Maria nog een moeilijke weg worden. Smaad en laster zullen haar niet worden gespaard. Maar ze geeft het alles gelovig over aan God. Ze gelooft, dat Hij het wonderlijke, waarvan de engel spreekt, metterdaad ook doen zal en dat Hij haar de weg zal banen door alle moeilijkheden heen. Ze weet zich in het geloof niet alleen, maar in Gods gemeenschap.
Daarin is Maria zalig. Elisabeth zegt er van: Zalig is zij, die geloofd heeft, want wat vanwege de Heere tot haar gezegd is, zal volbracht worden (Luk. 1:45).
In dat geloof en die verwachting gaat Maria het kerstgebeuren tegemoet.
Haar kerstverwachting is een verwachting in geloof. Ze verwacht in het geloof haar Kind en in het geloof ziet ze uit naar de vervulling van Gods Woord.
Wij gaan het kerstfeest tegemoet onder andere omstandigheden dan Maria, Wij mogen terugzien op wat reeds is geschied.
Maar de zegen en de blijdschap van het kerstgebeuren zijn ook nu nog slechts door het geloof te ontvangen en te ervaren. Dat betekent dat we met Maria ons moeten vernederen voor God en het in het geloof in Zijn Woord ook alleen van Hem verwachten.
God doet ook vandaag nog naar Zijn Woord.
Zalig, die gelooft. Want wat van Godswege gezegd is, zal volbracht worden.
Heere, doe ook mij naar Uw Woord.|
Laten we in die verwachting Kerstfeest tegemoet gaan.

Oosterhoff

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 1965

De Wekker | 8 Pagina's

Maria's Kerstverwachting

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 1965

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken