Bekijk het origineel

Rijkdom door armoede

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rijkdom door armoede

7 minuten leestijd

Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden. 2 Kor. 8 : 9.

Dit woord is door Paulus aan de gemeente van Korinthe voorgehouden, om hen daardoor aan te sporen tot milddadigheid ten opzichte van de noodlijdende moeder-gemeente in Jeruzalem. Maar het is zó geweldig van inhoud, dat het ook voor ons, vandaag, voor héél ons leven bepalend is. Het staat als 't ware tussen Kerstfeest en Nieuwjaar in: het wijst terug naar de vernedering van Christus' komst in het vlees en het opent daarbij de vensters, die uitzicht geven op de rijkdommen der Kerk nù en in de toekomst.
Rijkdommen, - ja, maar die de Zaligmaker alleen door Zijn armoede verwerven kon. Om u rijk te maken, zegt Paulus, is onze Heere Jezus Christus arm geworden, daar Hij rijk was.
Hij moest alle goddelijke heerlijkheid en glans afleggen en Zich ontledigen. Dat is Zijn genade, het onbegrijpelijke wonder van Zijn liefde. En u, Corinthiërs, hebt daar weet van; het is door u heen gegaan: Gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was. Als de gemeente van Korinthe dat hoort, dan gaat ze nadenken. Want hier doet God hen vreselijke dingen in gerechtigheid horen, opdat ze blij zullen zingen van 't heil voor hen bereid.
,,Daar Hij rijk was" - het staat er zo simpel en begrijpelijk, maar wat weten wij eigenlijk van de heerlijkheid, die Christus als Gods Zoon bij Zijn Vader had? Als van de rijkdom, die Gods kinderen beërven zullen, reeds geldt, dat geen oog het heeft gezien en geen oor het heeft gehoord en dat het in geens mensen hart opgekomen is, - dan geldt dat van de rijkdom, die Christus bezat, nog veel meer! De Schrift zegt ons, dat Hij in de gestaltenis Gods was en dat Hij het geen roof achtte, Gode evengelijk te zijn. Hij bezat dezelfde goddelijke heerlijkheid en macht, dezelfde majesteit en glans, dezelfde gelukzaligheid en vrede. Maar al zouden we alle denkkracht inspannen, al zouden we met de scherpste intuïtie proberen op te klimmen tot de hoogst-denkbare trap, dan zouden we nog niet bij benadering weten, wat Zijn rijkdom nu werkelijk inhield. Het gaat oneindig ver boven alles uit, omdat het eeuwig is.
Het is goed, om dit te overdenken, want zó gaat het wonder voor ons open van Zijn onfeilbare genade, om deze onmetelijke rijkdom vrijwillig af te leggen en de totale ontluistering van de alleruiterste armoede in te gaan.
Want ook van Zijn armoede geldt, dat geen schepsel de diepte daarvan peilen kan.
Wij willen - vooral in de dagen rondom het Kerstfeest - nogal eens een ontroerende gedachte wijden aan de armoede van het Kind van Bethlehem, dat in doeken gewonden was en neerlag in een kribbe. En mogelijk denken we dan ook nog aan het woord, dat de Heiland Zelf gesproken heeft van de vossen, die holen, en de vogels, die nesten hebben, terwijl Hij, de Zoon des mensen, niets had, waarop Hij Zijn hoofd ter ruste kon leggen. Misschien zien we de slagschaduw van het kruis wel over de kribbe vallen. En we denken aan de bittere vernedering, die Christus gevoeld heeft in de miskenning door Zijn eigen volk en het wanbegrip bij de discipelen en het verraad van Judas. We denken aan de geselslagen en de doornenkroon. Dat zijn dan zo enkele tastbare verschijningsvormen van Zijn armoede en vernedering, waar wij enigszins ,,in kunnen komen".
Maar dat maakt bij lange na niet de diepte van Zijn armoede uit. Het vreselijke, het onpeilbare daarvan was de drukkende last van Gods eeuwige toorn, die aan Zijn vernedering helse diepte heeft gegeven. En wie kent de sterkte van Gods toorn?
Ja, ja, het zijn vreselijke dingen, die God ons hier doet horen: want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was . ..
Om uwentwil - die woorden vliegen mij in 't gezicht: Ik ben er de schuld van, dat de Koning des hemels in helse armoede moest gaan. Dat Hij van Zijn God verlaten moest zijn. Wat een verschrikkelijke ontdekking!
Om uwentwil - dat legt heel de ontreddering van mijn leven bloot. Deze peilloos-diepe armoede, die Christus doorleefd heeft, is naar recht mijn verdienste en eigenlijke mijn wezenlijke toestand: Ik ben een verloren mens, aan wie alleen het vonnis nog niet voltrokken werd.
Om uwentwil - dat opent ook ruime mogelijkheden, om nochtans op ontferming te hopen en om genade te roepen. Want hier beginnen Gods genade-klokken te luiden, om mij te verkondigen, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken. Zijn armoede was borgtochtelijk en plaatsbekledend: Hij droeg het oordeel van onze armoede, om ons van onze armoede te verlossen en rijk te maken.
Wat een rijkdom betekent het al, dat u niet meer in de waan leeft, dat u rijk en verrijkt is, maar de ontstellende werkelijkheid van uw leven gaat zien en daarom gaat roepen om redding. Wat een rijkdom is het, wanneer het licht van het Evangelie opgaat in uw ziel, waardoor u ziet, dat in Jezus Christus alles is, wat u nodig hebt.
Maar nog veel groter rijkdom heeft Hij door Zijn armoede verworven. Niet naar rijkdom van geld en goed, van licht en kennis, zelfs niet alleen van liefde tot God en vrede in uw ziel.
Wanneer Hij uit zó onmetelijke rijkdom in zó peilloos diepe armoede is ingedaald, dan moet de rijkdom, die Hij verworven heeft, ook onmetelijk en onbegrensd zijn. Dit is de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij aan al de Zijnen niets minder dan de rijkdom van God Zélf geeft. Getrouwe Heer, Gij wilt mijn Goed,
mijn God, mijn Erfenis en 't Deel
mijns bekers wezen!
Wat krijgen nù die simpele woorden: armoede, rijkdom, genade een ontzaglijke diepte. Nù beseft u er iets van: Het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen, want dat heeft geen oog gezien en geen oor gehoord en het is in geens mensen hart opgeklommen.
Er zijn enkele beslissende woorden in deze tekst: Gij weet en om uwentwil.
Gij weet: dat kan de Heere zó tot u zeggen: Ik heb het u in Mijn Woord bekend gemaakt en u hebt er kennis van genomen. U weet en erkent het als de waarheid.
Om uwentwil: Ook daarvan geldt, dat God u als met de vinger aanwijst, strikt persoonlijk, waarbij Hij u herinnert aan uw Doop. Daar sprak Christus: Ik was u in Mijn bloed. Dat is: Ik werd om uwentwil arm, opdat gij rijk zoudt worden.
Gij weet... om uwentwil: dat moet het weten zijn van het geloof. O, nu besef ik, hoezeer ik die Ander nodig heb. Die ook in de Doop tot mij kwam, namelijk de Heilige Geest, Die het geloof werkt en mij toeëigent hetgeen ik in Christus - in de belofte - heb.
Heilige Geest, leer mij zó gelovig dit woord te spellen:
Ik weet de genade van mijn Heere Jezus Christus, dat Hij om mijnentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat ik om Zijn armoede zou rijk worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1966

De Wekker | 8 Pagina's

Rijkdom door armoede

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1966

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken