Bekijk het origineel

Een nieuw terrein vol vraagtekens (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een nieuw terrein vol vraagtekens (II)

6 minuten leestijd

De taken van de diaken
Tot de taken van een diaken behoort: Het verrichten van diaconaal huisbezoek in de hele gemeente.
Het signaleren van noden op materieel en geestelijk vlak en het verwijzen naar de predikant of naar deskundige hulpverlenende instanties.
Het verlenen van materiële hulp in bijzondere gevallen.
Het verlenen van assistentie bij de uitvoering van de Algemene Bijstandswet en het aanvullen van die wet daar waar zij tekort schiet.
Nu speelt op het terrein van diaconie en sociale dienstverlening de laatste tijd een interessante discussie over de vraag: Hoe staat het nu met de kerkelijke, de ambtelijke verantwoordelijkheid voor deze werkzaamheden? Op het terrein van de diaconie ligt dat vraagstuk niet moeilijk. Het is duidelijk dat de diaconie een kerkelijke zaak is, waarvoor de kerkeraad de verantwoordelijkheid draagt. Dáár ligt het probleem dan ook niet. Het ligt veel meer op het terrein van de sociale dienstverlening. Daar gaat het om de kwestie: is de kerkeraad resp. de diaconie ambtelijk verantwoordelijk voor hetgeen op dit terrein gebeurt, of niet?

Historisch verklaarbaar
Die vraag heeft een historische achtergrond. Toen er nog geen sprake was van christelijke stichtingen voor maatschappelijk werk, behoorde deze tak van activiteit tot het terrein van de diaconie. Langzamerhand ontstond echter de overtuiging dat men voor verschillende takken van deze arbeid mensen nodig had, die hun dagtaak hierin konden vinden. Het werk groeide de diakenen namelijk boven het hoofd. Zo ontstonden vaak interkerkelijke stichtingen, die mensen in dienst namen om het werk als maatschappelijke functie uit te oefenen. Die stichtingen werden door kerken opgericht (omdat de individuele christenen er niet toe kwamen op dit gebied verenigingen op te richten) en het is heel goed verklaarbaar dat de kerken, die zulke stichtingen in het leven riepen, ook een stuk medezeggenschap wilden behouden in de besturen van die stichtingen. Dat werd verwezenlijkt door het benoemen van diakenen in de besturen van die instellingen. Daaruit vloeide weer voort, dat de kerken zich ambtelijk verantwoordelijk voelden voor hetgeen in die stichtingen gebeurde.

Goede situatie?
Historisch dus best te verklaren. Maar is het ook een goede situatie? Dat betwijfel ik. Laten we als een voorbeeld op een ander terrein eens het onderwijs noemen.
Afgezien van typisch op kerkelijke taken ingesteld opleidingen zoals onze Theologische Hogeschool te Apeldoorn, zal wel niemand in onze kerkelijke kring de gedachte verdedigen dat scholen voor lager, middelbaar en universitair onderwijs, van onze kerken moeten uitgaan. Ik weet wel dat wij in enkele plaatsen in ons land vroeger Christelijke Gereformeerde lagere scholen hebben gehad (voor zo ver ik weet bestaan ze nu niet meer) maar die waren eerder uitzondering dan regel. De regel is nu dat leden van onze kerken zonder enige ambtelijke verantwoordelijkheid, gewoon als individuele burger, lid zijn van christelijke schoolverenigingen en als zodanig een stukje mede-verantwoordelijkheid dragen voor het wel en wee van een bepaalde school. Voor hetgeen zij b.v. in besturen van zulke scholen doen, draagt geen enkele kerkeraad rechtstreeks verantwoordelijkheid. Iets dergelijks zien we evenzo bij politieke partijen, radio-verenigingen, vakbonden en vakcentrales, werkgeversbonden en dergelijke. In al die gevallen zal geen diaken of ouderling er een nacht over wakker liggen dat hij geen ambtelijke verantwoordelijkheid heeft voor hetgeen in die instellingen gebeurt.

Geen ideale situatie
Bij instellingen van maatschappelijk werk ligt het dáárom anders, omdat vele van die instellingen door kerken en niet door individuele christenen zijn opgericht. Tóch is dat geen ideale situatie. Nogmaals, afgezien van de zuiver diaconale taken, is er eigenlijk voor de kerken als zodanig geen taak op deze terreinen, evenmin als op het gebied van onderwijs, politiek, cultuur en sociale leven. Dàt men op het ogenblik wèl dergelijke taken uitoefent is historisch te verklaren maar moet ons niet doen berusten in een eigenlijk foute situatie.

Directe afbraak?
Wil ik daarmee zeggen dat al onze diakenen die vandaag als zodanig bestuursfuncties uitoefenen, maar zo spoedig mogelijk uit die besturen moeten stappen? Geen sprake van. Het zou een ramp zijn voor die instellingen als dat gebeurde. Want vandaag zijn er niet zo eenvoudig anderen te vinden die de taak uitoefenen die de diakenen op dit belangrijke terrein verrichten. Maar ze verrichten die taak plaatsvervullend. Plaatsvervullend voor de gemeenteleden die er zelf niet toe kwamen een stuk verantwoordelijkheid te gaan dragen op deze terreinen. Dat de kerken deze taken aangevat hebben siert hen, maar we mogen ze niet voor altijd met die verantwoordelijkheid laten zitten.

Gemeentetoerusting
Hoe moet dan de zaak op den duur worden opgelost? De gemeente moet worden ingeprent dat zij (dat zijn dus de broeders en zusters individueel) een verantwoordelijkheid op dit terrein hebben, een verantwoordelijkheid die ze tot dusver té gemakkelijk op de schouders van de kerkeraad hebben gelaten. Hoe zouden die broeders en zusters het vinden als de kerkeraad tegen hen zei dat hij de verantwoordelijkheid wil overnemen voor het stichten van een politieke partij of van een lagere school? Dan zouden zij terecht verontwaardigd de kerkeraad wijzen op het feit dat deze zich met kerkelijke en niet met politieke en opvoedkundige instellingen moet inlaten. Welnu, op het terrein van de sociale dienstverlening zou het eigenlijk net zo moeten zijn. Waar het aan schort is aan verantwoordelijkheidsgevoel bij het individuele gemeentelid, welk gebrek gelukkig door de kerkeraad en de diaconie zelf is opgevuld. Maar dat mag niet zo blijven. De kerkeraad zou de gemeente hoe langer hoe meer er van moeten overtuigen dat hier een taak voor het gemeentelid zelf ligt.
Dat zal een lang proces zijn en nog jaren zullen de diakenen een stuk medeverantwoordelijkheid moeten dragen; maar zij zouden er aan kunnen gaan werken die verantwoordelijkheid te brengen dáár waar ze hoort: bij het gemeentelid.

Geen verkerkelijking maar christelijke vereniging
Dat toerusten van de gemeente tot het nemen van verantwoordelijkheid is een taak voor de diakenen, maar evengoed voor Adma-deputaten, terwijl ik de indruk heb dat ook het genoemde Bezinnings- en ontmoetingscentrum hier goed werk doet. Dat werk van deze instellingen moet er op gericht zijn te voorkomen, dat het hele terrein van de sociale dienstverlening verkerkelijkt. Want als we die verkerkelijking in al haar consequenties doortrekken wordt interkerkelijk samenwerking een moeilijkheid, terwijl juist op dit terrein die samenwerking overal aan het groeien is. Maar ideaal is dat dergelijke samenwerkingen niet in de vorm van een interkerkelijke stichting (dus een stichting opgericht door kerken) maar in de vorm van christelijke verenigingen gestalte gaan krijgen. Dan komt er een volgroeide situatie overeenkomstig hetgeen wij op het terrein van politiek, cultuur en opvoeding zien. Dan is de kerkeraad ontheven van een stuk ambtelijke verantwoordelijkheid en kan de individuele christen zijn verantwoordelijkheid op de juiste manier aanvaarden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1968

De Wekker | 8 Pagina's

Een nieuw terrein vol vraagtekens (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1968

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken