Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De katholiciteit van de Kerk (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De katholiciteit van de Kerk (II)

6 minuten leestijd

Het Roomse standpunt
In het tweede deel van zijn rede behandelt Bavinck de vraag hoe de katholiciteit door de kerk in haar historie is verstaan. Daarbij stelt hij de twee standpunten van Rome en Reformatie duidelijk tegenover elkaar.
Het eerste standpunt wordt gekenmerkt door dualisme. Bavinck laat zien dat dit standpunt vanuit de situatie van de eerste christelijke kerk wel begrijpelijk is.
De kleine christelijke gemeente, machteloos en veracht temidden van een vijandige wereld, moest aanvankelijk de antithese met die wereld wel diep gevoelen. Het geloof aan de spoedige wederkomst van Christus en de hitte der vervolging droegen daartoe het hunne bij. Daarom is het niet te ontkennen, dat de blik op de wereld bij de eerste christenen over het algemeen zeer donker is. De apologeten zien in de heidense cultuur een werk van de duivel. Toneel, heidense wetenschap, wijsbegeerte en kunst worden door velen ten sterkste veroordeeld. Rijkdom, weelde en aards genoegen worden met wantrouwen gadegeslagen. Het huwelijk wordt niet veroordeeld, maar een ongehuwd leven toch hoger gesteld. Een zekere neiging tot ascese (onthouding) komt spoedig op. Wereld- en doodsverachting wordt het kenmerk der echte christenen.
Vooral de tweede en de derde eeuw zijn vol van dualisme en ascetisme. Wereld en kerk, staat en rijk Gods, geloof en wetenschap staan tegenover elkaar.
Toen na de dood van Constantijn de Grote de christelijke kerk tot staatskerk werd verheven, trad een verwereldlijking van de kerk in en werd de neiging om zoveel mogelijk van het wereldse zich af te scheiden bij de ernstigste christenen nog sterk gevoed. De machtige protesten, door de schismatische bewegingen van het montanisme, novatianisme en donatisme tegen de verwereldlijking van de kerk ingebracht, werden niet gehoord of afgewezen. De kerk wilde de weg van de ascese en van separatisme niet op. Zij wilde wereldkerk zijn en zij werd het. Maar niet, zonder dat zij binnen haar eigen kring de ascese, het monnikkendom als een rechthebbend element had erkend en opgenomen, op voorwaarde dat dit niet beweerde het enige christendom, het voor allen geldend ideaal te zijn.
Dit had volgens Bavinck ten gevolge dat de oorspronkelijke antithese van heilig en onheilig plaats maakte voor die van het goede en het betere, van de zedelijke geboden en de evangelische raadgevingen. En daarin ziet hij het punt, van waaruit de roomse wereldbeschouwing het best kan worden verstaan.
Lang heeft het geduurd eer die roomse beschouwing zich gevormd heeft, maar Bavinck ziet het beginsel ervan reeds in de tweede en derde eeuw aanwezig.
Het natuurlijke vindt zijn tegenstelling in het bovennatuurlijke. Het natuurlijke is niet zondig, maar kan uit zijn aard aan het bovennatuurlijke niet reiken.
De katholiciteit van het christelijk beginsel, dat alles reinigt en heiligt, is vervangen door het dualisme, dat het bovennatuurlijke altijd plaatst boven het natuurlijke.
Scherpzinnig laat Bavinck zien hoe dit beginsel van het dualisme verregaande konsekwenties heeft voor de leer van de Roomse Kerk.
Er is bij Rome daarom ook niet een doorzuren met het evangelie van het hele leven. De kerk wijdt het, vernieuwt en heiligt het niet.
Alles wat buiten de kerk is, is het gebied van het ongewijde. De kerk brengt het onder haar macht, d.w.z. onder de macht van de paus.
De katholiciteit van het christendom wordt dus wel in zoverre door Rome gehandhaafd, dat het op de ganse wereld beslag leggen en alles tot onderwerping aan de kerk brengen wil. Maar de katholiciteit wordt geloochend in deze zin, dat het christendom zelf alles als een zuurdeeg doorzuren moet. Het blijft een eeuwig dualisme, het Christendom wordt geen immanent, geen hervormend beginsel. Rome vernietigt het natuurlijke niet, maar drukt het neer. Het laat huwelijk, huisgezin, eigendom, aards beroep, staat, wetenschap, kunst wel bestaan. Maar het drukt op dat alles het stempel van het ongewijde, dat door de kerk moet gewijd worden. Daarom is niet heilig en onheilig, maar gewijd en ongewijd de tegenstelling, waarin Rome zich beweegt.
De strijd rondom het celibaat is vandaag een aktueel punt, waarvan blijkt dat Rome deze tegenstelling ook nu nog steeds niet overwonnen heeft. De ongehuwde staat is in wezen heiliger dan de gehuwde.

De Reformatie
Met het machtig stelsel van Rome is de Reformatie bijna op alle punten in botsing gekomen. Gewoonlijk wordt bij de reformatie van de 16e eeuw alleen aan een hervorming van de kerk gedacht. Zij was echter veel meer dan dat. Zij was een gans andere en nieuwe opvatting van het christendom zelf. Dualistisch was de levens- en wereldbeschouwing van Rome. Maar de reformatoren hebben de roomse tegenstelling van natuur en bovennatuur doorbroken. Zij hebben het natuurlijke in zijn rechten weer ontdekt en hersteld en van het roomse brandmerk van het profane en het ongewijde gezuiverd. Het natuurlijke is niet iets van mindere waarde en van lagere orde, als zou het voor geen vernieuwing en heiliging vatbaar zijn, maar alleen beteugeling en onderdrukking behoeven. De hervorming heeft ons niet alleen de geloofsartikelen over de Zoon en de Heilige Geest, over de kerk en de vergeving der zonden beter doen verstaan. Maar zij heeft ook het eerste artikel van ons algemeen christelijk geloof weer in eer hersteld en met volle nadruk beleden: ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
Wel stelde de Reformatie, dat de zonde alles heeft bedorven en verontreinigd. Zij belijdt dat de ganse wereld in het boze ligt en vol verleiding is. Maar tevens wordt erkend, dat het natuurlijke niet in zichzelf onheilig is en dat het daarom wel gereinigd maar niet veracht of vermeden behoeft te worden.
De roomse tegenstelling tussen natuur en bovennatuur is in de reformatie vervangen door die van zonde en genade.
Maar die genade vernieuwt het hele leven. Niets valt daar buiten. Calvijn is veel verder gegaan dan Luther. Luther zag genade vooral als vergeving en vernieuwing van het hart. Het overige liet hij zoals het was. Het dualisme wordt daarom bij Luther niet geheel overwonnen. Tot de ware katholiciteit komt het niet.
Voor Calvijn geldt de vernieuwing het gehele leven. Het evangelie moet overal doordringen. Niet alleen het hart of de kerk, maar ook het huis en de school, de maatschappij en de staat moeten worden gesteld onder de heerschappij van Christus. De Lutherse reformatie was een hervorming van godsdienst en predikambt. De Calvinistische een vernieuwing ook van staat en maatschappij.
Het is een genot om bij Bavinck deze gereformeerde visie op de katholiciteit van de kerk te lezen.
De volgende maal nog iets over de vraag wat dit alles vandaag voor ons betekent.

Oosterhoff

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1969

De Wekker | 8 Pagina's

De katholiciteit van de Kerk (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1969

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken