Bekijk het origineel

Theologische opleiding in discussie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Theologische opleiding in discussie

7 minuten leestijd

Aan verschillende universiteiten en hogescholen wordt vandaag de vraag bestudeerd of de theologische studie zoals die in het verleden aan de theologische faculteiten en hogescholen werd beoefend nog wel voldoet aan de eisen van onze tijd. Dat wij niet op een eiland leven blijkt ook hieruit, dat eveneens hier en daar in onze kerken deze vraag gesteld wordt en met het oog op onze eigen theologische opleiding zelfs enige aanwijzingen gegeven worden. Het is verblijdend dat men telkens weer kan waarnemen dat op meer dan één wijze met onze hogeschool wordt meegeleefd. En dat is begrijpelijk, daar het er in de eerste plaats aan onze hogeschool om gaat predikanten op te leiden voor onze kerken, maar dan ook in onze tijd. En inderdaad stelt dat bijzondere eisen.

Als een algemene klacht kan men horen dat de theologische opleiding over het geheel zich te weinig richt op de praktijk. Met name zou er een tekort zijn op het punt van de oriëntatie in de wereld, waarin de kerk staat en de toekomstige theoloog zijn werk verrichten moet. Daarbij speelt dan ook nog een rol het feit, dat veel theologische studenten aan universiteiten helemaal geen predikant worden, maar bv. terecht komen aan een school of in maatschappelijk werk. En men stelt de vraag of die studenten, die later industrie- of evangelisatie-predikant worden niet daarvoor een speciale opleiding behoeven. M.a.w. men wil meer differentiatie en specialisatie in de theologische studie.
Dat men naar meer differentiatie streeft in de theologische opleiding zal ook wel hiermee samenhangen dat in heel het onderwijs differentiatie aan de orde is. Met name de mammoet-wet biedt voor het voortgezet onderwijs mogelijkheden tot ruime differentiatie. Maar de vraag naar differentiatie in de theologische opleiding komt toch zeker ook voort uit de praktijk waarin de afgestudeerden terechtkomen.
Ongetwijfeld heeft elke theologische opleiding met de vragen, die hier aan de orde zijn, te maken.
Wanneer men echter beweert, dat de theologische opleiding te weinig op de praktijk gericht is, moet men niet overdrijven. De ambtelijke vakken zijn er bijzonder op gericht om de student klaar te maken voor de praktijk. In een vak als ethiek komen allerlei vragen, die direkt samenhangen met onze tijd, aan de orde. En zo zou meer te noemen zijn. De studenten zijn ook mensen van onze tijd, die als het goed is, bezig zijn met de vragen van hun tijd en die ook in hun opleiding indragen, waardoor ook hoogleraren er mee moeten bezig zijn, als ze er zelf door hun studie en hun kontakten nog niet mee bezig zouden zijn. En natuurlijk is er meer te doen. De theologie beweegt zich tussen de twee polen van de openbaring Gods in de Heilige Schrift naar de wereld, waarin die openbaring Gods moet verkondigd worden en gestalte krijgen.
Dat betekent dat de theologie primair moet zijn en blijven bezinning op de boodschap van God in zijn openbaring in de Heilige Schrift. De theoloog moet beginnen met te luisteren naar wat God zegt in zijn Woord. Natuurlijk moet hij ook luisteren naar de tijd waarin hij leeft. Hij moet zijn tijd kennen. Hij moet de mens van vandaag kennen met zijn vragen en problemen. Hij mag niet leven, preken of werken alsof hij honderd of vijftig jaar geleden leeft. Maar hij moet beginnen met te luisteren naar het Woord Gods. Want dat Woord Gods moet zijn uitgangspunt zijn voor al zijn werk.
Er is in onze tijd een neiging om de theologie zozeer in de praktijk te laten opgaan of de vragen van de moderne mens zozeer tot uitgangspunt te kiezen, dat de boodschap van Gods Woord niet meer primair is, maar slechts in zoverre aan de orde komt als in verband met de praktijk of de vragen van vandaag wordt van belang geacht.
Men kan tegenwoordig theologie horen omschrijven als „de denkarbeid die nodig is om als christen te leven en anderen te helpen als christenen te leven" of theologie wordt genoemd „de wetenschappelijke bezinning op de vraag naar God en daarin naar het heil van mens en wereld".
In het eerste geval wordt theologie zo iets als een christelijke samenlevingsleer. En het spreekt vanzelf, dat de theologie niet buiten de samenleving omgaat, maar als theologie samenlevingsleer wordt, dan heeft zij opgehouden theologie te zijn en is zij een soort sociologie, maatschappijleer, geworden.
Die tendens laat zich in onze tijd waarnemen. De sociologie is een jonge wetenschap. Het is begrijpelijk dat ze is opgekomen in onze tijd. De vragen rondom de samenleving zijn legio. En de theologie kan leren van de sociologie, zoals de theologie van zoveel wetenschappen kan leren. Maar de theologie heeft haar eigen opdracht en karakter en die mag ze nimmer verloochenen, zal ze theologie blijven.
In de tweede omschrijving staat niet God in de theologie primair, maar de mens met zijn vragen. Niet ten onrechte heeft prof. Gispen gezegd: „Bij de herstrukturering van de theologische opleiding gaan ze van de mens uit, niet van de bijbel". Dat betekent dat de theologie een ander objekt kiest. Niet de openbaring van God aan de mens, maar de mens en de vraag in hoeverre die openbaring in het verleden vandaag voor die mens nog relevant is.
Dit blijkt ook uit de totaal andere opzet die men aan de theologische studie geven wil. Zo denkt men bv. toe te kunnen met minder tijd te besteden aan de talen, waarin ons de bijbel gegeven is. Met name wil men de bestudering van het hebreeuws beperken en in sommige gevallen zelfs geheel laten vallen. Er zal dan meer tijd vrijkomen voor de bestudering van de vragen van onze tijd, met name die van de menselijke samenleving, van de politiek, de ethiek e.d.
En ik zou niet graag willen beweren dat niet vele van deze vragen in de theologie aan de orde behoren te komen.
Een taak midden in het volle leven eist een goede toerusting voor deze taak. Zonder van de toekomstige theoloog een schaap met vijf poten te maken is een zo breed mogelijke oriëntatie vereist.
Het is ook inderdaad de vraag of iedere theologische student in de toekomst dezelfde opleiding moet hebben. De gedachte aan differentiatie is niet uit de lucht gegrepen. Een zo breed mogelijke oriëntering zal ook kontakten met de andere wetenschappen nodig maken. Gastcollege's en een studium generale zou wat onze hogeschool betreft hulpdiensten kunnen verrichten.
Bij specialisatie zal misschien ook van andere opleidingen kunnen worden gebruik gemaakt, zoals dat thans het geval is met hen, die worden opgeleid voor zending en evangelisatie.
Maar het karakter van de theologie, waarbij het Woord Gods uitgangspunt is, blijve bewaard. Daarom is een grondige bestudering van het Woord Gods, waarbij de kennis van de talen van de bijbel niet kan gemist worden, een eerste vereiste, alsmede de vraag hoe dat Woord Gods door de eeuwen heen is verstaan, vertolkt en beleden, en het in onze tijd gebracht, beleefd en gestalte gegeven moet worden.
De vorm van de theologische opleiding kan veranderd worden. Misschien draagt ze in sommige opzichten nog te veel het kenmerk van vroeger tijden, al had men ook toen wel oog voor de „beoefende godgeleerdheid". Maar het gaat om „de kennisse Gods". Om zijn Woord en zijn Wil.
Daar gaat het om in de prediking. Die mag niet los staan van de vragen van de mens van vandaag, maar moet voor alles zijn bediening van het Woord. Een prediking, waarin de mens alsmaar wordt gekonfronteerd met zijn eigen vragen, is doodvermoeiend en maakt de kerken leeg. Maar de rechte bediening van het Woord zal op de man af zijn en blijken ook de mens in onze tijd iets te zeggen te hebben. Daarom moet het Woord Gods in de Schrift gebracht worden.
Maar dat Woord Gods betreft het volle leven met al zijn facetten, het persoonlijke leven, het gezinsleven, het maatschappelijke en politieke leven. Het is een geweldige taak waartoe de theologie geroepen wordt. Niets minder dan tot 'het: „Zo zegt de Here". Het is een hoge pretentie. Maar daar gaat niets vanaf. Want dit is haar opdracht.
Het spreekt vanzelf, dat geen theoloog dat kan doen in eigen kracht. Daar is het onderwijs van Boven en het licht van Gods Geest voor nodig. Want het is een taak die alle menselijke kracht ver te boven gaat.
Het ware goed dat deze erkenning in het theologisch onderwijs wat meer gestalte krijgt dan vaak het geval is. Behalve een studerende gemeenschap, moeten we ook een biddende gemeenschap zijn.

Oosterhoff

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1971

De Wekker | 8 Pagina's

Theologische opleiding in discussie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1971

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken