Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Is kerkelijke eenheid mogelijk? (7)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Is kerkelijke eenheid mogelijk? (7)

Om de Afscheiding

8 minuten leestijd

De briefpassage uit het slot van het vorige artikel in deze serie —die onregelmatig verschijnt — waarin gereageerd werd op mijn schrijven over de Gereformeerde Bond noopt me om uitvoerig op de daarin gemaakte opmerkingen in te gaan. Ze zijn belangrijk en geven weer wat bij meerderen leeft. Er staan dingen in, die onbillijk zijn en tegenspraak oproepen; er worden ook zaken genoemd, die mijn hartelijke instemming hebben. Het gaat in deze brief ten diepste om de Afscheiding.

Het recht
Uit het schrijven blijkt dat deze broeder feitelijk twijfelt aan het recht van Afscheiding, getuige het slot: „Is 1834 zo'n gelukkige omstandigheid geweest? Is de scheiding niet een repeterende breuk gebleken?". Het zijn de vragen, die ons door personen uit de Geref. Bond ook altijd worden gesteld. Het blijkt dat deze redenering invloed heeft en deze chr. geref. broeder geraakt heeft. Hij is hiertoe — als we zijn schrijven analyseren — gekomen door de groeiende invloed van de Geref. Bond in de Hervormde Kerk en door de verschuivingen in eigen kerk.
In dit verband herinnert hij aan de Acte van Afscheiding. Maar daar wordt ook van wederkeer gesproken, zegt hij. Nu vrees ik dat hier een misverstand is, niet zonder betekenis. De juiste naam luidt immers „Acte van Afscheiding of wederkering". Met die wederkering wordt niet bedoeld de wederkeer tot de Hervormde Kerk, maar de wederkeer tot het Woord des Heren. De Afscheiding is hetzelfde als wederkeer tot de leer van de Schrift. In de Acte zelf wordt gezegd: „en dus geen gemeenschap meer willen hebben met de Ned. Herv. Kerk totdat deze terugkeert tot den waarachtigen dienst des Heeren"

De vraag is dus: is de Hervormde Kerk van vandaag teruggekeerd tot de waarachtige dienst des Heren?
Als ik de vertegenwoordigers van de. Geref. Bond lees en beluister, dan zijn de klachten over de ontwikkeling van de Ned. Herv. Kerk in haar beleid legio. Het feit dat een geref. bonder niet meer een plaats willen hebben in het moderamen van de generale synode spreekt boekdelen: „er wordt toch niet naar ons geluisterd, zoals de recente geschiedenis heeft bewezen".
Zou m'n correspondent vandaag hervormd willen worden, dan kan ik dat menselijk wel begrijpen, maar dan haalt hij een streep door deze Acte van Afscheiding om daarna, als hij kerkelijk en geestelijk meeleeft, zijn ziel te kwellen in de Ned. Herv. Kerk, die hoe langer hoe meer het gereformeerde spoor verlaat, ondanks het feit dat de invloed van de Geref. Bond in de plaatselijke kerken en in de prediking groter wordt.
Deze broeder zegt: we leven in 1971. Uitstekend, maar wat betekent dat in de praktijk? Uit mijn artikel in het nr. van 5 februari blijkt duidelijk dat ik zeer sympathiseer met de Geref. Bond en me geestelijk nauw aan hen verwant gevoel. Dat is buiten discussie. Inderdaad — de visie op de kerk scheidt ons. Maar is dat een particuliere aangelegenheid, een specifiek christelijk gereformeerd stokpaardje?
De grote moeilijkheid is: we zouden in 1971 allen opnieuw moeten kunnen beginnen. Dan zouden de kerkelijke verhoudingen anders worden. Ieder zit met de erfenis van het verleden. In die situatie moeten we elkaar zoeken, naar elkaar luisteren. Samen uitzien naar verandering.
Nogmaals wordt hier herhaald: het gaat niet om de Chr. Geref. Kerk als zodanig; we zouden bijzonder graag een vereniging zien van allen, die naar Gods Woord overeenkomstig de gereformeerde belijdenis willen leven.
Op dit ogenblik zie ik geen andere weg. Om in de terminologie van deze correspondent te blijven: dacht hij dat de Cock en Scholte zich in de Hervormde Kerk van vandaag zouden thuis gevoelen? Wel in verschillende plaatselijke hervormde kerken misschien, maar niet in de landelijke kerk en daar hadden zij juist een open oog voor.
Moet een Afscheiding persé een andere afscheiding teweeg brengen? M.a.w. is de Afscheiding als zodanig oorzaak van de voortgaande verdeeldheid of speelt hier de zonde niet een grote rol? Waarom was de Reformatie dan wel goed en waarom zou de Afscheiding als zodanig dan verkeerd zijn?
We kijken vandaag anders tegen de Herv. Kerk aan dan de Cock in 1834. Gelukkig dat er veel gereformeerd leven in plaatselijke kerken te vinden is. Dat tast het recht van de Afscheiding in de vorige eeuw niet aan. Dat doet ons wél vragen; hoe komen we verantwoord bij elkaar?

De geest
Ernstige bezwaren brengt hij in tegen de huidige geest van onze kerken. „Velen in de Chr. Geref. Kerken weten van 1834 niet veel meer en vraagt u het eens hier en daar of men achter de beginselen en achter het klimaat van 1834 staat?". Hier wordt een belangrijke zaak aangesneden, die me zelf voortdurend bezighoudt en die meerderen in onze kerken in beslag neemt. Het is immers de vraag naar de geest van de Afscheiding het leven uit datgene wat de inzet van deze reformatie in het klein is geweest.
De Cock zou zich niet thuis voelen in de huidige Chr. Geref. Kerk en dan wordt gewezen op allerlei nieuwigheden. Nu is „thuis voelen" een bijzonder subjectief begrip. Zouden b.v. Comrie en Brakel zich in de kerk van de Afscheiding van 1834 hebben thuis gevoeld? Zou iemand uit de vorige eeuw zich in deze eeuw thuis voelen, in kerk of maatschappij? Ontwikkelingen zijn er in iedere tijd geweest en iedere kerk heeft daarmee te maken. Ik zou niet graag het gebruik van de Nieuwe Vertaling in strijd achten met de geest van de Afscheiding. Genoemd wordt verder het vrouwenkiesrecht. De bekende tekst over het zwijgen wordt geciteerd. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Als de vrouw dan zwijgen moet in de gemeente, dan moet aan de vrouw het recht van approbatie en appèl ook ontnomen worden en dat had zij zelfs in de Afgescheiden kerk. Deze tekst heeft m.i. meer te maken met de vrouw in het ambt dan met het vrouwenkiesrecht.
De kwestie van de Theol. Hogeschool is ook al te gemakkelijk aan de orde gesteld door deze broeder. Hij doelt op het bekende beginsel „voor de kerk door de kerk". Maar sluit dat uit dat anderen van deze inrichting geen gebruik mogen maken? Hartelijk ben ik voor de eigen opleiding van dienaren des Woords. Maar wanneer anderen hier ook van willen profiteren, dan is daar geen bezwaar tegen. Hebben we misschien een roeping in dit opzicht? In de kerkelijke situatie van de vorige eeuw, toen veel gesproken werd over het beginsel „voor de kerk door de kerk" was er geen gelegenheid voor en geen kijk op de profetische roeping van Kerk en School. Dit ligt vandaag anders. Schamper wordt opgemerkt; maar er moet wel worden gecollecteerd voor de Hogeschool. Maar heeft deze broeder er kennis van genomen wat „dit open instituut" in deze paar jaren in feite heeft betekend? Het aantal mensen, dat hier van gebruik gemaakt heeft, is nog op de vingers van één hand te tellen, als ik goed ga tellen. Zou het geen zegen zijn dat we ook iets voor anderen kunnen zijn? Moeten we het isolement zoeken om het isolement?
Anders wordt het wanneer deze broeder schrijft over de toenemende begeerte om gezangen te zingen. Een ingewikkeld probleem, dat niet meer los te maken is van het feit dat de Afscheiding te maken had met onschriftuurlijke gezangen, waarin de hele moderne theologie van die tijd zich weerspiegelde. Deze historie heeft in onze kerken zeer nagewerkt en heeft huiverig gemaakt ten aanzien van de gezangen. Consequent is men hierin nooit geweest, gezien de „enige gezangen", die wel gezongen worden en waarvan sommige geen berijmde Schriftgedeeiten zijn. De zucht naar gezangen vind ik persoonlijk ook niet zonder bedenkingen. De historie leert dat wanneer men eenmaal een voet op dit pad zet, men nog niet weet waar men uitkomt. Hier is geen stilstand. Waaruit komt de drang om vernieuwingen in te voeren op?
Als dit zo verdedigd wordt alsof het bestaan van de kerk van het zingen van gezangen afhangt en het verschrikkelijk zou zijn wanneer we achteraan komen, dan is dit een zwak argument, dat geestelijke armoede verraadt.
En daarom vind ik persoonlijk veel belangrijker de vraag: leven we nog uit de geest van de Afscheiding? Weten we nog dat het in de Afscheiding ging om de boodschap van Gods vrije genade. Schilder noemde destijds de Dordtse Leerregels het Credo der Afscheiding. Ik krijg de indruk dat de schriftuurlijke leer van dit jongste belijdenisgeschrift in wezen, als het aan de orde wordt gesteld en de puntjes op de i gezet worden, verzet oproept. Dat de Cock zich om deze reden in de huidige Chr. Geref. Kerken niet thuis zou voelen vind ik veel ernstiger dan dat hij zou constateren dat er allerlei vernieuwingen zijn gekomen.
We zijn met deze serie nog niet klaar.

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 30 April 1971

De Wekker | 8 Pagina's

Is kerkelijke eenheid mogelijk? (7)

Bekijk de hele uitgave van Friday 30 April 1971

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken