Bekijk het origineel

Begraven we nog? (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Begraven we nog? (1)

8 minuten leestijd

Vraag en feit
Onlangs werd me een vraag gesteld n.a.v. een opmerking in een door mij verzorgd catechisatieboekje (Bijbel en Belijdenis I, les 40): Lijkverbranding is niet onder alle omstandigheden te veroordelen. Direct daarop volgt: maar een christen heeft de lijkverbranding niet nodig omdat Christus de verschrikking van de dood heeft weggenomen.
Wat was de bedoeling van de eerste opmerking?
Het behoort tot de christelijke zede onze doden te begraven; we zien tegelijk dat aan deze zede wordt getornd nu de crematie hand over hand toeneemt. Het is terecht onder ons geen gewoonte onze lichamen te cremeren. Doch we moeten wel even voorzichtig zijn door te stellen dat lijkverbranding altijd ten strengste moet veroordeeld worden. Is dit onder alle omstandigheden het geval? Ik denk nu aan de niet denkbeeldige mogelijkheid dat een opeenhoping van lijken een gevaar vormt voor de volksgezondheid onder bepaalde omstandigheden. Zouden we in een dergelijke situatie er op moeten blijven staan dat begrafenis de enig geboden mogelijkheid is voor een christen? Is verbranding van lijken onder deze omstandigheden een tekort doen aan de belijdenis van de opwekkingsmacht van de Here Jezus Christus? Wat moeten we, als begraven worden de enige mogelijkheid is, dan denken van hen, die bij een brand om het leven kwamen en wier lichamen verkoold werden? En er zijn nog heel andere gevallen denkbaar dat er van lichamen niets meer over is of dat lijken zelfs niet eens gevonden worden om begraven te kunnen worden.
Dat was de bedoeling van de kleine opmerking in bedoelde catechisatieles.
Overigens zien we dat crematie steeds meer gewoonte gaat worden, ook in ons land. Vijf en twintig procent van de overledenen wordt reeds gecremeerd; dat betekent één op de vier. In een stad als Amsterdam worden steeds meer mensen gecremeerd dan begraven.
Het aantal crematoria neemt toe. Was vroeger Westerveld het enige crematorium, gevolgd door Dieren, nu zijn er in alle delen van het land crematoria te vinden en op uitbreiding van dit aantal wordt aangedrongen. Plannen zijn in de maak.
Sinds begrafenis en crematie voor de Nederlandse wet gelijkwaardige vormen van lijkbezorging zijn, zal van nu geboden mogelijkheid steeds meer gebruik worden gemaakt.
Als argument wordt opgegeven: er is geen plaats meer voor kerkhoven in ons steeds voller wordend land. Daarom is het een goede zaak dat lijkverbranding er steeds meer inkomt. Is dit het argument, dat de doorslag geeft?

Verschuiving in motieven
Lijkverbranding is van heidense oorsprong. In de Bijbel had verbranding van lijken plaats na het voltrekken van de doodstraf (Gen. 38,24; Lev. 20,14 en 21,9; Jozua 7,15)
Eeuwenlang is de begrafenis onder de volken, die met het Christendom in aanraking waren gekomen, gewoonte geweest. In het laatst van de vorige eeuw werd in Nederland opgericht de vereniging voor facultatieve lijkverbranding. De propaganda voor en de ingang van de lijkverbranding stond duidelijk in verband met het veldwinnende materialisme en modernisme. De loochening van de opstanding der doden vond haar uitdrukking in de crematie van lijken: dood is dood en het is met de dood afgelopen. Opstanding der doden is een onmogelijke zaak. Aan die onmogelijkheid geven we nog eens extra uitdrukking door onze doden te verbranden.
In de laatste jaren is de lijkverbranding ook onder kerkleden steeds meer toegenomen.
Gelukkig heb ik tot dusver nog nooit in ons blad een rouwadvertentie gezien, die uitliep op de mededeling van de crematie. Maar onder leden van de Hervormde en in veel mindere mate onder die van de Geref. Kerken heeft crematie ingang gevonden.
In zijn boekje „De kerkelijke begrafenis" bespreekt dr. L.G. Wagenaar de argumenten tegen de crematie en komt hij tot de conclusie dat het toevertrouwen van de dode aan het vuur of aan de aarde voor het handelen van de Kerk zonder betekenis is „want het echte toevertrouwen is niet aan deze elementen, maar aan God en zijn zorg alleen".
We krijgen de indruk dat velen de crematie kiezen boven de begrafenis, niet vanuit de loochening van de Opstanding, maar uit hygiënische overwegingen. Het is een verschrikkelijk iets wat in het graf plaats vindt. De ontbinding van de lijken van onze geliefden is zo weerzinwekkend dat we crematie een ware uitkomst vinden. Dit is barmhartiger - de mechanische vernietiging in één moment - dan het langzame ontbinden en verteerd worden.
Wij willen aan Gods almacht geen paal en perk stellen en wij zijn van oordeel dat crematie de opstanding heus niet onmogelijk maakt. Maar wij vinden crematie een veel passender vorm van lijkbezorging dan het nare begraven worden.
Deze verschuiving in motieven is duidelijk op te merken.

Achtergrond
Wat is de achtergrond van deze redenering? Voor mijn besef uiteindelijk dezelfde als die m.b.t. euthanasie en abortus: de mens wil heersen over dood en leven. Hij wil beschikken over lijden en ziekte, over de aanvang en het einde van het leven. Hij neemt God het werk uit handen en gaat in Zijn stoel zitten. De middelen staan hem ten dienste en de techniek is een welkome hulp.
Begraven worden en tot ontbinding overgaan is een straf op de zonde. Op gewelddadige wijze in dit proces ingrijpen is zich verzetten tegen Gods beschikking. Het is in opstand komen nu niet tegen het lijden, maar wel tegen het vernederende proces, dat in het graf plaats vindt. Dit proces wil men voorkomen en zelf het lijk tot stof doen wederkeren; daarom gaat men cremeren.
Crematie is een teken van de saecularisatie van de samenleving, zoals deze verwereldlijking steeds meer doordringt op allerlei terreinen van het leven.
In de praktijk betekent saecularisatie dat God er niet meer bij is, nu de mens mondig is geworden en zich in vele opzichten zelf kan redden en zijn eigen weg kan bepalen.
Waarom zullen we vasthouden aan de onhygiënische vorm van lijkbezorging als ons moderne mensen een veel hygiënischer en minder weerzinwekkende vorm ten dienste staat? Of minder weerzinwekkend? Is het een fijne gedachte dat we in een ogenblik onze geliefden, van wie we zo juist afscheid namen, tot as doen vergaan? Ook dat kan pijnlijke gevoelens opwekken.
Maar los van gevoelsfaktoren vindt men crematie toch heel wat passender bij de mondige mens van nu dan begraven worden.
Juist vanwege de geschetste achtergrond zullen we als christenen niet tot crematie moeten overgaan. Het is een toegeven aan de tijdgeest, wanneer we dat doen. Als de omstandigheden ons er toe zouden dwingen is het vroeg genoeg. Maar nu we nog in geen enkel opzicht gedwongen worden tot crematie moeten we neen zeggen in de overtuiging dat - zoals Bavinck het in zijn Dogmatiek reeds uitdrukte - „begraving veel meer in overeenstemming is met Schrift en belijdenis, historie en liturgie, met de leer van het beeld Gods, dat ook in het lichaam uitkomt, en van de dood als staf der zonde, met de aan de doden verschuldigde eerbied en de opstanding ten jongsten dage".
Als we onze doden begraven, zaaien we hen - naar Paulus' woord - tot de morgen der opstanding. Dat zaaien komt in de verdrukking als we gaan cremeren, ook al zouden we inhoud van de urn over de aarde verspreiden. Er wordt niets in de aarde gelegd.

Andere aspecten
Juist als we blijven pleiten voor begraven tegen cremeren, voor het toevertrouwen van onze doden aan de aarde, zullen we dan ook inderdaad moeten tonen dat we dat doen.
In dit verband drie opmerkingen.
In de eerste plaats als we het mechanisch vernietigen van de lijken afwijzen, dan moeten we evenzeer bezwaar maken tegen het kunstmatig conserveren van de lijken, zoals dat bij de Egyptenaren in gebruik was en nog wordt toegepast op hooggeplaatste personen. Ook dan vertrouwen we onze doden niet aan de aarde, neen aan de Here toe en grijpen we zelf in om een bepaald proces tegen te houden.
Een tweede zaak betreft de eerbied, die we op het standpunt bovengenoemd, moeten opbrengen voor de kerkhoven. De graven worden op steeds kortere termijn geruimd. Kerkhoven worden spoediger gesloten dan in vroeger tijden het geval was. Zo kon het gebeuren dat in een niet onvermaarde dorp op de Veluwe toen op de plaats, waar eens een kerkhof was een schouwburg werd gebouwd, gevoetbald werd met opgegraven schedels. Hier ontbreekt het aan de verschuldigde eerbied zowel voor de doden als voor de begrafenis als zodanig. Het zaaien kan op deze wijze aangevochten worden.
Tenslotte - het trof me de laatste tijd bij verschillende begrafenissen in en nog meer buiten mijn eigen woonplaats dat we tegenwoordig naar een begrafenis toegaan zonder te begraven! Als we naar het kerkhof gaan om onze doden „aan de schoot der aarde toe te vertrouwen" dan gebeurt dat niet wanneer de kist boven het graf blijft staan. De reden daarvoor is gelegen in het feit dat men het dalen van de kist een uiterst pijnlijk moment vindt, dat men om gevoelsredenen maar liever niet mee wil maken.
Het is inderdaad het pijnlijkste moment - nu wordt het loslaten definitief: eerst zagen we onze dode nog; toen nog de kist; maar nu niets meer. Maar mogen we als christenen dit moment ontgaan?
Is juist bij het graf geen plaats voor de verkondiging van Hem, Die de verschrikking van het graf heeft weggenomen en Die het graf geheiligd heeft tot een wachtkamer op de Dag der Opstanding?
Vandaar mede de vraag; begraven we nog?
Als we dat niet meer echt doen blijft er in de praktijk weinig verweer meer tegen de crematie.

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1973

De Wekker | 8 Pagina's

Begraven we nog? (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1973

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken