Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De wederkomst des Heren (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De wederkomst des Heren (III)

6 minuten leestijd

Zullen we ons niet verliezen in allerlei speculaties over het hoe en wanneer van de wederkomst des Heren, dan moeten we die wederkomst zien in het licht van het grote herscheppingswerk Gods.
God heeft alle ding geschapen.
De schepping, het werk van de drieënige God, is er omdat God haar gewild heeft en haar zó gewild heeft.
Het gans heelal is door Hem voortgebracht, Hij schiep de hemel en de aarde.
En die aarde, de mens ter woonplaats gegeven, is als een van de kleinste planeten uit ons zonnestelsel, slechts een zeer klein deeltje van het mateloos heelal met de voor de mens nog zo onbekende geheimen van niet na te speuren diepten en verten. Gods werken zijn groot, veel groter dan wij nu ooit kunnen bevatten.
Waartoe formeerde God dat alles?
In Spr. 16 lezen we: de Here heeft alles gemaakt om zijnszelfs wil (voor Zijn doel), ja zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.
De verheerlijking van Zijn Naam, de glorie van de volle levensrijkdom Gods is het doel van de schepping en daarom de zin van alle leven.
Als eenmaal in heerlijkheid voor de troon de 24 oudsten zich neerwerpen zullen om Hem die op de troon zit te aanbidden, zal hun loflied klinken: Gij, onze Here en God zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht, want Gij hebt alles geschapen en om Uw wil was het en werd het geschapen. (Openb. 4:11)
Tot dat doel van het werk Zijner handen schiep God op deze kleine paradijsheerlijke planeet, de kroon van Zijn schepping, de mens, Zijn mens. Hij gaf hem de hoogste geestelijke gaven van verstand en hart, naar Zijn beeld schiep Hij hem.
Is alleen datgene werkelijk goed, wat aan zijn doel beantwoordt, - op de zesde scheppingsdag kon de Almachtige van het werk Zijner handen zeggen: en zie het is zeer goed. (Gen. 1:31)
Onder verleiding van satan is door de schuld van de mens in zijn ongehoorzaamheid de zonde in deze wereld, Gods wereld, gekomen en door de zonde de dood. De mens Gods, die als God wilde zijn, klom zelf ten troon. Het is de nog altijd in elk zondig mensenhart doorwerkende macht der zonde, die zichzelf bedoelt en inplaats van Gods eer, eigen eer zoekt. Daarom is de schepping nu aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig maar om de wil van Hem, die haar daaraan onderworpen heeft (Rom. 8:20).
Toch heeft de Eeuwige Schepper zijn wereld niet afgeschreven! Satans woeden en 's mensen zondeopstand zullen niet eeuwig Gods eer roven!
God zal ook op deze aarde eens weer tenvolle verheerlijkt worden.
Het zal eenmaal volle werkelijkheid worden, wat als diepste begeerte - hoeveel strijd of het ook kost voor henzelf - Gods kinderen van harte leren bidden: Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
God is bezig naar Zijn welbehagen. Zijn eeuwig Raadsplan te volvoeren in het herscheppingswerk. Daartoe heeft Hij, als Zijn knechten die Hij zond met Zijn boodschap, Hem de vruchten van de wijngaard niet konden doen brengen, tenslotte Zijn Zoon gezonden.
Jezus Christus de Middelaar der herschepping. Zal Gods schepping ontheven van de vloek der zonde Hem weer loven, dan zal de oorzaak van de vloek moeten worden weggenomen. Dan zullen mensenharten verzoend met God door Zijn Borgwerk, herschapen en vernieuwd door de Heilige Geest weer het levenslied tot eer van God moeten leren. De zonde zit niet in het stof, maar in de geest. Daarom is deze geestelijke vernieuwing, deze wedergeboorte eerst noodzakelijk. Maar daarna zal ook het stof gereinigd, gelouterd, herschapen worden tot een lofzang van leven voor Hem.
Omdat God, door de Middelaar in het zoenoffer van Zijn bloed, vijanden weer met zich verzoent, zwervers naar de poorten van de hel, weer priesters in Zijn tempel maakt, is er hoop voor de ganse schepping!
De vrucht van het aan het Kruis volbrachte werk van Jezus Christus is niet alleen - hoe eeuwig belangrijk ook! - de zaliging van zondaren en het door alle strijd heen toch thuis komen van verloren zonen en dochters, maar het feest, de voltooiing van het herscheppingsplan Gods.
Daarom wacht die aan de vruchteloosheid onderworpen schepping met reikhalzend verlangen op het openbaar worden van de zonen Gods. Want de schepping zelf zal bevrijd worden van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods (Rom. 8:19-22). De ganse schepping in al haar delen zucht dan ook nu als in barensnood naar de openbaarwording van dat volmaakte leven en dat leven der volmaaktheid.
God zal in eeuwige luister Zijn doel bereiken en die toekomst ligt vast in de doorboorde handen van de nu verhoogde Middelaar in de troon. De overwinning is behaald. In Christus zijn daarom ook nu reeds allen die van Hem zijn, meer dan overwinnaars.
Alle dingen zijn door de Vader Hem gegeven en aan Zijn voeten onderworpen. Hij is op grond van Zijn kruisverdienste door de levendmakende en herscheppende Geest, bezig het Koninkrijk voor God vol te maken.
Want schrijft Paulus in 1 Cor. 15:23 vv, ieder in zijn eigen rangorde: Christus (is) als eersteling (opgewekt) - vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst, daarna het einde.
Het einde - als zowel in de verwerving van het heil voor zondaren, als in de toepassing van het heil in de toebrenging van zondaren Zijn Middelaarswerk af zal zijn.
Het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, opdat God zij alles in allen.
Dan zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde vol zijn van gerechtigheid en vrede. Het nieuw Jeruzalem van de hemel neergedaald zal dan op de ganse aarde zijn. En de tent van God zal bij de mensen zijn en zij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, want de eerste dingen zijn voorbij gegaan.
Dat is dè toekomst, die wij wachten!
Maar in principe is die toekomst reeds ingegaan!
De dag des Heren is begonnen met de komst van de Middelaar Gods en der mensen in het vlees en Zijn overwinning. Door Zijn verzoenend sterven en triumferend verrijzen uit de dood is de vergeving der zonden en het eeuwig leven zeker voor allen die door genade in Hem geloven.
Hier nog in de strijd in het lichaam of hierboven in de geest in heerlijkheid, door het geloof delen allen, die Zijn verschijning hebben liefgehad in Zijn overwinning.
Maar in deze genadebedeling woedt nog de satan en schijnt de dood nog het laatste woord te hebben.
Maar als die geestelijke wedergeboorte bij Zijn wederkomst vol is, zal ook het stof, de schepping gelouterd, herschapen tot onverderfelijkheid één levenshof, één bloeiende lofzang zijn tot Gods eer.
Die dag, die wij met groot verlangen mogen verwachten zal de gloriedag van onze Koning zijn, omdat het met het einde van alle macht van zonde en dood, het begin zal zijn van de volle levensdag van Gods heerlijkheid, waarop een herschapen mensheid op een nieuwe aarde weer zal leven uit Hem, voor Hem.

de B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 1973

De Wekker | 8 Pagina's

De wederkomst des Heren (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 1973

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken