Bekijk het origineel

De rondvraag op de gemeentevergadering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De rondvraag op de gemeentevergadering

7 minuten leestijd

Reeds een tijdlang dien ik een vraag te beantwoorden, die mogelijk wel door meerderen gesteld wordt, die althans van tijd tot tijd weer naar boven komt in het kerkelijke leven: wat is de waarde van een rondvraag op een gemeentevergadering?
Dát die vraag telkens weer gesteld wordt maakt wel duidelijk, dat het om een zaak gaat die altijd weer zich doet gelden. Maar de vraag maakt ook duidelijk hoe hardleers de mensen zijn.

Wie een klein beetje op de hoogte is van de bedoelingen van het gereformeerde kerkrecht weet, dat een gemeentevergadering op zichzelf al een zeer omstreden geval is. Wanneer in de kerkorde gesproken wordt over de kerkelijke vergaderingen zoekt men tevergeefs naar een bepaling omtrent het houden van gemeentevergaderingen. Ze bestaan in het gereformeerde kerkrecht officieel althans in het geheel niet. Men kent volgens ons artikel 29 der kerkorde geen gemeentevergadering. „De kerkelijke vergaderingen zijn vierderlei: die van de kerkeraad van de classis, van de particuliere synode en van de generale synode". U ziet dat de vergaderingen door onze vraagsteller bedoeld helemaal niet genoemd worden.
En dan een rondvraag op een gemeentevergadering! Onze kerkorde kent geen rondvraag. Zou men in die richting willen denken, dan valt te wijzen op artikel 41 der kerkorde, waar de voorzitter van een classicale vergadering aan alle broeders een vraag stelt, waarvan de inhoud in de kerkorde omschreven is. De rondvraag wordt hier door de voorzitter gedaan en zij raakt een van te voren duidelijk vaststaande inhoud. Misschien mag men in dit verband ook denken aan wat bepaald is in art. 43, waar over de censuur gehandeld wordt, en waar bepaald wordt dat aan het einde van een vergadering de vraag aan de orde komt of iemand iets strafwaardigs in de vergadering gedaan heeft, waarover hij vermaand zou moeten worden. Maar het is duidelijk dat ook deze rondvraag door de voorzitter aan de orde gesteld dient te worden. Slechts wanneer het vaststaat dat de praeses zelf zich te buiten is gegaan, wanneer hij iets strafwaardigs heeft gedaan, zou men aan het einde van een bijeenkomst hem dit duidelijk kunnen maken, bij monde van de assessor. Maar overigens is er op geen enkele manier sprake van een rondvraag tijdens een vergadering.
Wél kent onze kerkorde een vergadering van de kerkeraad met de gemeente, die in bijzondere gevallen bijeenkomt, b.v. ter verkiezing van ambtsdragers. Aan het einde van zulk een vergadering, na afloop der verkiezing dient wel gelegenheid gegeven te worden om tegen de procedure der verkiezing bezwaar in te brengen. Maar ook alleen daarover kan het dan gaan. Dit staat in verband met de mogelijkheid om in appèl te gaan, wat niet denkbaar is wanneer iemand niet tijdig zijn bezwaren heeft kenbaar gemaakt. Slechts in zulk een geval is er sprake van een rondvraag of iemand ten aanzien van de verkiezing zelf iets heeft op te merken. Dit laatste dient wel goed vastgehouden te worden: wie deze rondvraag niet aan de orde stelt ontneemt aan de mensen de mogelijkheid, om bezwaren tegen de procedure, of tegen de gang van zaken tijdens de verkiezing zelf, te uiten. Men dient er evenwel heel goed op bedacht te zijn, dat déze rondvraag niet gebruikt mag worden om bezwaren kenbaar te maken tegen een dubbelgetal, tegen personen en dergelijke meer. Daarvoor dienen de officiële kerkeraadvergaderingen, en niet de bijeenkomsten die de kerkeraad houdt met de belijdende leden om kerkelijke verkiezingen te houden.

Maar een ieder zal wel aanvoelen, dat het in de vraag, die we nu behandelen om iets geheel anders gaat: de rondvraag op de gemeentevergadering! Het is als de doos van Pandora, waar tot ieders verrassing op het meest ongelegen ogenblik van alles en nog wat uit te voorschijn kan komen.
We zeggen, dat een gemeetevergadering op zichzelf al een zeer omstreden zaak is. Dat ze altijd weer in de aandacht is zal wel samenhangen met het independentistische karakter dat vele gemeenten die uit de Afscheiding voortkomen sinds jaar en dag hebben. Scholte en Brummelkamp hadden wat het gereformeerde kerkrecht betreft niet al te veel hinder van bescheidenheid. Vooral de eerste heeft zich doen gelden. Ook Brummelkamp was niet vreemd aan allerlei vrijbuiterige ideeën, die hier en daar, vooral in Gelderland en de Achterhoek ingang vonden. Van huis uit zit het dus in sommige gemeenten wel wat in, dat ze gewend zijn aan deze vorm van gemeentelijk leven.
En wat er van huis uit in zit, wordt bijzonder krachtig versterkt door een verkeerde gedachte, als zou het gereformeerde protestantisme van oorsprong democratisch van aard zijn, Hier komen we in aanraking met een eigenaardig verschijnsel. Men gaat in eigentijdse vormen en manieren de geschiedenis te lijf, en meent dan dat de gemeenschap der heiligen, als wonder van het werk van de Heilige Geest zo iets zou opleveren als een democratie in de kerk. Onze tijd is vol van de afgoderij der democratie. Het schijnt met de vele anderen van onze tijd wel een bijzonder imponerende afgod te zijn, de democratie. Sommigen zijn in staat om te menen, dat het Westen staat of valt met de democratie. Gelukkig is dit niet waar. Maar een gevaarlijke verwarring van begrippen ontstaat wanneer men stelt dat de gemeentevergadering een soort kerkelijke uitdrukkingsvorm is van de politieke democratie. De souvereiniteit van het volk vindt men dan in de kerk terug als de onafhankelijkheid der gelovigen. De gemeenschap der heiligen is iets geheel anders. Het is de wondere gestalte van het werk van de Heilige Geest in déze wereld. Daar regeert niet het volk, maar het Woord.
Deze theologische overwegingen liggen ten grondslag aan wat onze kerkorde omtrent de kerkelijke vergaderingen bepaalt. Daarom ontbreekt daar ook de gemeentevergadering en zeker de rondvraag op deze bijeenkomsten.
Toch worden de gemeentevergaderingen wel gehouden hier en daar. Ze kunnen zin hebben, wanneer men er sámen wil spreken over de opbouw van de gemeente, over concréte plannen van de kerkeraad met betrekking tot materiële belangen van de gemeente en dergelijke kwesties meer. In sommige zaken kan men de gemeente niet genóég raadplegen. Maar overigens heeft de kerkeraad zijn eigen verantwoordelijkheid.
Wanneer er een „gemeentevergadering" wordt gehouden (wie zegt dat het nodig is?) dient op z'n minst de kerkeraad te weten wat er aan de orde komt.
Daarom behoort op de „gemeentevergadering" de rondvraag er niet bij. Wie iets heeft kan dit te voren aan de kerkeraad mededelen en verzoeken er een agendapunt van te maken. Op deze manier voorkomt men, dat „gemeentevergaderingen" alternatief gaan werken.

Een voorbeeld uit de practijk: Een kerkeraad had besloten om aan de „gemeentevergadering" een meer zinvol karakter te geven, doordat men de boeken van de penningmeester van te voren ter inzage gaf, terwijl de financiële commissie zitting hield om allerlei vragen onmiddellijk te kunnen beantwoorden.
Het gevolg was, dat niemand kwam om zich van de financiële toestand der gemeente op de hoogte te stellen. De aardigheid was er blijkbaar af. Men had geen behoefte meer om zijn stem op de gemeentevergadering te laten horen.
En toen de kerkeraad besloot, om de „rondvraag" niet meer aan de orde te stellen, doch de gemeente van te voren in de gelegenheid te stellen om agendapunten voor de „gemeentevergadering" van te voren op te geven, kwam ter niets in. Niemand had er behoefte aan, om zijn ideeën van te voren op te geven.
Dit doet me twijfelen aan de zin van zulk een rondvraag.
Indien de kerkeraad gewoontegetrouw bereid is om een gemeentevergadering te houden, en daarbij de pijniging te ondergaan om zijn eigen beleid op alle willekeurige punten in discrediet gebracht te zien; indien zulk een kerkeraad daarenboven afziet van een meer zinvolle besteding van de avond door een onderwerp te laten in leiden over een onderwerp dat de geestelijks opbouw van de gemeente kan dienen indien deze kerkeraad een „gemeenteavond" wil organiseren, om aan het democratisch gevoel tegemoet te komen, laat die kerkeraad dan in ieder geval géén rondvraag op het programma zetten, om op deze manier te voorkomen, dat hij uitgeleverd wordt aan de eerste de beste broeder, die de kerkeraad op het lijf wil vallen met allerlei kwesties, die dubieus zijn.
Een gemeentevergadering is kerkordelijk een vraagteken. Een rondvraag op een gemeentevergadering is zulks in het kwadraat.

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1978

De Wekker | 8 Pagina's

De rondvraag op de gemeentevergadering

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1978

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken