Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vergadering van Chr. Geref. Predikanten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vergadering van Chr. Geref. Predikanten

23 minuten leestijd

Traditiegetrouw hielden onze predikanten ook dit voorjaar hun tweedaagse conferentie. En wel op 4 en 5 april. De plaats van samenkomst was als eerder Dennenheul te Ermelo, een prachtige gelegenheid, centraal gelegen en niet te duur. Bij het binnenkomen viel het op dat het bestuur zich anders had opgesteld. Dat wil dan zeggen in de letterlijke zin van het woord, men zat nu aan de andere kant van de zaal. Aan dit anders opstellen moet geen figuurlijke betekenis worden toegekend.

Opening
Na het drinken van de nodige koffie, de meesten kwamen tenslotte van verre, opende de voorzitter prof. Van 't Spijker, om half elf de vergadering. We zongen een paar verzen uit ps. 108, we lazen uit Joh. 17 en vroegen de Here om een zegen. De voorzitter sprak zijn openingswoord, wat meer inhoudt dan alleen maar zeggen dat we welkom zijn. Waren we daarvan niet overtuigd geweest we zouden zeker niet gekomen zijn. Het is goed dat broeders die allemaal zo zeer bij hetzelfde werk betrokken zijn elkaar ontmoeten. Het zien van de broeders kan betekenen dat we opnieuw moed vatten. Het is goed dat de hérders der gemeente beseffen ook schápen te mogen zijn. Van één kudde. Wij hopen op deze conferentie te leren en dan moeten we ons ook afvragen wat we met het geleerde kunnen doen in de gemeente. De kerk leeft van het woord en de betekenis van de theologie is dat we dienstbaar zijn aan de verkondiging van het evangelie. Dat de gemeente komt tot kennis van Jezus Christus, dat ze leeft van het werk van een genadige God. Voor dit werk moeten de dienaren worden toegerust. De gemeente vraagt om en heeft recht op preken en is niet gebaat met theologische verhandelingen. Dat heeft de reformatie verstaan en ook de mannen van de afscheiding. Er is bij hen die met goed gevolg hun examen theologie hebben afgelegd een bepaalde vrees om de gemeente in te gaan en de gemeente vreest voor theologen. Het gevaar van kortsluiting dreigt. Er moet theologie gestudeerd worden met het oog op de gemeente. We moeten leven bij de Schrift en daaruit werken. Onze wijsheid begint bij Christus Die door God gezonden is. Hij is de barmhartige Die Zijn Zoon gezonden heeft. Een andere God is er niet. Als Christus in de prediking en bij de studie ontbreekt zijn we niet wezenlijk met theologie bezig.
Als we Christus prediken zorgt God voor Zijn eigen zaak. We moeten er voor waken dat kleine dingen niet te veel energie verbruiken, dat we ons bezig houden met zaken die voor God verantwoord zijn, dat we niet alleen fatsoenlijk met elkaar omgaan maar ook de zaken mèt elkaar bespreken. Het gebed van Christus in Joh. 17 is de enige weg in de blijvende spanning. We zijn bijeen als theologen, de gemeente noemt ons herders en leraars, we zijn ook zondaren.

Referaat prof. dr. B. J. Oosterhoff: profeet en politieke prediking.
De stellingen ons vooraf uitgereikt, vindt u nu eerst hieronder afgedrukt.
1. De aktualiteit van het onderwerp behoeft nauwelijks te worden aangewezen. De vraag hoe de kerk en ieder christen moet staan tegenover het politieke gebeuren in onze tijd houdt velen bezig. Kan de prediking van de oudtestamentische profeten ons in deze iets leren? Is hun wijze van prediken normatief voor ons?
2. Over aard en betekenis van de prediking der profeten aangaande het politieke gebeuren van hun tijd lopen de meningen uiteen. Waren de profeten politieke handlangers van de vijand of juist vurige patriotten? Waren zij wereldvreemde fantasten of hadden zij juist meer politiek inzicht dan de politieke leiders van hun tijd? Of werden zij in het geheel niet door politieke motieven geleid en was hun prediking zuiver religieus? Was voor de profeten de wereld van de politiek alleen maar schijn en bedrog en stond hun een uitsluitend geestelijke wereld, die slechts een utopie is, voor ogen of waren zij juist door God begenadigde realisten? Waren ze pacifisten, antimilitaristen en propageerden zij geweldloosheid? De vraag of de prediking van de profeten in politiek opzicht ons wat te zeggen heeft wordt zowel negatief als positief beantwoord. En als het antwoord positief moet zijn, kan men dan van de prediking der profeten een rechte lijn trekken naar vandaag en zo niet, hoe dan wel?
3. Dat de profeten zich hebben ingelaten met de politiek van hun dagen en ten opzichte daarvan het Woord Gods hebben laten horen is duidelijk. Samuël houdt Saul het Woord Gods voor (1 Sam. 12:24v; 15:26), Ahia doet het Jerobeam (1 Kon. 11:30vv), Semaja Rehabeam (2 Kron. 12:5vv), Hanani neemt Asa het bondgenootschap met Aram kwalijk (2 Kron. 16:7vv), Hosea verzet zich tegen bondgenootschappen met Assyrië en Egypte (7:11; 12:2), Jesaja doet dat tegenover Achaz (Jes. 7-8) en Hizkia (Jes. 18-20; 30-31). De profeten roepen op tot Godsvertrouwen (Hos. 14:2vv; Jes. 7:9; 8:12v; 30:15). Wat betekent dit afzien van bondgenootschappen en vertrouwen op God? Is dit neutraliteitspolitiek, politiek van geweldloosheid of een geheel a-politieke houding? Is dit louter geestelijk van aard? Wat betekent het dat Jesaja een wereld zonder oorlog, waarin zwaarden tot ploegen zijn omgesmeed (2: 2vv), voor ogen stond? Waarom predikt Jeremia onderwerping aan Babel en wat onderscheidt hem van valse profeten, die een geheel andere politieke prediking houden (Jer. 27- 28)?
4. Wat de binnenlandse politiek betreft richten de profeten zich vooral tegen sociaal onrecht en strijden zij voor gerechtigheid als de eis van God. Koningen en rechters, maar ook hun arbeiders uitzuigende rijkaards en grootgrondbezitters moeten hun striemende protesten horen. In felle bewoordingen worden de oordelen Gods over hen uitgeroepen (Am. 2:6vv; 5:7vv; Jes. 2:21vv; 3:8vv; 5:7; Mi. 2-3; Zef. 3:1vv; Jer. 22:13vv). Ps. 72 en 101 beschrijven geheel in overeenstemming met de profetische prediking wat van politieke leiders wordt geëist.
5. Welke waren de achtergronden en motieven van de politieke prediking der profeten? Deze waren niet primair politiek, maar geestelijk van aard, al gaat dat niet buiten het politieke gebeuren om. Profeten waren geen beroepspolitici, maar evenmin pacifisten, antimilitaristen of utopisten en ook geen soort maatschappijvernieuwers, al had hun prediking alles met vernieuwing te maken. Hun prediking vloeide voort uit het feit, dat voor hen Gods Woord betrekking heeft op alle terreinen van het leven en daar valt ook het politieke en maatschappelijke gebeuren zeker niet buiten. En dat hing voor hen weer hiermee samen, dat 1. Gods heerschappij gaat over alle terreinen van het leven; 2. Israël als volk van Gods verbond geroepen was op alle terreinen van het leven de regels van Gods verbond in gehoorzaamheid aan zijn geboden en in vertrouwen op zijn beloften gestalte te geven; 3. Israël een theocratie was, waarin God Wetgever, Rechter en Koning (Jes. 33:22) is op alle terreinen van het leven. Israël werd geroepen te zijn een heilig volk (Deut. 7:6), een priesterlijk koninkrijk (Ex. 19:6), anders dan alle andere volken. Dat dit voor Israël en niet het minst voor zijn politieke leiders enorme spanningen meebracht is duidelijk. Reeds Gideon (Richt. 8:22v) en Samuel (1 Sam. 8) zagen dat het aardse koningschap en een staatsvorm „als bij andere volken" een gevaarlijke bedreiging vormden voor deze theocratie.
Profeten waren de mensen die bleven getuigen in de lijn van Gideon en Samuel. Vandaar dikwijls de controverse tussen hen en de politieke leiders van hun dagen, die zich vaak door heel andere inzichten lieten leiden.
6. Heeft het profetisch getuigenis van de profeten ons in politicis vandaag iets te zeggen? Zo ja, wat en hoe? Daarbij dienen wij vooraf twee dingen te bedenken: 1. De unieke positie van Israëls profeten; 2. De unieke positie van Israël als theocratie. Kan Luthers „Twee-rijken" leer een oplossing bieden (vgl. Otto Kaiser in A.T.D. op Jes. 30 - 15 - 17)? Wat betekent de prediking van de profeten inzake het Koningschap Gods over het ganse leven en zijn eis der gerechtigheid in de konkrete politieke vragen van vandaag? Hoe dreigt het gevaar van de valse profetie in onze tijd?

We kunnen ons niet afmaken van de vragen omtrent de derde wereld, geweld en kernbewapening. De prediking van de profeten, van Jezus en de apostelen doen ons verstaan dat God gezag heeft over alle terreinen van het leven. Ook tijdens de tweede wereldoorlog was de vraag actueel: zullen we buigen voor de bezetter of niet. De profeten hebben niet zonder meer de politieke bondgenootschappen veroordeeld, maar zij deden dit wel als dit gedaan werd in plaats van het vertrouwen op God. Dit vertrouwen kan niet ingeruild worden voor politieke acties. De profeten veroordeelden het politieke handelen niet, zij predikten ook geen politieke luiheid. Ze spraken het woord des Heren. In het licht van dit spreken moest de koning zijn politieke beslissing nemen. Handelen en op God vertrouwen, op God vertrouwen en handelen. De profeten spraken een concrete boodschap uit, ze begeleidden de oorlog met hun boodschap, ze juichten over de overwinning en weenden over het oorlogsleed. Ze veroordeelden onrecht, misbruik van macht en rijkdom. De koning moet regeren naar Gods wet en de armen en ellendigen mogen terecht van hem hulp verwachten.
Als de achtergrond en het motief van de prediking der profeten, geestelijk van aard genoemd wordt dan is het nodig dat we verstaan wat met geestelijk wordt bedoeld. Het wil zeggen dat we op de juiste wijze luisteren naar alles wat God zegt. En over alle terreinen zegt. Geestelijk staat niet tegenover aards. God bedoelt ook de aarde. En het gebeuren op aarde. Geestelijk leven is niet straks pas aan de orde, in de hemel, maar nu al op aarde, in alle verbanden. Wij kunnen vandaag minder absoluut spreken en minder concreet, wij zijn immers geen profeten. Wij kennen geen theocratie, we zijn ook geen verbondsvolk zoals Israël dat was. Het aantal christenen en gedoopten neemt af. We kunnen het betreuren maar het is waar. Christenen zijn in de minderheid. Kerk en staat vallen niet samen. De profetische roeping en de profetische boodschap blijft echter onverminderd van kracht. Deze heeft betrekking op één enkel mensenhart en op de structuren. De kerk moet op bescheiden wijze de politiek voorlichten. God wil ootmoed en gerechtigheid. Passende oplossingen zijn zo maar niet mogelijk, we leven in een gebroken wereld. We blijven met het hele wereldgebeuren betrokken. We hebben behoefte aan de leiding van de Heilige Geest. We zullen te meer bidden om de nieuwe aarde, Uw koninkrijk kome. Naarmate de professor langer sprak werd hij vuriger en wij stiller. Dit zou zich bij de beantwoording van de vragen herhalen.

Maar eerst wat huishoudelijke zaken
Met blijdschap kan geconstateerd worden dat jonge predikanten zich als lid hadden aangemeld en ook aanwezig waren. De opkomst was trouwens toch groter dan vorige jaren wel eens het geval is geweest. We blijven uitzien naar de dag dat elke predikant van onze kerken deze conferentie bezoekt. Er was een brief van de studie- en bezinningsgroep van predikanten, die sinds het najaar op gezette tijden samenkomt en nu meedeelt geen alternatieve predikantenvereniging te willen zijn. De besturen zullen binnenkort met elkaar een samenspreking hebben. Correspondentie met leden in het buitenland wordt door het bestuur gevoerd. Zij staan op eenzame posten en zullen ook van niet bestuursleden wel eens een brief willen hebben. De brs. B. de Graaf en J. Oosterbroek controleren de boeken van de penningmeester. Al is laatstgenoemde dan boekhouder geweest, je kunt nooit weten. Gelukkig was de zaak in orde. De aftredende bestuursleden A. Rebel en W. Steenbergen werden met acclamatie herkozen. Het gebeurt niet altijd dat een dominee alle stemmen krijgt, maar hier kon het. Een reeks van onderwerpen werd genoemd om een volgende keer te behandelen. We kunnen nog jaren vooruit.

Discussie in vijf groepen
Op deze wijze hielden wij ons verder met het onderwerp van prof. Oosterhoff bezig. De vragen hadden o.m. betrekking op het volgende. Is evangelieprediking alleen politieke prediking? Moeten er wel chr. pol. partijen zijn en kunnen we lid zijn van niet chr. pol partijen? Is evenwicht in de bewapening een juist standpunt?
Geeft de kerk wel voldoende voorlichting aan pol. partijen en aan de vakbeweging? Kunnen we leven naar de tien geboden en naar de andere wetten van Mozes als we niet in een theocratie leven? Hoe neemt de kerk de taak van de profeten over in het licht van Joël 2 en Hand. 2? Werkt de verdeeldheid der kerk en het verschillende inzicht bij kerkleden niet verlammend in verband met het profetisch getuigenis? De profeten werden geleid door de Heilige Geest, heeft de gemeente Die op dezelfde wijze? Hoe komt in de gemeente de bezinning op gang, hoe komen we tot een goed oordeel? Leven de zaken wel?
De abortus brengt de geref. gezindte wèl op de been, de bewapening niet, noch de kwaliteit van het leven. Kunnen we in de samenleving de heerschappij van het woord Gods claimen? Werkt democratie niet in de hand dat we naar de wil van het volk doen en schuilt in theocratie niet het gevaar van dictatuur? Is het sluiten van compromissen geoorloofd?
Uit de beantwoording van prof. Oosterhoff het volgende. Een kenmerk van valse profetie is dat zij de halve waarheid spreekt. Het veranderen van structuren is niet alles. Zonder wedergeboorte zal niemand het koninkrijk Gods zien. Het gaat ook en wel degelijk om de vernieuwing van het hart.
Maar de evangelie-verkondiging mag niet aan het maatschappelijke gebeuren voorbijgaan. De heiliging heeft betrekking op het hele leven. Te veel noties lieten we liggen. We grepen wel naar profetenwoorden maar pasten die in in ons schema. Gods Woord komt tot alle mensen en wil op ieder beslag leggen. Een christen is tot spreken geroepen ook ten aanzien van de overheid. De kerk moet de chr. pol. partijen voeden, daar komt weinig van terecht. De prediking van het Woord Gods aan het adres van de overheid moet de kerk niet aan de pol. partijen overlaten. De gemeente houdt haar verantwoordelijkheid. Christelijke organisaties kunnen noodzakelijk zijn maar we mogen op hen onze verantwoordelijkheid niet afwentelen. De kerk deed te weinig en nu geven we de chr. organisaties de schuld. Naarmate de christenen minder worden in aantal zullen de chr. organisaties aan betekenis inboeten. De chr. organisaties kunnen van zo'n gehalte worden dat een christen zich er niet meer thuisvoelt. We moeten er wel zo lang mogelijk gebruik van maken. Bewapening volgens het evenwichtsprincipe kan gevaarlijk zijn. We zouden ons vertrouwen er op kunnen stellen. De vraag naar eigen heil wordt terecht gesteld. Deze vraag mag echter niet de andere vragen verdringen. De opdrachten mogen we niet laten liggen. We stellen ons zo voorzichtig op dat een dominee zelden of nooit in de gevangenis komt, dit was met de O.T. profeten wel het geval. De kerkelijke verdeeldheid wordt mede in stand gehouden omdat we altijd vragen of we bij elkaar passen en niet bukken onder Gods opdracht.
In de week moet de gemeente met de grote vragen bezig zijn. Kerk-zijn is meer dan twee keer naar de kerk gaan op zondag. De kerk moet niet spreken alsof zij van alle politieke zaken verstand heeft, bovendien behouden kerk en overheid ieder eigen verantwoordelijkheid. De kerk heeft één macht, het Woord Gods, daar staat de Heilige Geest achter. We moeten het Woord Gods laten zien en ons afvragen waarin wij nu werkelijk anders zijn dan de wereld. De Geest werkt, maar wel op andere wijze als wij voor mogelijk houden. Bindt de Geest niet aan onze kaders. En láát de Geest werken. Dat is een zaak voor het hart en voor het leven. We zijn prof. Oosterhoff veel dank verschuldigd voor het gebodene.

Causerie de heer D. Bikker te Hilversum: Een christen die wil communiseren.
Dat was 's avonds aan de orde. Hij sprak over de geschiedenis, de wetenschap en de vormen van het communiceren. Een rechtgeaarde domineeszoon kan blijkbaar alleen in drie punten spreken. De communicatie is er sinds de schepping. Op allerlei manier. Het gaat om de vraag hoe de boodschap wordt gebracht en hoe die wordt ontvangen. Via de moderne communicatiemiddelen bereiken ons negatieve berichten, de commercie speelt een grote rol en de contrasten tussen gewijde muziek en gesproken woord enerzijds en de reclame anderzijds zijn groot. Als we onze woorden spreken zijn gebaren, woordkeus en voorbeelden van groot belang, waarbij we vooral ons zelf moeten zijn. Er moet warmte uitstralen maar al te intiem is gevaarlijk. Bij de gestelde vragen en gegeven antwoorden ging het over het bereiken van effect, over het gebruik maken van ongelovige acteurs door chr. radioverenigingen en over het eigene van de christen bij de moderne middelen. In dit verband werd ook de vraag gesteld of het harde interview wel zo christelijk is, ook al dient dit tot onze voorlichting. De echte communicatie is een geheim tussen God en mens. Daarbij bedient de Heilige Geest Zich van het woord, hetgeen ons niet ontslaat van goed spreken en goed luisteren. Het was een prachtige avond waarbij uitkwam dat we vermakelijke dominees hebben en dat br. Bikker zijn gehoor net zo weet te boeien als vroeger zijn vader deed. Zij het ieder op zijn terrein.

Dagsluiting
Deze werd verzorgd door ds. G. Bijkerk te Enschede n.a.v. Marc. 3:1-6. Het conflict tussen Jezus en de Farizeeën over de sabbat. Mag je op sabbat genezen of moet de realisering van het heil en daarmee de genezing worden uitgesteld. Jezus zegt op de sabbat hoort de verlossing thuis en niet de macht van de boze. Jezus toornt tegen en is bedroefd over de houding der Farizeeën. Toorn en droefheid gaan bij Jezus samen en wisselen zich niet af.
Wij vallen van de ene stemming in de andere waarbij onze toorn niet altijd zuiver en de droefheid nog al eens ons zelf geldt. Het was gepast dat de dominees als laatste zongen: doorgrond me en ken mijn hart o Heer. En het was een troost om te horen dat ook dominees de Here zeer ter harte gaan. Zo was de eerste dag ten einde, hetgeen niet wil zeggen dat allen toen meteen ter ruste gingen. Sommigen gingen naar huis. Er is ook nog werk in de gemeente. We zijn eerst herder van de kudde en dan pas conferentieganger.

Tweede dag
We zingen vier verzen uit ps. 119, lezen uit Rom. 12 en vragen ook nu om een zegen. De opkomst is wat kleiner dan de eerste morgen maar toch meer dan wel eens het geval pleegt te zijn.

Referaat ds. K. Boersma
Perspectieven van gemeenteopbouw. Rustig en duidelijk wordt deze mooie inleiding voorgedragen aan de hand van tien stellingen die hierbij volgen.
1. Wat wij met gemeenteopbouw bedoelen, is niet te omschrijven vanuit één van de theologische vakgebieden, maar is vanuit verschillende aspecten te benaderen.
2. De manier, waarop het Nieuwe Testament over de opbouw van de gemeente spreekt, is voor ons doel niet alleen van funderende aard, maar biedt ons ook verschillende aanwijzingen, die voor de werking van deze opbouw van belang zijn.
3. Hoewel in het gebruik van het woord „gemeente", bijbels gezien, geen tegenstelling gemaakt mag worden tussen de plaatselijke kerk en de universele kerk, gebruik ik hier het begrip „gemeenteopbouw" in eerste instantie met betrekking tot de plaatselijke gemeente.
4. Omdat de gemeente lichaam van Christus en huis Gods is, vinden groei en bouw in de gemeenschap met Christus plaats door de kracht van de Geest. Juist daarom en daarin is de gemeente actief in de ambtelijke dienst en in de inzet van de gelovigen.
5. „Zou de gemeente niet veel meer gemeente moeten zijn en als gemeenschap moeten functioneren dan veelal het geval is?" (J.P. Versteeg in „De Wekker" van 15 december 1978). In onze tijd, die zo arm is aan gemeenschap, moet veel nadruk gelegd worden op beoefening van gemeenteopbouw.
6. Wanneer, uit kracht van de eenheid in Christus, het hebben van een kerkenverband geen vrijblijvende zaak is, zal de manier waarop en de mate waarin de plaatselijke gemeenteopbouw geschiedt, in sterke mate bepalend zijn voor de wijze, waarop de broederschap in het kerkverband functioneert.
7. Kaders en vormen van gemeente-zijn werden in de laatste jaren ter discussie gesteld. De overtuiging, dat ook in dit opzicht de gereformeerde confessie niet achterhaald is, houdt niet in, dat het eenvoudig zou zijn om het onderlinge samenleven in het kerkverband te beoefenen.
8. Bekend is, dat er in „onze" kerken van het begin af verschil is geweest. Ontwikkelingen, deels van buiten af, deels van binnen uit, hebben verschillen groter gemaakt. Hun eenheid mogen zij vinden waar het N.T. die ziet liggen. Het bevorderen van de broederschap mag geschieden in overeenstemming met hetgeen het N.T. ons aanreikt.
9. Niet vergeten mag worden, dat gemeenteopbouw uit de aard der zaak perspektieven kent, die verder gaan dan de grenzen van eigen kerkverband. Of er in dit opzicht iets te bereiken is, zal, voor wat ons betreft, ook afhangen van wat wij in eigen plaatselijke kerk aan volheid beleven.
10. Gemeenteopbouw betekent, dat de gemeente wordt gebouwd en niet b.v. de wereld. Dat neemt niet weg, dat gemeenteopbouw wel met eigen tijd en wereld te maken heeft. De gemeenteleden staan in de wereld en hebben leiding nodig om profetisch, priesterlijk en koninklijk te kunnen leven. De toerusting zal oog hebben voor de wereld als leefwereld, voor de wereld in vijandschap en voor de wereld in nood.

Christus bouwt de gemeente Die spreekt door de apostelen om de heiligen toe te rusten. We moeten bouwen op het goede fundament en ons laten gebruiken als levende stenen. Daarbij past dat we voor elkaar bidden, elkaar schuldbelijden en voor elkaar opkomen. Het gaat om het luisteren naar Gods wil in een zeer bepaalde concrete gemeente. Maar niet zonder het rekening houden met andere gemeenten. We moeten bouwen op Christus en werken vanuit Hem.
Dat bewaart voor krampachtigheid en geeft bevrijding. Het is volbracht. Wij behoeven het niet waar te maken. De gemeente wordt gebouwd door de prediking, daarom moet de prediker Christus kennen en de gemeente. We mogen ons niet storten in activisme of overgeven aan lijdelijkheid. Gods beloften jegens de gemeente zijn groot en veel. Pastoraat en diakonaat moeten op elkaar zijn afgestemd. Alle krachten, ook van de zusters, al zijn ze geen ambtsdrager, moeten benut worden. En wat draagt de gemeente prachtige namen.
Huis van God, bruid van Christus, kudde des Heren. Door middel van wijkavonden kan ook in een grote gemeente veel worden gedaan. Niemand mag uit de boot vallen of over het hoofd worden gezien. Ieder heeft recht om gehoord en gezien te worden; ook de plicht om iets te doen.
De opbouw van de gemeente heeft tot doel de afbouw in verband met de wederkomst. Toebereiden tot de grote bruiloft, 't Gaat om de plaatselijke gemeente maar ook om heel Gods volk. We moeten elkaar aanspreken op de gegevens uit het N.T. Het kerkverband is per definitie een moeilijke zaak. Het is immers een geestelijke zaak. Het gereformeerde kerkverband is een extra moeilijkheid, niet hiërarchisch noch independentistisch. Eigen plaatselijke gemeente is niet normatief voor het geheel. Gemeentezijn is moeilijk: aantrekkingskracht van anderen en als er in de wereld zo veel verandert kan het kerkelijke leven dan rustig voortkabbelen. Invloed van techniek en welvaart laten zich gelden. Ondanks verschillen onder ons moeten we elkaar blijven vertrouwen. Niet mismoedig worden. Christus is Here, Hij regeert door het Woord. Zolang de dienaar aan het Woord vasthoudt kan hij overal terecht. Het Woord is maatgevend. We moeten als kerken met elkaar samenleven maar vooral dit samenleven nog leren. Niet bij voorbaat zeggen dat het toch niet gaat. Bovendien moeten we staan naar eenheid met allen die Christus liefhebben. De kerk is uit de wereld geroepen, ze heeft niet overal verstand van, maar is gemeente van Christus. Zo moeten we in de wereld staan. Zo zijn we heilzaam en barmhartig bezig. Met uitzicht op de voleinding. Daarom zuchten we naar de volle openbaring.

Enkele momenten uit de bespreking
Door het Woord is de gemeente ontstaan en blijft zo ook bestaan. Het Woord doet het. Dat geloven we. Het werkt onnaspeurlijk door. Het wordt ook bediend op catechisatie en huisbezoek. De kerk is er terwille van het koninkrijk Gods en de wereld moet haar bestaan merken. Eenzijdigheden in de gemeente worden niet genezen door andere eenzijdigheden. Opbouw van de gemeente is een moeilijk werk, vooral als we geen recht zicht op de gemeente hebben. De gemeentebeschouwing is van groot belang. Als er niet eenstemmig over gedacht wordt moeten classispredikanten er met elkaar over spreken.
Spreken over elkaar is een grote kerkelijke zonde. Spreken met elkaar is heilzaam en geeft vertrouwen. Dan zullen we ook ontdekken dat eenheid in geloof toch een verschillende geloofsbeleving toelaat. Er moet ruimte zijn voor tolerantie en we moeten oog hebben voor de grenzen ervan. We moeten onze leden bijbrengen wat in de kerk groot en klein is, dat zonen van hetzelfde huis te vertrouwen zijn en zo maken we ook de overgang naar een andere gemeente niet zo moeilijk.
We zijn ds. Boersma dankbaar voor het referaat en de beantwoording van de vragen. Het is jammer dat zulke referaten in zo'n kleine kring gehouden worden. Een reden te meer voor hen die het hoorden er naar te doen. En wellicht voor deze of gene aanleiding om de professor O.T. en de ds. van Hoogeveen eens uit te nodigen in een andere kring. Het profetische geluid van de gemeenteopbouw moet meer gehoord worden. De zinnetjes in het Duits, die overigens grappig uitgesproken werden, kunnen dan wel vertaald worden.

Sluiting.
Twee dagen zijn weer snel voorbij, zoals ook deze. De jubilarissen onder ons worden genoemd. Anders altijd aan het begin, nu aan het eind. We zoeken daar niets bijzonders achter. Een hoogleraar, gelijk onze voorzitter is, zal wel overal zijn goede redenen voor hebben. We respecteren die bij voorbaat. In het licht van Fil. 1 wat nog gelezen wordt, gaan we met verlangen naar huis. Want daar is de gemeente. Daar wacht het werk. Dat wordt gedaan in verbondenheid met Christus. We zingen en danken de Here. Het was goed in Ermelo. Een goede opkomst. Een goede sfeer. Broederzin. Fijne referaten. Goed verzorgd door het personeel van Dennenheul. De Here gaf meer dan ook dominees verdienden.

Tenslotte.
De verslaggever hoopt dat de bezoekers bij het nalezen alles weer helder voor de aandacht krijgen en dat de niet-bezoekers er een goede indruk van hebben en wel zo dat ze een volgende keer voldoende gelegenheid vinden ook eens te komen.
Dat werkt opbouwend en daartoe zijn we geroepen. Er is onder ons verschil. Dat is niet erg. We houden van elkaar en blijven elkaar vasthouden omdat de Here ons vasthoudt.
Zo lang we dat weten en geloven zijn we niet mismoedig. Niemand zal het mij kwalijk nemen, nu mij zo onverwacht de kolommen van De Wekker ter beschikking gesteld worden, om aan diegenen die hun contributie nog niet betaalden, te verzoeken dit alsnog te doen. Dat spaart tijd en kosten. Dan kan ook ik die tijd gebruiken om naar het profetisch getuigenis te luisteren en mij zetten aan gemeenteopbouw.

Putten, A. Bijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1979

De Wekker | 16 Pagina's

Vergadering van Chr. Geref. Predikanten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1979

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken