Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Komt voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Komt voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang (III)

10 minuten leestijd

We hebben gezien dat de berijming van ds. Petrus Datheen een grote plaats kreeg in de kerk, vooral bij het eenvoudige volk.
Langzamerhand almeer bekend, eenvoudig van bewoording, zong men ze graag.
Ze hield stand, zelfs tegen literair veel hoger staande en geestelijk zeker niet minder juiste berijmingen. Zelf was ze een vertaling van de reeds bestaande Duitse berijmingen, waarmee Petrus Datheen tijdens zijn verbanning naar het buitenland had kennisgemaakt.
En toch kwam er een andere berijming!
De berijming die wij kennen, die het al in vele gemeenten meer dan 200 jaar uithield, die nu met hand en tand verdedigd wordt als de beste de meest geestelijke, de vertaling en berijming waarbij vele van Gods kinderen troost ontvingen en vermaning, waarbij ook menigeen op zijn sterfbed kracht en uitzicht ontving!
Een slechte berijming? Zeker niet!
Dé onvervangbaar beste berijming? Ook zeker niet!
Wel een berijming die door het lang gebruik een plaats en een zekere gevoelswaarde gekregen heeft in het leven van velen, die de Here vrezen, maar - en dat moet ook eerlijk erkend - die ook zijn gebreken heeft en het stempel van de geest van het eind van de 18e eeuw draagt!
Bovendien er is niets nieuws onder de zon!
Tegen de invoering van de berijming die wij met zoveel vanzelfsprekendheid in onze jeugd leerden en in de kerken zongen, was twee eeuwen terug het kerkvolk ook zeer gekant op vele plaatsen.
En dat met dezelfde argumenten - de berijming is iets nieuws, is niet zuiver, ongeestelijk, er spreekt een moderne geest vernieuwing en vervlakking uit. Dezelfde argumenten die tegen de nieuwe berijming van onze tijd weer gehoord worden!
Hoe kwam de voor ons nu zo bekende berijming van 1773 tot stand?

Berijming Datheen verouderd
Langzamerhand verouderde ook de berijming van Datheen!
Het kon ook niet anders; na een eeuw is er een dusdanige vooruitgang in de taal en dusdanige wijziging in het gebruik en de betekenis van meerdere woorden, dat men het verouderde met moeite nog verstaat.
Nu moet het gezegd dat er genoeg zijn die daar in welke psalmberijming ook geen moeite mee hebben of ooit zullen krijgen. Omdat ze klakkeloos zingen wat er staat en niet vragen wàt ze zingen! De meest onbegrepen woorden en uitdrukkingen zingen ze zonder dat ze begrijpen en hun hart verstaat!
De behoefte ging leven in de kerken aan een andere, een meer aan de taal van toen aangepaste berijming.
Men wilde echter over het algemeen graag wel Datheen behouden, maar dan hier en daar wijzigen en aanpassen.
Er waren echter zoveel herinneringen aan de martelaarstijd van de kerk aan verbonden, dat alle voorstellen eerst werden weggestemd.
In 1754 kwam weer een voorstel tot herziening van de psalmberijming ter tafel op de synode van Zuid-Holland. Tevens kwam daar echter ook de gedachte naar voren om een geheel nieuwe berijming te maken of te laten maken. Veel discussie en geen besluit, gelet op de moeilijke uitvoerbaarheid en het beducht zijn voor het nieuwe.
In 1762 kwam de classis Walcheren echter met het voorstel om niet een geheel nieuwe bundel te laten samenstellen, maar een nieuwe bundel te laten samenstellen uit bestaande en ten dele bekende berijmingen.
Dit voorstel haalde een meerderheid in de diverse kerkelijke vergaderingen, zodat de Staten Generaal (de kerk was sterk aan de overheid gebonden!) machtiging tot uitvoering van dit voorstel gaven op 6 mei 1772.
Wat zou er, alleen al gezien de gevolgde procedure van toen, nu een verzet en een bezwaar gerezen zijn! De Staten Generaal benoemden een commissie!
Uit elke provincie 1 predikant, - ook Drente deed mee - en voor Holland en West-Friesland twee. Aan deze negen predikanten werden 4 „politieke leden" toegevoegd en de commissie begon haar werk op 12 jan. 1773 in het Mauritshuis te Den Haag.

Berijming 1773
En er werd gewerkt!
De voorhanden en door de kerk aangewezen berijmingen werden uitvoerig nagegaan en geselecteerd. Het waren:
1. de berijming van Johannes Eusebius Voet
2. die van Hendrik Ghijsen
3. die van het Dichtgenootschap „Laus Deo, Salus Populo", waarin dichters van diverse richting zaten (als Doopsgezind, Remonstrant, Gereformeerd etc). Op 19 juli, na 121 zittingen van de Commissie, was de nieuwe bundel gereed en werd een eerste exemplaar in tegenwoordigheid van de Stadhouder aan de Staten Generaal overhandigd.
De Hoogmogende Heren der Staten Generaal bepaalden dat uiterlijk 1 jan. 1775 overal de nieuwe Psalmbundel in gebruik moest zijn.
Géén controle van een Generale Synode of enige kerkelijke vergadering. Geen synodaal deputaatschap dat vers voor vers en psalm voor psalm onderzoekt of het wel schriftuurlijk juist en in alles in overeenstemming is met de oorspronkelijke tekst.
Geen verzoek aan de kerkeraden - en dies aan alle gemeenten - om de nieuwe berijming te beproeven en bezwaren in te dienen bij de deputaten. Geen uren, bijna dagenlange besprekingen van rapporten, zowel meerderheids- als minderheids-rapporten, wijzigingsvoorstellen en amendementen op die voorstellen . . .
De Overheid decreteert en de kerk heeft te gehoorzamen!
En ondanks plaatselijke en persoonlijke bezwaren van velen, de kerk doet het! Van lieverlee raakt men er aan gewend, met het gevolg dat er een dusdanige inburgering komt in de kerken door de loop van enkele geslachten, die op hun beurt deze woorden weer laden met gevoelswaarden, zodat een berijming die deze weer wil vervangen of aanvullen argwanend en min of meer verdacht met dezelfde argumenten wordt bestreden als een paar eeuwen geleden.

Bezwaren
Toch was de achtergrond van de bezwaren tegen de „nieuwe" berijming niet enkel en alleen maar een stukje conventionele behoudzucht of te zoeken in gevoelsmotieven. Ook waren het niet uitgesproken godsdienstig geestelijke bezwaren bij velen.
Door geheel Europa trok de geest van de tijd, de geest van verlichting en vernieuwing. Voor velen had het oude afgedaan en de ratio, de rede, werd gekroond en ten troon verheven.
In de stormen die net zo goed over ons kleine landje gingen als over het buitenland werd de politieke situatie losgewoeld via een erfenis van het verleden van erbarmelijke sociale toestanden. De visie van een republiek kwam ook hier in het zicht met een heimelijk en soms openlijk verzet tegen de Oranjes. Zeker, het ging in het grote geestesbeweeg internationaal veelal aan het eenvoudige kerkvolk voorbij, maar intuïtief voelde men aan, dat er in al die vernieuwingsdrang der verlichting geestelijke en nationale waarden dreigden verloren te gaan.
Twee dingen waren voor het eenvoudige volk heilig: de kerk en het Oranjehuis!
Daarom, of het verantwoord was, soms misschien beter zou zijn, meer bij de tijd of wat ook maar, geen vernieuwingen!
Dit kwam des te sterker naar voren omdat de Staten Generaal tegelijk met de overgang op de nieuwe psalmberijming besloten hadden dat de zangwijze veranderd moest worden.
Het zou veel te ver voeren om al deze dingen uitvoerig te gaan verhalen, maar ook hier merkt u weer: er is niets wezenlijk nieuws onder de zon!
In die jaren verscheen er een werkje van ds. Josua van Iperen, predikant te Veere, één van de 9 predikanten van de commissie voor de samenstelling van de nieuwe psalmbundel van 1773.
In zijn „kerkelijke historie van het psalmgezang der christenen" beschrijft hij de oude manier van zingen, vooral het psalmzingen in de kerken, zonder orgel en met een „vóórzanger".

Vlugger zinden: op hele noten
Hij schrijft - mogelijk wat overdreven, maar typerend - dat dit vijf trappen had: 1. de noten uitrekken; 2. ze in de mond draaien; 3. kauwen; 4. door ettelijke verhooghingen ende verheffingen tusschen de tanden en het verhemelte slangswijze henen slingeren en 5. ze dien dwarrelen.
Het moest in de nieuwe zangwijze allemaal wat zakelijker en wat vlugger! Het werd de manier van de oude zangwijze van ons, waarbij langzaam gezongen alle tonen op dezelfde lengte werden gehouden, maar de begin- en de eind-lettergreep wat langer aangehouden.
En zie daar! Dat was de lont in het kruitvat!
In Vlaardingen en niet het minst in Maassluis nam men dat niet.
In Maassluis werd de kerkzang door de langzaam de - Datheen-zingende zangers tegen en boven de vlugger de-nieuwe-berijming-zingende zangers zodanig verstoord dat er een handgemeen in de kerk plaatsgreep. De overheid greep in deze openlijke vechtpartij in en de „politie" moest al de oude psalmboeken uit de kerk verwijderen, ze door nieuwe berijming vervangen en als dreigement aanwezig zijn in de kerk bij het psalmzingen om elke orde verstoring de kop in te drukken.
Zeeland en niet het minst West-Kapelle bood ook zwaar verzet en de overheid kon het niet voor elkaar krijgen dat op de bepaalde datum de nieuwe psalmberijming werd ingevoerd. Daarom gebood de Ambtsheer van West-Kapelle de voorzanger in de dienst op 17 maart 1776 uiteindelijk met zijn zware stem de nieuwe berijming in te zetten en dat wel op de „vlugge manier"!
En de gemeente? . . Ze zong, mogelijk nog langzamer dan ooit, Datheen op de oude manier! Een ware revolutie volgde.
Als het niet allemaal zo indroef en ongeestelijk was in het leven van Christus' kerk, zou het vermakelijk zijn om te zien hoe men reageerde en alles verliep.
Konsekwente zangers van Datheen werden voorgeleid en verhoord, beboet en als men maar even een verdenking uit hun woorden kon opmaken, dat ze tegen de regenten en vóór Oranje waren, was er verbanning of beboeting en gevangenisstraf. Lourens Ingelse, één van de voormannen in het kerkelijk verzet tegen de vernieuwingen, werd met diverse medestanders-mannen en vrouwen - uit de gemeente in de gevangenis gezet, waar ze de nacht doorbrachten met het zingen van . . . psalmen van Datheen!
De dwang van de Overheid luwde bij de kentering van het politieke getij en men zong Datheen. Men bleef die zingen en zelfs tot in het laatste kwart van onze eeuw toe waren en zijn er nog oud-gereformeerde of vrije oud-geref. gemeenten die de psalmen van Datheen bleven zingen.
Maar van lieverlee won in de overgrote meerderheid van de kerken, ook in de kerken van de Afscheiding na 1834, de al lang ingeburgerde nieuwe psalmberijming op de „vlugge" zangwijze het.
Natuurlijk bleven er problemen en gevoeligheden! Maar daar wisten de broeders wel raad op!
Gevraagd wat er gedaan moest worden, daar er vooral in Zeeland nog afgescheiden gemeenten waren, waar velen de psalmen van Datheen bleven zingen, maar anderen de berijming van 1773 wilden invoeren, was het antwoord van de Synode van de Afgescheiden kerken:
De gewone berijming zal men gebruiken (1773). Ongelijkvormigheden en tegenstrijdigheden die er in gevonden werden en die niet waren naar de Schrift moesten aan de synodale commissie gemeld worden.
Toch was de zaak daarmee niet tot totale tevredenheid afgedaan. De Synode van Amsterdam 1840 besloot: de opzieners in Zeeland worden aangemaand om de gemeenten vrij te laten. Bij verschil van mening zinge ieder welke berijming hij maar wil. Dewijl toch de zangwijzen dezelfde zijn, het verschil in de berijming geen verwarring kan veroorzaken!
U zult zeggen: wel een taktische maar geen principiële oplossing!
Men was van oordeel dat dat ook niet hoefde, het ging in de berijming niet om een onschriftuurlijk princiep! Werd dat gevonden, dan moest het gemeld!
En waar het gevoeligheiden betrof, liet men ieder in zijn waarde!

de B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1979

De Wekker | 8 Pagina's

Komt voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1979

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken