Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De navolging van Christus (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De navolging van Christus (III)

9 minuten leestijd

De zwaarte
Eens kwam er een schriftgeleerde tot Jezus met de woorden: Meester, ik zal u volgen, waar u ook heen gaat (Matth. 8:19). Een prachtige getuigenis. En dan te bedenken dat dit gezegd werd door een schriftgeleerde. Schriftgeleerden waren de theologen van die tijd. En theologen laten zich niet zo gemakkelijk van hun stuk brengen. En zeker volgen ze niet zo gauw iemand, die niet officieel van hun vak is.
Bovendien waren schriftgeleerden erg op traditie en de overgeleverde leer der vaderen gesteld. Van nieuwlichterij moesten ze zeker niet veel hebben. Daarom waren ook de meeste schriftgeleerden in de tijd van Jezus niet bereid Hem te volgen. Ze moesten daarvoor uit hun ivoren toren komen om „de zoon van een timmerman" te volgen. Dat betekende afstand doen van hun standing, van hun aanzien en van hun zelfbewustheid. Ook een breuk met collega's. Het hield in alles achter te laten, alleen te komen staan en te gaan behoren tot dat kleine groepje van volgelingen van Jezus, dat door officiële synagoge werd veracht en uit de hoogte aangezien.
Het was dus nog al wat dat een schriftgeleerde bereid was Jezus te volgen, overal waar Hij zou heengaan. Door dik en door dun. Door verachting en smaad. En dan met dat enthousiasme waarmee hij zich aan Jezus aanbood. Deze moest daar wel bijzonder blij mee zijn en hem met beide handen accepteren.
Nu kan men ook niet zeggen dat Jezus niet blij was wanneer iemand bereid bleek Hem te volgen. Maar iemand die Jezus wil volgen moet wel weten wat hij doet. Jezus begint dan ook niet uiting te geven aan zijn vreugde dat iemand bereid is Hem te volgen, maar wijst er op wat het volgen van Hem inhoudt. Ieder die Jezus volgt moet bereid zijn de konsekwenties ervan te dragen. Daarom dat antwoord van Jezus, dat ogenschijnlijk op het enthousiasme van de Schriftgeleerde een domper zet. Maar Jezus wil geen domper zetten. Hij wil wel dat wanneer iemand Hem volgt deze Hem restloos volgt. Jezus volgen is geen eenvoudige zaak. En daarom maakt Jezus de schriftgeleerde terstond duidelijk waaraan Hij begint. Jezus zegt: Vossen hebben holen en de vogels in de lucht hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen (vs. 20).

De zoon des mensen
Jezus duidt zichzelf aan met die opmerkelijke woorden: zoon des mensen. Een uitdrukking die heel veel inhoudt. Een uitdrukking met een messiaanse klank, die terug gaat op Dan. 7: 13 , waar sprake is van „iemand, gelijk een mensenzoon", die komt „met de wolken des hemels". Er zit in die uitdrukking iets van toekomstige heerlijkheid. Maar Jezus zelf gebruikt deze uitdrukking dikwijls in verband met zijn nederigheid en zelfs met zijn lijden en sterven. Ook in zijn antwoord aan de schriftgeleerde heeft de uitdrukking iets te maken met zijn lijden, met zijn armoede en zijn nederigheid. Christus heeft afstand gedaan van zijn heerlijkheid om de weg van een slaaf te gaan, de weg van armoede en zelfverloochening. En allen die Hem willen volgen moeten bereid zijn diezelfde weg te gaan.
Jezus maakt duidelijk dat Hij minder is dan vossen en vogels. Die hebben holen en nesten. Maar de zoon des mensen heeft niets waarop Hij zijn hoofd kan leggen. Hij die de Heer van alles is kan als zoon des mensen niets het zijne noemen. Hij wordt voortgedreven van de ene plaats naar de andere. Nergens vindt Hij rust. Hij gaat de weg van lijden en verachting. Zijn weg is de weg van het kruis. Daar zal Hij straks zijn hoofd op leggen. En een dienaar is niet meer dan zijn meester. Jezus volgen is een weg van afstand doen, van zelfverloochening. Wie in deze wereld wil machtig worden en rijkdom vinden moet Jezus niet volgen. Want Jezus volgen wil juist zeggen daarvan afstand doen.
Jezus volgen betekent door diepten gaan. En hoeveel christenen hebben dat aan den lijve ervaren. Ook de discipelen van Jezus hebben dat ervaren. Meer dan eens hebben ze onder elkaar gestreden over de vraag wie van hen de meeste is. Ze hebben niet steeds begrepen dat Jezus volgen door diepten gaat. Maar ze hebben het ervaren. Het lijden om Christus' wil is hun niet gespaard. Ze hebben geleerd niet de meeste, maar de minste te moeten zijn. Ze zijn vervolgd, ze zijn van huis en haard verdreven, ze zijn met vijandschap bejegend, ze zijn, omdat ze Christus volgden, in gevangenis gezet. Ze zijn onthoofd, gekruisigd, of naar eenzame streken verbannen. Dat was niet eenvoudig. Dat ging in tegen vlees en bloed. Maar ze hebben geleerd die weg met vreugde te gaan. Om Christus' wil.
En wat hebben vele christenen daarna, die voor Jezus kozen, soms niet ontzaglijk moeten lijden. Dikwijls is hun geloof in de crisis gebracht. Ze zijn dikwijls bestreden en aangevochten. Maar ze hebben mogen volharden. Ze hebben ook geleerd dat nooit toe te schrijven aan eigen kracht. Ze hebben dat steeds ervaren als een grote genade. Als Paulus aan het eind van zijn leven jubelt: ik heb het geloof behouden (2 Tim. 4: 7) klinkt daarin iets door van een diepe verwondering en grote dankbaarheid. Hij klopt zichzelf niet op de borst. Hij ziet het als een grote genade, dat hij bij alles dat hij verloren heeft - en het was veel, ja alles - het geloof en de geloofsvolharding heeft mogen behouden. Dat is zijn overwinning. Maar het ging wel door diepten heen.
Vele christenen hebben door de eeuwen heen om het volgen van Jezus zwaar geleden. We kunnen vandaag denken aan zovele christenen in bv. de communistische landen en niet alleen daar. Ze worden vervolgd, hun gezinnen uiteen gerukt, in gevangenissen gezet, tot dwangarbeid veroordeeld. En dat om niets anders dan om hun volgen van Jezus.

Zelfonderzoek
Wij in onze westerse wereld mogen nog in veel opzichten Jezus in vrijheid volgen. We mogen daarvoor dankbaar zijn. En toch mogen wij ons wel eens afvragen of wij met de wijze waarop wij Jezus volgen wel altijd op de goede weg zijn. Komt het onderscheid tussen hen die Christus volgen en hen, die Hem niet volgen wel voldoende uit?
Zijn wij bereid om Christus' wil te lijden, offers te brengen, afstand te doen van onze luxe, ons overdadig comfort? Er wordt in onze tijd veel gesproken over nivellering van lonen en dan denk ik niet aan de laagst betaalden. Maar kunnen christenen ergens het voorbeeld geven?
Men kan niet ontkennen dat een geest van materialisme zich van velen heeft meester gemaakt. En christenen zijn daaraan niet ontkomen. Materialisme is een groot gevaar voor het geestelijke leven. Het is niet zo dat nood leert bidden, zoals het spreekwoord zegt. Armoede kan ook in opstand brengen tot God. De mens in nood kan God vloeken. Dat wist ook Agur reeds (Spr. 30: 9). Maar diezelfde Agur wist ook dat een verzadigd mens er kan toe komen God te verloochenen. Velen zijn tegenwoordig drukker met hun geld, met hun jacht, tweede huis, met hun vakanties dan met het volgen van Jezus. En hoe gemakkelijk wordt dan het volgen van Jezus een sleur, een vorm zonder inhoud, waarvan straks ook de vorm verdwijnt. Want vormen houden niet stand en anderen kijken spoedig door schone schijn heen om te konstateren dat er ook niet meer aan de hand is dan schijn alleen.
Jezus heeft eens gezegd dat het onmogelijk is twee heren te dienen, mammon, de god van het geld, en de Here, die van ons vraagt heel het leven in zijn dienst te betrekken. Er is geen duimbreed in het leven van een christen dat buiten die dienst kan vallen. We zullen altijd moeten vragen, wat we ook doen, of het in overeenstemming is met het volgen van Jezus. En dan hoeven we niet, zoals men dat in de oude kerk en in de middeleeuwen wel deed in vrijwillige armoede te gaan. Dat kan evenzeer leiden tot schijnvroomheid. Op deze wijze kan men evenzeer komen tot een vorm zonder werkelijke inhoud. Dan kan men zelfs nog prat gaan op het offer dat men brengt. En dan heeft men meer zichzelf dan Jezus op het oog.
Christus vraagt van de zijnen een „heilig volk" te zijn (1 Petr. 2: 9). Dat is niet een volk van zondeloze mensen. Maar wel een volk dat onderscheiden is van de wereld, die Jezus niet kent. Het moet in ons leven worden gezien dat we Jezus volgen. En dat houdt altijd in een leven van offerbereidheid, van zelfverloochening en van voortdurende zelfkritiek. We zullen altijd weer onszelf moeten onderzoeken of we „in het geloof" zijn (2 Kor. 13: 5), dat wil zeggen of ons geloof een levend geloof is in de geloofsverbondenheid aan Jezus Christus, en af het wel in orde is met onze geloofsbeleving en onze geloofspraktijk.
We zullen steeds weer moeten openbaar komen als te zijn wel in de wereld en toch niet van de wereld.
En zijn we dan bereid om Christus' wil smaadheid te dragen en zo nodig om zijnentwil te lijden?

We zullen dat nooit in eigen kracht kunnen. Dan bezwijken we reeds bij de eerste aanval. We zijn altijd weer afhankelijk van de Heilige Geest. Zijn kracht en leiding hebben we nodig niet alleen om tot het geloof te komen, maar ook om daarin te volharden en de vruchten van het geloof voort te brengen. Het is ook alleen door de Heilige Geest dat een christen zijn kruis kan dragen achter Jezus aan.

Jezus zegt dat die Hem wil volgen bereid moet zijn om zichzelf te verloochenen en zijn kruis te dragen achter Hem aan (Matth. 16: 24). We hoeven niet zijn kruis te dragen. Alleen het kruis dat Hij te dragen geeft. Achter Hem aan, door de kracht van zijn Geest. Zo kan het en zo kan het alleen.

Oosterhoff

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1979

De Wekker | 8 Pagina's

De navolging van Christus (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1979

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken