Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Als de amandelboom bloeit (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Als de amandelboom bloeit (I)

6 minuten leestijd

Vergrijzing
De amandelboom bloeit.
Een woord uit het prachtige slothoofdstuk van de wijsheid van de Prediker. Prediker 12: 5: „op de dag dat men ook vreest voor de hoogte en er verschrikkingen op de weg zijn, de amandelboom bloeit, de sprinkhaan zich voortsleept en de kapperbes niet meer helpt - want de mens gaat naar zijn eeuwig huis en de rouwklagers gaan rond op de straat."
Nu is het niet de bedoeling van de wijze Prediker om uitvoerig op de ouderdom in te gaan en allerlei moeiten daarvan alleen maar uit te stallen.
Dat oud worden, dat verminderen in krachten en levensmogelijkheden komt. Dat komt voor ieder die door God gespaard de leeftijd van de sterken of van de zeer sterken gaat bereiken, - en velen merken de nadering van die ouderdom al veel eerder op in hun leven.
Het is een gegeven, een werkelijkheid in onze zondegebroken wereld waarin de dood niet weg te redeneren, noch te dokteren is.
Het is alleen maar wijs om daarmee rekening te houden en niet te menen dat dit ons huis eeuwig zal bestaan. We zijn allen jong of ouder, op weg naar ons eeuwig huis.
En daarom vermaant de Prediker om vóórdat die tijd komt en de jaren van lichamelijke moeiten en ouderdomszorgen, de kwade dagen en „de jaren waarvan gij zegt: Ik heb daarin geen behagen" God te zoeken, naar Hem te luisteren om de ware levenswijsheid te leren. Gedenk dan uw Schepper in uw jongelingsjaren.
Maar als we dan in al de wegen waarin de Here ons geleid heeft en al de omstandigheden waarin Hij onze hulp was en ons uitkomst gaf, iets van dat beginsel van de ware wijsheid, dat toch de vreze des Heren is, geleerd hebben, wat doen wij, wat doet de gemeente, de kerk, wat doet de maatschappij met een enorm belangrijk stuk levenservaring en wijsheid die bij de ouderdom ligt opgetast?
Of moet elk geslacht zijn eigen weg maar weer opnieuw zoeken?
Kunnen de kinderen de levenservaringen van de ouders af doen met: daar heb je nu niets aan, want dat was een heel andere tijd?
Moeten de kleinkinderen maar weer opnieuw een antwoord zoeken op allerlei levensvragen die op hen afkomen in een totaal veranderde wereld, of kunnen opa en oma vanuit hun ervaring, hun geloofszekerheid en hun toekomstblijdschap een geestelijke erfenis aan hen doorgeven, waaruit ook zij leven en strijden en overwinnen kunnen?
Of is de generatiekloof zo breed geworden dat er geen verstaan meer is naar beide kanten?
Heeft de ouder wordende mens nog een levensopdracht van God te vervullen of wordt hij uitgerangeerd als hij zijn plaats in het arbeidsproces niet meer kan innemen en als je tijd over hebt is het wel eens leuk om naar de verhalen van vroeger te luisteren. Maar met hun raadgevingen, hun „wijsheid", hun vroomheid, kun je daar in de keiharde, zakelijke wereld van vandaag nog wat mee beginnen?
Zeker er is maar één weg ten leven. Ik ben de weg, zegt de Heiland. Gods genade blijft voor alle geslachten gelijk. Zijn Woord houdt stand door alle eeuwen heen en elk geslacht zal door hetzelfde geloof, gewerkt door Gods Geest, in hetzelfde bloed der Verzoening behouden moeten worden.
Maar kunt u de opdracht van de Here om het aan het komende geslacht te vertellen nog waar maken, of laat u dat maar over aan anderen want u kunt die jeugd van tegenwoordig toch niet begrijpen. En . . . die jongeren kunnen die u wel begrijpen?
Als de amandelboom bloeit ziet in Prediker 12 op de ouderdom, de grijsheid misschien. Later hopen we er nog over te denken.
Maar voelt die oud geworden mens zich opzij gezet, afgedankt, vriendelijk toegeknikt maar niet meer opgenomen in onze samenleving en staan de „bejaarden" daarom alleen maar kritiekvol aan de kant? Of zijn ze met hun levenswijsheid anderen ten zegen?
Als ondertitel staat hierboven „vergrijzing".
Elke tijd heeft zo zijn eigen benaming van zaken. U kent het probleem wel dat daarmee wordt aangegeven.
Dank zij de gunstige levensomstandigheden en de hoge kwaliteit van de medische zorg worden de mensen in ons land gemiddeld ouder dan voorheen.
Gevoegd bij het feit dat het geboortecijfer daalt is het oorzaak dat het percentage van ouderen in onze samenleving al groter wordt. Zó groot dat we spreken van „het probleem van de vergrijzing".
Waar de aanwas van jongeren niet groot genoeg is gaat een volk vergrijzen. Zo kan een kerk, een gemeente, een vereniging door het overwegend aantal ouderen „vergrijzen".
In ons hedendaags spraakgebruik is „vergrijzing" dan ook een probleem dat zorgen baart en allerlei voorzieningen vraagt.
Ons land gaat ook wat de ouderdomsvoorziening betreft voorop. Er wordt heel wat zorg besteed aan en voorzieningen getroffen voor de ouder wordende mens.
Immense kapitalen zijn en worden geïnvesteerd in de bouw van bejaardentehuizen, verzorgingstehuizen en bejaardencentra, waar je van de zelfstandige bewoning in het flatje of het bejaardenhuisje tot en mét de algehele verzorgingsafdeling, de ziekenboeg en de sterfkamer verzekerd kunt zijn van de zorg van voor dit werk speciaal opgeleide krachten.
We mogen het inderdaad als een zegen van de zorgende hand van God zien dat de tijd van het „gasthuis" van voorheen met zijn „armenhuisjes" als voorportaal, waar men in grote kale zalen de oude mensen opborg voorbij is en de mogelijkheden en geriefelijkheden in de woon-slaapkamer voor de alleenstaande en de zit- en slaapkamer voor het echtpaar veel beter zijn dan voorheen.
En toch . . .
Je bent een groot stuk van je zelfstandigheid kwijt.
Je wordt met meerdere, in grote tehuizen vele bejaarde leeftijdsgenoten „geplaatst" in het tehuis, waar je als het zo ver is dat je naar een verzorgingstehuis moest - zo goed als helemaal geen privacy hebt tot op de slaapkamers toe.
Door deze gemeenschappelijke hoge leeftijdsgrens liggen binnen deze leefgemeenschap de gesprekken in een eigen sfeer - vaak jammer genoeg de klacht, het gemis, de on-wennigheid . . .
Wat overtrokken is wat ik onlangs las van een journalist in een plaatselijk blad over het bejaarden- probleem. Toch zit er een kern van waarheid, in elk geval van waarschuwing in. Tot verwondering van buitenlanders - zo schreef hij - heeft ons land het bejaardenprobleem zó goed opgelost dat je in de gewone samenleving geen bejaarden meer ontmoet. De ene helft hebben we opgeborgen in tehuizen en de andere helft zit thuis te wachten totdat ze slecht genoeg er aan toe zijn om ook opgenomen te worden.
Nogmaals het is overtrokken, maar het is dunkt me wel de ervaring van velen dat de bejaarde naast de samenleving komt te staan. Ze gevoelen zich nutteloos, uitgerangeerd . . .
Hoe zou dat dan komen als God ons levenservaring en wijsheid gaf waarmee anderen gediend zouden kunnen zijn?

de B.




 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1980

De Wekker | 8 Pagina's

Als de amandelboom bloeit (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1980

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken