Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Als de amandelboom bloeit (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Als de amandelboom bloeit (II)

7 minuten leestijd

Vergrijzing-vervreemding
Het samen zich voorbereiden op en beginnen aan de volle levensverantwoordelijkheid zegt nog niet, dat die allen ook samen in de ouderdom daarop terug zullen kunnen zien.
Je hoeft nog niet zo heel oud geworden te zijn, om bij tijden pijnlijk te beseffen dat meerderen met wie je begon, die je vluchtig of beter leerde kennen in de jonge jaren, er al niet meer zijn en door de God van het leven zijn weggenomen.
Mogelijk komen oude foto's nog wel eens tevoorschijn, vergeeld misschien wel in het album of het laadje. Foto's van de zondagsschool die een reisje maakte, de schoolklas, waarvan meestal jaarlijks een klassefoto werd gemaakt, van de meisjes- of de jongelingsvereniging uitgaande of in afdelings- of bondsvergadering bijeen, beelden van vakantiereizen, andere ontmoetingen of belevenissen. Steeds weer wijs je ze elkaar aan - die is er niet meer en die en die - ...
Al wordt het percentage ouderen in de vergrijzing van het volk groter, de ontstellende werkelijkheid blijft dat de rijen gedund worden. Van je eigen generatie, die mogelijk de twee wereldoorlogen welbewust heeft meegemaakt, zijn er al niet veel meer. Je verhalen over de oorlog en de ellende van de bezetting, de honger en de hongertochten en zo veel meer, zijn voor het geslacht van heden geen meedoorleefde werkelijkheden meer. Ze kunnen er niet over mee praten en dus is er het gevaar. . . dat je er dan ook maar niet veel meer mee praat.
Er treedt vereenzaming op.
Vooral als je samen, al dan niet gezegend met een gezinsleven, jaren van zorg, veel zorg mogelijk wel, hebt doorleefd en je man of vrouw hebt moeten verliezen. Mogelijk zijn er ook van de kinderen al voorgegaan en je blijft - o zeker, de kinderen zijn goed voor me hoor! - maar vader en moeder zijn de oude opa of oma geworden, die gelukkig wel goed verzorgd is, maar je hebt er niet zo heel veel tijd voor in je drukke gezinsleven en door je werk dat je bindt.
Dat is niet een zaak om over te klagen!
Zeker de eenzaamheid - welke rijke momenten het ook kan geven - is over het algemeen niet prettig, niet gezellig. Als je leven verstillen gaat en je dagen weinig afwisseling meer bieden, valt het niet altijd mee om de dankbaarheid op te brengen dat je in tegenstelling van die anderen, die je geteld hebt, er nog mag zijn. Nog gezegend wordt met een redelijke gezondheid en een goede verzorging, of zelfs nog met veel vrije tijd nu het pensioen er is en een hobby en uitgaansmogelijkheden die je eertijds miste nu in overvloed hebt en daar ook van geniet. En toch . . .
Hoeveel de Here God ons ook gaf om -lief te hebben, voor te leven en te zorgen en verantwoordelijkheden voor te dragen, - dat alles is het hoogste goed, het onvergankelijke goed niet!​
„Eenzaam maar niet alleen" - zo betitelde een koninklijke „Bejaarde" eens haar boek.
Het is de hoogste levenswijsheid en de grootste levensrijkdom als we in onze jonge jaren, minstens in onze goede jaren en gezonde dagen, het levensgeheim geleerd hebben van de gemeenschap met de Here. Wat mag het een rijke steun zijn bij het alleen verder moeten op de avondstille weg van het leven, als we gelovig mogen weten en dat ook gedurig mogen ervaren dat de Here met ons is. Zijn gemeenschap sterkend en troostend te beleven bij en door Zijn Woord, doet roemen: de Heer is bij mij, 'k zal niet vrezen; de Heer zal mij getrouw behoên!

Dan kunnen stille dagen en eenzame nachten waarin de slaap niet zo goed vlotten wil toch goed zijn als ons vragenvolle- en mogelijk wel wat opstandige hart rust vindt in Zijn trouw en voort gaan mag aan Zijn hand.
Nu is het een opmerkelijk verschijnsel dat die eenzaamheid - ook de verstilling van het leven in de rust na het werk als God ons nog samen gelaten heeft - kan leiden tot en gepaard gaan met een stuk vervreemding.
Dan gaat men zich vreemd voelen in zijn eigen wereld. Het denkpatroon, het gehele levenspatroon, de gewoonten en de zeden, de taal die men gebruikt en de idealen die men zoekt, het is anders geworden, vreemd, men kan er niet meer in mee. Onder deze vervreemding verstaan we nog iets anders dan de schriftuurlijke „vreemdelingschap" van de christen, al is het er ten nauwste mee verwant en kan het er mee verbonden zijn.
Als David belijdt: ik ben een vreemdeling hier beneden, laat uw geboden op reis mij niet ontbreken, dan is hij een mens geworden die door genade een ander levensdoel heeft leren kennen, een andere levensinhoud heeft gekregen doordat hij uit God, van boven geboren, zijn vaderland en toekomst niet meer zoekt en weet hier beneden in de dingen die vergaan, maar in de dingen die blijven, boven daar waar Christus is, om het N.T.-isch te zeggen.
Dan is hij de pelgrim die hier doortrekt, die hier is en woont en zijn roeping vervult, maar die hier niet thuis is in die zin dat hij hier één is, geestelijk één met de wereld. Wel in de wereld maar niet van deze wereld. Hij is immers door Gods genade een ander, een nieuw mens geworden.
Een mens die zich kan bedroeven over de geestelijke blindheid van zijn medemens, een christen die het niet laten kan in zijn wereld te getuigen en op gepaste manier en op een juist vallend tijdstip zijn collega's, zijn buren of zijn kennissen, niet het minst zijn kinderen en kleinkinderen te wijzen op het enig echte en ware leven en de werkelijke vrede en vreugde die er is in en door Jezus onze Here.
Maar zal men dat werkelijk effectief kunnen doen, dan moet men wel weten wat die mens van zijn tijd, van deze wereld denkt en gevoelt, begeert en waar mee hij zijn leven vult. Dan zal men die denkwereld van zijn tijdgenoten moeten kennen, of trachten te kennen en de leegheid en voosheid van grootspraak doorzien.
Zonder deel te hebben aan de zonde-genieting van de wereld, zal de christen die de Geest der onderscheiding heeft ontvangen, de zonde en de wortels daarvan moeten onderkennen en de uitleving van het zondaarshart moeten verstaan in zijn consequenties, omdat hij aan zichzelf ontdekt weet wat er in het hart van de mens leeft.
Maar dat is een andere levenshouding dan die die zich vervreemdt van zijn eigen wereld en de ogen liever sluit voor de wereld rondom hem en zich zwijgend terug trekt. Je kunt toch niet met ze praten, je begrijpt die jeugd van tegenwoordig toch niet meer, ze zijn zo anders . . .
Is het wonder dat er dan weinig stof tot gesprek over blijft met hen die van een andere generatie zijn en niet behoren tot de eigen leeftijdgenoten. Terwijl het gesprek met de eigen generatie dreigt te verzanden in een eindeloos herhaald en zeer onvruchtbaar klagen over de tijd. Het gevaar is niet denkbeeldig dat er een stukje handhaving van een gemakzuchtige levenshouding schuilt in het niet kunnen of willen spreken en een warm getuigenis doorgeven aan het volgend geslacht onder het mom van ze begrijpen je niet meer, terwijl men in feite geen moeite doet om hen te begrijpen.

Zou je als oudere niet, juist vanuit de levenservaring die je hebt opgedaan, een pracht kans hebben om te getuigen van de Heiland en de enige weg ten leven in een wereld waarin zoveel idealen van oud en jong stuk slaan op de harde werkelijkheid van het slechts aan de buitenkant wat kermisachtig opgesierde leven?

Maar dan moet je wel beginnen met begrip te luisteren naar de ander, die zit met zijn vragen, zijn teleurstelling, zijn verdriet en dat graag eens kwijt wil bij iemand bij wie hij hoopt wat levenswijsheid te vinden om hem/haar de weg te wijzen naar echt geluk, ware liefde en innerlijke vrede.

Kent u die weg? Wandelt u er met vreugde op omdat u achter de grote Kruisdrager aan de echte vrede gevonden hebt?

de B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1980

De Wekker | 8 Pagina's

Als de amandelboom bloeit (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1980

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken