Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pasen - kan dat nog?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Pasen - kan dat nog?

8 minuten leestijd

Tegenwoordig hoor je nogal eens de uitdrukking:dat kan vandaag niet meer. Vroeger toen het leven minder gecompliceerd was, toen alles vaststond ja toen kon je denken en doen zoals voorheen. Maar tegenwoordig kan het niet meer zoals vroeger. We leven nu in een andere tijd, die om andere ideeën, aangepaste opvatting en een levenshouding dienovereenkomstig vraagt. Zo werd laatst de vraag gesteld: Pasen - kan dat nu nog?

Pijnlijke vraag
Het is wel een pijnlijke vraag, die gesteld wordt.
Het is reeds pijnlijk als men er van uitgaat dat Pasen bepaald wordt door de tijd en de wereld waarin we leven. Alsof Pasen en het Paasgeloof een uitvinding is in tijden waarin de mensen zeer naïef dachten en leefden.
Pijnlijk omdat het Paasevangelie zelf komt met de duidelijke pretentie dat Gods wereld doorbreekt in onze wereld; dat Gods werkelijkheid onze werkelijkheid overwint. Dat betekent dat het feit van Pasen niet afhankelijk is van welke tijd en welke instelling van mensen ook.
En als dan na eeuwen toch gesuggereerd wordt: maar dat kan niet meer; dat is niet te verkopen aan de moderne mens, aan je jeugd en je hebt er zelf ook moeite mee, dan is dat bijzonder pijnlijk.
Wie gelooft het nog? - werd gevraagd: een dode die levend wordt; een graf, dat geopend wordt en leeg is; de herhaalde verschijning van de Levende aan allerlei mensen.
De vraag knaagt aan veler hart: zou het waar zijn? Kan een mens in deze tijd dit nog geloven? Moeten we het niet anders, minder letterlijk, minder krampachtig opvatten?
Daar komt nog iets bij: wie ziet er nu wat van dat de opstanding heeft plaats gehad? De dood heerst oppermachtig. Mensen worden weggemaaid - onverbiddelijk en onherroepelijk. De dood lijkt het laatste woord te hebben. Een tegen moord en doodslag protesterende bisschop wordt tijdens het bedienen van de mis bij een begrafenis door een moordende kogel op verre afstand beschoten. Het leven is volstrekt paas-loos geworden. Pasen - kan dat nog?
En nog een andere kant van dezelfde vraag: wie leeft er eigenlijk nog uit? Is het leven van de christenen in doorsnee een overwinnend leven? Is de Paasvreugde van de gezichten te lezen? Kun je in het leven van de christelijke kerk veel merken van dat andere, dat nieuwe dat met Pasen gekomen is? Is er nu zoveel verschil tussen christenen en niet-christenen; tussen hen die in Pasen geloven en hen, die er een groot vraagteken achter zetten?

Onze daad?
Het is merkwaardig om te zien en te merken dat allerlei accenten vandaag grondig worden verschoven.
Datgene wat de kerk belijdt met de woorden „ten derde dage wederom opgestaan uit de "doden" is niet zo maar ongedaan te maken. Dat wordt grif erkend ook als men die belijdenis reduceert tot het spreken „over de vonk die overslaat op Jezus' leerlingen, óver en dóór zijn mislukking en dood heen."
Zo komt men er vandaag toe om Pasen vooral te zien als een krachtig appèl op de mens om ook op te staan.
„Pasen is niet bedoeld als een christelijke maar als een wereldlijke feestdag" - lezen we in een pas verschenen boekje „Belijden is doen", geschreven door een aantal Amsterdamse theologen. En de laatste zin van het stuk over dit artikel uit de Apostolische Geloofsbelijdenis luidt: „Geloven in de opstanding is: mee-opstaan, mee-doen, mee-verdragen.
Op deze wijze komt de nadruk te liggen op onze daad.
Pasen betekent alleen iets als wij opstaan - opstanding en opstand hebben dan alles met elkaar te maken.

Wie dat verband zou ontkennen begaat een ernstiger ketterij dan hij, die niet gelooft in de lichamelijke opstanding van de Here Jezus Christus.
In dat klimaat vieren we vandaag ons Paasfeest.
We zullen het goed moeten weten en daarom scherp moeten onderscheiden of we het zo kunnen prediken en zo moeten geloven.
Het is toch duidelijk dat op deze manier het feit de mist ingaat en onze daad beslissend wordt.
Wij moeten het voor onze rekening nemen en ons aandeel leveren, hoorde ik dezer dagen iemand voor de radio zeggen. Het ging daarbij om Gods gerechtigheid, die dan verhorizontaliseerd wordt tot de gerechtigheid, die wij moeten beoefenen.
Zo wordt Christus' opstanding onze opstanding tot de daad.
Maar het evangelie wordt van zijn kracht beroofd en de troost van Christus' opstanding wordt weggenomen.
Wij moeten het zelf doen. De zweep gaat over de gemeente. In plaats van het Evangelie komt de wet

Gods doorbraak
Pasen is het verrassende, onbegrijpelijke, maar zeer troostvolle feest van Gods doorbraak van onze gesloten wereld - gesloten door onze zonde; uitzichtloos door de macht van de dood; ten dode gedoemd door de vijandschap en zelfhandhaving van de mens, die veel leven maakt, maar de dood opgeeft.
Pasen - Christus' opwekking en daarom opstanding uit de dood - laat ons weten: het is zonder ons, buiten ons, voor ons beslist en dan goddelijk, wonderbaar.
Het komt helemaal van Gods kant, want voor mensen - vijanden en vrienden - was het met Christus' dood radicaal afgelopen. Hier stond een duidelijke punt - het Sanhedrin wreef zich in de handen nu de steen verzegeld was en de kleine gemeente van de Gekruisigde had de balsem al klaar om de dood van de geliefde Meester te continueren.
Toen is het gebeurd zonder onze medewerking - de levende-soldaten werden als doden terwijl de vrienden hun gedachten lieten cirkelen om een dode Jezus en de dode werd levend!
Het gebeurde niet op grond van of door het geloof van de Paasgemeente, die door de Verrezen Heiland zelf moest geconstitueerd worden tot geloof!
Het onmogelijke is mogelijk geworden - de dood heeft toch niet het laatste woord; de zonde is verzoend; er is een duidelijke bres geslagen in de vesting van de vijand. Het ongedachte is geschied: het kruis was niet het einde en het graf slechts wachtkamer; het zegel werd van hemelswege verbroken; de steen door een engel afgewenteld; Christus stond op, de grafdoeken geordend achterlatend - teken van volmaakte rust: het zal alles door de vrede bloeien.

Het ongelooflijke, al ons denken, hopen, bidden te boven gaande feit heeft plaats gehad - er is Één teruggekomen uit de doden. Eén maar? Maar die ene is genoeg. In Hem, de eersteling, is de volle oogst gewaarborgd.
Dit feit is de centrale inhoud van de prediking, de grond van ons geloof. Als dit niet geschied was en als we het zo als Gods daad niet vasthouden, dan is de prediking ijdel en het geloof zonder inhoud en tevergeefs, dan blijven wij in onze zonden, dan is er geen uitzicht, geen toekomst dan zijn we de ellendigste van alle mensen . . .

Paasstijl
En op dit fundament staat nu het leven van de christen en dat moet in zijn leven gezien worden. Pas als onomstotelijk Gods daad wordt beleden in de opstanding van Christus worden wij geroepen Paaschristenen te zijn in deze wereld. Dan wórdt het niet feest van onze daad; maar dan draagt Christus' overwinning vruchten in ons leven.

Het christelijke leven heeft Paasstijl, als het leeft uit de levende Christus. Daartoe behoort allerleerst: het leven heeft weer nieuwe zin gekregen; het is niet tevergeefs om te leven, om te geloven, om te preken, om kerk te zijn, om te getuigen, om te werken. Het leven is opengemaakt van boven af. De cirkelgang van het leven is doorbroken. De dood is principieel gestorven. Het leven triumfeert. Dat zal dan mogen en moeten uitkomen in het leven. Er zijn geen hopeloze gevallen en het woord „onmogelijk" heeft feitelijk afgedaan.

Het betekent ook: de oude orde van zonde en dood mag niet meer de toon aangeven. Het oude is voorbijgegaan voor wie in Christus Jezus een nieuw schepsel is geworden. En dat betekent verzet tegen dit door de zonde beheerste leven. Een christen is een kritisch mens vanuit de nieuwe Paasorde. Hij kan de machten, welke naam ze ook dragen, niet zegenen wetend dat ze het allen reeds verloren hebben. Hij kan geen vrede hebben met het bestaande, omdat het oud is en der verdwijning nabij krachtens de kracht van Christus' opstanding, die onstuitbaar, zij het vaak ongemerkt, doorwerkt.
Tot die Paasstijl behoort niet minder: leven in het licht van de toekomst. Al is het geloof gebaseerd op wat in het verleden gebeurd is in Christus, het geloof richt zich op de toekomst.
Daarom is het geloof tegelijk hoop door Christus' opstanding wedergeboren tot een levende hoop.
Pasen betekent vervulling èn belofte tegelijk!
Er is wat vervuld van hetgeen God beloofd had. Maar nu komt de belofte op volle kracht - immers nu strekt zich alles uit naar de volkomen verlossing, naar de overwinning op zonde en satan, die wel verzoend respect, verslagen zijn, maar die nog zoveel macht hebben; naar de grote Paasmorgen van de wereldgeschiedenis.
En dat bepaalt de Paasstijl van de christen.
Hij kan niet vasthouden aan wat tot de oude wereld behoort.
Hij strekt zich uit naar Gods nieuwe wereld. De hoop daarop, gefundeerd in de opstanding, doet hem leven in een wereld vol dood en doodsgeweld, waaraan de zege is ontnomen. O Paasvorst - wil nu haastig komen!

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1980

De Wekker | 12 Pagina's

Pasen - kan dat nog?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1980

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken