Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De familie van Jezus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De familie van Jezus

5 minuten leestijd

Want al wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is, die is mijn broeder en zuster en moeder. Mattheus 12:50

Op een zekere dag krijgt de Here Jezus bezoek van Zijn „moeder" Maria en Zijn „broers". Dit vindt ergens in een huis te Kapernaum plaats en wel onder drukke preekarbeid. Wat drijft hen tot dit bezoek? Ze horen dat Jezus Zich heel vaak geen tijd gunt om te eten en . . . dat hij rare dingen doet. Er wordt namelijk verteld dat Hij duivelen uitwerpt door Beëlzebul!
Natuurlijk gelooft Maria daar niets van. Zij mag dan vele vragen hebben en zich steeds verwonderen, heel goed weet ze dat Hij de heilige Gods is. Die geen gemeenschap heeft met het onheilige. Bij de jongens ligt dat echter anders. Zij geloven niet in Jezus; zij erkennen Hem niet als de gezondene tot Israël, als de Messias der Schriften. Voor hen staat vast dat Jezus buiten Zijn zinnen is (Marcus 3:20): Hij is overspannen; Hij lijdt een gestoord geestesleven. De broers voelen zich ergens voor Jezus verantwoordelijk en daarom willen ze Hem thuis zien te krijgen om op zijn minst een poosje tot rust te komen. Moeder Maria gaat mee. Waarom? Mogelijk denken de broers in haar aanwezigheid wat meer invloed op Hem te kunnen uitoefenen. Van haar kant zal zij zijn meegegaan om eventuele narigheid te voorkomen en versterkt te worden in haar overtuiging dat het onmogelijk is dat iets bij Hem verkeerd ligt. De Heiland bespeurt in dit alles een aanval van de satan die Hem van Zijn ambtsbediening tracht af te trekken

De broers kunnen niet binnenkomen, want het huis zit propvol. Aan de deur wordt een boodschap afgegeven. Op een gegeven moment bereikt ze voor aller oor de Heiland: Zie, uw moeder en uw broeders staan buiten en trachten u te spreken te krijgen (vers 47). Expres hebben de broers de moeder naam vooropgezet. Ook naar de verwachting van de luisteraars zal Jezus nu wel onmiddellijk positief reageren.
De Heiland geeft een openlijk antwoord: Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders? (vers 48) In dit antwoord neemt Hij van Zijn familieleden afstand. Waarom? Omdat Hij bezig is met Zijn ambtswerk. In dat werk gelden geen bloed banden. Natuurlijk betekent dat niet dat Hij met Zijn verwanten niets op heeft. Nu gaat het echter om hogere dingen: Jezus schept Zich een nieuwe familiekring die ruimer is dan die van het bloed en waartoe hopelijk ook van Zijn familie zullen behoren.
Het is goed dit gegeven ons even te realiseren. In het koninkrijk van God redden we het niet omdat je een zoon bent van een vrome moeder of een dochter van een godvruchtige grootvader. Het is een persoonlijke zaak. Evenmin zijn we gedekt door de band van het verbond. We zullen uit God geboren moeten zijn.
Maar hoe weet ik nu dat ik daaraan deel heb? Deze vraag gaat Jezus in onze tekst in alle duidelijkheid beantwoorden.

Hij strekt Zijn handen uit en wijst naar Zijn discipelen, naar de twaalven. Hij wijst dus niet op de schare, op Jan en alle man. Voor de twaalven geldt: Ziedaar mijn moeder en mijn broeders (vers 49). Zij zijn mijn verwanten in Mijn arbeid als Middelaar.
Uiteraard bedoelt de Here Jezus dit niet exclusief, alsof Zijn geestelijke familie alleen maar uit de twaalven bestaat. Vandaar de afgeschreven tekst die tegelijk een toetssteen is voor een ieder van de twaalven. Je bent dus familie (de vadernaam wordt niet genoemd, want deze is enkel bestemd voor God) als je doet de wil des Vaders Die in de hemelen is.
Over deze wil heeft de Heiland hen en ons breedvoerig geïnformeerd. We zullen ons moeten bekeren en ons in alle situaties onder Jezus koningsheerschappij stellen. Niet minder dienen wij het zout der aarde te zijn en het licht der wereld. Alle geboden moeten gehouden worden. Daartoe behoort het vriendelijk zijn jegens je tegenpartij en het daadwerkelijk liefhebben van je vijanden. Ook mogen wij niet aan de dingen van hier beneden hangen, bezorgd zijn en anderen veroordelen. We zullen door de enge poort moeten ingaan. Dat houdt in dat wij heel klein zijn en het zondenpad bij de Heiland achterlaten. Heel de bergrede staat vol van de wil van de hemelse Vader.
Wat wil de hemelse Vader nu? Dat wij deze wil niet slechts aanhoren maar in praktijk brengen, dóen en dan totaal en van harte. Helaas moet de geestelijke mens altijd de klacht van Paulus in Romeinen 7:19 overnemen. Je vindt dit voor de HERE zo erg. En steeds zullen we moeten bidden: Leer mij naar Uw wil te handelen. Gelukkig is dit alles voor de Here Jezus geen verhindering ons tot Zijn familie te rekenen: we mogen Zijn broer, zus of moeder zijn. Wat machtig!
Het kwam al naar voren: daar is geen enkele reden hoog van onszelf op te geven. En daarom kunnen we ook nooit leven uit óns familielid - zijn, maar slechts uit Hem, onze grote Broer Die Zijn broederschap tot in de dood heeft waargemaakt. Hij is het fundament, de eerstgeborene onder vele broeders. Gelukkig schaamt Hij Zich nooit ons Zijn broeders te blijven noemen!

Wij zijn niet de enigen die tot de nieuwe gemeente behoren. Jezus heeft vele familieleden. Gezien hun en onze relatie tot die Christus zijn wij vanuit die Christus ook familie - broeders en zusters - van elkaar. Met andere woorden: Het is Christus Zelf Die onze broeders en zusters uitkiest. Dan mogen er allerlei verschillen bestaan, toch zijn we één. Aan deze eenheid dienen we een concreet gezicht te geven, onder meer door Romeinen 15 vers 7 uit te voeren: Aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods. Ook dat behoort tot de wil van de Vader Die in de hemelen is.
Hoe lieflijk is 't, dat zonen van 't zelfde huis als broeders samenwonen.

Dordrecht-zuid, H. van der Schaaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

De Wekker | 12 Pagina's

De familie van Jezus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken