Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een confessioneel bezwaar op de synode van de Christian Reformed Church (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een confessioneel bezwaar op de synode van de Christian Reformed Church (1)

7 minuten leestijd

Op de laatstgehouden synode van de Christian Reformed Church is een zaak behandeld die niet alleen voor deze kerken in Noord-Amerika en Canada, maar voor alle kerken van gereformeerd belijden van de grootste betekenis is. Het betrof een bezwaarschrift dat ingediend was tegen sommige passages van de Dordtse leerregels. Nu zou men kunnen zeggen: wat interesseert ons deze zaak? Amerika ligt ver weg en wij hebben er niets mee te maken. Maar dat spreken zou niet van wijsheid getuigen. We laten in het midden of Amerika inderdaad zo ver weg ligt. Velen die een bezoek aan het continent over de oceaan gebracht hebben denken er anders over.
Belangrijker echter is het, dat we op twee manieren te maken hebben met wat in de Christian Reformed Church van Amerika en Canada omgaat. In de eerste plaats zijn we lid van dezelfde Gereformeerde Oecumenische Synode. En op de vergaderingen van dit lichaam is in het verleden in menig opzicht een frappante overeenstemming van gevoelens gebleken tussen wat de kerken in Amerika en wat onze kerken bewoog. Daar komt nog bij, dat sinds de zittingen van onze laatste synode er ook een vorm van rechtstreekse relatie is met de Christian Reformed Church in Amerika en Canada. Onze synode besloot immers een principe- besluit dat reeds door de voorgaande synode in Hoogeveen (1977) was genomen, te realiseren en met déze kerken een nauwkeurige omschreven vorm van kerkelijke gemeenschap aan te gaan. Het engelse woord voor deze relatie is „ecclesiastical fellowship". Onze kerken besloten om deze „fellowship" aan te gaan, in één adem er aan toevoegend dat dit besluit niet in mindering gebracht zou mogen worden op de verhouding die wij als kerken sinds jaar en dag hebben met de Vrije Gereformeerde Kerk van Noord-Amerika.

In de discussie die op de synode gevoerd werd in verband met dit besluit werd even melding gemaakt van een besluit van de synode van de Christian Reformed Church van dit jaar inzake een bezwaarschrift tegen de leerregels van Dordrecht. In 1977 was er op de synode van de Christian Reformed Church zulk een bezwaarschrift ingediend. Het kwam uit de pen van dr. Harry Boer. Het bedoelde gravamen ging vooral tegen de leer van de verwerping zoals deze volgens de indiener van het gravamen in de Dordtse leerregels werd beleden. Drie punten waren daarbij vooral in geding:
1. Wanneer een leerstuk in de officiële belijdenis van de kerk wordt beleden dient dit zonder enige twijfel in de Schrift geleerd te worden.
2. Het getuigenis van de Heilige Schrift, zoals dit wordt vereist voor de leer der verwerping, wordt in werkelijkheid in Gods Woord niet gevonden.
3. De leer van de verwerping moet daarom uit de gereformeerde belijdenis verwijderd worden, of in ieder geval behoren tot de niet-bindende onderdelen van de belijdenis.
Het gravamen van dr. Boer richtte zich vooral tegen het schriftbewijs, dat in de Dordtse leerregels ongenoegzaam werd geacht. Aangevochten werd met name het bestaan van een goddelijk besluit, dat van eeuwigheid zou zijn gemaakt en dat een deel van de mensen tot de eeuwige dood zou veroordelen en dat derhalve gekarakteriseerd zou worden door afzonderlijke positieve en negatieve daden van Gods kant. Deze laatste formulering is een samenvatting van de bezwaren die van de kant van dr. Boerdoor hemzelf werd gegeven.

Ik wil hier niet ingaan op de procedure, die ten aanzien van de behandeling van dit bezwaarschrift werd gevolgd door de synode van de Christian Reformed Church. In die procedure zijn er, vergeleken met de manier waarop bij ons een dergelijke zaak behandeld zou worden, wel enkele verschillen. Maar zij zijn niet van wezenlijke betekenis. Er kan inderdaad, kerkrechtelijk gezien, verschil in benadering zijn, zonder dat evenwel aan de bedoeling van het kerkrecht wordt tekort gedaan. Aan deze kwestie ga ik nu dus voorbij.
Wel zou ik de aandacht willen vestigen op een breed rapport dat diende op de Synode van de Christian Reformed Church. Men kan het vinden in de Acta van 1980. Voorzitter van de commissie die de zaak had voor te bereiden was de onder ons nog bij velen bekende ds. B. Nederlof. In een studie van ruim 70 bladzijden geeft deze commissie een overzicht van het verloop van de zaak tot op de synode: de vele brieven die naar aanleiding van de kwestie werden geschreven met daarbij ook de reacties die van andere zijden kwamen. Ook werd door de commissie in haar onderzoek betrokken de uitspraken van enkele synoden van de Gereformeerde Kerken in Nederland die over dezelfde zaak hadden te handelen. Al met al lag er dus heel wat materiaal op tafel.
Hoe heeft de commissie zich nu van haar taak gekweten? In een historisch overzicht worden allereerst de omstandigheden getekend die geleid hebben tot de uitspraak van Dordt. Een korte paragraaf legt het verband met de voorafgaande eeuwen. Calvijns gedachten worden weergegeven en ook die van zijn opvolger Beza. De Arminiaanse twisten komen ter sprake en de betekenis wordt geschetst van de Conferentie in Den Haag, 1611. Daarna komen in een uitvoerig overzicht de beslissingen van Dordt zelf aan de orde.
Men kan niet anders zeggen, dan dat hier knap historisch onderzoek is verricht.
In een zeer uitvoerige uiteenzetting komt dan de inhoud van het bezwaarschrift aan de orde. Daarbij valt een grote nadruk op de gegevens van de Schrift, waarbij vanzelf ook Romeinen 9-11 ter sprake komt. De conclusie luidt hier: „In Romeinen 9-11 is er een duidelijke uitspraak over de verkiezing: God heeft sommigen verkozen, om ontvangers te zijn van zijn genadige verlossing in Christus. Anderzijds vermijdt Paulus zorgvuldig om God verantwoordelijk te maken voor de verloren toestand van de niet-verkorenen (wier bestaan hij niet ontkent). Daarom is er geen uitdrukkelijke uitspraak, hier of ergens anders in de Schrift van de leer der verwerping, opgevat als de leerstelling dat God de oorzaak is van het ongeloof. De Schrift gaat niet zo ver, opdat niet de verantwoordelijkheid van de mens voor zijn verloren toestand verzwakt zou worden. Wanneer iemand deze diepe werkelijkheden aanschouwt, kan hij slechts met Paulus antwoorden: O, diepten van rijkdom en wijsheid en kennis van God! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en hoe ondoorgrondelijk zijn zijn wegen!"
Het tekstmateriaal uit het bezwaarschrift wordt na deze uiteenzetting aan een zorgvuldig onderzoek onderworpen, waarop tenslotte in het rapport opmerkingen gemaakt worden over het bindend karakter van de Dordtse leerregels en over de leer van de verwerping en de prediking.
Op deze materie kunnen we nu niet breder ingaan. Wel interesseert ons het besluit van de synode van de Christian Reformed Church, waarin zij uitsprak om niet in te gaan op het verzoek van dr. Boer om de leer van de verwerping uit de belijdenis weg te nemen of te verklaren dat deze behoorde tot een gedeelte van de belijdenis dat niet meer bindend is.
De gronden om dit verzoek af te wijzen waren de volgende:
a. De Dordtse leerregels leren niet wat het bezwaarschrift ten onrechte als leer der verwerping opvatte, namelijk: een besluit waardoor God de oorzaak is van het ongeloof van de mens en waardoor God van eeuwigheid zekere mensen heeft bestemd tot verdoemenis, afgedacht van enige verdienste of onverdienste van hun zijde.
b. De Schriften leren een leer van verkiezing en verwerping, waarin zij leren, dat sommigen, maar niet allen verkoren zijn tot het eeuwige leven.
Mij dunkt dat wij ons over deze uitspraak der synode kunnen verheugen. De reden waarom dit zo is willen we een volgende keer nog wat nader bezien.

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1980

De Wekker | 8 Pagina's

Een confessioneel bezwaar op de synode van de Christian Reformed Church (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1980

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken