Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Behoefte aan troost

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Behoefte aan troost

8 minuten leestijd

„En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft!" (Genesis 5: 29)

Met de eerste Advents-zondag begint weer een nieuw kerkelijk jaar. Het is waar: evenals met andere dingen, die regelmatig terugkeren, zou het ook met het kerkelijke jaar zomaar een sleur-gang kunnen worden. Niet veel meer dan een saaie opeenvolging van herdenkingsdagen van gebeurtenissen uit een grijs verleden. Net zo saai als de opeenvolging van namen en geslachten in ons teksthoofdstuk. Je bent zo gauw geneigd om dat maar over te slaan. Toch zouden we dan veel missen. Immers, veelzeggend is het steeds weerkerende: En hij stierf! Maar ook nog andere woorden uit dit hoofdstuk zijn van bijzondere inhoud en betekenis. Zo ook de hierboven afgedrukte tekst, waarin vermeld is de naamgeving van de zoon van Lamech uit het geslacht van Seth.

Uit die naamgeving blijkt, dat er behoefte was aan troost. En als er bij een mens behoefte aan troost is, moèt er verdriet, gemis, leegheid zijn; en daarom een verlangen naar troost. Nu, zo was het ook bij deze Lamech. Dat zien we eigenlijk al in vs. 28, want daar lezen we, dat Lamech al 182 jaar oud was, toen zijn eerste zoon geboren werd. Wat een leed en verdriet, wat een vertwijfeling, wat een vragen en wachten daaraan kan zijn voorafgegaan, kan misschien enigermate worden aangevoeld door kinderloze echtparen. O, het is waar: de anderen, die in dit hoofdstuk genoemd worden, waren ook niet bepaald zo jong, toen hun eerste geboren werd, maar verreweg de meesten van Lamechs voorvaderen waren op veel jongere leeftijd vader geworden. Maar Lamech was al zo oud geworden, en zo lang reeds had hij moeten wachten. Waar moest hij nu blijven met het genadewoord van de HEERE Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt? Gold dat hem dan niet? God had ondanks de zondeval de kinderzegen nog gelaten, maar zou die nu hem niet ten deel vallen? Ik denk, dat Lamech het daar best moeilijk mee gehad heeft; vooral toen hij al meer de leeftijd begon te naderen, die zijn vader had, toen hij zelf geboren werd. Zou God hem vergeten? Moest hij dit misschien zien als een aparte vloek boven die, welke door God om de zonde over het aardrijk werd uitgesproken?
Van dat laatste had Lamech blijkens zijn woorden een diepe indruk. Hij heeft het aan den lijve ondervonden, dat hij leefde en werkte op een aarde, die ónder Gods vloek lag. Hard en ijverig heeft hij gewerkt om in zijn onderhoud te voorzien. Ook hem zijn de doornen en distels niet bespaard gebleven. En dat, terwijl het zo heel anders geweest was op aarde. Lamech heeft wellicht Adam-zelf daarvan nog horen vertellen. Ook vandaag de dag wordt er in de wereld heel wat gezwoegd en getobd. Velen sloven en slaven ook nu op het land, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, en hoe vaak heeft men dan nog te maken met misoogsten, droogte of overstromingen. En in ons land zijn de doornen en distels weer van heel andere aard; u zult er wellicht ook meerdere in uw eigen leven kunnen noemen. Het lijkt soms of alle moeite en ijver, die we met inzet van al onze krachten en naar beste weten verricht hebben, vruchteloos zijn. Dan dreigen we in moedeloosheid neer te zinken. Wat is er dàn een behoefte aan troost!

Zijn wij ons, net als Lamech, ook bewust, wat de oorzaak van dat alles is? Het is door de zonde, en de vloek, die daardoor over de aarde is gebracht door de straffende gerechtigheid van God! En zo is ook in geestelijk opzicht ons werk met onvruchtbaarheid geslagen. Niets kunnen wij uit onszelf voortbrengen, dat voor God kan bestaan. Immers, onze beste werken zijn alle onvolkomen en met zonde bevlekt.
Als reformatorische christenen zullen wij dat allen onmiddellijk toestemmen. Maar bij wie van ons is er nu echt onder dit alles een droefheid over de zonde, in de erkenning, dat Gods vloek en vonnis geheel rechtvaardig zijn? Ook in alle moeiten van het dagelijkse leven en in de zorgen in het gezin? Bij wie is er, als bij Lamech, heilige onrust en onvrede in de ziel? Een verwachten, een uitzien in het hart naar de Vertroosting Israëls?
Bij Lamech was er de behoefte om een zoon te mogen ontvangen. Men beschouwde het vroeger als een oordeel van God, wanneer men zonder kinderen moest sterven. Ten diepste ging het daarbij echter om de vervulling van Gods belofte! Daarom waren de verwachtingen van de vaderen, ook van Lamech, zo hoog gespannen. De komst van het Vrouwenzaad was beloofd, die de oude slang, de duivel de kop zou vermorzelen, en zo de ware troost, rust en vrede zou aanbrengen!
Daarnaar hadden Adam en Eva uitgezien en zelfs verwacht, dat hun eerste zoon de Beloofde was. Ook Lamech verwachtte, dat deze zoon hem zou geven wat de onrust zou bannen uit het hart van hem en anderen: deze zal ons troosten! In ieder geval komt hier heerlijk uit het geloof van Lamech, dat zich vasthield aan, Gods belofte, dat de Verlosser komen zou. Wel moest hij, evenals zijn voorouders en velen na hem, leren dat niet de mens het tijdstip bepaalt, waarop de Beloofde het best kan komen, maar dat dit zou zijn op het door God daartoe bepaalde moment, in de volheid des tijds.
Datzelfde - wachten op Gods tijd - moet ook nu steeds geleerd worden door zoekers en bidders om verlossing en genade! Zalig is het, om dan temidden van alle donkerheid, woelingen, aanvechtingen en bestrijdingen, toch te mogen vasthouden aan de belofte van God, ja dat het meer en meer te doen is om de Beloofde, Jezus Christus! Is er in uw en jouw leven nu dat verlangen naar die Trooster, Die alleen waarlijk vertroosten kan in uw ellende? Tot Wie zouden we anders heengaan met onze zonde en ellende? En voor hen, die de droefheid naar God kennen, is er de heerlijke verwachting: Déze zal ons troosten!
Lamech kreeg een zoon, en hij noemde zijn naam Noach, en hij zei: Deze zal ons troosten . . .! Noach heeft zich echter vergist. Zijn verwachtingen aangaande zijn zoon waren te hoog gespannen. Dat is hem ongetwijfeld ook duidelijk geworden in de vele jaren, die hij na Noachs geboorte nog leefde. Er kwam geen verandering ten goede onder de mensheid. De verlossing, die hij verwachtte, is niet gekomen, en de macht van de zonde niet teniet gedaan. In plaats van beter werd het hoe langer hoe slechter. Waarde nakomelingen van Seth zich vermengden met Kaïns afstammelingen, nam de zonde en ongerechtigheid almaar toe. Zo, dat de HEERE moest komen met een oordeel als er niet eerder was geweest: de zondvloed!

Lamech is gestorven ongeveer vijf jaar voor de zondvloed. Dus 115 jaar lang is hij er ook nog getuige van geweest, hoe de mensen Noachs prediking ontvingen. Onverstoorbaar gingen zij door met hun zondige, wereldse leven en de terging van de heilige God.
Maar, hoewel Noach niet kon zijn dè Verlosser, dè Trooster, was hij toch voor Lamech een echte „zoon der vertroosting" als drager van Gods belofte! Lamech heeft Gods oordelen zien aankomen. Maar hij heeft ook gezien, wat de HEERE in Zijn genade deed. Hij heeft de tijd beleefd, dat Noach op Gods bevel de ark bouwde, en dat de HEERE Zijn belofte aan Noach gaf. Hij mocht zo bemerken, dat de HEERE zijn nakomelingschap in het leven wilde behouden en zó de lijn voortzetten, waarlangs de belofte van de Verlosser zich bewoog 1 Ook door het ontzettende gericht heen zou Gods belofte blijven bestaan en op Zijn tijd vervuld worden. Een heerlijke troost voor de oude Lamech: al was dan Noach de beloofde Verlosser niet. Hij was toch ín Noach en zou op Gods tijd verschijnen!

Ook Lamech is ontslapen, zonder dat hij de vervulling van de belofte heeft aanschouwd. Maar hij heeft die van verre gezien en omhelsd, en is ontslapen in de troost, die de belofte gaf: de troost van verlost te zijn uit de banden van zonde en dood, en de troost van heen te gaan naar het hemels Vaderland, om daar Hem te aanschouwen, naar Wie zijn ziel zo vurig verlangde!
In Hèm, de Heere Jezus Christus, is vervuld, wat Lamech tevergeefs van zijn zoon verwachtte. Van Hem geldt in waarheid: Déze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft.

Déze zal ons troosten, en niemand anders! Hij heeft teweeggebracht alles, wat een mens nodig heeft om waarlijk getroost te zijn. Kent u Hem? Wie is Hij voor jou?
Wat is uw en jouw enige troost, beide in het leven en sterven?

Leerdam, D.J. van Vuuren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1980

De Wekker | 8 Pagina's

Behoefte aan troost

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1980

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken