Bekijk het origineel

De Heilige Geest als auteur van Christus' opstanding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Heilige Geest als auteur van Christus' opstanding

12 minuten leestijd

De opstanding van onze Here Jezus Christus kan in haar rijkdom nimmer goed worden verstaan, wanneer wij haar niet zien in het licht van het werk van de drieënige God. Vanzelf worden wij herinnerd aan het werk van de Vader, wanneer we denken aan de meest gangbare uitdrukking die het Nieuwe Testament kent voor dit heilsfeit: De Vader heeft Hem uit de doden opgewekt. Daarnaast kennen we ook de uitdrukking, waarin wordt gezegd, dat Christus is opgestaan uit de doden.
In die eerste uitdrukking gaat het om een eigenaardig werk van de Vader. In de tweede staat de heerlijkheid van de Zoon op de voorgrond. En het is zinrijk om over die beide uitdrukkingen na te denken.
Het werk van de Vader openbaart zich op de paasmorgen. Wij kunnen de diepte daarvan niet verstaan, wanneer wij niet terugdenken aan de goede vrijdag. Toen was het een geding tussen de Vader en zijn Zoon, de Zoon, die van meetaf moest zijn in de dingen des Vaders. Wat dit voor Hem betekend heeft, kwam op Golgotha in de verschrikkelijke eenzaamheid der verlating openbaar. Maar wanneer we nu in ditzelfde licht de boodschap van het Paasfeest zoeken te verstaan, mag het ons duidelijk zijn, dat de Vader het werk van zijn Zoon heeft geaccepteerd.
De zonden der Zijnen hebben Hem in het graf gebracht. De gerechtigheid der Zijnen brengt Hem tot het leven terug. Het is dit aspect dat in de catechismus wordt benadrukt: Hij heeft de gerechtigheid verworven. Pasen is het goddelijk uitroepteken achter de prediking van goede vrijdag: Het is volbracht! En het is geaccepteerd. Het is aangenomen, dit volbrachte werk.
Wij weten dat de opstandingskracht van de Here Jezus Christus de kracht is van het volbrachte werk. Dat betekent, dat Hij ook kón opstaan. Hoe sterk is de ongerechtigheid. Zij brengt dood. Zij bindt met onverbreekbare boeien. Maar hoe sterk is ook de gerechtigheid. Zij is in deze wereld van dood en ongerechtigheid een zo zeldzaam artikel, dat zij alles, ja werkelijk alles doorbreekt. De dood moet wijken. Zo wordt het opstanding uit of vanuit de doden, d.w.z. vanuit de doodswereld, waarin alles aan de ondergang is onderworpen. De opstandingskracht van Christus breekt zo onstuitbaar dwars door alles heen naar buiten, dat wij door het geloof mede met Hem opgewekt worden. Daar is een eigen werk van de Zoon in zijn opstanding. Daarom heeft Hij gezegd: Ik ben de Opstanding en het Leven. Hij schenkt niet slechts het leven. Hij brengt het ook niet alleen op een onmiskenbare manier aan het licht. Hij is het leven. Vanouds hebben de godgeleerden hier een relatie gelegd met de opstandingskracht in het leven van de gelovigen. Zo heeft Calvijn, die overigens opmerkelijk kort spreekt in zijn Institutie over de opstanding van Christus, dood en opstanding van Christus zó met elkaar verbonden, dat zowel de vergeving der zonden als de vernieuwing van het leven erdoor tot stand komen: „Daarom verdelen wij zó de stof van onze zaligheid tussen Christus' dood en opstanding, dat door zijn dood de zonde vernietigd en de dood verslonden is, en door zijn opstanding de rechtvaardigheid hersteld en het leven weder opgericht is: maar toch zo, dat door de weldaad zijner opstanding zijn dood ons de kracht en werkdadigheid aanbrengt".
De volle rijkdom van het kruis blijkt eerst in zijn opstanding als de genadige aanneming in de vergeving der zonden.
En de volle kracht van de opstanding blijkt eerst, wanneer wij met Hem meegekruisigd sterven, en met Hem opstaan tot een nieuw leven.
Hier raken we aan het derde aspect van dit heilsfeit. Er is niet alleen sprake van een werk van de Vader in de opwekking van zijn Zoon. Het gaat ook niet alleen om het werk van de Zoon in de kracht van zijn opstanding. Maar er is, zoals in àl Gods werken, een werk van de Heilige Geest, die in en bij het lege graf van de Here Jezus Christus, Christus verheerlijkt. De heerlijkheid van de opgestane Heiland is een heerlijkheid door de Heilige Geest.
Het is niet ondenkbaar, dat wij, doordat we dit aspect van de opstanding van Christus uit het oog verliezen, ook verliezen aan geestelijke diepte en aan werkelijkheidservaring met betrekking tot het Paasfeest. Toch vestigt de Schrift wel zeer nadrukkelijk de aandacht op de activiteit van de Geest in de opstanding van Christus. En wij mogen niet verzuimen daarop acht te slaan.
Voor hoe grote betekenis is dit voor de Christus zelf. Indien het waar is, dat er geen heerlijkheid voor ons is, tenzij het de heerlijkheid van Christus is, dan dienen we te letten op de manier waarop de Schrift de relatie legt tussen de Geest en Christus, juist in zijn opstanding uit de doden. Men kan inderdaad met Calvijn spreken over de Geest, als de auteur van die opstanding. Christus is ontvangen van de Heilige Geest. Dat ziet op zijn geboorte, zijn komst in deze wereld. Maar Hij is ook opgestaan door de Geest. En dat ziet op de rijkdom van zijn heilswerk.
Paulus spreekt herhaaldelijk op een manier, waarin dit uitkomt. Te denken valt aan Rom. 1: 4; Rom. 8: 11; Col. 2: 12; 1 Cor. 15: 45 en andere plaatsen. De opstandingskracht is de kracht van de Heilige Geest.
Het verbaast ons niet, dat Calvijn, die immers de theoloog van de Heilige Geest wordt genoemd op deze aspecten van de opstanding van Christus meer dan eenmaal heeft gewezen. Men zou kunnen zeggen, ook al is het wat sterk uitgedrukt, dat in zijn leer van de Heilige Geest eerst ten volle de betekenis van de opstanding wordt gepeild. Wat dit betekent wil ik straks proberen te zeggen.
Eerst herinner ik aan enkele teksten, die voor Calvijn in dit opzicht van betekenis waren, zonder daarmee ook maar naar volledigheid te streven. Reeds in Joh. 2:19 herinnert Christus aan zijn opstanding: breek deze tempel af en Ik zal hem oprichten. „Hier schrijft Christus de eer van zijn opstanding aan zichzelf toe, terwijl toch de Schrift hier en daar getuigt, dat het is het werk van God de Vader. Doch deze twee stemmen toch goed overeen. Want om Gods macht ons aan te prijzen, kent de Schrift duidelijk aan de Vader toe, dat Hij de Zoon heeft opgewekt uit de dood; maar hier verkondigt Christus in het bijzonder zijn godheid. En Paulus doet ons de eenheid van beide gevoelen (Rom. 8: 11), want de Geest die Hij noemt de werkmeester der opstanding, noemt Hij nu eens de Geest van Christus en dan weer de Geest des Vaders". In de opstanding is zulk een kracht van de Heilige Geest gebleken, dat het openbaar werd dat Christus de Zoon van God is (Calvijn op Joh. 6: 62).
Van veel betekenis is de samenvattende verklaring die Calvijn geeft van Rom. 1: 4: „Christus is verklaard de Zoon van God te zijn door de hemelse kracht van de Geest, openlijk en waarachtig bewezen, toen Hij van de doden wederopstond. Deze kracht wordt begrepen, wanneer zij door dezelfde Geest in de harten verzegeld wordt". Calvijn ziet de dingen hier heel duidelijk in één perspectief. De opstandingskracht, die in Christus werkt, in zijn overwinning van de dood, is dezelfde kracht, die in onze harten werkt en daar getuigenis geeft van de waarachtigheid van zijn opstanding. De wonderlijke opwekkende kracht van de Geest van het Paasfeest, de opstandingskracht van de Christus Gods, omvat ook het getuigenis, dat de gelovigen een ieder voor zich in hun hart gevoelen en dat ook weer niet te denken is zonder de heilsmaking. Ik meen dat Calvijn in deze verklaring Martin Bucer volgt, die de opstandingskracht heel sterk ziet als kracht van de heiliging. Calvijn voegt er, terecht, de verzegeling, het innerlijk getuigenis van de Geest aan toe. Dit is inderdaad een samenvattende verklaring, omdat zovele aspecten in de opstanding van Christus aan het licht treden, die wij nimmer van elkaar mogen losmaken.
Belangrijk is ook het perspectief, dat voor Calvijn opengaat bij de uitleg van Rom. 8: 11: „Indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt in u woont, dan zal Hij die Jezus Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest die in u woont". Calvijn tekent hier bij aan, dat indien Christus is opgewekt door de mogendheid, d.i. door de Geest van God, en de Geest eeuwige macht behoudt. Hij deze macht ook aan ons zal bewijzen. Het is een bewijs van de kracht, die het ganse lichaam der gemeente toekomt. Als de Vader hier de auteur van de opstanding wordt genoemd, geschiedt dit alleen omdat Hij dit doet door de Geest. En daarmee wordt aan de gemeente de levende hoop der opstanding gegeven.
Zo is de Geest enerzijds een vrucht van de opstanding van Christus. Maar tegelijk is het mogelijk om het anders te zeggen: de opstanding van Christus is vrucht van het werk van de Geest. In 1 Cor. 15: 45 wijst Calvijn er op, dat Christus met een levendmakende Geest begiftigd is geweest en dat Hij daardoor niet alleen zelf is opgestaan, maar ook anderen nu kan opwekken. Daarom kan Calvijn ook zeggen, dat Christus niet zozeer voor zichzelf, als wel veel meer voor ons is opgestaan.
Dat Calvijn bij dit alles geen moment gedacht heeft aan een spiritualisering van de opstanding kan duidelijk zijn. De opstanding geschiedt door dezelfde Geest die Hem het lichaam in de moederschoot heeft toebereid. De werkelijkheid van de opstanding is door het werk van de Geest juist ten volle een werkelijkheid van heerlijkheid, van doorbrekende heerlijkheid geworden. Maar juist omdat het gaat om een geestelijke werkelijkheid - geen vergeestelijkte, vervluchtigende werkelijkheid - d.w.z. een werkelijkheid die uit de handen komt van de Heilige Geest, juist daarom is het zo goed om dit aspect, niet alleen maar van het werk van de Vader en ook niet alleen maar dat van de Zoon, maar ook dat van de Heilige Geest op het paasfeest niet te vergeten. Het feest zou erdoor verrijkt kunnen worden. Daartoe wijs ik op enkele belangrijke facetten, die onmiddellijk met dit pneumatologisch aspect samenhangen, d.w.z. die voortvloeien uit de opstanding als Geesteswerk.
1. Eerst een theologische opmerking. Door het benadrukken van de opstanding van Christus als werk van de Heilige Geest kan de theologie boven het dilemma uitkomen van een eenzijdige theologie van het kruis en die van een eenzijdige theologie van de heerlijkheid. De eerste loopt gevaar de werkelijkheid van de opstanding te vergeten. De tweede zou moeten blijven bedenken, dat wij allen niet alleen met Christus moeten opstaan, maar dat ook dan alles nog staat onder het teken van het kruis. En ook ná de opstanding, ja zelfs ná de opstanding gaat het om dingen die niet gezien worden, want wanneer men het ziet, waartoe zal men het ook hopen?
De opstanding als werk van de Geest kan ons voor eenzijdigheden bewaren. De Geest getuigt tot een gemeente, die meent, dat zij het reeds begrepen heeft, dat de opstanding, de opstanding nog komen moet.
Een theologie van het kruis kán ons, wanneer zij eenzijdig gehanteerd wordt, in de hoek van de lijdelijkheid brengen, terwijl die van de opstanding alléén ons zou kunnen verleiden tot een triumfalisme, dat vooruitgrijpt. Ik meen, dat het pneumatologisch aspect van de opstanding van Christus, neen niet de zaak in evenwicht brengt, maar ons wel leert bij het kruis te hopen en in de hoop bescheiden te blijven, en zo en niet anders, meer dan overwinnaars te zijn.
2. Maar dat is tegelijk al heel praktisch. Wat is praktischer dan het werk van de Geest? Welnu, wanneer wij de opstanding van Christus willen vieren, als blijk van de macht van de Geest, dan zal het onmiddellijk duidelijk zijn, dat de mogendheid van de Geest op allerlei manieren doorwerkt in de heiliging, zoals Calvijn terecht opmerkte. Heiliging is doorgaans een zeer veelomvattend begrip bij Calvijn. Het omvat meestentijds alles, wat God in Christus doet aan levendmaking, vernieuwing, vertroosting, onderwijs en vooral ook verzegeling. Welnu, als de Zoon van God - ik zeg het eerbiedig - niet uit zijn graf kon komen zonder de levendmakende Geest, zouden wij het dan wel kunnen? Is er één plaats, waar meer behoefte is aan Geest en leven, dan in de hof van Jozef van Arimathea? Die Geest heeft Christus verworven door zijn dood. De kracht van die Geest blijkt in zijn opstanding, niet zozeer voor Christus, maar voor ons, zei Calvijn. Wij doen niets gemakkelijker, dan het werk van de Geest in de meest eigenlijke zin, de levendmaking met Christus, tegenstaan. Dat moest ons op Pasen naar Christus door zijn Geest uitdrijven om het in het geloof van Hem te verwachten.
3. Wij zouden tenslotte aan de rijke gedachten van Calvijn wezenlijk te kort doen, wanneer wij bij het werk van de Geest in de opstanding van Christus voor vandaag niet zouden wijzen op de betekenis ervan voor de kerk als zodanig. Het gehele Lichaam van de gemeente komt deze kracht toe'. Wanneer wij vandaag naar de kerkelijke toestand om ons heen kijken, en wij trachten iets van de rijkdom van het Paasfeest te verstaan, vanuit het aspect van het werk van de Geest, dan komt de gemeente binnen de gezichtskring als een volk, dat van één Geest leeft, ja waarlijk lééft, en dat toch zo hopeloos verdeeld is. De Here is waarlijk opgestaan! Ik weet het, het wordt door velen verloochend, verdoezeld, vergeestelijkt, verrationaliseerd. En in menige „paaspreek" wordt de Here nog steeds weggenomen door de brute handen van de kritiek. Maar er is ook een volk dat weet heeft van de geheimen van de Geest. Die levendmakende Geest komt aan het ganse lichaam der gemeente toe. Misschien dat Calvijn daarom ook gezegd heeft, dat de kerk door vele opstandingen heen moet. Door vele opstandingen!
Daarom is al weer geen beter Paasfeest denkbaar, dan wanneer het niet alleen brengt tot de jubel: de Here is waarlijk opgestaan, maar opnieuw met kracht doet bidden: Veni Creator Spiritus! Kom Schepper Geest!
En zie, dat is al een begin van Opstanding.

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981

De Wekker | 12 Pagina's

De Heilige Geest als auteur van Christus' opstanding

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken