Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geruisloos

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geruisloos

7 minuten leestijd

Het woord en de zaak in de titel van dit artikel aangeduid zijn vaker aan de orde gesteld in deze rubriek. Maar het blijkt nodig om er telkens weer de aandacht op te vestigen terwille van onze geestelijke weerbaarheid.

Aanleiding
Aanleiding om weer eens de aandacht te vestigen op dit woord en begrip geruisloos is de signalering in het Nederlands Dagblad, dat op de eerste pagina onder de streep bijzonder goede, principiële en verantwoorde (voor zover het niet gaat om kerkelijke zaken) voorlichting biedt, van het voortschrijdende proces van medezeggenschap.
In 1963 werd in de wet op het voortgezet onderwijs bepaald dat het personeel van een bijzondere school voor voortgezet onderwijs geen deel mag uitmaken van het bestuur van die school. Maar enkele weken geleden werd door de Tweede Kamer een PvdA-voorstel aangenomen waardoor het verbod om personeelsleden op te nemen in het bestuur van een bijzondere school uit de wet op het bijzonder onderwijs wordt geschrapt. Een ander voorstel van de PvdA om schoolbesturen ook nog te verbieden zo'n bepaling in hun statuten op te nemen werd gelukkig niet aangenomen omdat de wetgever zich dan wel zeer direct zou gaan bemoeien met de gang van zaken op een bijzondere school.
Terecht luidt het commentaar van het ND; „Het is wel typerend hoe snel de gedachten over medezeggenschap zich ontwikkeld hebben. Want terwijl de wetgever in 1963 nog een verbod opnam, tenderen de gedachten nu veeleer in de richting van een gebod. Wat achttien jaar geleden gezien werd als eis van deugdelijkheid om na te laten, zou nu een eis van deugdelijkheid zijn om toe te passen. Sterker voorbeeld hoe de deugdelijkheid verbonden wordt aan de waan van de dag, is moeilijk denkbaar".
Hier hebt u dus een duidelijk voorbeeld van een geruisloze verandering van opvatting. In minder dan twintig jaar.

Proces
Was het alleen op dit punt dat zich een geruisloze ommekeer in gedachtengang openbaarde, dan zou dat nog geen reden behoeven te zijn om hierover te schrijven, al is de hele democratiseringsproblematiek waarmee schoolbesturen vandaag te maken krijgen erg belangrijk met de vele aspecten hieraan verbonden.
Veeleer is het zo dat dit één van de vele zaken is, die geruisloos bezig zijn te veranderen. Er is een proces aan de gang voor wie het wil opmerken - een proces, dat diep ingrijpt en waar niemand aan ontkomt.
Vijf en twintig jaar geleden schreef Thijs Booy reeds in 1956: „er zijn op duizend fronten verschuivingen voorgekomen". Dat proces is de laatste hoofdstuk heette „De stille omwenteling". In het begin van dit hoofdstuk schreef hij reeds in 1956: er zijn op duizend fronten verschuivingen voorgekomen. Dat proces is de laatste kwart eeuw in versneld tempo doorgegaan en het gaat niemand voorbij. We denken over allerlei op zichzelf genomen kleine dingen heel anders dan vroeger; niet alleen dan vorige generaties maar anders dan we zelf zeg twintig jaar geleden dachten en deden.
Dat heeft betrekking op onze kleding, op de inrichting van ons huis, op het gebruik van bepaalde instrumenten, om maar enkele dingen te noemen. Dingen die we toen afwezen worden nu gewoon geaccepteerd.
Maar datzelfde is ook te constateren als het over allerlei opvattingen gaat, die we een tijd geleden afwezen en nu heel gewoon accepteren. Ik noem expres geen voorbeelden omdat dit individueel verschillend ligt, maar ieder ga het maar na. Misschien wordt u door uw kinderen er wel aan herinnerd; vroeger mochten we dit en dat niet en vandaag vindt u het heel gewoon. Oudste kinderen worden vaak strenger opgevoed dan de jongste. Bij de ouders was er een geruisloos proces op gang gekomen.
Wanneer dit alleen maar betrekking heeft op allerlei praktische zaken dan zou dit niet erg zijn. Te vrezen is echter dat dit proces veel dieper om zich heen grijpt dan we wel vermoeden.
Zijn we bij voorbaat er zeker van dat dit proces geen betrekking heeft op onze kijk op de Bijbel, op allerlei geloofsvragen, op ethische beslissingen waarachter een bepaalde (of geen) overtuiging zit, op onze band aan de belijdenis der kerken en op zoveel meer principiële aangelegenheden, waar we vroeger voor stonden en waarvan niemand zegt dat hij er niet meer voor staat, maar die niet meer zo overtuigd gezien en principieel beslist worden als vroeger het geval was?

Factoren
Als gevraagd wordt: hoe kan dat en hoe komt dat, dan zijn er een paar duidelijke factoren te noemen.
Daar is allereerst het klimaat van de tijd, men zou ook kunnen zeggen de geest van de tijd waarvoor niemand bij voorbaat immuun is. Die geest openbaart zich in allerlei meningen die publiek geventileerd worden; die geest komt uit in de massa-communicatiemedia „het heeft in de krant gestaan", „ik heb het zelf voor de tv gezien", „ik heb het toch zelf gehoord door de radio" en dat wordt dan gezegd op een toon van: en dus is het waar en kan geen tegenspraak worden geduld. Wanneer iets maar vaak wordt gezegd en wanneer steeds maar weer niet opvallend, maar wel volhardend iets wordt geponeerd dan kan men na verloop van tijd verzwakking van de weerstand constateren en nog weer een tijd later blijkt de opvatting geruisloos geaccepteerd.
Dat zou natuurlijk nooit kunnen als er een helder zicht was op hetgeen werd bedoeld. Maar dat is het nu juist - en dat is een heel belangrijke factor - er is een algemene verzwakking van het oordeel en een daling van de kritische behoefte. Ruim veertig jaar geleden wees prof. dr. J. Huizinga daar reeds op in zijn boek „In de schaduwen van morgen". Nu in de tachtiger jaren is dit alles duidelijk doorgegaan. De enorme invloed van de tv heeft hier veel toe bijgedragen. Op deze wijze is er geruisloos, onbewust, misschien onbedoeld, toch veel verschoven, veranderd in denken en doen.
Dit proces heeft de Gereformeerde Kerken aangetast zodat het gereformeerd karakter van die kerken niet per synodebesluit is opgeheven, maar praktisch wel zeer is vervaagd door een geruisloze omwenteling waardoor meningen de boventoon zijn gaan krijgen die vroeger radicaal zouden zijn afgewezen.
Waar dit proces doorgaat en aanslaat is de innerlijke veerkracht van een volk, een kerk, een organisatie gebroken en is de geestelijke weerbaarheid feitelijk verdwenen. Er kunnen dan geen krachtige daden meer worden gesteld, geen principiële besluiten meer worden genomen; alles wordt goedgevonden en toegelaten; in alles zit iets goeds; verdraagzaamheid is het sleutelwoord voor het omgaan met elkaar.
Stappen, die in het verleden zijn genomen, zouden nu geen weerklank meer vinden. Dat is de reden dat inzonderheid zij, die de last van het verleden dragen in kerken en organisaties, het moeilijk hebben. Velen voelen zich niet meer thuis in een in feite verouderde structuur, waarmee ze (nog) niet breken willen, maar waar ze feitelijk niet meer achter staan.
De grootschaligheid waar vandaag over gesproken wordt is een andere factor en tegelijk een symptoom van deze geruisloze omwenteling in denken en doen. Het wordt ons duidelijk gemaakt: u kunt niet meer bestaan in deze tijd met een kleinschalig verband. Dat heeft z'n tijd gehad; zet het maar overboord en doe maar mee met iedereen; dan is er het meeste te halen.

Houding
Zullen we dit alles gelaten over ons laten komen en aan dit proces meedoen?
Christenen die hun Bijbel hebben gelezen en kennen weten dat ze met de massale godsdienst van de eindtijd - de aanbidding van het Beest en zijn beeld - niet mee kunnen doen. Ze zullen eenlingen zijn en opvallen, zoals Daniëls vrienden opvielen in het dal van Dura (Daniël 3).
Daarom hebben we de taak ons niet te laten meeslepen door geruisloze omwentelingen, maar van stap tot stap onze beslissingen te nemen; altijd maar weer te onderscheiden, te vragen wat er achter een bepaalde zaak zit.
Hoe nodig is het dat we elkaar opscherpen; dat we veel met elkaar en met onze kinderen praten, hen wapenen tegen de geest van de tijd, strijden tegen alles wat uit die geest opkomt.
Wat een geweldige opdracht ligt er om in de prediking te laten doorklinken „Gij geheel anders" - niet meedoen, niet geruisloos verslappen, aanpassen. Eerst was het verzet; toen werd gezwegen; daarna stilzwijgend geduld; vervolgens actief opening gegeven en uiteindelijk werd de bestreden mening van vroeger goedgekeurd.
We mogen wel bidden om de gave der onderscheiding en der profetie in deze tijden opdat we de strijd mogen voeren in de geestelijke wapenrusting niet tegen vlees en bloed maar tegen de machten en wereldbeheersers van deze duisternis (Ef. 6: 12).

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1981

De Wekker | 8 Pagina's

Geruisloos

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1981

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken