Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

13 september - jeugdzondag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

13 september - jeugdzondag

6 minuten leestijd

Het is langzamerhand behoorlijk ingeburgerd: jeugdzondag op de tweede zondag in september.
Het zal niet overal dezelfde accenten krijgen en ook niet overal evenveel aandacht.
Maar in ieder geval komt op die dag aan de orde dat de jongeren bij de gemeente horen.
Daarom is de jeugdzondag zinvol. Nee, niet als het betekent dat er die ene dag wat aandacht is voor de jongeren, waarna ze dan wéér éénenvijftig zondagen „buitenspel" staan.
Dat zou tot uitdrukking brengen dat ze er juist niet bijhoren: ze staan er buiten en ze mogen er even bij zijn.
Als het zo gaat, dan is het geen wonder dat voor veel jongeren op den duur die ene zondag ook niet meer hoeft.
Met alle trieste gevolgen van dien.
Het gaat op de jeugdzondag, net zoals op alle andere zondagen, om de gemeente. De gemeente, die samenkomt om Gods woord te horen.
De gemeente, die niet een initiatief is van mensen. Oftewel, met het grandioze antwoord 54 van de Heidelberger Katechismus: de gemeente die door de Zoon Gods wordt vergaderd, beschermd en onderhouden.
In die gemeente zijn jongeren en ouderen. Wat de leden samenbindt is niet overeenkomst in ideeën, karakter, gevoel, of wat dan ook.
Maar het is het ene woord dat roept.
In die gemeente is verscheidenheid. Op allerlei manieren. In ieder geval is er ook de verscheidenheid die dáármee is gegeven dat er jongeren en ouderen zijn. Soms krijg je het gevoel dat de sporen steeds verder uit elkaar gaan lopen.
Dat mensen elkaar steeds minder gaan verstaan.
Om even speciaal naar de jongeren te kijken: waar zitten ze ergens met hun ideeën, hun vragen, hun interesse?
Wat betekent het om in deze tijd jong te zijn?
Om heel de lawine van vragen en onzekerheden en dreigingen van deze tijd over je heen te krijgen?
Wat betekent het om het in deze tijd en in deze wereld - zeg maar - van de toekomst te moeten hebben?
Hoe kan voor jongeren de gemeente functioneren? Zijn de woorden verstaanbaar? Komen ze over? Is de gemeente werkelijk een basis van waaruit de jongere het aankan?
Van waaruit hij of zij wordt toegerust om met open ogen in deze wereld te staan? Is de gemeente een plaats waar hij of zij terecht kan met zijn of haar vragen, moeiten, twijfels?
En met het enthousiasme, het elan dat er gelukkig ook is?
De jongeren horen bij de gemeente. De gemeente, waarin niet een bepaalde groep (ouderen of jongeren) de dienst uitmaakt, waarin niet de één het de andere wel eens even zal zeggen. Maar mensen zijn er op elkáár aangewezen.
In de gemeente krijg je elkaar als geschenk van God. Om elkaar te troosten, te bemoedigen, terecht te wijzen, om elkaar lief te hebben (dat is echt niet altijd hetzelfde als elkaar lief vinden!).
De jeugdzondag is een gelegenheid om dat nog eens goed te bedenken. Het is vaak ook zo'n beetje de startzondag voor een nieuw winterseizoen.
Na de jeugdzondag gaan allerlei activiteiten, zoals katechisaties, verenigingen, enz. weer draaien. Zijn dat zaken die op zichzelf staan? Hobby's van enthousiastelingen? Of komt juist daarin ook een stukje gemeente-zijn aan de orde?
Omgekeerd: wat heeft het allemaal voor zin als deze verbanden niet worden gezien?
Intussen is de jeugd niet altijd gemakkelijk. Jongeren kunnen erg kritisch zijn. Of heel erg ongeïnteresseerd. Ze kunnen er zitten omdat het nu eenmaal moet. Of ze zijn er bijna met geen stok bij te krijgen.
Ze kunnen het eindeloos hebben over veel onwaarachtigheid in de kerk. En ze leven nu eenmaal in een wereld die veel groter is dan het kleine wereldje van de (eigen) kerk.
Ze kunnen vaak met hun ouders absoluut niet praten: die snappen er niks van (soms snappen de grootouders het nog beter!).
En in de kerkdienst, op de katechisatie en bij de vereniging kun je het niet zo boeiend en interessant maken dat je ze werkelijk „hebt" (dus daar moeten we dan ook maar niet al te gek veel van verwachten).
Jongeren maken een stormachtige tijd mee, ze staan voortdurend voor geweldige beslissingen - maar waarvoor kiezen ze?
De jeugd hoort bij de gemeente. Op de jeugdzondag. En de rest van het jaar ook. Dat raakt zelfs een heel wezenlijk punt van gemeente-zijn.
Want binnen de gemeente worden de woorden van het evangelie doorgegeven, van de ene generatie naar de andere.
Door de verschillende generaties is de gemeente niet een statisch, tijdloos geheel, maar staat de gemeente in een beweging. Door de geschiedenis heen. Tussen verleden en toekomst.
De ouderen zijn als het ware de brug naar het verleden; de jongeren zijn als het ware de brug naar de toekomst.
Dat betekent: gemeente-zijn is samen op weg zijn. Met elkaar: jongeren en ouderen,
Ieder met zijn eigen leven, zijn eigen vragen, zijn eigen geaardheid.
Samen op weg: niet als een militaire parade, waarin ieder er hetzelfde uitziet en ieder dezelfde bewegingen maakt. Samen op weg: ook niet als een gezellige, gemakkelijke, ontspannen wandeling. Samen op weg: ook niet samen als snelle en nóg iets snellere auto's op een autosnelweg.
Samen op weg: misschien als bergbeklimmers. Werkelijk elkaar tot een hand en een voet want op je eentje kom je er niet.
Samen op weg: dat heeft binnen de christelijke gemeente trouwens altijd een heel speciale klank.
Want gemeente-zijn, dat is nooit zomaar op weg zijn, zomaar ergens vandaan en zomaar ergens naartoe.
Want het wezenlijke van de kerk, van de christelijke gemeente blijft steeds, dat het niet maar een zaak van mensen is.
Maar het is Gods zaak. De gemeente heeft geen ander fundament dan Jezus Christus en het evangelie van het kruis.
En daarom is samen op weg zijn dan ook: samen leven uit die bron. En gaan in gehoorzaamheid aan Hem, Die heeft gezegd: „Ik ben het licht der wereld", én: „Gij zijt het licht der wereld".
Samen op weg zijn is zo ook niet: mensen die het weten zullen het wel eens even vertellen aan mensen die het nog niet weten.
En: mensen die het hebben staan een eind boven mensen die het nog niet hebben. Maar het is: voortdurend weer luisteren, oor hebben voor de woorden van de Schrift. Wie dat leert, die kan ook luisteren naar de ander.
Rond de jeugdzondag komen al deze dingen dus wat extra binnen het vizier. Wat is de plaats van de jongeren binnen de gemeente? Moeten ze een speciale plaats? Nee, helemaal niet nodig! Maar ze horen er gewoon bij. Dat is voor dominees, kerkeraden, ouders, jongeren en ouderen belangrijk om te beseffen. Hoe doen we het, met elkaar? Zijn we werkelijk samen op weg? Werkelijk gemeente?
Rond de jeugdzondag is er volop reden om over deze zaken na te denken.

Rotterdam, augustus 1981
J.A. Compagner,
jeugddeputaat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1981

De Wekker | 8 Pagina's

13 september - jeugdzondag

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1981

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken