Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over het laatste bijbelboek gesproken (IV)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over het laatste bijbelboek gesproken (IV)

4 minuten leestijd

De Openbaring als brief
De Openbaring is in de tweede plaats een brief, en wel een herderlijk rondschrijven over „de laatste dingen" in opdracht van Christus (1: 19; vgl. 1: 10, 11). Het briefhoofd bevat, naar de gewoonte van die dagen, drie vaste elementen; de naam van de afzender, het adres en een groet in de vorm van een heilbede. Wat deze gebruikelijke bestanddelen betreft, luidt het als volgt; „Van Johannes. Aan de betrokken zeven gemeenten in de Romeinse provincie Azië. Moge u genade en vrede ten deel vallen van Hem Die er is en er was en zal komen, van de zeven Geesten Die Zich voor Zijn troon bevinden, en van Jezus Christus, de trouwe Getuige, als Eerstgeborene de Heer van de doden, de Bestuurder van de koningen" (1: 4, 5).

Afzender van de brief is dus een zekere Johannes, die het blijkbaar niet nodig heeft zich nader voor te stellen (zie ook 1: 1, 9; 22: 8). De oudste gegevens van de kerkelijke traditie dienaangaande vereenzelvigen deze Johannes met de apostel Johannes en tevens met de auteur van de vier andere nieuwtestamentische geschriften op naam van Johannes. Hiermee strookt dat er tussen de Openbaring en de andere Johanneïsche geschriften frappante overeenkomsten bestaan; een moeilijkheid vormt evenwel dat er inzake taal en stijl opvallende verschillen zijn. Het meest aannemelijk is mijns inziens, dat de apostel Johannes eigenhandig de Openbaring te boek stelde en zich voor de vier andere geschriften van één secretaris bediende.
De traditie wijst Efeze aan als Johannes' definitieve woonplaats; hier vestigt hij zich na zijn vertrek uit Palestina, hier ligt het centrum van zijn arbeid in westelijk Klein-Azië, hier is hij op hoge leeftijd gestorven. De laatste regeringsjaren van keizer Domitianus (81-96) brengen in Johannes' verblijf te Efeze een korte onderbreking; door de Romeinse landvoogd wordt hij naar het eiland Patmos verbannen (vgl. 1: 9); hier schouwt, schrijft en verstuurt Johannes omstreeks het jaar 95 de Openbaring.

Geadresseerden van de brief zijn zeven gemeenten in de Romeinse provincie Azië (zie ook 1: 11), Johannes' werkterrein, in die tijd het belangrijkste gebied van de christenheid. Deze gemeenten vertegenwoordigen alle toenmalige christengemeenten binnen en buiten de provincie Azië; volgens de boektitel heeft de Openbaring immers een boodschap voor al Christus' dienaren (1: 1).
Afzender en geadresseerden hebben het moeilijk; de schrijver duidt zichzelf aan als „uw broeder die samen met u verdrukt wordt" (1: 9). Want door hun loochening van de algemeen vereerde staatsgoden, die naar het heet sedert eeuwen bescherming geven en grootheid brengen, zijn de christenen in het oog van de Romeinen gevaarlijk; hun atheïsme moet de goden vertoornen en vreselijke rampen ontketenen. Deze overtuiging leidt weliswaar pas in 201 tot een keizerlijk strafedict, maar bepaalt reeds in het jaar 64 de houding van Nero, wanneer hij na de brand van Rome de schuld juist op de daar wonende christenen schuift.
Sindsdien breken er in het Romeinse Rijk tot ongeveer 200 telkens weer plaatselijke en tijdelijke vervolgingen uit; christenen die worden aangebracht en bij hun verhoor standvastig blijven, moeten dit - al naar de betrokken rechter oordeelt - bekopen met verbanning, dwangarbeid of de dood. Eventuele aanbrengers zitten overal; de christenen hebben het gros van de bevolking tegen zich, zij worden om hun anders zijn door heidenen en joden gehaat, belasterd, geboycot. Zo leeft de Kerk in een benauwende dampkring, die onder meer tussen 93 en 96 - de ontstaanstijd van de Openbaring - bijzonder geladen is. In deze bange situatie vol druk en dreiging mag Johannes de geadresseerden sterken door uitzicht te geven op de uitkomst.

De taak van Johannes om schriftelijk te profeteren vertoont zowel overeenkomst als verschil met de taak van Daniël. Treffend is in dit verband het volgende verschil; Daniël moet speciaal zorgen voor het bewaard blijven van zijn profetieën, omdat zij op een verwijderde toekomst slaan (12: 4; vgl. 8: 26); Johannes moet speciaal zorgen voor het bekend worden van zijn profetieën, omdat zij op de „nabije" toekomst slaan (22: 10; vgl. 1: 11). Blijkbaar is het laatste bijbelboek niet slechts tevens brief omdat de aangesproken gemeenten nu eenmaal veraf zijn, doch met name ook omdat de hun gepredikte toekomst „dichtbij" is. Maar dat is een onderwerp apart inzake het geschrift, dat én het kortste boek én de langste brief van het Nieuwe Testament is.

Heerde, J. de Vuyst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 oktober 1981

De Wekker | 8 Pagina's

Over het laatste bijbelboek gesproken (IV)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 oktober 1981

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken