Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Reformatie en confessie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Reformatie en confessie

7 minuten leestijd

Alle reformatoren hebben zonder uitzondering grote waarde gehecht aan een duidelijke confessie van de kerk. Op het titelblad van b.v. de tweede Helvetische Konfessie (1566) verklaren de opstellers nadrukkelijk, dat zij in de eenheid van de ware en oude kerk van Christus willen staan, geen nieuwe en vreemde leringen verbreiden en ook niets gemeen hebben met bepaalde sekten of dwaalleren. Het verwijt dat de reformatorische kerken steeds weer werd gemaakt, was immers, dat zij een nieuwe leer invoerden in de kerk, waardoor de continuïteit met het belijden van de kerk verbroken werd. In de voorrede van deze belijdenis wordt juist duidelijk gemaakt, dat zij het oog hebben op de eenheid van de kerken: diezelfde eenheid die er ook was in de oude christelijke kerk inzake de hoofdpunten van het christelijke geloof, een overeenstemming op basis van het rechte geloof en de broederlijke liefde. De overeenstemming met de oude christelijke kerk moge de basis zijn voor de eenheid der kerken ten tijde van de Reformatie, verklaren de opstellers.
De onder ons bekende belijdenisgeschriften beogen ook de eenheid der kerken te dienen. Tegelijk echter komt de vraag naar boven, of zij dit in het huidige, kerkelijk leven toereikend doen. Velen stellen de vraag, of het wel zo zinvol is om geschriften te hebben, waarin het een en ander aan dogmatische formuleringen is opgetekend, wat als belijdenis van de kerk geldt. Is de confessie van onze kerken zo langzamerhand niet gestold en uitgewerkt, op zijn hoogst een interessant thema geworden voor hen die zich met de kerk- en de dogmageschiedenis bezighouden? Betekent de binding aan de belijdenisgeschriften meer dan het gebonden-zijn aan een aantal dogma's? Houdt het meer in, dan de keuze voor een traditioneel levenspatroon?
Het zou best eens kunnen, dat wij in de stroomversnelling van onze tijd zo met de confessie omspringen. Inhoudelijk kunnen de meesten het nog wel met de confessie eens zijn: een handtekening is spoedig gezet.
Velen voelen wel de (historische) waarde aan, van wat de kerk eeuwen geleden onder woorden heeft gebracht. Het is echter nog een andere vraag, of daarmee de getuigende kracht van de belijdenis voor het heden wordt verwoord. De vraag in het geding is, of de confessie nog wel te maken heeft met het grondpatroon van de kerk nu: op basis waarvan de kerk lééft, spréékt, hándelt. Gaat het in de confessie om de vragen van leven en dood voor de kerk van vandaag? Dreigt niet aan alle kanten het gevaar dat we dat besef kwijt raken? Waar ligt dat aan?
Het kan zijn, dat hier het probleem van de taal overheerst. Het taalgebruik verhindert ons om te verstaan, wat de belijdenis voor het heden te zeggen heeft. Bepaalde woorden die niet meer in het hedendaagse Nederlands voorkomen, bepaalde zinswendingen, kunnen veel van de inhoud vervagen. Dat is een vervlakkingsproces wat al jaren gaande is. We hopen echter binnenkort die tijd te hebben gehad, wanneer de „nieuwe vertaling" van de belijdenisgeschriften in druk verschijnt.
Het is echter nog de vraag, of we daarmee alle vragen hebben opgelost. Het probleem van de verstaanbaarheid van de confessie is niet enkel opgelost door een oplossing van het taalprobleem. Eerder is te verwachten, dat nu met des te meer kracht de vraag naar boven komt, of wij toe kunnen met wat de confessie zegt. Bij de beantwoording van deze vraag zal er veel van afhangen, hoe we de relatie tussen de kerk en de confessie zien.
Het is opvallend, dat, wanneer deze relatie aan de orde komt, er vrijwel uitsluitend sprake is van „binding" aan de belijdenis. Op allerlei wijze wordt binnen onze kerken het verplichtend karakter van de belijdenis onderstreept. De confessie dient immers te worden gehandhaafd. Het begrip „vrijheid" wordt in dit verband terzijde geschoven: het zou getuigen van belangstelling voor ketterijen. Een verklaarbare reactie, gezien de vrijheid die sommigen zich veroorloofden ten aanzien van de confessie. Zijn de begrippen „binding" en „vrijheid" negatief te laden, waar de confessie in het geding is?
Dat zou zeer bevreemdend zijn, daar de relatie tussen kerk en confessie uitermate positief bedoelt te zijn. Het is goed om hierbij de Schrift te openen. Als we denken aan „de goede belijdenis" waarvan de apostel Paulus tot Timotheüs spreekt (1 Tim. 6: 12), betekent dit het ja-zeggen tegen de verlossing door de Here Jezus Christus. Het is deze lijn die doorgetrokken dient te worden naar de kerk van het heden, die in het bezit is van een aantal belijdenisgeschriften. Hier is namelijk het heil in het geding. En dan is het terzake van de confessie niet meer mogelijk om zich te verschuilen achter een formele toezegging, met een handtekening bekrachtigd.
Dan wordt opnieuw duidelijk, dat de confessie samenhangt met het wezen van de kerk. De confessie heeft te maken met het feit, dat de kerk leeft bij de gratie van Hem die onze Here is. Ja, de confessie heeft daar niet enkel mee te maken, zij geeft daar antwoord op, verwoordt dit gebeuren. De kerk spreekt in de confessie uit, dat niet mensen de kerk tot kerk maken, tot zijn tempel, tot zijn bouwwerk. Het bestaan en voortbestaan is gegrond in het heilshandelen van de Here God. Zo niet, dan is de kerk een godsdienstige vereniging geworden, die van tijd tot tijd bijeenkomt om zich te bevestigen in een aantal zelfgevonden waarheden. Dan hangt de kracht van de kerk van zijn leden af, de invloed van de bekwaamheden van de voorgangers, de diepte van het geloof van de kennis der verst ingewijden.

Maar wij zijn niet uit onszelf en om onszelf kerk, maar om Hem, die ons tot zijn volk heeft gemaakt en tot de schapen van zijn weide. (Ps. 100: 3). En daarmee is de confessie op het niveau gekomen, waarop zij wil worden begrepen: zowel als lofprijzende als schuldbelijdende reactie op wat de Here van Zichzelf te kennen geeft, als antwoord op de naam boven alle naam: Jezus Christus, onze Here. De confessie betreft geen wetenswaardigheden van een verstarde en gestolde leer, maar is de verwoording van de levende doctrina en als zodanig de erkenning van Gods vrije genade. In het licht van die genade weet de kerk zich gebonden aan en vrij door de confessie. Het zicht op deze genade heeft de Reformatie onverkort willen doorgeven door middel van de confessie.

Van daaruit ontvangt de kerk het recht om de leden van de kerk op de confessie aan te spreken: op wat zij daarvan in het Woord heeft gevonden en verwoord heeft in de confessie. Zij heeft niet alleen het recht, maar ook de plicht daartoe: de Naam is in het geding. En om der wille van de Naam hebben ook de leden van de kerk het recht en de plicht de verwoording van de confessie te toetsen. Scheuringen en ketterijen vinden niet hun oorzaak in het al of niet gebruiken van bepaalde formuleringen, maar in datgene wat met de Naam gedaan wordt. Vreemde leringen zijn dan ook ten diepste geen interessante zijsporen, maar wegen tegen de genade in en uitingen van de macht van de anti-christ, die erop uit is de gemeente te verwoesten. Wie wil leven zonder confessie, dient opnieuw duidelijk te maken, waar hij staat. Ook de huidige kerkelijke situatie toont, hoe moeilijk, om niet te zeggen hoe onmogelijk dat is.

Zutphen, R.W.J. Soeters

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1981

De Wekker | 12 Pagina's

Reformatie en confessie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1981

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken