Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Doemdenken (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Doemdenken (III)

7 minuten leestijd

Na een onderbreking van enkele weken - het tweede artikel over dit onderwerp stond in het nr. van 9 oktober - gaan we verder met deze serie. In dit artikel komen we terug op de rede van de joodse professor Lea Dasberg, die veel heeft bijgedragen aan het spreken over doemdenken.

1000 en 2000
Op boeiende wijze wordt in deze rede uiteengezet hoe er duidelijke parallellen zijn aan te wijzen in de ondergangsverwachtingen die er waren rond het jaar 1000 en die nu weer opduiken nu het jaar 2000 in het zicht komt.
De verwachte ondergang wordt gefixeerd op het getal 1000. Het feit dat in Openbaring 20 gesproken wordt over het Duizendjarige Rijk zal daar niet vreemd aan zijn. Het leeft diep in de mensheid: er moet een periode van 1000 jaar of een veelvoud van 1000 jaar verstrijken en dan komt de ondergang, het einde der dagen.
Deze ondergangsstemming was er rond het jaar 1000 heel duidelijk. Omstreeks dat jaar maakte zich van brede groepen der westerse christenheid een voorgevoel van het einde der wereld meester. Alle mogelijke natuurverschijnselen werden gesignaleerd die het wereldeinde aankondigden: kometen, hongersnood, epidemieën, vulkanische uitbarstingen, wervelwinden, de dood van veel vooraanstaande persoonlijkheden, maans- en zonsverduisteringen. De beroering werd tegelijk gekenmerkt door afkeer van eigentijdsheid. Men was diep verontwaardigd over het verval van oude idealen als onomkoopbaarheid, armoede en kuisheid en de koophandel nieuwe stijl werd fanatiek afgekeurd.
Mevr. Dasberg laat zien dat er frappante overeenkomsten zijn in de uitingsvormen van ondergangsverwachtingen in onze tijd met die rond het jaar 1000.
Men zou dit niet verwachten gezien het feit dat onze maatschappij totaal verschilt van toen. De mensheid is zoveel knapper en kundiger geworden. Zal een technisch sterk ontwikkelde wereld zich door allerlei primitieve gevoelens laten leiden als duizend jaar geleden toen men zoveel minder wist? Het blijkt maar al te waar te zijn.

Angst
Er is een geweldige angst over de mensheid gekomen. De nieuwe ondergangsangst loopt als een rode draad door allerlei geschriften heen. Dat is in het begin van deze eeuw al begonnen en dat zet zich gestaag door. Voor de tweede wereldoorlog sprak men over het Rode en het Gele gevaar terwijl men het gevaar van de barbaar Hitler niet eens in de gaten had. Nu is er de angst voor overbevolking, angst om te leven. Op universitair niveau worden nota bene aanbevelingen gegeven tot euthanasie en een professor en zijn vrouw nemen het besluit op dezelfde dag een punt te zetten achter het leven. Het schrikbeeld doemt op van een naderend tekort aan zuurstof en drinkwater door de vervuiling van lucht en water. De energiebronnen raken uitgeput maar men wil aan kernenergie voor vreedzame doeleinden liever niet teveel aandacht besteden uit angst voor kernwapens en een alvernietigende kernoorlog.
Ongekende verschijnselen aan het uitspansel vervullen ook vandaag de mensen met angst. Denk aan de vliegende schotels waarover al heel wat boeken zijn verschenen. En de angst grijpt de mensen bij de keel - en de Club van Rome heeft het wetenschappelijk uiteengezet -: als we zo doorgaan zal er in het jaar 2000 geen vegetatie meer zijn, geen zuurstof, geen drinkwater, geen brandstof. Dan zullen door radio-actieve besmetting mismaakte baby's worden geboren. We hebben geen twintig jaar meer en dan zal het einde zijn, zo wordt angstig geprofeteerd.

Religie
Angst was een duizend jaar geleden een vruchtbare voedingsbodem voor wat men toen ketterse bewegingen noemde. Maar hetzelfde zien we vandaag aan de dag weer, ook al gebruiken we het woord ketters niet meer. Uit angst moet men verklaren de invloed van allerlei religieuze bewegingen die als paddestoelen uit de grond opschieten. Vooral oosterse sekten zijn „in". De verwachting keert zich „oostwaarts". Oosterse goeroes worden als goden vereerd. Wereldleraars bieden tegen elkaar op. Te noemen zijn de namen van Bhagwan en Maitreya. De laatste propageert en adverteert op een indrukwekkende wijze. „In de komende maanden zal Maitreya zelf de mensheid laten zien, dat we op een tweesprong staan". Sinds 1977 is deze man in eigen persoon onder ons om de mensheid een nieuw tijdperk van vrede binnen te leiden.
Het zijn geen domme, ongeletterde mensen die deze nieuwe wereldleraars volgen. Integendeel - men staat verbaasd over het groot aantal intellectuelen dat onder hun aanhangers is te vinden. De angst heeft de mensen te pakken en die angst schakelt het verstand uit.
Een andere trek op hetzelfde terrein is de herleving van het geloof in heksen. In Engeland verschijnt een schitterend uitgevoerd tijdschrift dat dit heksengeloof propageert. Maar ook in ons land „formeerde zich in de jaren zestig een groep rondom de ruïne van Brederode, waarvan leden zich heksen noemden. Ze zochten er kruiden met hallucinerende werking voor de bereiding van heksenrecepten met als doel een heksensabbath te bereiken. Met dat doel werd er ook bij maneschijn gedanst in een magische cirkel".
In de zestiger en zeventiger jaren hebben we kunnen horen van het optreden van verschillende groepen - wier leden zich heksen noemden, maar die hoe langer hoe steviger in satans macht kwamen en wier optreden eindigde met een reeks van rituele offermoorden - Charles Manson en zijn bende in Californië; en in 1978 de in Guyana voltrokken rituele massazelfmoord van de commune van „The People's Temple" op gezag van de lekedominee Jom Jones, een fanaticus eerste klas.

Verzet tegen het eigentijdse
Nog een andere overeenkomst. Evenals in de tiende eeuw zien we ook in onze twintigste eeuw het verzet tegen het eigentijdse. Dat is op te merken in het verzet tegen de ontwikkeling van de technologie, automatisering, industrialisatie en urbanisatie met verschijnselen als flats, auto's en TV. De leefbaarheid staat op het spel, zo wordt ons toegeroepen. Een bovennatuurlijke ontwikkeling - zo wordt gesuggereerd - schijnt de goede oude tijd te verstoren. De leuze „terug tot de natuur" wordt weer aangeheven met het hutje op de hei en het eten van plantaardig voedsel. „Het natuurlijke" moet weer norm worden als tegenkracht van de cultuur. Angst voor de toekomst is de diepste drijfveer.
In datzelfde vlak ligt de tendens om de hele consumptiemaatschappij in de ban te doen. Als dit zou betekenen een verzet tegen het al te passief zich laten leven en het leven om alleen maar te genieten, dan kunnen we daar hartelijk mee instemmen. Maar het gaat alles veel verder. Het zijn onpersoonlijke machten waartegen men zich op onpersoonlijke wijze verzet zonder tegelijk de eigen verantwoordelijkheid te onderstrepen. Uit diezelfde kring klinkt ook de roep tegen de prestatiemoraal. Als dit zou betekenen dat men zich keert tegen ellebogenwerk en het gaan over lijken dan zijn we het daar al weer mee eens. Maar ook hier zit het dieper: mensen die iets presteren of die zich daarvoor inspannen worden onder verdenking geplaatst van ijdelheid en zelfverheffing terwijl mensen die niets uitvoeren worden gewaardeerd als bescheiden en onzelfzuchtige mensen. Er is een duidelijk verband tussen de verwerping van de prestatiemoraal en de angst voor verdere industriële en technologische groei.
In het eerste artikel over dit onderwerp wees ik reeds op dat de zinloosheid van wat studeren en werken voor de toekomst onze kinderen bijna automatisch wordt bijgebracht.
We houden op met het aanwijzen van verdere parallellen, grotendeels ontleend aan de boeiende rede van prof. dr. Lea Dasberg, die een scherp opmerkingsvermogen blijkt te hebben.

Stopsein
Uit het bovenstaande is duidelijk dat het jaar 2000 gaat fungeren als het rode stopsein, niet alleen voor de economische groei, maar voor het totale menselijke bestaan op aarde.
Wie zo de wereldontwikkeling ziet, zich rekenschap gevend van de geschetste en andere verschijnselen, gaat inderdaad, als hij geen andere verwachtingen heeft, pessimist worden. Hoe lang hebben we nu nog te leven? Wat is nu de zin van leven en werken, van ouderschap en opvoeding, van beroepskeuze ja zelfs huwelijkskeuze. Zo ontstaat het doemdenken. We hebben niet lang meer te leven en te bestaan. We gaan met z'n allen naar de wereldondergang.
Mocht u denken dat dit stopsein tegelijk gezien werd als een genadesein dan vergist u zich. In Paulus' dagen werd reeds gezegd: laten wij eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij. Omdat we zo kort nog maar te leven hebben laten we daarom van het leven nemen wat er van te nemen is en laten we daarom vreugde bedrijven. Omdat morgen uitzichtloos is, halen we uit het heden wat er uit te halen is.
Doemdenken in opperste vorm.
Denkt u over het te geven antwoord na?

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1981

De Wekker | 12 Pagina's

Doemdenken (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1981

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken