Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Interview met prof. dr. M. Boertien

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Interview met prof. dr. M. Boertien

8 minuten leestijd

In het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 23 oktober jl. lazen we een stuk van de hand van Tamarah Benima over prof. dr. M. Boertien die op 9 oktober afscheid nam van de Universiteit van Amsterdam. Prof. Boertien vertelde hoe hij tot zijn studie van het Hebreeuws is gekomen:

In de bijna twaalfeneenhalf jaar dat Boertien het hoogleraarsambt bekleedde verwierf hij faam om zijn grote vakkundigheid en liefde voor het gehele Hebreeuwse literaire erfgoed, om zijn solidariteit met Israël en het respect dat hij jodendom en het joodse volk toedraagt. De belangstelling en relatie van professor Boertien met het jodendom in al haar uitingen is een lange. Haar eerste vaste vorm kreeg zij in de oorlogsjaren.
„Na mijn Mulo examen in 1939 had ik allerlei baantjes," vertelt ons professor Boertien in zijn verbouwde boerderij in het Noordhollandse dorpje Hauwert. „Ik was opgeklommen tot de schitterende aanstelling van adjunct-schrijver ter gemeentesecretarie te Zwolle, mijn geboorteplaats. Tegelijkertijd bereidde ik mij echter voor op het staatsexamen, dat ooit wel weer eens normaal zou worden afgenomen, en begon ik aan de vooropleiding van de theologische opleiding te Apeldoorn." Die vooropleiding bevatte een forse portie Hebreeuws en hoe gaat dat dan, je voelt je door ieder stukje Hebreeuws uitgedaagd.
Mijn ouders woonden dichtbij de synagoge. De Joodse Gemeente Zwolle weet niet wat zij voor mij gedaan hebben. Want boven de ingang van dat dichtgespijkerde gebouw stond een bijbeltekst van Jesaja. Helemaal afgebladderd en verwaarloosd. Heel langzaam, lettertje voor lettertje ontcijferde ik die spreuk: „Want mijn huis zal een bedehuis zijn voor alle volken".

Gegrift
Het zal professor Boertien zijn leven lang in het geheugen gegrift blijven.
„Ik kende die tekst wel, want ik ben opgegroeid in een gezin dat de bijbel kende. Toen ik die spreuk dan ook herkende sloeg dat in als een bliksem. Ik dacht: Dat willen ze dus." Het vuur van het enthousiasme was ontstoken om niet meer uit te gaan. „Alles wat ik in handen kon krijgen in het Hebreeuws begon ik te lezen."
Van 1959 tot september 1967 verbleef Boertien met zijn gezin in Israël. Zat in allerlei commissies. Commissies om kwesties van de burgerlijke stand op te lossen, taalcommissies, studiegroepen die minder zuiver wetenschappelijk dan wel praktisch waren gericht, ontmoetingsgroepen, opgezet door „mijn grote vriend Werblowsky", terwijl hij tevens trachtte een dam op te werpen tegen het evangelisatiewerk door charismatische christelijke groeperingen, die hun slachtoffers van de straat in achtergebleven buurten halen. „Die groepen zijn helemaal niet my cup of tea, maar ze zijn er. Ik probeerde iets met die mensen te doen en ze duidelijk te maken dat het totaal ongewenst was wat ze deden. Dat ze niet de smerigheid moeten hebben om onder het mom van sociaal werk de mensen van hun traditie vandaan te halen."
Kortom, Boertien trachtte steeds opnieuw in de praktijk zijn wetenschappelijke en filosofische inzichten vorm te geven. „Je moet niet alleen theoretisch bezig zijn. Het is waarschijnlijk een beroepsdeformatie van iedereen die met joodse literatuur bezig is, dat alles ook een gerichtheid op de praktijk moet hebben." Het ging ook om een persoonlijke behoefte. „Mijn liefhebberij in mijn vak is zo groot dat ik me kostelijk zou vermaken als ik van 's ochtends 08.00 uur tot 's avonds 23.00 uur in een ivoren toren met de teksten bezig zou zijn. Maar dat zou een stuk zelfbeheersing vergen, want ik moet er met mensen over praten. Ik ben ook maar een mens en ik moet weten of wat ik denk goed is of niet."
Terug naar zijn verblijf in Israël. „Door mijn leven daar heb ik aan den lijve ervaren hoe moeilijk het is om te integreren, maar om de integratie niet zo ver te laten gaan dat je eigen identiteit naar de knoppen gaat. Aanvankelijk hebben we ons daarop verkeken. Het bleek veel moeilijker dan we hadden gedacht." Mei 1967 zou het gezin Boertien naar Nederland terugkeren. Het besloot te blijven.
„Je kunt niet jarenlang over solidariteit tussen joden en christenen praten en dan in die situatie waarin het duidelijk is dat er oorlog komt, weggaan." Wel maakt Boertien een reis door Europa om duidelijk te maken wat er in het Midden Oosten aan de gang is, maar hij is een dag voor de Zesdaagse oorlog uitbreekt terug in Jeruzalem. „We kregen een stoeltje op de eerste rij. Een van de eerste granaten die de Jordaniërs afvuurden viel in onze tuin", vertelt prof. Boertien met lichte spot.
In september 1967 keerde het gezin Boertien toch terug. Hij krijgt een aanstelling als wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam, een aanstelling die in oktober 1968 werd gevolgd door een professoraat. De student van professor M.A. Beek volgt zijn leermeester op.
„Ik vond het heel jammer dat er geen jood te vinden was. Maar gezien de gezondheid van de joodse gemeenschap was het haast niet denkbaar dat er een jood voor die plaats beschikbaar was," vertelt professor Boertien.
Zijn aanstelling heeft de faculteit echter geen slecht gedaan. Temeer daar Boertien er, tot in zijn afscheidsrede toe altijd voor heeft gepleit om een integrale kennis van de gehele joodse literatuur te verwerven in plaats van zich slechts enkele onderdelen of perioden van het totaal eigen te maken, zoals zijn inziens door de twee-fasen structuur van de huidige studie Semitische talen dreigt te gebeuren.
„De organisch opgezette studie, waardoor het hele veld wordt overzien, zou daardoor bedreigd kunnen worden," meent professor Boertien.
​Maar niet alleen de herstructurering vormt een gevaar. „Er zijn mensen, ook onder de Israëli's, die menen dat die hele oude troep heeft afgedaan en dat alleen de moderne zaken de moeite van het bestuderen waard zijn. Men meent, om het karikaturaal te zeggen, dat de oude literatuur „alleen maar gola is". Uit zelfrespect leest men een beetje Tenach zoals men in Nederland Vondel leest. Er heerst een groot gebrek aan historische belangstelling."
In zijn afscheidsrede betoogde professor Boertien dat kennis van de gehele Hebreeuwse literatuur vooral ook van belang is voor het begrijpen en waarderen van de moderne, in het Hebreeuws gestelde literatuur. Hij deed dat aan de hand van de roman Notsot van Chaim Be'er. „Ik wilde laten zien dat in de typische moderne roman de hele traditie meespeelt. Als je een detective leest kan je de traditie buiten beschouwing laten, maar zodra je als literator met een stuk Hebreeuwse literatuur omgaat moet je de tekst toch zien in zijn gelaagdheid."
Bij het lezen van Notsot betekent dit dat men oog heeft voor de organische manier waarop alle figuren die in de roman op het toneel verschijnen het gehele Hebreeuwse literaire erfgoed tot hun beschikking hebben en gebruiken. Met zijn pleidooi heeft professor Boertien mede willen ingaan tegen de tendens om een roman slechts uit zichzelf te verklaren. Een stroming die zich richtte tegen het „jarenlang alleen maar bezig zijn met de bronnen van een boek," legt professor Boertien uit. Zijn leermeester Beek was de mening toegedaan dat men niet „voortdurend archeologie van de tekst moet bedrijven". Een opvatting die ik deel," stelt professor Boertien, „maar, men moet niet van de ene eenzijdigheid in de andere vallen."

Wortels
Een produkt van joods Hebreeuwse cultuur nu moet terug gevolgd worden naar de wortels. Zo kan de continuïteit in het joodse bestaan worden aangetoond. Wie de weg terug volgt van afscheidsrede van professor Boertien naar zijn staan voor de dichtgespijkerde synagoge stuit keer op keer op Boertiens zoeken naar, en wijzen op, de continuïteit in het bestaan van het joodse volk. „Als je niet uit de joodse traditie komt, maar wel bent opgegroeid met een traditie waarin het Oude Testament een sterke rol speelt, dan merk je tot je verrassing dat er een voortgegane geschiedenis van het joodse volk is. Dat het niet zo is, dat de Hebreeuwse literatuur ophoudt daar waar Tenach ophoudt. Ik ben gaan letten op die continuïteit, legt professor Boertien uit. „Men meende in de christelijke kerk te leven met de oude erfenis van Israël met voorbijzien van het feit dat er vanuit het oude Israël mensen zijn die dat nog steeds doen. In theologische geschriften houdt de geschiedenis van het joodse volk op in het jaar 70. Er is een ontstellend gebrek aan kennis over wat er daarna gebeurd is." Terwijl juist de joodse traditie „merkbaar is zelfs waar ze worden weersproken". De traditie is te herkennen in het feit dat mensen niet van het verleden loskomen. „Niet in de Hebreeuwse literatuur, niet in werkelijkheid", zoals professor Boertien vooral in de periode rondom de Zesdaagse oorlog ondervond. Van harte spreken wij de wens uit, dat prof. Boertien nog gelegenheid zal vinden om zich te wijden aan de zaak die hem en ons allen zozeer ter harte gaat: De zaak van Israël.

W. van 't S

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1982

De Wekker | 8 Pagina's

Interview met prof. dr. M. Boertien

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1982

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken