Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vereniging van christelijke gereformeerde predikanten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vereniging van christelijke gereformeerde predikanten

21 minuten leestijd

Deze vereniging hield haar tweedaagse conferentie op de laatste dag van maart en de eerste dag van april. Als te doen gebruikelijk in Ermelo, in Dennenheul.
De voorzitter kon een groot aantal deelnemers welkom heten. Zowel de eerste als de tweede dag was het aantal bezoekers in jaren niet zo groot geweest.
We zongen ps. 133. Zie, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook tezamen wonen. Twee dagen hebben we het goed gehad en twee dagen hebben we ons als broeders onder elkaar geweten en ons zo ook gedragen. Dat geeft ook verplichtingen zoals Paulus dat zegt in Efeze 4, u benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door de band des vredes. Dit blijkt alleen te kunnen zoals we lezen in 1 Tim. 6:20, O Timotheüs, bewaar het pand u toebetrouwd.
In het teken van deze twee schriftwoorden stond het openingswoord. Bewaar de band en bewaar het pand. We moeten ons beijveren, er veel aan doen, om de band te bewaren. Door de kracht van de Heilige Geest moeten we elkaar vasthouden. En zo samen vasthouden aan het pand. Dat pand is het overgeleverde woord van de genade. We moeten hieraan trouw zijn in de verkondiging van het evangelie.
Band en pand kunnen we niet van elkaar losmaken. Je kunt niet het evangelie bewaren als je de band aan elkaar niet bewaart. Het pand bewaren doe je samen met alle heiligen, dat is geen eenmanszaak. En de band aan elkaar is er niet zonder het bewaarde pand. De band aan elkaar is geen vriendelijkheid, maar leven door de Geest Die door het woord spreekt. De band is er alleen als we staan in de verzoening door Christus. Een band aan de Here en zo aan elkaar.

Reformatorische notities over de aard van het schriftgezag
Op de eerste dag sprak prof. dr. W. van 't Spijker over dit onderwerp. Het onderwerp van dit referaat is weliswaar aangereikt door de discussie rond het rapport van de synode der Gereformeerde Kerken „God met ons . . . over de aard van het Schriftgezag", toch willen we ons niet geheel en al door de probleemstelling van dit rapport laten leiden. We plaatsen het daartoe binnen een reeks van soortgelijke rapporten en trachten die plaats vervolgens te omschrijven. Opvallende begrippen blijken daarbij te zijn dat van relationele waarheid, dat van de vloeiende openbaring en dat van een bedenkelijke theologische vrijheid ten opzichte van de kerk.
De Heilige Schrift heeft haar eigen gezag. Zo spreekt de Here. Zo spreekt en werkt de Geest. Met oordeel, troost en inzicht. Het woord komt tot ons door de verkondiging van de kerk. Zo worden mensen gegrepen. Tot geloof gebracht. De Heilige Schrift is alleen en geheel Gods Woord. Dat woord is uniek. De schrijvers zijn gedreven door de Heilige Geest, waarbij Hij hun gaven in Zijn dienst stelde. De Heilige Schrift Zelf spreekt over haar goddelijke oorsprong. Zo spreken ook de belijdenisgeschriften er over. Het gezag van de Schrift moeten we niet losmaken van haar gehele inhoud. Het gezag houdt verband met de totaliteit van de verlossing. Het verband tussen de inhoud van de Schrift en het doel waartoe zij is gegeven, feit en verkondiging moeten we op elkaar betrekken. Het gezag van de Schrift is verbonden met de historische werkelijkheid. Het rapport „God met ons" is op een ander spoor gegaan dan de reformatorische traditie. Naar een gebied dat ver verwijderd is van het reformatorische denken. Het filosofisch waarheidsbegrip is het uitgangspunt, dat is een bedenkelijke methode. Luther zei, een goede theoloog word je zonder filosofie, anders bedreig je het hart van het evangelie. Bij een verkeerd uitgangspunt wordt aan de schrift geen recht gedaan. Dan ondergaat het openbaringsbegrip een radicale verandering. Waarbij voorbij gegaan wordt aan de unieke openbaring van God in Jezus Christus. De inspiratie gaat over in illuminatie. Welk gezag heeft de schrift dan nog. Het gaat om het gezag van de sprekende God en we mogen geen concessies doen aan de autonome mens.
De reformatorische opvatting van het gezag van de Schrift wordt omschreven door uitspraken van Luther, Zwingli, Bullinger, Bucer en Calvijn. De reformatie heeft de schrift centraal gesteld. En sprak over haar gezag nooit los van haar inhoud. Zo bewijst het evangelie zich in de harten van mensen en horen we de stem van de goede Herder. De Heilige Geest getuigt door het woord van Christus. Als we Hem uit de Schrift weglaten wat houden we dan over? Het centrum van de Heilige Schrift is de gekruisigde Christus. Zo spreekt Luther. Zwingli stelt dat het woord zekerheid schept en helderheid geeft. We moeten ons aan het woord gewonnen geven en ons laten zalven door de Heilige Geest. Het woord opent zichzelf en beschijnt de ziel met genade. Zo houden we vast aan God. De hoogmoedigen worden vernederd en de armen worden aangetrokken.
Bullinger komt op voor de betekenis van het gepredikte woord. Daaraan is de kerk gebonden. We hebben alleen naar Christus te horen. Hij spreekt. Bucer legt nadruk op het werk van de Heilige Geest. Als de Geest niet werkt zijn we zonder verstand, als zou Christus Zelf onder ons aanwezig zijn. Voor Bucer is het gezag van de schrift geestelijk van aard en het vraagt gehoorzaamheid. Calvijn noemt de bijbel de bijzondere leerschool voor de kinderen van God. De Heilige Geest gebruikt het woord om aan Christus te verbinden. De menselijke factor in de Heilige Schrift komt bij Calvijn goed tot z'n recht.
Het reformatorische begrip van het Schriftgezag heeft een verandering ondergaan door het piëtisme, door de orthodoxie en door de Verlichting. Daardoor ontstond een andere opvatting van gezag en daarmee een kritische houding ten opzichte van de Schrift. Het piëtisme geeft een verkeerde plaats aan de ervaring en laat het gezag van de schrift bepalen dooreen kleine kring van kenners. De orthodoxie keert terug naar de wijsbegeerte, gebruikt de logische methode en geeft een grote plaats aan de rede. Zo kreeg de Verlichting een goede voedingsbodem. De mens die-autonoom is bedient zich van zijn verstand. Luistert niet meer naar een andere autoriteit. Dus wordt het woord van God anders benaderd en staat de canon onder kritiek. De Schrift wordt dan met dezelfde maatstaf gemeten als andere oude lectuur. Bijbelse berichten en wonderen zijn niet meer betrouwbaar. Voor de Schrift wordt niet meer gebogen en de zaken zijn niet meer waar omdat ze in de bijbel staan. De Bijbel is niet meer het boek waarop je vertrouwen kunt. Kennis en vertrouwen zijn gescheiden. De mens maakt zijn eigen religie. Hiermee is het spoor van de reformatie verlaten. Aan Schrift en openbaring wordt geen recht meer gedaan. We hebben te beseffen dat we als een zondig mens voor God staan. En moeten vasthouden aan de ware religie.
Als we vandaag over het Schriftgezag spreken dan hebben we te bedenken, dat de reformatie een beweging is die meer dan vier eeuwen geleden plaatsvond. Sedert die tijd ging de geschiedenis verder. Maar we moeten nog ^mei letten op de methode van de reformatie. De mens staat voor God. Zijn openbaring is plet te verklaren uit onze wijsheid of uit ons denken. Het gaat om een wijsheid van boven. Om Christus. Om het horen van Zijn stem, om het zien van Hem.
Zo spreekt de Heilige Geest tot mensen en schakelt ook mensen in. Daarom moeten we als we met de Schrift omgaan letten op het getuigenis van de Heilige Geest in eigen leven. We kunnen over God alleen maar spreken voor Gods aangezicht en in relatie met Hem. Zijn openbaring moet primair zijn en blijven. Deze openbaring krijgen we als geheel en niet als een teksten boekje. En wat de reformatie ons gaf, dat moeten wij vandaag in praktijk brengen. In de Schrift spreekt Christus en door de Schrift werkt de Geest. De reformatie leert de samenhang van Woord en Geest, Woord en prediking. Woord en geloof.
Na het horen van zo'n referaat is het goed dat de maaltijd werd aangekondigd. Tevens een goede gelegenheid voor persoonlijke ontmoeting en gesprek, waarbij het lang niet altijd over het referaat gaat.
Dat kwam weer aan de orde in zes discussiegroepen.
Hier volgen de vragen, die wel werden beantwoord, maar waarmee ieder voor zich toch ook weer verder moet.
Na te hebben gehoord wat de reformatie heeft gezegd, vraagt men zich af of voor het verstaan van de Schrift de reformatie het criterium is. Heeft de reformatie alles gezegd wat te zeggen viel. Gaat de Geest niet verder. Hij leidt toch in alle waarheid. Er is toch een voortgaand werk van de Geest. Leert de Geest geen nieuwe dingen en laat Hij ook geen nieuwe dingen uit de Schrift zien?.
Als we het rapport „God met ons" verwerpen en het gezag van de Heilige Schrift aanvaarden blijven er toch nog wel vragen over. Wat bijvoorbeeld te denken van het gebruik van de Septuagint in het N.T. en van de rabbijnse bijbel uitleg. De Geest heeft de mens ingeschakeld bij het te boek stellen van de openbaring, maar hoe spreekt de reformatie dan over de verhouding tussen goddelijke en menselijke factor. De Bijbel is niet het geloofsgetuigenis van de schrijvers, maar toch tegelijk ook wel. Wat is de betekenis daarvan voor het gezag van de Schrift? De waarheid Gods is niet tot stand gekomen zonder een bepaalde inzet van mensen. Ook bij de prediking gaat het om een menselijke inzet bij de verkondiging en toch niet alleen om het voorlezen van de Schrift. Moet je dit gegeven niet laten meewegen als je over het gezag van de Schrift spreekt. Of mag je helemaal niet spreken óver de Schrift? Gaat het alleen om luisteren náár?
De Schrift is tot stand gekomen in een bepaalde tijd. Wat brengt dat mee voor het gezag van de Schrift in déze tijd. Heeft hier ook de opmerking mee te maken dat wij verder dan Paulus zijn.
Is het wel juist om over het Schriftgezag in het algemeen te spreken. Zou het niet beter zijn dit gezag alleen toe te passen op concrete zaken.
Uit bovenstaande vragen blijkt wel dat als we het gezag van de schrift ten volle erkennen dat daarmee toch niet alle vragen opgelost zijn.
Aan de avond van deze dag spreekt voor ons de predikant - dichter Jaap Zijlstra uit Vorden. Onder de titel „voor de gelukkige vinder".
Als het over poëzie gaat dan moeten we niet meteen aan moeilijke dingen denken. Je kunt het soms vernemen uit de kindermond. Kinderen hebben vondsten. De dichter zegt de dingen plaatsvervangend voor een ander. Een gedicht wat blijft boeien dat is een geheim, dat is kunst. Dichten is niet te leren op een school. Het is een gave. Je moet het gaandeweg leren. Gedichten zijn blij, soms ook een uiting van wanhopigheid. Denk maar aan het boek der psalmen. Wat kan het duidelijk worden gezegd. Bijvoorbeeld, denkend als het over de lijdensgeschiedenis gaat en wij letten op Christus, deze zin. Hij wast Zijn handen in onschuld. Of als we een zin lezen uit het avondmaalsformulier. Hij eet en drinkt Zich een oordeel. Tijdens het houden van de preek is er niet altijd even veel aandacht. Soms is het tijdens de dienst zelfs wat onrustig. Maar als de dominee eindigt met een mooi gedicht, dan wordt het merkbaar stiller.
Hoe komt dat? Dat is de kracht van de taal. Het zegt tegelijk iets van de manier waarop wij preken. We moeten dat meer vertellend doen, zoals de profeten en zoals Jezus Zelf. Ds. Zijlstra draagt veel gedichten voor uit zijn eigen bundels. Het blijkt dat predikanten heel stil en aandachtig kunnen luisteren en ze kunnen gelukkig ook vrolijk lachen.
Voordat sommige predikanten naar huis gaan en anderen op Dennenheul hun kamer zoeken, houdt ds. Coppoolse de avondsluiting. We beginnen met zingen waarvoor deze dominee zijn eigen liedblad heeft meegebracht. Op die manier is onze voorzitter ook al te werk gegaan. Hij reikte ons een tot nog toe onbekende bundel uit met de vertrouwwekkende titel „Geestelijke liederen uit den schat van de kerk der eeuwen". Als er voor deze bundel in het land belangstelling bestaat dan gelieve u prof. van 't Spijker te bellen. Er zijn van deze bundel nog zeven duizend in voorraad.
Terug naar de avondsluiting. We lezen Luc. 10. De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Het gaat over een wetgeleerde die wel wil praten maar niet wil doen.
Hij wil niet liefhebben. Hij heeft de wet in zijn hoofd en deze staat niet in zijn hart geschreven. Het is gevaarlijk om te willen praten over. Hij loopt aan het slachtoffer voorbij. Zo ook de priester en leviet. Ze lopen nog na te genieten van de werkzaamheden in de tempel. Tot daden komt het niet. De barmhartige Samaritaan, lid van een andere niet zuivere kerk, die doet 't wel. Hij is met ontferming bewogen. Geestelijken moeten doen wat Jezus zegt. Zo is er een weg ten leven. We bidden en danken. Het was een goede dag.
De tweede dag is voor het tweede onderwerp: Christelijke gereformeerde prediking vandaag. Ds. J.H. Velema leidt het in.
Ik geef u hierbij de stellingen door, die de inleider verstrekte.

Christelijke gereformeerde prediking vandaag
I. Onder chr. geref. prediking verstaan we in het kader van dit onderwerp de prediking zoals die in onze kerken wordt en behoort gebracht te worden.
De tijdsbepaling geeft aan dat die prediking allerlei verschuivingen heeft ondergaan en aan allerlei invloeden blootstaat.
II De prediking in onze kerken werd en wordt naast de eisen voor de prediking historisch mede bepaald door de erfenis van de Nadere Reformatie en de Afscheiding; het verzet tegen de Kuyperiaanse wedergeboorte-leer; de invloed van wijlen G. Wisse; de middenpositie van onze kerken; de zuigkracht van de midden- orthodoxie, de groepsmentaliteit en de nieuwere theologie.
III. De verschuivingen in de chr. geref. prediking hebben betrekking op de visie op het genadeverbond en daaruit voortvloeiend de verhouding belijdenis en avondmaal; de verhouding wedergeboorte-rechtvaardiging; wet en evangelie; enkeling en gemeenschap; belijden en beleven.
IV. Het verschil in prediking in onze kerken heeft te maken met deze verschuivingen. Er zijn twee mogelijkheden: óf de verschuivingen zijn niet verwerkt óf de verschuivingen zijn geruisloos overgegaan in veranderingen.
Bij de eerste mogelijkheid is er in de praktijk niet de juiste visie op de verhouding wet en evangelie; de aard van de belofte; de verhouding wedergeboorte-rechtvaardiging; de plaats van de heiligmaking en de dankbaarheid.
Bij de tweede mogelijkheid worden schriftuurlijke elementen, die typerend waren voor de chr. geref. prediking, niet voldoende gehonoreerd; o.a. de bediening van de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; geestelijke leiding; geloofsstrijd; waarschuwing tegen surrogaat- geloof.
V. Dit geschetste verschil leidt tot duidelijke spanningen als aan de ene kant de prediking vervalt tot schematisme, wetticisme en subjectivisme en aan de andere kant tot vervlakking, horizontalisme, activisme, veralgemening.
Deze situatie is verdrietig, verootmoedigend, nadelig voor onze werfkracht, vervagend voor onze identiteit en bevordert wederzijds wantrouwen tussen collega's.
VI. De betekenis van de prediking is ook vandaag onverminderd belangrijk. Zij dient bediening van de sleutelen te zijn, geestelijke leiding te geven, de gemeente te bouwen, Christus' bruid toe te bereiden.
VII. Het geheim van de chr. geref. prediking vandaag blijft dat ze schriftuurlijk, confessioneel, gereformeerd, trinitarisch, geestelijk en persoonlijk gericht is.
Deze prediking bouwt, bindt, werft en heeft toekomst. Waar deze prediking gaat ontbreken vervalt niet het bestaansrecht, maar wel de bestaanreden van onze kerken.
En dan nu wat aantekeningen die al luisterend werden gemaakt.
Het is altijd weer een worsteling hoe het behoort te zijn en hoe het toegaat. Als er vandaag gepreekt wordt, dan moet de' nadruk vallen op prediking. Vandaag, moet niet de preek bepalen, de preek moet zijn licht laten schijnen over vandaag. En zo met het heden rekenen. Aan de preek worden exegetische en homiletische eisen gesteld. In dit verband wordt de naam van prof. v. d. Meiden met ere genoemd. Hij leverde grondig en degelijk werk. Nu staan we er elke week zelf voor. De Nadere Reformatie heeft z'n licht- en schaduwzijde. De erfenis hiervan en ook van de Afscheiding is niet altijd goed verwerkt. De prediking is wel eens te veel bepaald door een strijden tegen de leer van Kuyper. Men bleef bij de wedergeboorte staan en de kracht van Gods belofte kwam niet altijd voldoende naar voren.
Als het over prof. Wisse gaat dan kun je denken aan zijn schriftuurlijke lijn, maar hij was niet vrij van schema's. Eerst dit en dan dat. Nog altijd worden we enerzijds beïnvloed door de Geref. Kerken en anderzijds door de Geref. Gemeenten. Het blijft moeilijk het eigen geluid zuiver te laten klinken. Te meer daar indertijd ook de invloed van de Noorse broeders en van de fakkeldragerskampen zich deed gelden. Het gevaar van subjectivisme ligt altijd op de loer. Ook de eenzijdige nadruk op de wil, op het moeten, hier en nu.
De nieuwere theologie wil weer zijn uitgangspunt kiezen in de mens. Vroeger is er wel eens te veel gezegd hoe het niet moest, maar hoe het dan wel was, bleef soms onbesproken. Het zicht op Gods belofte is duidelijker geworden. Er wordt meer geluisterd naar Calvijn. Er is verband gelegd tussen het afleggen van geloofsbelijdenis, wat het dan ook behoort te zijn, en de viering van het heilig avondmaal. Het beginsel van de Afscheiding wordt meer gehoord dan de geest van de kruisgemeenten. Er is wel eens te veel nadruk gelegd op de ervaring en te weinig gewezen op het fundament van Gods belofte. Dit laatste houdt niet in, dat dan de ervaring uitgeschakeld zou moeten worden. De kennis der zonde uit de wet is geen voorwaarde om het evangelie te mogen geloven. Het besef is tot ons doorgedrongen dat we staan in de gemeente des Heren en dat we niet preken voor geliefde toehoorders. Ook de wijze waarop wij ons geloof moeten beleven komt beter tot z'n recht. De woordkeus is anders dan vroeger. Er wordt goed exegetisch werk verricht. Zo kunnen we de Schrift openen waarbij we altijd moeten oppassen voor eenzijdigheden. Het verschil in preken is duidelijk anders geworden. De aandacht voor de belofte is toegenomen. De kennis van de zonde is geen grond voor de vergeving van de zonde.
Christus wordt gepredikt. Het veranderde inzicht in de prediking is niet altijd goed verwerkt en ook niet altijd aanvaard. De spanning reformatie/nadere reformatie doet zich nog steeds gelden. Er zijn ook verkeerde verschuivingen waarbij iedere gedoopte te veel als gelovige wordt gezien. Waarbij het vieren van het avondmaal een automatische zaak wordt. We leven wel van het evangelie, maar de wet houdt z'n aanklagende functie. Er is geen heiliging zonder rechtvaardiging, geen nieuw leven zonder de vergeving der zonde. Vandaag wordt er geklaagd dat we kwijt raken wat we niet kunnen missen. Het komend oordeel moet in iedere preek worden gehoord.
Al zijn we gemeente des Heren dan nog mogen we niet te kort doen aan de verantwoordelijkheid van ieder bondeling. Daarom blijft onderscheidenlijk preken nodig. En als het om de geestelijke leiding gaat dan mag de taal van de Dordtse Leerregels niet ontbreken. De strijd om tot geloof te komen en om daarbij te blijven moet duidelijk aan de orde komen. Het wonder mag er niet uitgaan. Als er zich goede verschuivingen hebben voorgedaan dan moeten we waken dat dat niet verwordt tot verkeerde veranderingen. Als dat het geval is dan komen we naast en zelfs tegenover elkaar te staan. We hebben te waken tegen het stellen van voorwaarden vooraf als het om geloof in het evangelie gaat, tegen kenmerkenprediking, tegen subjectivisme, tegen het leggen van gronden voor de zaligheid in eigen bevinding. Maar ook tegen vervlakking, vanzelfsprekendheid, horizontalisme. De zonde is maar niet een gemaakte fout.
Het nieuwe leven betreft niet louter intermenselijke verhoudingen. De mens staat persoonlijk voor God. Genade is geen massa artikel. Al preken we de belofte, het is van groot belang of uit de belofte wordt geleefd, of deze in ons leven wordt vervuld. En zo is belofteprediking niet in strijd met bevindelijk preken. Het is hard nodig dat we allemaal op deze punten duidelijk zijn. Al zijn we meesters in het vasthouden van elkaar, we delen elkaar toch wel in. Er is vandaag meer aan de hand dan een liggingsverschil. We moeten waken voor kloven anders leidt het tot een breuk. Ook hier kan de genade van God overwinnen en zo maken we ernst met onze opdracht. Het behaagt God om door de prediking zalig te maken die geloven. Daarom behoeven en predikers en gemeenteleden niet moedeloos te worden. We dragen de sleutels van het koninkrijk der hemelen. Dat geeft ernst en diepte aan ons werk. Zo bedienen we ons ambt goed. We zijn geen redenaars maar dienaren van het Goddelijk Woord. Als we dat op de juiste manier zijn wordt ook het onderscheid duidelijk tussen algemene religieusiteit en de vreze des Heren. We moeten met ijver werken om de gemeente als een reine maagd Christus voor te stellen. Als we op de juiste wijze preken dan is dit ook van groot belang voor de wijze waarop wij het pastoraat beoefenen en catechiseren. Het gaat om het naspreken en laten uitspreken van de Heilige Schrift. Als de preek schriftuurlijk is, is ze ook bevindelijk en voor vandaag verstaanbaar. Daarbij moet de toonzetting zijn naar de gereformeerde belijdenis, waarbij alle stukken harmonisch aan de orde komen. De prediking is Christus' prediking waarbij het werk van de Heilige Geest tot z'n recht komt.
Dan is de prediking persoonlijk gericht. Dan herkennen we elkaar en dan hoort de gemeente de stem van de Goede Herder. Het gaat om de confrontatie met de levende God. Het voorspel van de jongste dag moet worden gehoord.

Nu nog iets uit de bespreking
We mogen geen keurmeesters van elkaar zijn. We kennen allen ten dele. Als we het Woord brengen is dat genoeg en dan behoeft niemand ingedeeld te worden. Als het Woord gebracht wordt zegent de Geest, daar bidden we ook om. De gemeente leeft van Gods liefde in Christus. Het geven van geestelijke leiding kan ook voorkomen als er veel aan de liturgie wordt gedaan en als de preek kort is. We moeten rekening houden met wat er vandaag te doen is, ook maatschappelijk en er aan vasthouden dat preken een vreugde is. We mogen er niet zo over praten dat niemand meer de preekstoel op durft. Daar worden de beste momenten beleefd. Maar niemand mag van de gedachte uitgaan, ik kan het en heb het begrepen. Iedere prediker heeft te bedenken dat hij ook preekt voor kinderen en dat het voor hen, en ook voor anderen, eenvoudig moet zijn. We preken zo spoedig te moeilijk en ook te lang. Te weinig beeldend. Jezus gaf ons een goed voorbeeld in de gelijkenissen. Een preek moet terstond begrepen worden. De gemeente is niet in staat die nog eens na te lezen. Als van de dominee gevraagd wordt geestelijke leiding te geven dan is het goed dat men bedenkt dat deze man ook geestelijk leiding moet ontvangen. Ieder zij bij het preken zichzelf. We mogen niemand nadoen. We behoeven het ook niet allemaal te doen op dezelfde manier. De veelkleurigheid moet uitkomen. Staan voor dezelfde zaak wil niet zeggen, dat we op elkaar gaan lijken.
Maar men houde in het oog, dat verscheidenheid iets anders is, dan een andere visie, dan wezenlijk verschil. De eenheid vanuit de reformatie moet óns binden. We dienen oog te hebben voor de signalen die we vanuit de kerken opvangen en ons oor lenen aan terechte klachten. We moeten blijven preken met twee woorden, zonde èn genade, zelfs al zouden we menen dat onze gemeente aan één woord genoeg heeft. De één beleeft z'n geloof anders dan de ander, dit neemt niet weg dat persoonlijk geloof vereiste is. We mogen niet uitgaan van de gearriveerde gemeente. De groepsvorming in de gemeente en in het kerkelijk leven is te veroordelen. De classicale vergaderingen zouden op dit punt beter tot hun recht moeten komen. Chr. gereformeerde prediking is geen bijzonderheid van ons. Iedere kerk heeft te preken overeenkomstig schrift en belijdenis.
Aan het einde van dit alles zegt de voorzitter dat we vandaag een inleider hadden die de kerken liefheeft en kent. Ik mag daaraan toevoegen dat hetzelfde is te zeggen van de inleider die op de eerste dag sprak, ieder sprak op zijn manier. Zoals hij is. Met sterke betrokkenheid. Hier is ook nog gelegenheid om op te merken dat een schoolpastor er voor pleitte grote zorg aan de jeugd te besteden en een ziekenhuispredikant, dat als één van onze leden in een tehuis of inrichting is geplaatst, w/e niet moeten denken, ze hebben daar wel een dominee zodat de eigen pastor zulke leden vergeet.
Twee dagen Ermelo. We spraken over het gezag van de Schrift en over de prediking daarvan. Zo blijven we preken, het evangelie. We zijn niet bekwaam, maar wel bevoegd. We zijn niet altijd even goed in staat, maar wel altijd geroepen. Uw Woord is mij een lamp voor mijnen voet. Dat willen we door Gods genade bestendig bewaren.
Volgend jaar zo de Here wil, 23 en 24 maart.

Putten, A. Bijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1982

De Wekker | 12 Pagina's

Vereniging van christelijke gereformeerde predikanten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1982

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken