Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ambtsdragersconferentie over: de actualiteit van onze belijdenisgeschriften nu

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ambtsdragersconferentie over: de actualiteit van onze belijdenisgeschriften nu

9 minuten leestijd

Zaterdag 3 april vond de jaarlijkse ontmoeting plaats van ambtsdragers met name van de ouderlingen van onze kerken. We zagen ze uit alle delen van ons kerkelijke vaderland.
Velen maakten al vast een praatje met deze en gene tijdens het koffiedrinken vóór aanvang van de vergadering. Handen werden geschud en contacten gelegd of vernieuwd. We zagen ook nog een aantal predikanten, die hoewel net de predikantenconferentie achter de rug, toch ook op deze dag niet wilden ontbreken.
De voorzitter van de conferentie de heer D. Koole sprak het openingswoord. In zijn toespraak in, zoals we dat van hem gewend zijn altijd zeer puntige stijl, bracht hij naar voren het zowel een verheugend als ook een geruststellend feit te vinden dat deze conferentie nog net in de lijdenstijd werd gehouden.
Verheugend omdat de verzoening van Christus het centrale is van ons christelijk belijden. Geruststellend, omdat bij alle gevarieerdheid het geloof in het éne kruis der verzoening de integrerende plaats behoort te hebben in ons aller leven.
Het was geen onbekende die deze dag voor ons zou spreken. Wie zou nooit eens één van zijn 7550 preken gehoord hebben die hij tot op dat moment gehouden had in zijn dienst in het Koninkrijk? Met de spreker van deze dag was er iemand aan het woord die zijn hele leven met de belijdenis van de kerk was bezig geweest. Geen wonder dat die betrokkenheid sterk doorklonk in het onderwerp.
Aan alles was te horen dat hier een man aan het woord was die de belijdenis lief had.
Op boeiende wijze wist de spreker ons niet minder dan 5 kwartier bij het onderwerp te bepalen terwijl aller aandacht gevangen bleef. In een zevental stellingen zette hij zijn visie op het onderwerp uiteen.
I) We leven in een tijd waarin de belijdenis in de crisis verkeert. Dat heeft weer te maken met het feit dat de bijbel in de crisis staat en daarmee vele kernzaken van het christelijk geloof. Het onderwijs uit de belijdenisgeschriften is vandaag niet in. Je constateert dat er steeds meer bijzondere diensten komen, met als gevolg dat er minder onderwezen wordt in de doctrina, de leer der kerk.
Anderen lezen de zondagsafdeling van de H. Catechismus nog wel voor, maar laten de behandeling ervan praktisch achterwege door alle aandacht op te eisen voor het gelezen Schriftgedeelte.
Nog weer anderen achten de mondiale vragen van vandaag meer relevant dan de kennis van de belijdenisgeschriften.
II) Vervolgens ging de spreker na onder welke invloeden de belijdenis werd en wordt aangevochten. Voor het heden werkt de theologie van K. Barth hier ondermijnend die een andere visie heeft op het Woord van God dan verwoord in de gereformeerde belijdenis. Wat te denken van het huidige secularisatieproces? De autonomie van de mens wordt gepredikt in tegenstelling tot het gezag van de Heilige Schrift. De binding aan de belijdenis acht men een last die men niemand op mag leggen. Erger is het wanneer vanuit de kerken wordt beweerd dat de vragen rondom ontwikkelingshulp meerwaarde hebben dan de zaken van de belijdenis (Prof. Augustijn van de VU).
In onze eigen kerken is er nog geen gravamen ingediend, al is er het vermoeden dat er om meer ruimte gevraagd wordt. Zo is er kritiek geuit op de verwoording van het belijden van de voorzienigheid Gods zoals beleden in HC zondag 10.
III) Er worden vaak kritische vragen gesteld m.b.t. de zondagen 5 en 6, en 10 van HC als ook over art. 33 van de NGB en de Dordtse leerregels, welke laatsten voor velen arabisch zijn.
Veel van deze vragen hielden volgens spreker verband met identiteitsvervaging en verlies van de gereformeerde visie.
Zijn de zondagen 5 en 6 van de Heidelberger werkelijk scholastisch? Is het niet veeleer zo dat er door deze wijze van behandelen plaats gemaakt wordt voor het werk en de persoon van Christus? Laten we nooit vergeten dat zondag I aan de behandeling van alle andere zondagen vooraf gaat.
Spreker merkte op dat er, waar de Dordtse leerregels bepreekt werden er in de gemeente een scheiding openbaar kwam van de „rekkelijken en de preciesen".
De leer van de vrije genade strookt niet met de activistische instelling van de mens in het verkrijgen van de zaligheid.
Niemand minder dan dr. W. Aalders heeft gezegd dat de belijdenis van de hervorming de schok der herkenning is voor de mens van deze tijd. De geestelijke malaise bestaat in het feit dat men de ref. belijdenis niet ontdekt heeft.
IV) Het ref. belijden is daarom zo actueel omdat ze in haar belijden van God uitgaat.
Het is theonomie en geen autonomie. Daarom houdt die belijdenis het uit tegenover allen die beweren dat waarheid een gebeuren is en daarom niet vast te leggen is in een belijdenis. De mens is niet pas anders gaan denken door de „Verlichting" maar al sinds de zondeval.
Wat onze belijdenis zo echt maakt is dat de mens er bij is. Er wordt beleden in rapport met het hart. Leer is hier leven. Zondag I is een top in het berglandschap van dé belijdenis.
De actualiteit van de belijdenis verder aantonend wees hij op de vele dwalingen die vandaag opgeld doen maar die niet nieuw zijn, daar ze reeds door de NGB bestreden worden. Hoe heerlijk is de geloofsvisie van de DL waar het gaat om de zekerheid des geloofs die rust in Gods soevereine genade.
Terecht heeft prof. van Ruler gezegd dat de Ger. Theologie de Reformatie het verst heeft doorgevoerd.
Voordeel is dat onze belijdenis niet opgaat in detailpunten. Er blijft de nodige ruimte en behoedt voor sectarisme.
V) Hoe zullen de belijdenisgeschriften het best functioneren?
Niet door de belijdenis boven de Schrift te gaan plaatsen. Met prof. van Genderen is te zeggen dat de belijdenis uit de Heilige Schrift heeft geput maar dat daarmee de Schrift nog niet uitgeput is.
We zullen anderzijds onze belijdenis niet moeten relativeren door met de groepen te zweren bij de bijbel alleen. De belijdenis zegt ons dingen die we onverkort op grond van Gods Woord hebben te belijden.
Ook zullen we onverschilligheid t.a.v. ons belijden dienen tegen te gaan. Vele jongeren worden ermee geïnfecteerd op de scholen.
We zien in de Bijbel reeds belijdenisvorming. Denk aan I. Tim. 3:16 - 't Geloof dringt tot belijden. De belijdenis is van een drievoudige doopformule uitgegroeid tot de 12 artikelen, terwijl we vervolgens een verdere ontplooiing zien in de belijdenisgeschriften.
De schrijver aan de Hebreeën roept ons op om onze belijdenis vast te houden. De kerk die iet durft te belijden is een onbarmhartige moeder.
Wie af wil van de belijdenis speelt de vijand in de kaart.
VI) Hoede belijdenis te handhaven?
In de eerste plaats door als ambtsdragers te beseffen dat we opzieners zijn. We hebben een roeping en hebben onze handtekening niet voor niets onder de belijdenis gezet.
Wanneer we bezwaren hebben moeten we eerlijk handelen en een gravamen indienen.
De belijdenis dient niet als wetboek maar als hulpmiddel gebruikt te worden bij het verstaan van de Schrift en het bestrijden van leervrijheid. Vaak is het zo dat wie tegen een bepaalde zaak bezwaar heeft op meer dan één punt afwijkt. Alles hangt hier met alles samen. Heel belangrijk is een levende catechismusprediking voor de geestelijke vorming.
Zeg mij hoe u over de cat.-preek denkt en ik zal zeggen waar u kerkelijk staat.
Wat wordt op de catechisatie behandeld? Ging soms vroeger de bijbel niet open vandaag komt het tegengestelde voor, zodat er geen cat. boekje meer aan te pas komt
Laten we er voor waken dat de jongere generatie niet ontzinkt aan de gereformeerde belijdenis. De gezonde ger. leer moet worden doorgegeven, anders voltrekt zich geruisloos een bedenkelijke ontwikkeling.
Ook de ambtsdragers zullen meer gevormd moeten worden in het Gereformeerd belijden omdat soms de kennis minimaal is. Wanneer zij toezicht hebben te houden op leer en leven van de predikanten zullen ze zelf wel moeten weten waar het om gaat.
VII) Tenslotte wees ds. Velema op de betekenis van de belijdenis voor de toekomst.
We zullen nu zeker niet achter de Ger. Kerken moeten aanhollen. 1892 is voor ons na 90 jaar nog niet verouderd. Als we Chr. Ger. Kerken heten dan moeten we het ook zijn.
We hebben te waken voor een gearriveerde gemeentebeschouwing waar de eis tot bekering en de noodzaak van wedergeboorte vervaagt. Wanneer een kerkeraad van mening is dat er in de betreffende gemeente niet zozeer over de bekering gepreekt moet worden maar veel meer over de heiliging, is er wezenlijk wat mis.
Laten we waken tegen allerlei invloeden en niet toegeven.
Met betrekking tot de eenheid van de kerken wees spreker er op dat deze niet verkregen wordt door een nagelformule maar alleen op basis van Schrift en belijdenis.
Het al of niet handhaven van de belijdenis heeft grote invloed op de prediking.
Je leunt aan een preek horen of hij gereformeerd is of niet. De kennis van ellende, verlossing en dankbaarheid zal door de preek heen moeten klinken. Dan hoor je ook dat zalig worden voor 100% Gods werk is en dat het genade is om genade als genade te kennen.
Na het referaat was er gelegenheid om vragen te stellen. De vragen raakten de handhaving van de belijdenis m.b.t. het onderwijs, de politiek, theol. opleiding, evangelisatiewerk, eenheid der kerken, kerkelijke tucht, ethiek en publicaties van predikanten en van het jeugdwerk.
Behalve de inleider was er een forum bestaande uit een viertal predikanten om de vragen te beantwoorden. Ik vroeg mij af of bij dit onderwerp waar alle vragen het onderwerp van de spreker betroffen een forum nodig geweest was. Het leek mij zowel voor forum leden als inleider minder geslaagd, en bevorderde de levendigheid niet.
Misschien had het comité meer kritische vragen verwacht maar die bleven dan gelukkig achterwege of misschien ook niet gelukkig omdat critici al bij voorbaat thuis waren gebleven? Ds. Drechsler sprak een slotwoord waarin hij op grond van I. Tim. 3:14 vv sprak over de gemeente als fundament van de waarheid. De gemeente is als het ware de kandelaar waarop de kaars van de waarheid geplaatst wordt. Het hart van Christus klopt in al onze geloofsartikelen. Wie één steen wegneemt tast het hart aan.
De ambtsdragers keerden met veel huiswerk tot de gemeente terug terwijl de liefde tot de zaak van Gods Koninkrijk zeker zal zijn aangewakkerd.
Zij nog vermeld dat hele referaat in Ambtelijk Contact zal verschijnen.

A.K. Wallet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1982

De Wekker | 8 Pagina's

Ambtsdragersconferentie over: de actualiteit van onze belijdenisgeschriften nu

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1982

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken