Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Angst (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Angst (II)

9 minuten leestijd

In het eerste artikel over dit onderwerp probeerde ik de angst te schetsen, die mensen kunnen hebben. Hoe moet onze houding zijn tegenover het verschijnsel angst?

Niet onderschatten
Allereerst zou ik willen zeggen: laten we dit verschijnsel niet onderschatten. Aan het begin van het eerste artikel wees ik reeds op de collectieve angst die we vandaag alom bespeuren. Het zit a.h.w. in de lucht. Het werkt als een besmettelijke ziekte. Het steekt velen aan. Om dat te begrijpen wijs ik op drie factoren, die een duidelijke rol spelen voor de waarnemer ook al zullen de betrokkenen dat zelf nauwelijks onderkennen.
Allereerst zijn er de verschrikkingen van het nucleaire tijdperk waarin we ons bevinden. Kernbewapening is het grote schrikbeeld van de mensheid geworden. De gevolgen van een kernoorlog zouden ook verschrikkelijk zijn. Die gevolgen worden, voor zover mogelijk, in schrille kleuren getekend. Hier ligt duidelijk een van de wortels van de collectieve angst, die zich van de mensheid meester maakt inzonderheid in het dichtbevolkte Westen.
Vervolgens komt vandaag de zinloosheid van het leven op de mensen af als nooit tevoren. Enerzijds ligt dat aan de instelling van de mensen zelf. Wie geen goed middelpunt kent zal moeilijk zin en lijn in zijn leven kunnen ontdekken. Anderzijds gaat het er op lijken dat de mensheid verzadigd is door al hetgeen zij bereikt heeft. „Het bezit van de zaak is het eind van het vermaak". En nu komt de verveling op de mens af, op deze mens die geen weet heeft van hogere idealen en blijvende geestelijke waarden. Dat resulteert in een onbestemde angst.
En tenslotte is er het befaamde doemdenken, waarover ik reeds eerder schreef. Het is de ondergangsstemming die regelmatig wordt gekweekt en die niet anders dan angst kan opleveren.
We zullen inderdaad dit alles niet moeten onderschatten en minimaliseren alsof het niets te betekenen heeft. De ervaring leert in het klein en in het groot dat de angst de mens kan drijven tot onbegrijpelijke en dwaze daden.
We moeten de angst serieus nemen en we zullen angstige mensen niet moeten minachten of uit de hoogte behandelen, maar vlak naast hen gaan staan en moeten proberen hen te begrijpen.

Oorzaken
Het is erg belangrijk als we de oorzaken van de angst kunnen aantonen.
Angst ontstaat als banden worden doorgesneden, een mens a.h.w. in het luchtledige hangt, afgesneden wordt van een bepaalde gemeenschap, geen liefde meer ontvangt, zich eenzaam voelt en bedreigd door allerlei machten.
Wie het bijbels ziet weet dat Adam angstig werd en zich ging verbergen toen hij gezondigd had en besefte dat er een band was doorgesneden. De diepste oorzaak van de angst is het feit dat de mens zich van God heeft losgemaakt. Alleen in de gemeenschap met God ligt de zin van het leven. En die zin van het leven komt op de tocht te staan als die gemeenschap wordt verbroken.
Het onrustige, angstige mensenhart vindt alleen rust, opheffing van angst, vrede en vrijheid wanneer het tot rust komt in zijn Schepper en Verlosser en in het geloof met Hem verbonden is en uit Hem leeft.
Tegelijk moet op een ander element worden gewezen: de macht en invloed van de vorst der duisternis, Gods grote tegenstander, die met zijn gevarieerde tactiek altijd bezig is de mensen van God af en tot zich te trekken. Hij kan de mensen doen leven in een grote rust zodat ze zelf denken dat satan niet bestaat. Hij kan ook de mens zeer verontrusten en bang en angstig maken, hen onderwerpend aan zijn heerschappij.
We denken in de regel veel te gering over allerlei invloeden van de mensenmoorder van den beginne zoals de Heiland Zelf hem tekenend heeft genoemd. Hij is er op uit alles in de war te sturen en te gooien - diabolos (zijn naam in het N.T.) betekent: die door elkaar gooit - en ook het menselijk hart in disharmonie te brengen en aan allerlei angsten te onderwerpen. Hoe angstiger een mens is, hoe meer ontredderd des te liever is het hem. Hij schept daarin een duivels behagen. En er zijn middelen genoeg vandaag om de mens angstig te maken. De structuur van de tijd, de ontwikkeling van allerlei tot dusver latente krachten en de bindende machten van verdoving en verslaving worden door hem gebruikt om de mens in de wurggreep van de angst te brengen en te houden. Iemand heeft eens geschreven: „Wie eenmaal in de molen van de angst gekomen is, die houdt hij daarin vast. Angst is een stukje hel op aarde."

Eschatologisch
Deze laatste opmerking brengt me tot het plaatsen van de angst in het kader van de laatste dingen. In Zijn rede over de laatste dingen tekende de Heiland de dagen die aan Zijn komst vooraf gaan ook met deze woorden: „En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen." (Lucas 21:25 en 26).
Uit deze woorden wordt duidelijk dat de angst grootse vormen gaat aannemen. Dit zal typerend zijn voor de mensheid, die Christus' wederkomst niet met blijdschap verwacht: zij zullen angstig zijn en angst zal hun hele bestaan kenmerken. Het zijn sterke woorden die hier gebruikt worden in deze twee verzen: twee keer angst en één keer vrees.
Hoe vreselijk zal het zijn God niet te kennen, het Evangelie veracht te hebben en nu overgeleverd te worden aan de grootste angst; een angst die zich tenslotte zal uiten in het verschrikkelijkste gebed dat in de Bijbel staat: het gebed van angstige mensen niet tot de levende God maar tot de dode bergen: bergen valt op ons en heuvelen bedekt ons.
Is de collectieve angst die nu over de mensheid gaat reeds een voorteken van de angst die de mensheid zal hebben als de wereld zal vergaan omdat Christus terugkomt?

Evangelie
Hoe rijk en heerlijk luidt dan nu nog het Evangelie, dat de remedie is tegen de angst. Het klinkt de hele Bijbel door- iemand heeft uitgerekend 365 keer: voor elke dag dus weer- „vreest niet". Het klinkt uit mensenmond, uit engelenmond op Kerst, Pasen en Hemelvaart en het klinkt uit Christus' eigen mond: Vrees niet (Openb. 1:17).
Alleen laten we goed begrijpen dat we dat zo maar niet moeten zeggen.
Het Evangelie is geen wonderpil. We bedoelen: angstige mensen zullen zonder meer dat Evangelie niet als medicijn accepteren. Met andere woorden: we zullen de mens in zijn angst, in de oorzaken van zijn angst moeten opzoeken, moeten begrijpen en moeten behandelen willen we de rijkdom van het Evangelie goed tot hem laten doordringen.
We kunnen te gemakkelijk zeggen: wees maar niet bang, zonder dat we in de verte maar gevoeld of begrepen hebben wat de man of vrouw, de jongen of het meisje beweegt dat zo bang is.
Hoe persoonlijker benaderd hoe persoonlijker en effectiever kan het Evangelie worden gebracht. Het Evangelie dat de Godsvervreemding doorbreekt, dat de mens weer in de juiste relatie plaatst tot God, zijn medemens en zichzelf en dat daarom het klimaat schept waarin de angst kan worden weggenomen zodat rust en vertrouwen kan komen en groeien.

Angstverwekkend?
Eén tegenwerping kan gemaakt worden: de prediking kan de mens grote angsten bezorgen. In bepaalde opzichten kan het christendom angstverwekkend en gezondheid-ondermijnend werken
Dat kan inderdaad en dat kan in een bepaalde hoek van de geref. gezindte door een bepaald soort prediking gebeuren. Maar dat is dan wel een zeer eenzijdige, eigenmachtige en eigenwillige prediking.
Men kan zo de nadruk leggen op de eis Gods, die nooit te volbrengen is; op de totale onmacht van de mens en op het eeuwig oordeel, waaraan niet te ontkomen is dat deze drie een dodelijke driehoek slaan om een mensenziel
Inderdaad - als men niet meer zegt dan predikt men de angst en dan maakt men angstig, maar dan verstaat men het Evangelie wel bijzonder slecht.
We behoeven niets af te doen van Gods heilige wet, onze totale onmacht en het komende oordeel, dat zijn elementen die door en door schriftuurlijk zijn, maar als men niet meer te zeggen heeft dan predikt men angst en wanhoop en is men geen prediker van verlossing. Het gaat juist om de rijke prediking van Gods genade in Christus tegen de achtergrond van al het angstaanjagende dat er is, ook tegen de achtergrond van onze zonde.
Hoe kunnen we dan juist leiding geven aan de angstige mens van deze tijd; geestelijke leiding om de mens van angst te leiden tot vertrouwen; van zonde tot genade; van vrees tot vreugde; van verlorenheid tot geborgenheid; van hel tot hemel, waar alle vrees en angst verdwenen zal zijn omdat God zal zijn alles in allen. Nooit geen angst meer!

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1982

De Wekker | 8 Pagina's

Angst (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1982

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken