Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Let eens op de kinderen (II): Let eens op de kinderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Let eens op de kinderen (II): Let eens op de kinderen

6 minuten leestijd

Wordt als de kinderen Matth. 18:3

Als we eerlijk zijn, erkennen we, dat we ons drukker maken over „worden als een man" dan over „worden als de kinderen." Ik ben bang, dat zich daarbij nogal wat wereld gelijkvormige motieven breed maken in ons.
Want als vorm van prestatie-denken komt dit niet zo maar uit de lucht vallen.
De grootste en sterkste oogst bewondering. Zorg ervoor, dat je de andere voorblijft, anders delf je zelf het onderspit.
Dat zit in onze samenleving overal ingebakken. Voor grotere prestaties op je werk liggen beloningen klaar. Men moet in de laboratoria steeds nieuwe ontdekkingen doen, omdat ze de grootste willen zijn. Groei en vooruitgang kun je gerust het „geloof" achter ons economische bestel noemen. De grootste willen zijn is dé drijfveer van de wapenwedloop. We voelen ons alleen veilig, als ons machtsblok sterker is dan dat van de tegenstander.
Dit zal de reden zijn, dat we dit woord van Jezus wereldvreemd vinden; het is verleidelijk om ons ermee terug te trekken in onze privésfeertjes. Die vraag van de discipelen „Wie is de grootste in het koninkrijk?" is ons niet zo wezensvreemd. Je kunt het dé zonde tegen God noemen; zo begon het: „als God willen zijn." Zulk denken is sindsdien waarachtig niet opgehouden.
Ook in de kerk kan dat als een vliegwiel werken. Wat kan er geen hoogmoed verscholen zitten achter opmerkingen als „ónze kerk, ónze identiteit." Je eigen kerk is zo maar de grootste, de beste én norm voor andere kerken.
De omgang van de gelovigen onder elkaar: je in geloofs prestaties aan elkaar afmeten; of iemand anders de grootste vinden, wat „ik ben van Paulus" enz. gaat opleveren. En weten we, dat wij zelf aan zulke wedstrijden niet mee kunnen doen, dan vinden we onszelf in eenvoud de grootste.
Jezus houdt ons hoogmoedige mensen de kinderen als model voor. We moeten de vraag van de discipelen niet vergeten: „Wie is de grootste?" Zij hebben dit overgenomen van de joodse godgeleerden. In een geestelijke wedijver bepaalden die bij hun ontmoetingen wie de grootste was. En ze gingen ervan uit, dat God hun rangorde wel overnam in Zijn rijk.
De discipelen blijken ook met zulke gedachten rond te lopen en of Jezus nu maar even die grootste aan wil wijzen. En met kloppend hart wachten ze af, want stel je voor, dat Jezus jou aanwijst!
En wat doet Jezus? Hij haalt een kind in de kring. En dat hakt erin. Ook in de tijd van Jezus. Er was wel aandacht voor het kind, maar alleen als volwassene van straks. Kinderen komen pas kijken: ze kennen de wet nog niet, dus kunnen ze nog niet op prestaties wijzen.
Jezus zegt het heel voorwaardelijk: „ . . . indien gij u niet bekeert en . . . zult gij het koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan."
Wat bedoelt Jezus met „kinderen?" Ook hier zoekt men het wel in het wezen van het kind. Dat levert dan het volgende op: we moeten eenvoudig, kinderlijk geloven; al dat studeren in de bijbel geeft alleen maar vragen enz. enz. Dan wordt „worden als de kinderen" toch weer een menselijke prestatie. Alsof er in de bijbel niets staat over geestelijke groei, mannelijke rijpheid e.d. Bovendien, kinderen zijn van nature niet nederiger dan volwassenen.
Wat typeert een kind nu in vergelijking met een volwassene? Het moet zijn hand ophouden. Een kind is afhankelijk van wat het krijgt. Worden als de kinderen wil dan zeggen: ontvang het koninkrijk, zoals de kinderen dat ontvangen. Helemaal als het om het koninkrijk van God gaat: we kunnen dan onze handen slechts als bedelaars opendoen en het ons laten geven.
Want koninkrijk van God betekent: God handelt; Hij komt in Jezus Christus ons redden van ons zondige bestaan. Daar is geen vinger van ons bij.
Dan maakt het niet uit of je kind of volwassene bent. Meer nog, dan ben je niets meer dan een kind, want groot-zijn, prestaties leveren tellen niet. Het is je door God laten regeren: Jezus Heer laten zijn in je leven. Je niet te gering achten (vs. 4) om als een kind te vragen: God wilt U mij redden; wilt U door mij heen regeren.
Dat is nu de andere orde van Gods rijk. Dit staat ons niet op het lijf geschreven. Worden als de kinderen is hetzelfde als je bekeren. Voor het eerst, maar ook daarna: zó weerbarstig is ons hart.
De kinderen staan hiervoor model. Maar we mogen hiervoor ook naar Jezus zelf kijken: Hij vernederde zichzelf voor ons; diende ons tot en met Zijn leven; Hij werd de minste der broeders.
In de weg van bekering en geloof mag dit waar worden in ons leven. Worden als de kinderen, als het gaat om de betekenis van onze geloofsdaden voor onszelf. Slechts dienst aan God en de naaste is van belang, naar het voorbeeld van Jezus Christus. Als teken dat we van Zijn dienst ons heil verwachten.
Dit is ook werkelijke bevrijding. Want dat is een andere orde dan er in onze samenleving op na wordt gehouden, waar de kleinen worden verdrukt en de geringen niet meetellen.
We zijn b.v. gezegend, als er gelovigen in ons leven zijn geweest, die veel voor ons betekend hebben. Maar Jezus bevrijdt ons ervan om hen tot maat voor ons geloven te maken.
We mogen elkaar dienen met de gaven, die God ons gaf. Zo verlost Jezus ons van het waandenkbeeld, dat er onder gelovigen een „rangorde/hiërarchie" zou bestaan. Want dan zou de voortgang van het koninkrijk = het regeren van God in de weg worden gestaan.
Deze orde van Gods rijk is ook van belang voor onze manier van omgaan met en praten over andere kerken. Dan hoef je echt niet te vergeten, wat God aan je gaf. Alleen wil worden als de kinderen dan zeggen, dat je je niet de beste en de grootste kerk acht; waarmee je nl. ook het koninkrijk van God = het werk van God in andere kerken ontkent.
Deze andere orde van Gods rijk in onze wereld. Alleen al de persoonlijke omgang met de naaste. Dienen met wat je ontvangen hebt, in plaats van heersen. Ik weet - eerlijk gezegd - niet goed hoe je dit in de huidige werkelijkheid economisch moet vertalen. Wel dat bekering door te worden als de kinderen je ervan weerhoudt om het alleen te verwachten van groei en vooruitgang.
Politiek lijkt het me niet zo moeilijk: je kunt daar steun geven, waar men opkomt voor de geringen, de armen, de ontrechten, die door de groten en geweldenaars vermorzeld dreigen te worden.
Zó worden als de kinderen draagt de belofte in zich: het koninkrijk binnengaan. Dat is niet verwonderlijk: Gods kracht kan zich dan in ons en door ons heen in onze zwakheid openbaren.
Worden als de kinderen is het verwachten van de bevrijding van Gods daden.
God ziet graag dat wij ons daardoor laten bezielen. Dat is vreemd in onze wereld. Maar dat kan je niet verbazen als je weet, dat de orde van deze wereld totaal anders is dan die van Gods rijk.
Van de kinderen kunnen we leren ons te bekeren van wereld gelijkvormigheid.

Almere, K.T. de Jonge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juli 1982

De Wekker | 8 Pagina's

Let eens op de kinderen (II): Let eens op de kinderen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juli 1982

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken