Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waar bemoeien ze zich mee?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Waar bemoeien ze zich mee?

5 minuten leestijd

Tekst van een korte radio-toespraak uitgezonden door de NCRV in de rubriek „Moment" (Evangelisch commentaar bij de tijd) op maandag, 12 juli 1982.

Onlangs gaf de Raad van Kerken in Nederland een verklaring uit over de situatie in het Midden-Oosten. Korte tijd later werd deze in een aantal kerken voorgelezen als kanselboodschap. De verklaring, die inmiddels werd gepubliceerd in dag- en weekbladen, wordt blijkbaar druk besproken. De reacties zijn van zeer uiteenlopende aard: van grote instemming tot algehele afkeuring. Uit ingezonden brieven in kranten blijkt dat sommige mensen zich afvragen: waar bemoeien die kerken zich eigenlijk mee?
Sommige critici zeggen: er staat eigenlijk niets nieuws in. Anderen merken op: wat er in staat gaat veel te ver. Volgens sommigen is de verklaring te pro-israëlisch, volgens anderen te pro-palestijns. Maar gemeenschappelijk is de kritiek van hen die zeggen: waar bemoeien zij zich in vredesnaam mee?
Voor we die vraag beantwoorden doen we er goed aan, eerst vast te stellen, dat de meningen over het israëlische optreden in Libanon nogal verdeeld zijn, ook binnen Israël zelf. En dat de meningen over een oplossing van het Palestijnse vraagstuk eveneens verdeeld zijn, ook onder de Palestijnen. Daarom behoeft het ons niet te verwonderen, dat een kerkelijk stuk over de huidige situatie in het Midden-Oosten ook in ons land geheel verschillende reacties oproept.
Waar bemoeien die kerken zich eigenlijk mee? Het antwoord op die vraag ligt in de verklaring zelf. Daarin wordt - inderdaad „in vredesnaam"! - zowel gepleit voor het recht van Israël op een staatkundig bestaan in veiligheid, als voor het recht van de Palestijnen op zelfbeschikking en een staatkundig bestaan. Met andere woorden: men houdt rekening met twee partijen, die slechts in vrede kunnen leven als zij elkaar wederzijds erkennen, het wederzijdse geweld staken en samen aan de onderhandelingstafel gaan zitten.
U zegt misschien: ja, dat is nogal logisch. Maar helaas speelt de logica in dit soort conflicten een ondergeschikte rol. Want de emoties zijn zo heftig, dat het gezonde verstand weinig kans krijgt. Dat blijkt ook in Nederland wel uit de reacties op deze publikatie.
Uit de verklaring wordt duidelijk, waarom de kerken zich over deze zaak uitspreken. Er staat o.a.: „Juist vanuit onze verbondenheid met de weg van Israël mogen wij niet verzwijgen, dat wij op grond van ons verstaan van Wet en Profeten, de huidige weg van de staat Israël als heilloos moeten beschouwen." Ten diepste gaat het dus om een blijk van verbondenheid met het joodse volk en om het verstaan van het gemeenschappelijke geloofsgoed.
Niet lang geleden ontving ik een nieuw deel van een theologisch woordenboek op het Oude Testament, waarin o.a. de betekenisontwikkeling van het woord „Israël" wordt besproken. Op dezelfde dag, waarop dit boek op mijn schrijftafel kwam te liggen en ik het artikel over het bijbelse Israël las, brak het nieuwe conflict in het Midden-Oosten in alle hevigheid los. En zo gebeurde het, dat op de avond van dezelfde dag, waarop ik dat artikel las, de kranten weer eens grote koppen hadden, waarin eveneens het woord Israël voorkwam. Maar dan wel in een geheel andere betekenis, nl. die van een huidige staat in het huidige Midden-Oosten.
Heeft het ene iets met het andere te maken?
Sedert de stichting van deze staat op 14 mei 1948 draagt hij de naam „Israël." Daarmee hebben de stichters en de joodse bewoners van die staat bewust gekozen voor continuïteit met de geschiedenis en het geloofsgoed van het bijbelse verleden. En daarmee hebben zij zich een zware verantwoordelijkheid opgelegd. Zij hebben immers met deze naam gekozen voor een blijvende band aan hun culturele en godsdienstige erfenis. En dat betekent nogal wat, ook voor hun relatie met de andere volken.
Want die erfenis van Israël is niet aan de volken voorbijgegaan.
Als dat het geval zou zijn, zouden misschien hoogstens enige specialisten op het gebied van oude talen en culturen zich interesseren voor wat er nu met en in deze moderne staat gebeurt. Maar dat is nu eenmaal niet zo. De literatuur van oud-Israël is niet alleen het geestelijke erfgoed van de Joden, maar ook van vele miljoenen andere mensen in de hele wereld. En juist daardoor ontstond onder die miljoenen anderen een speciale verbondenheid met het joodse volk. Ook met dat deel van dit volk, dat in de staat Israël woont en zich voor de band met dat land en de wijze waarop men er mee omgaat beroept op die oude literatuur. Daaraan wil men immers zijn identiteit ontlenen.
Daarom behoeft het niemand te verwonderen, dat de kerken zich op een speciale wijze verbonden voelen met deze staat en dat het wel en wee daarvan miljoenen mensen, ook buiten Israël, ter harte gaat. Helaas is dit gevoel van verbondenheid er niet altijd geweest. Velen van ons is het maar al te goed bekend, welke ontstellende gevolgen dat in het verleden heeft gehad. Maar nu is er bij velen dat gevoel van verbondenheid wel, mede als gevolg van hernieuwde bezinning op de bijbelse boodschap. En juist vanuit die verbondenheid ontstond nu deze verklaring. Die is geen teken van bemoeizucht maar van solidariteit, ook als men verontruste vragen stelt. Het gaat immers om het verstaan van het gemeenschappelijke erfgoed. Daarom bemoeien we ons er mee.

M. Boertien

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1982

De Wekker | 8 Pagina's

Waar bemoeien ze zich mee?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1982

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken