Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Avondmaal ook voor kinderen? (V)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Avondmaal ook voor kinderen? (V)

9 minuten leestijd

Kan een kind zichzelf beproeven? Kan een kind het lichaam des Heren onderscheiden, hetzij in de zin van het gebroken brood, hetzij lichaam in de zin van de gemeente onder haar éne Hoofd Christus?
Deze vragen zijn niet eerst vandaag opgekomen en zij worden ook niet eerst vandaag zo geformuleerd. Toch zijn het niet de vragen, die van doorslaggevende betekenis zijn geweest toen men in de gereformeerde traditie de openbare belijdenis ging invoeren als vereiste voor het vieren van het avondmaal. Immers ook dan, wanneer men de zelf beproeving meer verbindt aan het onderzoek van de relatie, die men heeft tot de gemeente; en ook dan wanneer men het „onderscheiden van het lichaam" betrekt op de gemeente als zodanig, wil dit in geen enkel opzicht betekenen, dat dén over de toelating van kinderen tot het avondmaal gemakkelijker gedacht zou kunnen worden.
Naar ons besef heeft men bij een andere opvatting van deze woorden nog op geen enkele manier bereikt dat de kinderen weer vanzelfsprekend erbij betrokken zouden kunnen worden. De grond voor de invoering van de openbare belijdenis als vereiste voor de toegang tot het avondmaal ligt op een ander vlak. Men is in de gereformeerde traditie, die georiënteerd was op Genève tot deze structuur gekomen. Wil men die structuur loslaten, dan dient men op z'n minst de motieven te weten, die geleid hebben tot het invoeren er van.
Het verbaast ons niet, dat men zo gemakkelijk over de fundamentele vragen heen stapt, die hier liggen. Men weet in vele gevallen niet meer hoe de dingen ontstaan zijn.
Fundamentele vragen zeiden nee. Een van de meest fundamentele is wel de kwestie van het beroep op de Schrift. Is men werkelijk een eind verder gekomen wanneer men kan zeggen: kinderen aan het avondmaal: de Schrift zegt er dit of dat van. Hanteren wij zo de bijbel in betrekking tot alle vragen van het leven? Neem de kwestie van de kinderdoop. Zij is niet eenvoudig op te lossen met een verwijzing naar een tekst uit de bijbel. Zij kan, en dan ook geheel terecht, worden verdedigd met een beroep op de doorgaande lijn van de openbaring Gods in de Schrift. De eenheid van het Oude en het Nieuwe Testament is hier doorslaggevend. En dit is een typisch voorbeeld van Schrift beroep, zoals dit geschiedt in de gereformeerde traditie. Men wijst zo het biblicisme af, dat uitgaat van de illusie dat men alles met de Schrift moet kunnen verdedigen, simpelweg door een beroep op een Schriftplaats. De gereformeerde wijze van Schrift beroep is bepaald door een verwijzing niet maar naar een enkele losse, op zichzelfstaande tekst, maar door de begeerte om naar de openbaring in haar geheel te luisteren. Het gaat daarbij niet om een Schriftplaats, maar om de Schriften.
Heel duidelijk wordt dit nu ook met betrekking tot de structuur van de gemeente. Deze is niet op een enkele Schriftplaats gebouwd. Zij is, zoals wij haar nu kennen tot stand gekomen in de tijd van de Reformatie. Daarbij hebben allerlei factoren een rol gespeeld. Vooral is van betekenis geweest de strijd met de wederdopers en het conflict met Rome.
Het laatste - het conflict met Rome - was er eerst. De kerk van Rome is een sacramentskerk. De kerk van de Reformatie wilde kerk van het Woord zijn. Dat Woord wordt gepredikt. Het is het Woord van de belofte. En waar de belofte in het geloof wordt aanvaard, daar is de rechtvaardiging, de vergeving van de schuld en de overvloedige rijkdom van de genade. In het sacrament wordt nu diezelfde genade in de belofte betekend en verzegeld. Daarom is de kerk van de Reformatie geen sacramentskerk maar kerk van het Woord. Ook bij de bediening van het sacrament staat het Woord centraal. Zó koos de Reformatie positie tegenover Rome.
Maar daarbij ontmoetten de reformatoren de dopersen op hun weg. Deze laatsten vonden heel vaak dat de reformatoren maar halfslachtige mensen waren. Zij zeiden dat men veel verder moest gaan. Niet alleen de roomse sacramenten moesten worden afgeschaft, maar ook de kinderdoop. Hun ideaal was een heilige gemeente, die het best kon worden gerealiseerd door alleen hén te dopen die hun geloof hadden beleden.
Naar de kant van Rome koos de Reformatie voor het Woord, en tegen een al te magische opvatting van de sacramenten. Naar de kant van het Anabaptisme koos de Reformatie voor de breedheid van het verbond, voor de kinderdoop en tegen een overgeestelijke opvatting van de genade, alsof deze met de natuur in strijd was. Op één punt moest men de dopersen gelijk geven. Het was op het punt van de heiligheid van de gemeente. Daarom koos vooral de Gereformeerde reformatie voor een belijdende kerk. De luthersen gingen daarin minder ver, hetgeen samenhing met hun kijk op de rechtvaardiging en de heiliging, met een evangelie, en de leer van de twee rijken. Op deze punten dachten de gereformeerden anders. De heiliging moet óók in de kerk tot uitdrukking komen. De wet heeft ook betekenis voor de gelovigen en het rijk van Christus neemt in de gemeente gestalte aan.
Tegen de achtergrond van deze zeer wezenlijke zaken is toen het ouderlingen-ambt ontstaan. Hij - de ouderling - staat vlak bij de avondmaalstafel. Hij bedient niet het Woord. Hij bedient de tucht. En de toegang tot het avondmaal loopt alzo via de kerkeraad, die toezicht oefent.
Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen van hoe grote betekenis de gereformeerden in het voetspoor van Geneve deze structuur van de kerk hebben geacht. Het voert te ver om de verwikkelingen te beschrijven waarin zij geraakten in Heidelberg, en daarna ook in Nederland, in Utrecht, in Leiden en tenslotte op de synode van Middelburg-1581, maar zij hebben met een klare en krachtige overtuiging zich ingezet voor een vormgeving van de gemeente, die uitdrukking zou kunnen zijn van het feit, dat de genade niet goedkoop is. Dát ligt tenslotte achter deze structuur. Elke vorm van vrijblijvendheid is hier contrabande. De volkskerk idee is alleen staande te houden wanneer men deze vrijblijvendheid inbouwt. Dat heeft de Gereformeerde Reformatie niet gewild. Enerzijds weigerde men het doperse model van de heilige gemeente te aanvaarden. De kinderdoop bleef gehandhaafd. Maar men besefte tegelijkertijd, dat de zin van heiligheid niet mocht worden losgelaten. Vandaar dat het avondmaal geplaatst werd op de hoogte van de heiligheid Gods.
Wanneer men nu die zaak ontkoppelt en de openbare belijdenis als eis voor de toelating tot het avondmaal laat vallen, betekent dit voor gereformeerde kerken, dat men in feite terugvalt naar de uitgangspositie vóór de Reformatie. Historisch beschouwd zegt men dan, dat de overtuiging der gereformeerde vaderen, die hier te lande de strijd om de structuur van de gemeente beheerste, voor ons niets meer te zeggen heeft. Kerkelijk gezien kiest men dan voor de volkskerk, en ik weet niet wét voor argument men dan heeft om nog een stap verder te gaan en te zeggen: ook de ongedoopten hebben zonder meer toegang. Het lijkt - op dit standpunt - willekeurig om de ongedoopten er buiten te laten.
Tegen de achtergrond van deze principes is het kinderachtig om over leeftijden te spreken. Men raakt een structuur kwijt, die met grote zorgvuldigheid door onze vaderen is gekozen en waarvoor zij waarlijk wel argumenten hadden. Ik verwijs hier naar de motivatie bij Bucer, Calvijn, Beza, en naar de strijd die in de zestiende eeuw door de gereformeerden met de overheid is gevoerd over het eigen karakter van de kerkelijke tucht. Dat gehele complex is hier in geding. En aan deze structuur kan men niet improviserenderwijs sleutelen zonder allerlei grote risico's te nemen.
En de kinderen dan? Horen die er dan niet bij? Zij behoren er wezenlijker bij dan wij soms laten merken. Men is niet klaar met de twijfelachtige aanspraak te gebruiken: broeders en zusters, jongens en meisjes. We zullen méér moeten doen dan het hanteren van zulke thetorische middelen, die theologisch en confessioneel gezien nogal dubieus zijn. Bij de doop wordt reeds gebeden, dat zij Gods vaderlijke goedheid zouden belijden. In die weg is er een onderscheid kennen van het lichaam van Christus en een bewuste participatie aan het leven van de gemeente waartoe zij immers mogen behoren.
Het zou interessant zijn om de vraag te overwegen in hoeverre een overtrokken wedergeboortebegrip in verband met de doop de vraag van de kindercommunie op een latente manier heeft bevorderd. Dan zou de invloed van het Kuyperiaanse spreken over de veronderstelde wedergeboorte wel eens de achtergrond kunnen vormen van wat er ook op dit punt binnen de Gereformeerde Kerken aan de hand is. We laten die kwestie nu rusten.
Het is voldoende als we hebben aangetoond, dat de relatie tussen openbare belijdenis en avondmaal tot nu toe in de gereformeerde kerkorde op een zinvolle wijze is geregeld.
Alle experimenten die deze relatie devalueren werken chaotiserend, niet maar voor een ogenblik, maar zeker op de duur voor een kerkverband dat uitdrukking wil zijn van een goede geestelijke orde.

NASCHRIFT
Het was de bedoeling om het bij deze vijf artikelen te laten over de vraag of het avondmaal zonder openbare belijdenis van het geloof door kinderen kan worden gevierd als regel dan. De hoofdzaak van de hele kwestie is gelegen in de al of niet gereformeerde visie op de structuur van de gemeente. Nu ontving ik net nog een publicatie van de Wereldraad, gewijd aan het thema. Het is een oecumenisch pleit voor de toelating van kinderen tot de eucharistie onder de titel " . . . and do not hinder them" (verhinder hen niet). Het boekje geeft een rapport van een bespreking, een overzicht van de situatie in een groot aantal kerken, en een paar artikelen die deze gang van zaken verdedigen. De vraag die nu bij mij opkwam is deze: kunnen de Gereformeerde Kerken binnen de Wereldraad hun profetische functie op dit punt nog wel waarmaken? Dat was immers hun motivatie om toe te treden? Of, die vraag dringt zich ook aan ons op: hebben de Gereformeerde Kerken zozeer de algemene geest, die binnen de Wereldraad heerst overgenomen, dat ze op dit punt geen boodschap meer hebben? Een specifiek gereformeerde visie op het kerk zijn is in geding, die niet incidenteel is, maar diepe samenhangen vertoont met datgene wat altijd als het eigene van het gereformeerde belijden is aangemerkt.

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

De Wekker | 8 Pagina's

Avondmaal ook voor kinderen? (V)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken