Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Actuele nieuws Voor de lens

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Actuele nieuws Voor de lens

9 minuten leestijd

Bloedbad
Met grote afschuw heeft heel de wereld kennis genomen van het ontzettende bloedbad dat is aangericht in twee Palestijnse vluchtelingenkampen in Beiroet waarbij meer dan 1500 mensen zijn vermoord.
De naam Beiroet is de laatste maanden een begrip geworden, maar dan een begrip van onvoorstelbare ellende, vernietigend oorlogsgeweld, onvoorstelbare chaos, troosteloze ruïnes. Maar wat nu gebeurd is na het vertrek van de PLO - bereikt door de Israëlische aanvallen, die een bevrijdend karakter hadden voor de Libanezen - is met geen pen te beschrijven. Een nieuw gekozen president werd vermoord en de partijgangers van de president zonnen op wraak en met medeweten en goedvinden van het Israëlische leger werden Palestijnse vluchtelingen, die zich veilig waanden in hun kampement, gedood.
Het is voor ons buitenstaanders welhaast onmogelijk om de draad te vinden in al deze gebeurtenissen, die als een lawine over ons heenkomen. Wie kan de gangen van de politiek begrijpen en dat geldt in verdubbelde mate als het gaat over de uiterst gecompliceerde politieke situatie in het Midden-Oosten, waar de spanningen tussen de daar wonende volken bijzonder groot zijn.
Het is wel duidelijk dat er een grote eeuwenoude diep borende tegenstelling is tussen Israël en de Arabische bevolking van het Midden- Oosten. Deze tegenstelling is duidelijk toegespitst na de stichting van de staat Israël en na de positie die Israël zichzelf heeft veroverd in de loop der jaren.
Het is anderzijds begrijpelijk dat deze zo nadrukkelijke presentie van Israël problemen oplevert voor hen, die voordat de staat Israël werd geproclameerd en vóór vele Joden uit heel de wereld naar Israël kwamen als vervulling van hun diepste verlangens - de Palestijnen.
Wie zou menen dat de Arabische wereld een eenheid is vergist zich deerlijk. Het is voor ieder, die een beetje de gang van zaken volgt zonder insider te zijn, wel duidelijk hoeveel tegenstellingen er zijn tussen verschillende Arabische staten, ook al zijn het alle aanhangers van dezelfde godsdienst, de Islam. Velen gunnen elkaar het licht in de ogen en het recht van bestaan niet. Dat dit Israël's positie ten goede komt is wel duidelijk.
Libanon is inzonderheid het voorbeeld van een innerlijk verdeeld land, dat zichzelf door interne verdeeldheid ten gronde richt. Deze verdeeldheid was voor de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie reden om vanuit Libanon te opereren. Nu Israël de PLO uit Libanon heeft verdreven is de rust in dat land nog lang niet teruggekeerd. Opnieuw hebben Westerse landen troepen naar dit landje aan de Middellandse Zee gezonden om de rust enigermate te handhaven. Het aangerichte bloedbad heeft immers duidelijk gemaakt dat niemand van zijn leven in dit land zeker is.
Het aangerichte bloedbad is een teken aan de wand: zo scherp zijn de verhoudingen. Het staat niet aan ons te beoordelen wie de schuldige is aan dit bloedbad. Vingers worden gericht naar Israël en Amerika. Maar men moet zich intens hebben verdiept in de verhoudingen om een bezonnen oordeel uit te kunnen spreken. De belichting van verhoudingen en gebeurtenissen is zo verschillend dat we heel voorzichtig moeten zijn om een beslissing te nemen en ver van het strijdtoneel te zeggen: zo is het en die is het.
Laten we liever zeggen dat allen schuldig zijn en geen land vrijuit gaat in dit geval. Een dergelijk bloedbad is een aanklacht tegen de gehele mensheid. Wij knappe en technisch hoog gekwalificeerde mensen zijn blijkbaar niet in staat een dergelijk leefklimaat waar ter wereld ook te scheppen waar deze dingen onmogelijk zouden zijn. Onze vredespolitiek heeft gefaald. Westerse landen hebben hun eigen belangen in deze olierijke gebieden. Dat is in vele opzichten belangrijker dan een oplossing zoeken voor vrede in het Midden-Oosten, waarbij zowel Israël als de Palestijnen gebaat zijn.
Het feit dat op zo grote schaal mensen, die toch reeds opgejaagd zijn en zich onzeker voelen, worden gedood in wilde wraakzucht en haast duivelse razernij tekent het faillissement van morele waarden, menselijke beschaving en christelijke normen.
Wie zou niet wenen bij zo'n slachting èn om de slachtoffers èn om de slachters!

Troonrede
Op de derde dinsdag in september, vanouds de Prinsjesdag, heeft Koningin Beatrix de jaarlijkse troonrede gehouden. Voor de tweede keer was deze troonrede het produkt van een demissionair kabinet. Prinsjesdag vraagt om een troonrede, maar het kabinet dat op het punt staat om te vertrekken, kan toch eigenlijk geen troonrede samenstellen, die het beleid van het volgende kabinet uitstippelt.
Begrijpelijk dat deze troonrede stond in teken van de constatering van de sombere economische situatie waarin we ons als land en volk bevinden. Het is een in-droeve situatie die ons wordt getekend. „De werkloosheid loopt scherp op". „Het ziet er haar uit dat het herstel van de werkgelegenheid nog vele jaren zal vergen". „Als het financieringstekort van de overheid niet met krachtige hand wordt aangepakt, zullen de overheidsfinanciën onbeheersbaar worden". Het zijn maar een paar korte zinnen. Maar in die zinnen ligt een stuk problematiek die de ernst van de situatie tekent.
Ingrijpende maatregelen dienen te worden genomen. Plannen worden gemaakt en voorgelegd. Het is duidelijk voor ieder, die goed leest en hoort, dat de regering zich zorgen maakt over de toekomst van ons volksleven. Het is niet voor de eerste keer dat dit geluid in de troonrede wordt gehoord. Reeds zes jaar lang wordt gesproken over ombuigingen. Maar uit ambtelijke studies blijkt dat van die ombuigingen praktisch niets is terecht gekomen.
Men probeert in de troonrede er voor te zorgen dat de situatie niet slechter wordt en dat is te waarderen, maar we hebben nodig dat wegen worden aangegeven waarlangs de financiële en maatschappelijke situatie weer gezond wordt. En dat missen we pijnlijk. Dat is te begrijpen van een demissionair kabinet. De troonrede werd gemaakt door ministers, die allerminst armslag hadden en geen bevoegdheid om te zeggen: zo moet het en zo kan het. Wat hebben we een krachtige regering nodig die eensgezind de reële situatie onder ogen ziet en duidelijk wegen wijst ter verbetering. En als we dan een stap, twee stappen of meer terug moeten doen laat dat dan duidelijk en eerlijk en rechtvaardig worden aangegeven om „een financiële ontreddering te voorkomen".
In dit verband treft het ons dat in deze troonrede zoals ook in vorige niet gepeild wordt waar de oorzaken liggen. Nog anders gezegd: er is zo weinig een geestelijke benadering van de politieke en economische situatie. Als er al geen oproep gedaan wordt om ons nationale welzijn te zoeken in de dienst van de Here en in een leven naar Zijn Woord en Wet, hetgeen men in deze tijd van welk kabinet ook nauwelijks kan ven/vachten, er klinkt ook in de troonrede zelfs het besef niet door dat wij afhankelijk zijn van de zegen van de Allerhoogste. Als we Hem verlaten wat wijsheid zouden we hebben? En als de ene minister uit een partij die zich nog siert met de C van Christelijk een wijziging in de zedelijkheidswetgeving aankondigt, die op gespannen voet komt te staan met Gods wet en een andere minister uit diezelfde partij de antidiscriminatiewet in uitzicht stelt, waarin de uitgangspunten van het zo omstreden voorontwerp worden gehandhaafd, dan worden we teleurgesteld niet alleen, maar worden we bang voor de toekomst. Zo kan de Here ook niet met ons zijn en zo kan er geen keer komen. Als wij Zijn Woord en Wet loslaten en Hem verlaten, zal Hij ons verlaten en dat zullen we merken op allerlei gebied.

Modeverschijnsel
In een Russisch blad de Komsomolskaja Pravda, het orgaan van de jongerenafdeling van de Communistische Partij in de Sowjet-Unie werd onlangs gezegd dat het geloof een modeverschijnsel is. Veel jonge Russen gaan naar de kerk niet omdat ze gelovig zijn, maar omdat ze worden aangetrokken door de uiterlijke vorm van de godsdienst. Ook religieus ritueel, zoals huwelijksinzegeningen en de doop, werden gerangschikt onder „een soort modeverschijnsel".
Wie zo iets leest en er even over nadenkt moet concluderen dat men zich op deze wijze wel heel erg goedkoop en gemakkelijk afmaakt van het christelijk geloof. Het is een verlegenheidsargument om het zo te stellen en daarom de strijd tegen „het religieuze vooroordeel" te verscherpen.
Als onze jongeren dit lezen zou een percentage onwillige doopleden, die onverschillig worden met betrekking tot de kerk, het geloof, de catechisatie en de Bijbel, reageren met de opmerking: was het maar waar dat het geloof een modeverschijnsel was! Maar dat is het juist: het geloof en de kerk hebben zeer oude papieren en breken daarmee betekent je buiten de lijn van de familie en van je voorgeslacht plaatsen.
Zijn de vormen van de godsdienst inderdaad zo aantrekkelijk? Het mag waar zijn dat in de Russisch Orthodoxe Kerk meer vormen zijn dan in reformatorische kerken, maar huwelijk en doop worden ook gerekend tot die vormen. Houdt de jeugd zo van vormen? En kijkt ze juist niet door die vormen heen? Is dat wel recht doen aan het karakter van de jeugd door te beweren dat het een modeverschijnsel is als ze naar de kerk gaan vanwege de vormen? Alsof de jeugd, zeker wanneer het om de godsdienst, gaat alleen door uiterlijke dingen worden getrokken!
We zouden het eerder een modeverschijnsel willen noemen wanneer de jongeren op de kerk afgeven, sceptisch staan tegenover het kerkelijke leven en zich gaan onttrekken aan het kerkelijke werk, minder trouw de catechisatie bezoeken en voor het verenigingsleven maar moeilijk te porren zijn.
Dat is een modeverschijnsel.
Maar kerk en geloof zelf zijn niet uit de mode te verklaren; ze zijn van goddelijke oorsprong. De vormen waarin het geloof zich openbaart kunnen verschillend zijn maar het geloof zelf is Gods gave.
De kerk kan wel proberen met de trend van de tijd mee te gaan en zich aan te passen, maar dat is in strijd met haar wezen. De trouwe kerk wil zich daartegen verzetten en waarschuwt tegen alle schijn, vormendienst, formalisme, modieuse vernieuwingen.
Wie het geloof een modeverschijnsel noemt weet weinig van de kracht van het geloof der eeuwen door en verstaat niet wat het geheim van dat geloof is juist in moeilijke omstandigheden zoals in Rusland.
We mogen dankbaar zijn dat het geloof in tijden van vervolging jongeren blijft aanspreken en trekken.
Als jongeren uit onze kerken vertrekken komt dat misschien omdat wij het nog te goed hebben? En als er gelukkig nog vele jongeren zijn die blijven en zich geven laten we dankbaar zijn voor Gods trouw de geslachten door!

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

De Wekker | 8 Pagina's

Actuele nieuws Voor de lens

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken