Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Bereeërs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Bereeërs

7 minuten leestijd

„En deze waren edeler dan die te Thessalonica waren, als die het Woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren." (Hand. 17:11)

Waren zij bij de mensen niet in tel, zoeken wij hun naam vergeefs in de registers van de groten der wereld, zij worden geprezen door het Woord des Heeren, en dat is een roem die niet vergaat.

1. Zij waren edeler dan die te Thessalonica waren.
Toen Paulus voor de eerste maal voet zette op Europese bodem, zal hij niet gedacht hebben dat hem zoveel tegenwind te wachten stond. Het gezicht van de Macedonische man, „kom over en help ons", scheen in een heel andere richting te wijzen. Waren daar geen velden wit om te oogsten? Ja die waren er, maar nu moest de apostel leren dat er aan de dag van de oogst nog een moeitevolle zaaitijd vooraf zou gaan.
In de eerste stad, welke hij bezocht, scheen hij niet te moeten zijn. Voor hij gelegenheid had gehad om in de synagoge te spreken, was hij al samen met de anderen gegeseld en in de gevangenis geworpen. Evenwel, als hij Filippi verlaat, blijkt toch het zaad reeds ontkiemd, en zijn Lydia en de stokbewaarder de Heere toegevoegd. In Thessalonica, de tweede stad die hij bezoekt, komt een grote menigte tot geloof, zovelen als er geordineerd waren tot het eeuwige leven. Maar ook waren daar joden die ongehoorzaam waren. Bevreesd dat hun godsdienst benadeeld werd, werden zij nijdig. Met de bedoeling Paulus en Silas kwaad te doen vallen zij aan op het huis van Jason, die de apostel gastvrij had opgenomen. De gehele stad komt in opschudding. Nu zenden de broeders, die voor het leven van Paulus vrezen, hen in de nacht heen. In het achterliggende land ligt het vlek Berea. Ziet u Gods wondere leiding? Het zal niet het voornemen zijn geweest van de apostel om Berea te bezoeken, een onbeduidende plaats, buiten de route. Gaat het zo niet dikwijls? Wij worden verhinderd om ons voornemen uit te voeren, het gaat alles heel anders als wij denken. Alleen, in plaats van te letten op Gods wonderbaar bestuur worden wij ontevreden. Als zij in Berea komen worden zij beschaamd. Daar wonen mensen in wier harten Gods Geest een groot werk wilde verrichten. Zien wij dat de Heere aan de ene zijde een deur dicht doet, zodat alles wat we proberen vergeefs schijnt te zijn, dan is de Heere toch meestal bezig om aan de andere zijde een andere deur te openen. Juist als wij geneigd zijn te denken, er komt niets van terecht, kan God bezig zijn iets groots voor te bereiden.
In Berea wonen ook al joden. Dit volk was toen al overal heen uitgezwermd, wat een gunstige voorbereiding op de prediking van het Evangelie betekende. Alweer gaan zij het eerst tot de synagoge. En wat lezen wij?

2. Zij ontvingen het Woord met alle toegenegenheid.
Dáár geen vervolgers die hem naar het leven stonden, maar een geopende deur. Toch was het Woord dat gebracht werd niet naar de mens. Een samenvatting van dat Woord vinden we in vers 3: „Voor ogen stellende dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden enz. . . ." Een lijdende Christus voor hun zonden! Hij preekte de gronden weg waarin zij waren opgebracht. De uitverkorenen kregen te horen dat zij in het rijk Gods niet konden komen - dat zij erbuiten stonden - tenzij zij van nieuws geboren werden, en dat zij als al de anderen alleen door de onverdiende barmhartigheid van God konden zalig worden. Maar al ging dat Woord pijnlijk in tegen hetgeen zij al opgebouwd hadden en van zichzelf dachten, zij „ontvingen het Woord met alle toegenegenheid". Hoe komt het toch dat hetzelfde Woord ginds verworpen wordt en hier ontvangen? Waarom is datzelfde licht voor de Thessalonicenzen verblindend en voor de Bereeërs verlichtend? Is dat niet Gods soevereine ontferming waardoor Hij verhardt die Hij wil en waardoor Hij Zich ontfermt over wie Hij wil, zoals de apostel ons zegt? Ja, als het Woord gepredikt wordt en God maakt door Zijn Geest voor dat Woord een gebaande weg in het hart, dan is het werk gedaan, en het wordt met alle toegenegenheid ontvangen. Dit is in alle eeuwen de werking waardoor God Zijn uitverkorenen toebrengt. Voor de natuurlijke tegenstand die hun eigen is komt de allerhartelijkste toegenegenheid in de plaats. Dit woord voor „toegenegenheid" heeft te maken met het aansteken van de offers. De harten van de Bereeërs gingen branden. Met een koud hart wordt het Woord niet aangenomen. Dat kan niet. Zag u ooit een dode bloem zich keren naar de zon? Eerst maakt God ons hart ontvankelijk, en daarna „ontvangen" wij het Woord. Gods Geest komt en ontsteekt het vuur in uw binnenste. Het wordt: Hoe branden mijn genegenheên! Door de verborgen werking van Gods Geest openden hun harten zich om het Woord met alle toegenegenheid te ontvangen. Dat is zalig worden! Het geloven is een „ontvangen" allereerst. Niet wat wij dóen, of wat wij tot stand brengen, maar een ontvangen van de levende woorden. De levende bloem, zich kerende naar de zon, ademt en leeft, bloeit en geurt, naar mate het slechts het licht en de warmte van de zon in zich opneemt. Zo is het met de levende gelovige. Uit het nu volgende blijkt dat naast de ontvangende zijde van het geloof de actieve zijde niet ontbreekt.

3. Zij onderzochten dagelijks de Schriften of deze dingen alzo waren.
Als de dominee het zegt moet het wel zo zijn, want ik geloof wel dat die het weten kan, zo hoort men wel op het kerkelijke erf. De Bereeërs nemen het niet aan, al komt niemand minder dan de apostel Paulus het hun zeggen, en dat is de rechte weg. Zij gaan het opzoeken, wij moeten het terugvinden in het Woord van God zelf. Zo geven wij die eer aan het Woord van God dat de Schriften de enige regel zijn van ons geloof. „De bijbel is geen natuurkundeboek." In een tijd waarin velen afvallen van de waarheid omdat ze bekoord werden door wat de moderne wetenschappen ons zeggen doet deze bedenkelijke leuze veel kwaad. Wat is het geval? Nadat genoeg herhaald is: De bijbel is geen natuurkundeboek, zegt de bijbel ons op den duur helemaal niets meer. „De bijbel is geen ethisch handboek." Weer hetzelfde. En ondertussen ventileert men wat het eigen verduisterd verstand ons ingeeft. Met het beroep op de bijbel moet u wat voorzichtig zijn, zo wordt waanwijs geleraard. En intussen worden allerlei zgn. deskundigen kritiekloos geciteerd dat het een lust is. Al waren Bereeërs eenvoudige mensen, die nog nooit gehoord hadden van een hermeneutische sleutel, de Schriften gingen toch wel open en ze vonden de parel van grote waarde, omdat dit hun oude sleutel was: „Spreek Heere, want uw knecht hoort." Als je vandaag de bijbel wil gaan lezen, moet je eerst ons rapportje goed ingezien hebben, zeggen de moderne theologen, en is het ook geen mooie gouden sleutel die zij ons aanreiken? Nu blijkt de bijbel opeens te zeggen wat wij graag zouden willen dat de bijbel zegt. De sleutel past, hij dóet het! Geen wonder dat velen roepen: hij dóet het, want als menselijke beginselen de verklaring van de Schrift gaan beheersen, dan horen we tenslotte niets anders meer dan. . . onze eígen stem, de stemmen van ménsen, maar de stem van God wordt niet meer gehoord. Dat zijn de nieuwe, gouden sleutels, de Schriften worden dichtgesloten!
Wij hebben geen andere sleutel nodig, al is hij van goud, want de oude voldoet. „Spreek, Heere, uw knecht hoort." Tot op de dag van vandaag wonen de ware godgeleerden in Berea. Voor hen is de bijbel niet een godsdienstig boek waarin mensen over God spreken, maar het Woord des Heeren, waarin de majesteit is van het spreken Gods. In het onderzoeken van de Schriften is het een biddend luisteren naar de Heere, en de Geest leidt ons tot een al dieper en al rijker verstaan. Gods kind leeft uit deze bron en drinkt daaruit. Dagelijks opnieuw wil de Heere de Schriften onderwijzend, troostend en zo nodig terechtbrengend openen voor elk die Hem van harte zoekt, met ingespannen krachten. Zulke Bereeërs hebben we nodig in onze gemeenten, in onze gezinnen! Waar het biddend Schriftonderzoek ontbreekt is alles vergeefs en wijkt de Geest.

Maassluis, G.J. van Rookhuyzen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1983

De Wekker | 8 Pagina's

De Bereeërs

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1983

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken