Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over geloof en wetenschap (IV)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over geloof en wetenschap (IV)

7 minuten leestijd

Vrees of aanpassing?
In mijn vorige artikeltje sprak ik voornamelijk over de vrees, als het gaat om de benadering van dit onderwerp. En we kwamen terecht bij: vrees niet. Maar dan alleen in een levende geloofsverhouding tot de Here. Dat geldt ook voor het onderwerp „geloof en wetenschap".

Aanpassing?
Nu de andere mogelijkheid, die men wel gezocht heeft. Ik denk daarbij zijdelings ook aan de typering van de theologie van prof. dr. H.M. Kuitert als „aangepaste theologie", zoals dat in 1971 door prof. dr. W.H. Velema werd gedaan in zijn boek over Kuitert van die naam. Onder die aanpassing verstaan we dan, ruwweg gezegd, dat de mens met zijn leefwereld, met zijn mogelijkheden, in het middelpunt wordt gezet, en dat dan vervolgens wordt gevraagd, wat die moderne mens aan kan, als het over God gaat. Er wordt dus niet uitgegaan van Gods spreken tot ons, maar van ons denken en voelen en spreken over God. Dat is dan zo, als het over de Bijbel gaat, het is ook zo als het over de schepping gaat, het is ook zo als het over ons functioneren in deze wereld en in deze tijd gaat. Die moderne mens leest een oude bijbel. En ook al zou die moderne mens zeggen ik koop de pas verschenen Groot Nieuws-bijbel, dan nog zou hij ontdekken (ik spreek nu niet over het positieve en negatieve van zulk een vertaling) dat het een andere vertaling van dezelfde oude bijbel is.
Toen Kuitert als studentenpredikant destijds in aanraking kwam met het feit, dat zoveel jongelui van christelijke afkomst geloof en kerk vaarwel zeiden, toen ze enige tijd met de studie bezig waren, ging hij zich afvragen (zo vertelt hij ergens) of kerk en geloof nu zo onmogelijk en afstotend waren, of de jongeren van nu zo afkerig en ongelovig waren vergeleken met vroeger, en dat was dan allemaal jammer maar onvermijdelijk, dan wel of er nog een derde mogelijkheid was: kerk en jongeren waren misschien niet lang genoeg met elkaar aan de praat gebleven. Misschien was er een weg om toch elkaar te vinden. Ik denk dat ook een Chr. Geref. studentenwerker tot zover die strategie zou kiezen. Ik denk dat ook jongeren uit onze kerken vroeger en tegenwoordig te snel en te ondoordacht een negatieve houding aannemen. Maar ook dat er in onze kerken te haastig en te weinig begrijpend geluisterd is naar kritische vragen en moeilijkheden. We mogen zoeken naar een derde weg en we moeten goedkope oplossingen wantrouwen. Maar is die derde weg die van de aanpassing? We willen zien wat dat inhoudt. We stellen ons dan op vanuit de belevingswereld van de mens van vandaag, het opgroeiende meisje, de eerstejaarsstudent, het meisje dat geen baan kan krijgen, de jongen die net nog wel op de catechisatie komt. Hoe denkt dat meisje over God? Waaraan denkt die student bij het woord „hemel"? Hoe beleeft dat meisje het begrip „liefde"? Wat gebeurt er bij die jongen als er wordt gesproken over geloof en bekering? Dan valt het woord „relevant". Dat betekent: in hoeverre iets echt betekenis heeft voor degene, wie het betreft. En als het dat niet heeft, dan heeft het geen zin om er over te spreken. Als iemand zich niets kan voorstellen bij de woorden „God", „hemel", „verlossing", „bekering", „oordeel", „opstanding", en zoveel andere woorden uit de Schrift, dan doe je vergeefse moeite met iets erin te stampen, want het vindt geen voedingsbodem en het blijft niet. En die woorden kunnen geen voedingsbodem vinden, want het zijn woorden uit een vroegere belevingswereld. Het helpt niet om keihard te catechiseren, want het is niet relevant. Het kan met de bijbel in de hand allemaal verdedigd en vastgehouden worden, alles wat een vroegere generatie, en veel vroegere generaties aan uitspraken en belijdenissen hebben gevonden, maar het werkt niet meer. En daarom heeft het ook niet zoveel zin meer om je in deze dingen te verdiepen. Deze instelling: het moet „relevant" zijn, het moet onze generatie aanspreken, gaat dan op voor verschillende dingen. Het geldt voor de geloofsleer (zie boven), maar het geldt ook voor wat je vandaag moet doen en laten; de ethische vragen. Wat spreekt ons aan, wat voelen we aan als belangrijk ten aanzien van wel of niet trouwen, euthanasie, bewapening, werkgelegenheid? Dat is dan belangrijk, dat kan onderwerp van gesprek zijn. Gods beloften en opdrachten zijn „van de overkant", het onkenbare, dat niet aanspreekt. En het geldt ook de verhouding van geloof en wetenschap. Want de wetenschap, waar je je mee bezig houdt, of de toegepaste natuurwetenschap, waar we allen, wetenschappers of niet, midden in zitten, is concreet, is aanwijsbaar aanwezig. Daar hebben we mee te maken. En de andere kant van ons onderwerp, „geloof", is moeilijk, bevat onaanvaardbare dingen. Of, als we toch over „geloof" spreken, dan bedoelen we niet zozeer onze betrokkenheid in liefde en gehoorzaamheid op de God, die ons in zijn Woord om Christus' wil geroepen heeft, maar dan bedoelen we iets subjectiefs. Iets dat voor de een totaal anders kan zijn dan voor de ander. Iets dat ook niet te omschrijven is. En de Bijbel is dan niet voor ons maatgevend, maar hij is een voorbeeld, en een vertelling. Een vertelling, hoe anderen het gezien en beleefd hebben, en een voorbeeld, hoe het misschien zou kunnen.
Al lezende, zoudt u kunnen denken: geef je nu je eigen mening weer of die van anderen? Ben je het eens met die aanpassing of beschrijf je alleen hoe het tegenwoordig wel wordt voorgesteld? Dat tekent alleen maar, hoezeer de aanpassingstheorie past bij onszelf. Het is inderdaad voor ons erg gebruikelijk geworden om te vragen: hoe zie je het zelf? Hoe komt dat bij je over? En op die manier worden we al heel gauw zelf het middelpunt van de belangstelling. Wij en onze leefwereld. U voelt al wel dat ik een andere kant op wil. Het is ook niet voor het eerst dat dit gezegd wordt. Wat is er nu goed aan en wat fout? Goed is, dat we inderdaad rekening houden met de moderne mens. Dat we in een gesprek en in ons onderwijs ons vertrekpunt nemen bij de plaats, waar die moderne mens zich bevindt. Waar ik mijzelf bevind. Anders kunnen we niet meekomen. Dan gaan de zaken over ons hoofd heen. Wilt u dit vertrekpunt een uitgangspunt noemen, dan op een zekere voorwaarde akkoord, maar een uitgangspunt noem ik het liever niet. Uitgangspunt noem ik liever datgene, wat we in de Schrift vinden. Dus de plek waarvan uit de Here met ons begint. Ik kan zeggen: de verbondsverhouding tussen de heilige God en de zondige mens, waardoor Hij ons genadig roept tot het heil in Christus.
Hier ligt toch wel een moeilijkheid. Het is nodig, dat we ons verdiepen in de plaats en de vragen van moderne mensen. Maar we kunnen dat zodanig doen, dat het de indruk kan wekken dat de moderne mens in al ons verdere denken en spreken norm en uitgangspunt is. We kunnen, overtuigd van de blijvende en eeuwige kracht van het Woord van God, dat zodanig midden in de moderne wereld „droppen", zonder meer laten neerkomen, dat het appèl op die moderne mens gemist wordt, of zodanig, dat mensen het gevoel hebben, dat machtige woorden ver boven hen blijven hangen. Het is ook de tegenstelling tussen deze twee uitersten, die de tegengestelde meningen in Nederland bij grote evangelisatieacties tot achtergrond hebben. Bij de „aangepaste theologie" moet echt wel gevraagd worden, of men op de duur nog wel een gezaghebbende bijbel overhoudt. Maar, zegt men van die kant, realiseer je toch wel, dat heel het gezag van de bijbel toch weer via mensen, de bijbelschrijvers, tot ons komt.
Heel dat zgn. objectieve komt via het subjectieve van de mensen tot ons. Dus gaat het dan om een inspiratie van mensen, die in onze tijd weer gepakt zijn door God en zijn toekomst, evenals profeten en apostelen dat waren, en die Gods geschiedenis met de mensen verder willen schrijven. En dan, als het zo staat, ligt er een diepe kloof tussen deze opvattingen en onze gereformeerde geloofsovertuiging. Daarom mogen we, ook als het gaat om de verhouding van geloof en wetenschap, niet meedoen met deze aanpassing.

Hoogeveen, K. Boersma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1983

De Wekker | 12 Pagina's

Over geloof en wetenschap (IV)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1983

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken