Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Droefheid - waarover? (Blijdschap en droefheid III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Droefheid - waarover? (Blijdschap en droefheid III)

6 minuten leestijd

Het is een hard, maar waar woord dat de apostel schrijft als hij het resultaat van zijn eerder schrijven mag bemerken. Paulus heeft lang en veel gewerkt in Corinthe, de gemeente die hem niet het minst van al de gemeenten na aan het hart ligt! Met zelfopoffering heeft hij er gestreden in het evangelie. Met zijn tentenmakers-handwerk heeft hij in zijn eigen levensonderhoud voorzien. Hij heeft zich er in mogen verheugen, dat het Woord niet ongezegend bleef. De gemeente werd gebouwd. Nu is er in Corinthe, sedert hij ook elders het Woord bediende, wel wat veranderd. De invloeden van de heidens-wereldse leefwijze nemen weer toe. Het was toen en is nu moeilijk om in de wereld te zijn en toch niet van die wereld. Men neemt het niet zo nauw meer met Gods liefdegebod. En dan verkilt ook de liefde tot elkander. Groepsvorming en onderlinge naijver zijn geen vreemde zaken in de gemeente. De tuchtoefening verslapt en zonden blijven voortleven.
En als men dan herinnert aan Paulus' prediking, dan wordt er smadelijk over Paulus gesproken! Die Paulus? - daar kun je ook al niet meer op aan! Hij handelt „lichtvaardig"! Die zegt maar wat. Hij belooft te komen, maar hij komt niet meer naar Corinthe! Bovendien, hij doet het ook niet voor niets . . . „Gun ons plaats", schrijft Paulus, „wij hebben niemand verongelijkt, niemand te gronde gericht, van niemand voordeel getrokken. Ik zeg dit niet om u te veroordelen." Hij is blij dat er zijn die door zijn eerder schrijven, waarin hij de zonden aanwees en uiteenzette wat Gode behagelijk is, bedroefd geworden zijn en tot inkeer gebracht. Want - zo constateert hij dan in 2 Cor. 7:10 - „want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood". Een hard, maar waar woord - droefheid die de dood werkt! Droefheid die God niet kan bewegen tot barmhartigheid en de medemens hoogstens tot wat menselijk medelijden. Al die tranen - oceanen vol! - die in en door de mensheid geschreid worden brengen geen redding, geen verlossing uit de machten die het leven benauwen.
De macht van de dood die om der zondenwil over de wereld de grauwsluier van ellende gelegd heeft, wijkt niet voor de tranen van leed en spijt! En al is en wordt op velerlei manier in allerlei kleinschalige of groots opgezette pogingen getracht troost te bieden en tranen te drogen, ze blijven vloeien! Zolang de zonde er is zullen de wonden er zijn! Het ideaal van de mensheid om zonder weerkeer tot God een nieuwe wereld te bouwen van vrede en geluk is ijdel, een fata morgana. De ellende zie je alleen maar vermeerderen. De miljoenen verpauperen in de krottenwijken van de wereldsteden. Wie iets ziet en beelden voorgeschoteld krijgt van de verhongerenden, de stervende, uitgemergelde kinderen, de verdrevenen met hun schamel bezit, de leprapatiënten en de bij modderpoelen naar water snakkende dorstigen en . . . wie door ziekenhuizen, tehuizen, inrichtingen en verzorgingsinstituten zijn weg gaat - huivert alleen maar van de ellende, die de zonde onder Gods beelddragers teweeg heeft gebracht!
Is ons leven wat anders, geboren uit de smart - dan een voortdurende zorg en strijd om te overleven? Moeten we onze kinderen niet harden om in deze wereld zich te kunnen handhaven en te overleven? De gevolgen van de gebroken levensharmonie gevoelen en ervaren we allen, aan den lijve, in de samenleving met de medemens nabij en ver. En om die gevolgen vloeien de tranen en is er droefheid en pijn. Een droefheid van zelfbeklag, van meeleven met het verdriet van anderen, van bewogenheid met de ellende van de massa. Droefheid van de mens om de mens en het versterven in plaats van het leven!
Een droefheid die opstandigheid werkt en verzet oproept, of deprimerend een pessimistische gelatenheid teweeg brengt: 't is nu eenmaal zo in het leven. Je kunt er toch niets aan doen, ieder krijgt zijn deel en moet zijn last maar dragen. Het beste er dan maar van maken en proberen zo goed mogelijk er doorheen te komen. We leven maar één keer, en . . . De droefheid der wereld werkt de dood!
Ze brengt niet tot inkeer en terugkeer door al de levensnood en honger gedreven van de varkenstrog der wereld naar de feestdis in het Vaderhuis! De tranen over ons lot dat ons nù weer moet treffen, brengen ons niet tot besef van schuldig gemis van en hunkerend verlangen naar God! Als de duivel in het dwaze mensenhart het kan bewerken laat hij de mens uitzichtloos de zin van het leven verliezen, en dan gaat de zin om te leven verdwijnen en wordt de dood verkozen boven de levenstijd die God nog als genadetijd geeft! De droefheid der wereld werkt de dood!
Heeft God daar dan geen weet van? Ziet God de ellende dan niet en hoort Hij het geschrei van ouderen en kinderen, van lijdenden en ontrechten, van vervolgden en versmaden dan niet? Laat God zich door al die tranen dan niet bewegen om toch maar genadig te zijn? Nee! Maar dat is - Gode zij dank - ook niet nodig!
Want onze God is en was bewogen uit Zichzelf met innerlijke barmhartigheid over Zijn schuldige gevallen mens! Hij zocht hen op, gevende hun de belofte van het Leven! God heeft er alles aan gedaan. Onpeilbaar is Zijn liefde. Hij gaf er Zijn eniggeboren Zoon voor, Die Hij de straf liet dragen en de vrede verwerven voor vijanden die nu met God verzoend worden! Midden in deze wereld heeft God het Kruis der verzoening laten plaatsen! Geef dan de duivel geen gelijk als hij de twijfel in uw jonge of oude hart oproept of God wel inderdaad liefde is en Zich bekommert over het lot van miljoenen. Niet dat God niet bewogen is met deze wereld! Hij laat Zijn roep nog uitgaan dag aan dag tot aan het eind der aarde: keer weer tot Mij!
En alleen Hij die mede verzocht is geweest als ook wij en mede benauwd is geweest in het mensenleven gaande hongerend en dorstend, gehaat en gesmaad, niet begrepen en veracht door de wereld, kan tranen drogen, Hij alleen! En Hij wil waar Hij door Zijn Geest onze harten vernieuwt en Zijn liefde er in wil laten wonen, dat wij - wetend waar de schuld ligt en waar de troost te vinden is - nu ook daadwerkelijk tranen drogen in Zijn Naam in deze wereld. Het is een geweldige opdracht, maar ook een machtig rijke taak om als Zijn kinderen, als Kerk des Heren, met elkaar iets van Zijn liefde te laten zien in en aan een wereld in ellende ten dode bedroefd! God wil niet alleen van Zijn kinderen tranen drogen, maar ook dóór Zijn kinderen. Hebt u daar de wondere vrede wel eens van ervaren, als u tranen mag drogen om 's Heren wil?

de B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1983

De Wekker | 12 Pagina's

Droefheid - waarover? (Blijdschap en droefheid III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1983

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken