Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Opdat blijve wat niet wankel is

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Opdat blijve wat niet wankel is

6 minuten leestijd

Hebreeën 12:27.

Is er wel iets, dat niet wankel is? De hoogste wijsheid is vandaag: alles is wankel. Er zijn geen stormvrije kernen, waar mensen zich echt veilig voelen. Waar alles wankelt, is veel onzekerheid. Waar onzekerheid is, daar is veel agressiviteit. We kunnen in de samenleving en in de kerk niet veel van elkaar hebben. Misschien wel omdat we bang zijn, dat iemand ons weer aan het wankelen brengt. En er is al zoveel op de helling gezet. Wij wensen het niet meer te nemen, dat we aan het wankelen gebracht worden. Heel veel inspanning wordt er verricht om in de vliegende stormen van onze wankelende tijden het scheepje van kerk en samenleving en geloof een beetje vastigheid te geven. Wij zoeken vastigheid, onwankelbaarheid. Die is er zeker. Maar waar? Bij onszelf is die vastheid niet. Wij tollen om van het een naar het ander. Er is niets onbestendiger dan een mens. Is die vastheid dan bij God? Zorgt Hij voor de onwankelbaarheid en het blijvende in de dingen van wereld en kerk?
Het is waar, dat veel psalmen troostrijk zingen van Gods onwankelbare trouw, van de Here, Die een rots is. Toch moeten we nog niet de kant van de psalmen opgaan. De tekst uit Hebreeën 12 bevat namelijk een verrassende mededeling. De tekst luidt: „Toen (dat is bij de Sinaï) heeft Zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven. Dit: nog eenmaal doelt op een verandering der wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat blijve, wat niet wankel is", (vers 26, 27).
De mededeling, die ons verrast, is dat God Zelf de dingen aan het wankelen brengt. Het zijn geen boze en godvergeten mensen, die alles op losse schroeven zetten. Wij maken ons vaak kwaad op lieden, die er behagen in scheppen alles onzeker te maken, wat ons heilig is. Dat is kinderspel vergeleken bij wat God doet. Hier staat namelijk dat de Here God zal komen en dat Hij de dingen aan het wankelen zal brengen. Ook de dingen, die wij voor muurvast houden, waar niemand aan mag komen. Iedereen van ons heeft zo zijn heilige huisjes die de aardbeving moeten overleven. Nu zegt de bijbel, dat God hemel en aarde zal bewegen. Niet alleen de aarde, zoals bij de Sinaï en toen waren de mensen al bang en afkerig, maar ook de hemel zal Hij doen beven. Gods hele schepping maakt Hij labiel en verandert haar om plaats te maken voor het onwankelbare koninkrijk van Christus.
Blijkens dit woord gaat er een goddelijk gericht over de aarde en de hemel. De nadruk op dit gericht geeft klem aan de vermaning van de schrijver van de brief aan de Hebreeën aan zijn lezers. God is bezig met dat grootse gericht over hemel en aarde, opdat niemand de behoudenis zou missen.
„Ziet dan toe, dat gij (lezers) Hem, die spreekt, niet afwijst (vers 25)". De oordelen van God waarom hemel en aarde wankelen zijn er niet op gericht om angst en afkeer in te boezemen voor God. Er is genade in het gericht. De Here laat alles wankelen, opdat de mensen helemaal duidelijk zullen zien, dat er alleen in het Koninkrijk van Christus vastheid is. Dat is niet wankel en daarom blijft het. En de rest verdwijnt echt helemaal. Niet omdat mensen het zelf te gronde richten en van de aarde een puinhoop maken. God Zelf verandert de wankele dingen, want zij zijn door Hem geschapen en van Hem afhankelijk en Hij doet ermee wat Hij wil.
Dit is voor ons een moeilijke boodschap. Moeilijk om te verwerken. Hemel en aarde bieden ons geen onwankelbare, eeuwige steun. Eigenlijk willen we dat uit onszelf graag. Dat de aarde eeuwig zin in zichzelf heeft, dan kun je altijd met de aarde bezig blijven in techniek en cultuur. Wij hebben dan aan onszelf genoeg, zonder God ooit nodig te hebben. We kunnen zelfs onze eigen hemel bedenken met allerlei machten en religies, waarin mensen aanbidden kunnen, wie zij willen. De Here Zelf ontmaskert dat, laat Zijn gerichten over Zijn schepping gaan en alleen wie het Koninkrijk van Christus ontvangt, die heeft iets onwankelbaars, dat in eeuwigheid blijft.
Dat is een krachtige bemoediging voor de Hebreeën, die in spannende tijden best wel moedeloos waren geworden en het erbij hadden laten zitten. Je mag je optrekken aan de belofte van God, dat Hij nog eenmaal de hemel en de aarde zal doen beven. Dat is voor de gemeente van de Here Jezus een belofte en beslist geen bedreiging. Het is een aansporing om God te vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag (vers 28).
Dat doet de gemeente van Christus en in prachtige beelden wordt daar iets over gezegd. Gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen. U moet die verzen 22-24 lezen om de verrukking van dit visioen mee te beleven.
Het is de viering van de liturgie van het nieuwe verbond, dat wel bereikt, wat het oude verbond bedoelde, maar niet realiseerde. God bereikt Zijn doel met mens en wereld, als zij naderen tot de berg Sion en het hemelse Jeruzalem. Naderen tot is een vaste uitdrukking voor het deelnemen aan en betrokken zijn in de omgang met God. Het betekent zoveel als aangekomen zijn in Sion en het hemelse Jeruzalem. De gemeente staat er niet vóór. Ze is er aangekomen en verkeert tussen tienduizendtallen engelen en is bezig in die feestelijke vergadering.
Dit is geen vrome theorie, die niet past in de werkelijkheid van vandaag. Met deze geloofsvisie stap ik het gewone leven met al zijn wankeling in.
Dat doet de schrijver ook. Die grootse woorden over het Hemelse Jeruzalem staan vlak naast concrete vermaningen. Jaagt naar de vrede met allen. Laat de broederlijke liefde blijven. Houd het huwelijk in ere. Denk aan de gevangenen. Dat is het gewone leven. Maar dat gewone leven van ons als christen kan alleen, doordat wij aangeraakt zijn door het visioen van het hemelse Jeruzalem en de berg Sion. Omdat ik in het geloof midden tussen tienduizendtallen engelen verkeer, ben ik in staat in deze wereld te leven midden tussen alle wankeling en ik sta muurvast, want Christus' koninkrijk is onwankelbaar. Opdat blijve, wat niet wankel is.
Dat is maar een ding: het koninkrijk van Christus en God.
Het is wel zaak om daar nu echt werk van te maken, met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur.

Kampen, Starreveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1983

De Wekker | 8 Pagina's

Opdat blijve wat niet wankel is

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1983

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken