Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het ambt in discussie (IV)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het ambt in discussie (IV)

Calvijn

9 minuten leestijd

Wording
De idee van het ambt zoals wij dat in onze kerken kennen is grotendeels ontleend aan Calvijn. De reformator van Genève heeft zijn gedachten neergelegd in zijn Institutie en vooral ook in zijn exegetische werken. Ten dele heeft hij ze kunnen realiseren in de kerk van Genève. En het Geneefse model heeft vele kerken tot een voorbeeld gestrekt, ook de kerken in Nederland. Bij het begin van de Reformatie in Nederland oriënteerde men zich op Genève, terwijl ook de kerk van Straatsburg een oriëntatiepunt was.
Calvijn is een man van een groot organiserend vermogen geweest. Dit gold allereerst zijn eigen denken. In zijn gedachtenwereld heeft hij verschillende stromingen uit zijn tijd verenigd. Om te beginnen is daar de invloed van het humanisme geweest. Maar Calvijn heeft het niet
onveranderd overgenomen. Bij hem wordt het menselijke door de Geest geheiligd. Zijn systeem is niet een onmenselijk systeem. Hij laat alle waarde aan de mens, maar dan aan de mens, die met zijn gaven en krachten geheiligd wordt en in dienst genomen van de genade. Dit bracht met zich mee, dat Calvijn ook organisatie-vormen voor het menselijke leven wist te scheppen, die niet als dwingend of als opgelegd, autoritair, moesten worden ervaren. In zijn ambtsleer komt dat tot uitdrukking in de waardering van natuurlijke talenten, en de inschakeling daarvan.
Het is echter duidelijk dat Calvijn nog veel meer dan van het humanisme, een invloed heeft ondergaan van de Reformatie. Van de reformatoren, die altijd genoemd worden is hij de jongste. Vooral Luther is de eigenlijk reformator voor hem geweest. Calvijns eerste openbare en duidelijke keuze voor de reformatie is geweest zijn aandeel in de rede van de rector van de Parijse universiteit, Nicolas Cop. Calvijn heeft die rede opgesteld. Zij is opgebouwd uit elementen die ontleend zijn aan Erasmus (het humanisme dus) en aan Luther. De laatste vooral heeft Calvijn aan gesproken. Het is te constateren aan de invloed die op Calvijn inwerkte bij het schrijven van zijn Institutie. Luther is het, die als het ware over zijn schouder meekijkt naar wat hij schrijft. Calvijn ontleent ook heel belangrijke gedachten aan Luther. De visie op het priesterschap van alle gelovigen is die van Luther. Het is een grondgegeven, dat bij Calvijn duidelijk van grote invloed is in de beschouwing van de gemeente. Maar Calvijn gaat daarbij wezenlijk verder dan Luther. Het priesterschap der gelovigen staat bij Luther onder beheersing van de rechtvaardiging door het geloof. Dit is zijn grondmotief, doorklinkend in heel zijn theologie. Bij Calvijn worden hier andere registers gebruikt. Het priesterschap van alle gelovigen staat bij Calvijn onder beheersing van het werk van de Heiige Geest. De gelovigen worden door de Geest geleid.
En daarin was Calvijn een volgeling van Martin Bucer. Dit geldt van de leer van de Heilige Geest. Maar het geldt nog veel meer van het instituut van de Geest: de ambten in de kerk. Van de allergrootste betekenis zijn in dit opzicht de jaren geweest (11541) die Calvijn in Straatsburg heeft doorgebracht. Hij leerde er Bucers gedachten wereld kennen. En in de kleinere Franse vluchtelingengemeente kon Calvijn realiseren, wat aan Bucer in de grote Straatsburgse volkskerk onmogelijk was: hij kon in praktijk brengen wat Bucer voorstond. Zo werd de gemeente van Calvijn in Straatsburg een modelgemeente voor Genève en daarna en daardoor ook voor tal van Gereformerde kerken in Europa. Met name in de ambtsleer en -praktijk is Bucers invloed bijzonder groot geweest. Wie onze ambtsleer wil verstaan moet naar Straatsburg. Daar kan hij het hoe en waarom van de ambtelijke structuur van de Gereformeerde kerk leren begrijpen.
Natuurlijk is Calvijn geen slaafs volgeling van Luther, en ook niet van Bucer geweest. Zijn levenswerk wordt onverklaarbaar, wanneer we niet twee dingen in aanmerking nemen, twee gaven die Calvijn op een bijzondere manier bezat. Eerst die van het in zich opnemen van de bedoeling van de Schrift. Calvijn is Schrifttheoloog. Hij kan de bijbel verklaren op een verrassende manier. Daarna: Calvijn bezit de gave om kort en helder weer te geven wat hij bedoelt, een gave waarover niet ieder beschikt. Ook daaruit verklaart zich zijn onvloed, tot op vandaag. Vier ambten zijn het, tot opbouw van de gemeente heeft God ze gegeven. Het Woord staat centraal. Maar het moet niet alleen gepredikt, het moet in heiliging beleefd worden. Zo staat er naast de dienaar van het Woord de ouderling. Hij let op de heiligheid van de gemeente onder het Woord en bij het Avondmaal. Die gemeente is één lichaam. Ook de tijdelijke nood moet gelenigd worden. Vandaar de zorg van de diaken. Hij geeft gestalte aan de barmhartigheid van Christus. Het doctorenambt ziet op de continuïteit van de woordbediening. Deze ligt niet in de bisschoppelijke handoplegging, maar in de toerusting tot de dienst des Woord. Zó vaart de gemeente er wél bij. Zij wordt opgebouwd in het geloof.

Werking
Het is dit voorbeeld uit Genève dat de gemeente in ons land heeft aangesproken in de tijd waarin de kerken onder het kruis werden gevormd en ook daarna. Wij moeten niet vergeten, dat er blijkbaar van dit voorbeeld, een sterke kracht uitging op de jonge kerken, niet alleen, maar toch ook hier in Nederland.
Niet dat dit zó maar is gegaan. Er waren genoeg tegenkrachten, die met alle energie de oriëntatie op Genève afwezen en die voor een andere kerkvorm bijzonder geporteerd waren. De Lutheranen in Nederland zeiden tegen deze kerkelijke structuur neen, omdat de relatie met de overheid te sterk was, en tegelijk (wonderlijk genoeg) omdat de relatie van de kerk ten opzichte van de overheid te critisch was. De Luthersen beschouwden de taak van de overheid te veel als een eigen, zelfstandige taak en opdracht. De calvinisten konden met de Lutherse visie op het recht van verzet, of liever op het ontbreken daarvan, niet uit de voeten. De gereformeerden wilden daar waar de overheid het vreemde juk had afgeworpen, die zelfde overheid critisch begeleiden met het Woord. Terwijl zij zelf - in tegenstelling tot de Luthersen het recht van verzet erkenden. Vele consistories zijn vooral in het begin brandhaarden van verzet geweest. En één van de redenen, waarom men koos voor deze structuur was het verlangen naar een onafhankelijke positie ook met betrekking tot de toekomst. Het was de zucht om te overleven in een tijd van de grootste nood en vervolging, die de gereformeerden leidde in hun oriëntatie op Genève.
Daarom wezen zij het argument van de gereformeerde overheid ook af, toen deze beweerde dat de aanwezigheid van een gereformeerde overheid de noodzaak van een gereformeerde kerkeraad overbodig maakte. Hier begon de strijd van de Gereformeerde Kerk tegen de Staatsinmenging. Een voorproefje daarvan had men al gehad in Heidelberg, waar Erasmus de stelling verdedigde, dat kerkelijke tucht een onding was, dat de kerkeraad overbodig was, en dat de staat, mits gereformeerd, deze dingen ter hand kon nemen. Wat Erasmus deed voor de leer der genade, deed Erasmus voor de structuur van de gereformeerde kerk: afbreken. De Remonstranten hebben een tijdlang deze beide mannen als voorbeeld gehad. De gereformeerden daarentegen waren overtuigd, dat de leer der genade het best tot haar recht komt bij de organisatievorm, die in Genève werd nagestreefd.
Daarom wezen de gereformeerden ook het doperse standpunt af, waarbij de ambten in de gemeente vrijwel geheel komen te vervallen. Bij de leer van het inwendig licht past de verregaande individualistische structuur van de gemeente. De ambten hebben daar geen plaats. De charismatisch gedachte gemeente bouwt op de psychische kwaliteiten van de charismatische voorganger. Toch is dit model een permanent begeleidend verschijnsel gebleven op de rand van de gereformeerde traditie. Het treedt in de zeventiende en achttiende eeuw duidelijker naar voren in de conventikels of gezelschappen. Daaraan is een zeker dopers element niet te ontkennen. De gereformeerden hebben in hun beschouwing en behandeling van de conventikels altijd hun uitgangspunt genomen in het ambt. Zo hebben zij afwijkingen van individualistische en van subjectivistische aard willen voorkomen. Het is dit gereformeerde kerkmodel dat hier in Nederland het felst onder spanning kwam te staan in de tijd waarin de Staat zich meester maakte van de macht in de kerk 1816. De synode werd een bestuur. De kerkeraad in feite ook. De gemeente werd een vereniging tot bevordering van de rust in het gemenebest. Toen de Afscheiding kwam hebben de afgescheiden kerken, zij het onder veel strijd en moeite, zich opnieuw georiënteerd op Dordt, en daarmee op Calvijn, Bucer, Luther. Zij hebben daarvan de vruchten geplukt in een groei en vrede in de kerken, die vooral na 1854 toenamen. De critiek waaronder alles kwam te staan in de gereformeerde kerkelijke wereld van de oorlogsjaren en de ontwikkelingen daarna hebben geleid tot verstarring én tot verwarring. In de Gereformeerde Kerken in Nederland is wat dit alles betreft waarlijk niets meer ondenkbaar. Men heeft een vaste lijn losgelaten. Men heeft zich begeven onder de heerschappij van het eeuwigdurende experiment. Men heeft daardoor - onbarmhartiger kan het niet - de mensen prijs gegeven aan een principiële pastorale verwarring, die links én rechts slachtoffers maakt. In die contekst vragen we: wat is de waarde van de gereformeerde kerkstructuur, die vanuit de gereformeerde traditie ons werd aangereikt?

Waarde
Deze vraag naar de waarde van de gereformeerde kerkelijke structuur laat zich beantwoorden op drie manieren. Het verleden heeft de waarde bewezen van deze gereformeerde visie op ambt en gemeente. Gemeenten zijn in tijden van de grootste uiterlijke en innerlijke nood gevormd als levende en krachtige lichamen, gemeenschappen, waarin geloof, hoop en liefde functioneerden. Men heeft door de kracht van het evangelie mensen mogen trekken voor Gods eeuwig koninkrijk. De tijden van vervolging waren veelal tijden van grote en tot verwondering roepende kracht. Na de vervolging kwam de vrijheid. Toen hebben de kerken in Nederland een zegen om zich heen mogen verspreiden in Europa en ver daarbuiten.
Wij vergeten veel te veel het verleden, waarin God déze kerken, met deze structuren heeft willen gebruiken. Maar we mogen niet vergeten, dat het ideaal nooit bereikt werd en dat de relatie tot de overheid vooral veel van het eigen kerkelijk karakter verloren deed gaan. Inderdaad zijn wij onderweg in de geschiedenis heel wat kwijt geraakt van de oorspronkelijke idealen. Ook de gereformeerde traditie zelf heeft veel moeten inleveren aan de realiteit van iedere dag, en - veel erger - aan de tijdgeest. Zo werd de kracht van het Woord van God aan banden gelegd. Zij werd geboeid door een geest van verborgen heidendom dat altijd in ons volk is gebleven. Zij werd gebonden door vreemde invloeden van filosofie en wetenschap. Zij onderging de nadelige werking van maatschappelijke en burgerlijke invloeden.
Toch moet in die gereformeerde visie op ambt en gemeente een kracht schuilen, die hoopgevend is. Hier wil men immers niets anders, dan aan de volle werking van het Woord een onbelemmerde doorgang verschaffen. Dat is het, wat Calvijn beoogde. Zou dat niet van de grootste waarde zijn voor de toekomst?

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 1983

De Wekker | 8 Pagina's

Het ambt in discussie (IV)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 1983

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken